Netherlands > Historisch Centrum Overijssel

0281.2

Santheuvel, familie Van den, stukken betreffende de Nienoordsche Veenen

1546 - 1811
2018
Historisch Centrum Overijssel (HCO)
Nederlands

General remarks

Omvang archiefblok

9,75 m

Toegang

[Haga, A.], Stukken betreffende de Nienoordsche Veenen, 1546 - 1811 (1946).

Openbaarheid

Het archief is openbaar.

Other descriptive information

Inleiding

De verzameling stukken welke nr. 105 van de collectie uitmaakt, in 1912 door de erven van Jhr. G.K. van den Santheuvel aan het Rijksarchief in Overijssel in bruikleen gegeven, is grootendeels afkomstig van Mr. W. de Lille en diens echtgenote Johanna Philippina baronesse van Dedem tot den Gelder, heer en vrouwe van Ter Heyl, en vormde waarschijnlijk (een deel van ?) het huisarchief dier havezathe. Willem de Lille, zoon van Christiaan Everhard de Lille, geneesheer te Zwolle en sedert 1756 hoogleeraar in de genees-, heel- en ontleedkunde aan de hoogeschool te Franeker, en diens echtgenote Johanna Marcella Metelerkamp [NOTE Nieuw Ned. Biogr. woordenboek d1 X, kol. 515] , werd geboren 1 mei 1750 en overleed te Ter Heyl 28 januari 1810. Hij was meester in de rechten, later raadsheer in den Etstoel van Drenthe en van het Departementaal Gerechtshof van Drente te Assen. Hij huwde in 1789 met Johanna Philippina baronesse van Dedem, dochter van Anthony, heer van den Gelder en Isabella Frederica Charlotta van Rechteren tot Mennigeshave, geb. op de Gelder 28 november 1741, overleden te Ter Heyl 12 mei 1815, weduwe van Arent baron Sloet tot Tweenyenhuisen, Hagensdorp, Oldruitenborgh, Toutenburg en Ter Heyl. [NOTE Wapen heraut 1913, p. 254]

Dit archief is na de dood van de Douairiere de Lille-van Dedem waarschijnlijk gekomen aan de oudste zoon uit haar eerste huwelijk Conraad Willem baron Sloet van Tweenyenhuisen, wiens kleindochter Conradina Wilhelinina baronesse Sloet gehuwd was met Jhr. Gijsbert Karel van den Santheuvel.

Het huis ter Helle of Ter Heyl was oorspronkelijk een uithof van de abdij van Aduard. De abt Godefridus (1549-1561) stichtte er een kasteelachtige buitenplaats. Na de secularisatie der Aduarder goederen wist Casper van Ewsum, wiens geslacht reeds uitgebreide bezittingen in deze streek had waaronder de huizen Nijenoord en Mensinge, het van de stad Groningen te verwerven. Als drost van Drente werd het voor hem op den landdag van 14 Februari 1632 door de Staten verheven tot een havezathe met alle rechten van dien. Geen der opeenvolgende eigenaren is echter yan Ter Heyl in de ridderschap beschreven, daar zij het niet zelf bewoonden doch meest op Nijenoord verblijf houdend het soms aan meer aanzienlijke bewoners verhuurden, dan weer meyergewijs door boeren lieten gebruiken. Uit de brief van de Prins Van Oranje, waarvan een copie(nr. 15) zich in het archief bevindt, ziet men trouwens, dat zij bij de uitoefening hunner andere rechten later moeilijkheden ondervonden. Door het huwelijk van Caspars kleindochter kwam ter Heyl aan de familie der In- en Kniphuisen's. Op 9 december 1771 werd het uit de nalatenschap van Johanna Habina van In- en Kniphuisen en Willem Baron van In- en Kniphuisen met de verdere goederen van Nijenoord in Drente en verscheidene Grongingsche landerijen verkocht aan Jan Carel baron van der Borch van Langentrier.

Op 17 november 1783 werden deze goederen overgedaan aan den Drost van Salland, Arent baron Sloet van Tweenyenhuisen, die in 1786 overleed, waarna zijn weduwe, gelijk wij boven zagen, hertrouwde met Mr. W. de Lille. [NOTE N. Drentsche Volksalmanak 1891, p.210 Jhr. Mr. R.B. van Holte tot Echten: De Comparanten en de Ridderschap Van Drenthe 1600-1795. Gron. Volksalmanak 1942, p. 23 v. P.J. van Winter. Hoe heeft de prov. Groningen haar grenzen gekregen?] Na haar overlijden in 1815 kwam de havezathe aan de jongste dochter uit haar 1e huwelijk Catherina Elisabeth Conradina gehuwd met Borchard Fredrik Willem baron Van Westerholt, wier afstammelingen het huis lieten sloopen in 1854. Het archief zooals dat tot ons gekomen is, valt uiteen in een drietal deelen; in de eerste plaats zijn daar de stukken welke betrekking hebben op de Nijenoordsche veenen en andere bezittingen der Ewsums en Kniphuisens in Vredewold en Roden, welke vroeger deel moeten hebben uitgemaakt van het Nijenoordsche huisarchief. Daar tegenover staat een aantal koopbrieven en andere papieren van de latere eigenaren van Ter Heyl; Arent baron Sloet, zijn weduwe en haar 2e echtgenoot Mr. Willem de Lille. Tusschen beiden in chronologische volgorde, staat een groep koopbrieven van behuizingen met beklemrecht op de Nijenoordsche grond te Zevenhuizen, waarvan niet duidelijk is, hoe zij in dit archief zijn terecht gekomen, tenzij men mag aannemen dat het eigendom ervan later is geraakt aan de eigenaren van Ter Heijl, hetgeen echter nergens uit blijkt.

Van deze drie groepen is de eerste verreweg de belangrijkste; zij bevat enkele stukken, die bestaande leemten in het huisarchief Nienoord en het familiearchief Ewsum aanvullen, zooals de notarieele verklaring van 1546 betreffende de grens tusschen de Ommelander en de Drentsche veenen ten Westen van ter Hellen, waarvan bij HartegerinkKoomans [NOTE Dr. M. Hartgerink Koomans: Het geslacht Ewsum. p. 269 269] wel melding wordt gemaakt, zonder evenwel op te geven waar het stuk zich bevindt, zooals dat wel gedaan wordt voor andere stukken die op deze kwestie betrekking hebben. De afstand van de veenen van het klooster Kusemere aan de Ewsums schijnt bij deze

schrijfster noch bij Prof. yan Winter bekend te zijn [NOTE P.J. v. Winter, L.C.] . Enige stukken die slechts in zijdelings verband staan tot deze hoofdgroepen zijn onder het hoofd diversen samengebracht. Tenslotte bevatte de collectie nog enkele stukken; met name een drietal gedichten en een bundel papieren betreffende de voogdij over Adolf Carel baron Bentinck, welke weliswaar thuis hooren in de groote collectie van den Santheuvel, maar zeer zeker niet in het archief van Ter Heyl, en daar dan ook waarschijnlijk bij vergissing tusschen geraakt zullen zijn.

In verband met het bovenstaande werd het de inventaris van het archief als volgt ingedeeld;
I. Stukken betreffende de Nijenoordsche veenen. no. 1 -7
II. Stukken betreffende de Nijenoordsche goederen en rechten, no. 8-22
III. Stukken betreffende behuizingen met beklemrecht op Nijenoordsche grond. no. 23-34
IV. Stukken betreffende de leeningen gesloten door A. baron Sloet van Tweenijenhuisen en F.A. baron van In- en Kniphuisen op de inkomsten uit de vaart door de Nijenoordsche veenen. no. 35 V. Stukken betreffende aan- en verkoop van goederen door J.P. baron van Sloet, geb. van Dedem tot den Gelder en haar 2e echtgenoot Mr. W. de Lille. no. 54 VI. Diversen, no. 55-57

Zwolle, Maart 1946.

Keywords

Subjects:

Eigendom, bezit en belastingen

Landbouw, Veeteelt en Visserij