Netherlands > Historisch Centrum Overijssel

0251.1

Vos van Steenwijk, familie De, takken Windesheim, Dikninge en Voorstonden

1290 - 1993
2015
Historisch Centrum Overijssel (HCO)
Nederlands

General remarks

Omvang archiefblok

5,60 m

Toegang

Mensema, A.J., Inventaris van de archieven de Vos van Steenwijk, 1290 - 1993, Zwolle (2007).

Openbaarheid

Het archief is openbaar.

Other descriptive information

De familie De Vos van Steenwijk

Met Albert van Steenwijk tot de Scheer treedt de familie De Vos van Steenwijk in het licht van de Overijsselse geschiedenis. In 1484 werd hij door de landsheer, de bisschop van Utrecht, genood voor de klaring te Kampen op 28 juli. In de klaring werd door de landsheer in hoogste instantie recht gesproken en werd hij daarin bijgestaan door de afgevaardigden van de Overijsselse steden en door de leden van de ridderschappen in Salland, Twente en het Land van Vollenhove. Albert van Steenwijk, die in 1485 overleed, was een zoon van Arend van Steenwijk en Femme van Ansen. Zijn huwelijk met de rijke en aanzienlijke erfdochter Johanna van Selwerd bracht hem naar Overijssel. Door dit huwelijk kwamen de aanzienlijke goederen om en nabij Hardenberg, niet ver van Coevorden in Drenthe en Emlicheim in het graafschap Bentheim, aan Van Steenwijk.
Deze tak had zich afgesplitst van de tak Ansen en bleef zich alleen 'van Steenwijk' noemen zonder de toevoeging 'de Vos'. Zijn tak van de familie Van Steenwijk, de tak 'tot de Scheer', stierf uit met Johan van Steenwijk, die in 1610 overleed. De havezate de Scheer of de Grote Scheer vererfde via zijn dochter Anna van Steenwijk in de familie Van Ensse. Wel stamde hieruit nog de tak Bonkenhave in het Land van Vollenhove. Die tak stierf uit met Johan van Steenwijk tot Bonkenhave, die op 14 januari 1681 overleed en in de Grote Kerk te Vollenhove werd begraven. Bonkenhave vererfde in de familie Gansneb genaamd Tengnagel.
Van deze zijn geen archiefbescheiden in de navolgende archieven bewaard gebleven.

Op de tak de Scheer volgt die van Roelof de Vos van Steenwijk tot Entinge, verschreven op de klaring te Vollenhove op 19 juli 1492. Hij was in 1489 maarschalk van David van Bourgondië geworden, die toen landsheer van Overijssel en bisschop van Utrecht was. Hij was een zoon van Roelof de Vos van Steenwijk en Hille van Ittersum en een kleinzoon van Hendrik de Vos van Steenwijk en Mette van Geesteren, welke laatsten behoorden tot de tak Ansen. Hoewel Roelof de Vos was gehuwd met de Overijsselse Jutte Mulert, die via haar moeder Agnes van den Rutenberg Roelofsdochter zekere rechten kon laten gelden in het Land van Vollenhove, valt aan te nemen dat hij eerder als behorende tot de entourage van de bisschop op de klaring verscheen, dan krachtens zijn recht als lid van de ridderschap van het Land van Vollenhove. Of misschien werd hij wel verschreven van zijn goed in Drenthe. Drenthe behoorde immers toentertijd - evenals Overijssel - tot het Oversticht.
Met Coert de Vos van Steenwijk, zoon van Hendrik en Evertrje Kruse, betreedt het eerste 'echte' Overijsselse lid van de familie het toneel. Hij werd als riddermatige op 17 juni 1531 voor het eerst op de landdag van de Overijsselse Staten toegelaten. Hij behoorde tot de tak Ansen en was gehuwd met Johanna van Isselmuden. Van hem en zijn voorgeslacht zijn stukken aanwezig in de onderhavige archieven.

Sedertdien speelde de familie De Vos van Steenwijk tot aan het einde van het Ancien Régime(de periode vóór 1795) een prominente rol in Overijssel. Voornamelijk als leden van de Ridderschap van Overijssel kon zij haar invloed laten gelden in de Staten van Overijssel, de souvereinen van dat gewest. En niet alleen binnen de Overijsselse Staten, maar ook daarbuiten; immers de provincie vormde met de overige zes gewesten van de Verenigde Nederlanden een Gemenebest, waardoor leden van de verschillende provinciale staten ook toegang hadden tot de Staten-Generaal, de Raad van State, de Generaliteitsrekenkamer en de verschillende Admiraliteitscolleges.
Het contact met Drenthe - de bakermat van de familie - bleef ook sterk. Niet alleen bleef de havezate Ansen onder Ruinen in Drenthe een belangrijk punt vormen voor de familie De Vos van Steenwijk, de banden met Overijssel bleven er niet minder om; want dikwijls werden de bruiden uit Overijsselse riddermatige families gekozen.
In de zeventiende en achttiende eeuw vormden in Overijssel de havezaten Glinthuis te Genne in Zwollerkerspel en Nijerwal te Vollenhove naast Ansen en de Havixhorst onder de Wijk in Drenthe de belangrijkste woonplaatsen. Uiteindelijk concentreerde de familie zich op het einde van de achttiende eeuw in Jan Arend Godert de Vos van Steenwijk (1713-1779), die in 1743 trouwde met Geertruid Agnes van Isselmuden. Alle nu nog bestaande takken van de familie stammen van dit echtpaar af.

Jan Arend Godert werd te Vollenhove geboren in de havezate Nijerwal op 30 november 1713. Naar goed vaderlands gebruik werd hij - omdat hij na de dood van zijn vader was geboren-naar zijn vader vernoemd, de naam Godert kreeg hij van zijn grootvader van moederszijde, Godert van Tuyll van Serooskerken. Alle drie namen komen nog steeds voor in de thans nog bestaande takken van de familie. Vanwege de ouderlijke havezate Nijerwal werd hij in de Ridderschap van Overijssel verschreven in 1738. Van 1744-1745 vertegenwoordigde hij Overijssel in de Staten-Generaal en van 1747-1753 in de Raad van State. Uit politiek oogpunt, maar zeker ook vanwege zijn kwaliteiten werd hij op 24 juni 1751 door de Overijsselse Staten aangesteld tot drost van Vollenhove. Dit was een belangrijk politiek ambt. Bijna als een vorst werd hij bij de aanvaarding van zijn ambt te Vollenhove ingehaald.
Hij was tevens een vermogend man. De Havixhorst liet hij in 1753 afbreken en opnieuw bouwen, met in de gevel het alliantiewapen van hem en zijn vrouw. De havezate Nijerwal te Vollenhove bezat hij reeds uit het vaderlijk vermogen. Van zijn moeder erfde hij nog verschillende Zeeuwse goederen. In 1770 kocht hij de havezate Hogerhof onder Olst, van welk goed hij zich in het vervolg als riddermatige liet verschrijven. De Vos van Steenwijk overleed op 17 juni 1779 en werd te Vollenhove begraven. Op 11 februari 1743 was hij te Barneveld gehuwd met Geertruid Agnes van Isselmuden van de Rollecate, een dochter van Johan van Isselmuden tot de Rollecate en Theodora Margaretha van Essen. Zij werd op de Rollecate bij Vollenhove geboren op 16 november 1721 en overleed op 18 september 1793.
Bij gelegenheid van hun huwelijk liet dit echtpaar zich in 1743 door Pieter de la Croix in een arcadisch landschap portretteren. Geheel overeenkomstig hun stand als riddermatige werd Jan Arend Godert geschilderd in een harnas en werd zijn echtgenote voorzien van een rode mantel, afgezet met hermelijn.

Uit bovengenoemd echtpaar De Vos van Steenwijk - Van Isselmuden, stammen de takken Windesheim, Dikninge en Voorwijk en tenslotte Voorstonden. Van elk van deze takken zijn archivalia voorhanden.

De archieven De Vos van Steenwijk

Het 'Familiearchief'

Hét familiearchief De Vos van Steenwijk bestaat niet, of misschien juister 'niet meer'. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 22 oktober 1944, werd de havezate Windesheim onder Zwollerkerspel getroffen door enkele geallieerde bommen en totaal verwoest. Bij dat bombardement ging niet alleen een prachtig huis verloren, maar ook een kostbare inboedel en naar alle waarschijnlijkheid ook het familiearchief De Vos van Steenwijk. Alleen dat wat, waarschijnlijk toevallig, zich buiten het huis bevond, bleef bewaard. Dit was waarschijnlijk het geval met de archivalia die in 2004 aan het Historisch Centrum Overijssel in bruikleen werden gegeven.
Ook werd een aanwinst verkregen door een schenking van charters, die naderhand bekend raakten als hét 'Familiearchief'.
Daarnaast bleven nog stukken bewaard uit de tak Dikninge en Voorwijk en de tak Voorstonden. Zij zijn op verschillende tijdstippen in bewaring gegeven aan het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle of diens rechtsvoorganger het Rijksarchief in Overijssel.

De verschillende onderdelen

De Schellertiende

De stukken betreffende de Schellertiende [NOTE Deze inventaris droeg als signatuur voor administratief gebruik binnen het HCO, toegang nr. 251; en werd ook wel in het archievenoverzicht, in de rubriek 'Families', aangeduid als: De Vos van Steenwijk II.] werden in januari 1962 door Albrecht Nicolaas de Vos van Steenwijk geschonken aan het Rijksarchief in Overijssel. In feite betrof het hier een vermogensbestanddeel met retroacta van zijn gelijknamige grootvader, die dit zakelijk recht aan het einde van de negentiende eeuw afkocht. Van de bij deze tiende behorende archivalia is een 'ongerubriceerde plaatsingslijst' vervaardigd, nadat het archiefje door het Rijksarchief in ontvangst was genomen.

De bewaargeving van 1968

De stukken betreffende de tak Ansen werden na de Tweede Wereldoorlog door Th.A. graaf van Limburg Stirum geschonken aan de 'chef de famille - De Vos van Steenwijk' in die tijd, Frederik Henri de Vos van Steenwijk genaamd van Essen tot Windesheim [NOTE A.N. de Vos van Steenwijk, Het geslacht De Vos van Steenwijk in het licht van de geschiedenis van de Drentse adel ('s-Gravenhage 1976), p. 295.] .
Dit fonds bestond uit 73 charters en werden nadien aangemerkt als het 'Familiearchief'. De stukken raakten waarschijnlijk in handen van de familie Van Limburg Stirum doordat Theodora Aurelia barones van Coehoorn, weduwe van Frederik Willem graaf van Limburg Stirum, huwde met Zeino Coenraad van Schwartz (1716-1799). Deze laatste was een zoon van Christoffel Bernhard Julius von Schwartz (1676-1754), die in 1707 te Ruinen in het huwelijk trad met Helena Agnes de Vos van Steenwijk (1686-1716), de erfdochter van de havezate Ansen onder Ruinen. Zeino Coenraad was tenslotte weer een kleinzoon van Seino Coenraad de Vos van Steenwijk tot Ansen (1641-1699) en Mechteld Elisabeth de Vos van Steenwijk (1644-1711).
Uit het huwelijk Van Schwartz-Van Coehoorn werd een enig kind geboren, Christoffel Bernhard Julius van Schwartz, die als luitenant-generaal in 1835 ongehuwd overleed. Ondertussen was het huis Ansen afgebroken en het kapitaal doorgebracht. Wellicht dat na 1835 hetgeen nog restte naar de familie Van Limburg Stirum ging.
Foto's van deze collectie charters, gemaakt voor A.N. de Vos van Steenwijk ten behoeve van zijn genealogische arbeid, werden in 1966 aangeboden aan het Rijksarchief in Overijssel, als een vorm van 'schaduwarchief'. De foto's zijn toen beschreven door mr. E.D. Eijken, die daarvan een inventaris produceerde onder de titel 'Stukken uit het familie-archief de Vos van Steenwijk in foto-kopie aanwezig op het Rijksarchief in Overijssel' [NOTE Voor de verwerving hiervan, zie de correspondentie van het Rijksarchief over 1966, nr. 353.] .

In 1968 werd dit fonds door F.H. de Vos van Steenwijk genaamd van Essen in bewaring gegeven bij het Rijksarchief, toen bestaande uit twee dozen en zestig enveloppen [NOTE Rijksarchief in Overijssel. Proces-verbaal van in bewaargeving, september 1968.] . Als toegang tot dit archief diende de inventaris van Eijken [NOTE Deze inventaris droeg als signatuur voor administratief gebruik binnen het HCO, toegang nr. 253; en werd ook wel in het archievenoverzicht, in de rubriek 'Families', aangeduid als: De Vos van Steenwijk III.] . Deze inventaris, gemaakt op de foto's, had de merkwaardigheid, dat sommige beschrijvingen uit twee nummers bestonden. Dat is niet verwonderlijk, want de eerste foto droeg als afbeelding de voorkant van een charter en de tweede die van de achterkant, wanneer daar een dorsale aantekening te vinden was. Zo komt het dus een enkele keer voor, dat in de inventaris op de originele stukken één charter soms een dubbel inventarisnummer heeft.

De aanwinst 1972

Door bemiddeling van A.N. de Vos van Steenwijk ontving het Rijksarchief in Overijssel op 11 augustus 1972 als schenking een aanwinst van mevr. N. Bloys van Treslong, geboren barones de Vos van Steenwijk. Volgens een zeer summier lijstje van 18 november 1970 betrof dit stukken van personen, behorende tot de takken Dikninge en Voorwijk en betrof het voornamelijk notariële akten over de periode 1772-1904. Van deze stukken werd geen nadere toegang vervaardigd [NOTE Dit bestand werd ook aangeduid als 'Familiearchief De Vos van Steenwijk II'.] .

De bewaargevingen van 2002 en 2004

De collectie Familiearchieven De Vos van Steenwijk werd vervolgens nog twee maal uitgebreid. In 2002 met een inbewaargeving door Godert Willem de Vos van Steenwijk te de Wijk van stukken betreffende leden van de familie De Vos van Steenwijk, die verbonden konden worden aan de tak Dikninge en Voorwijk, alsmede Voorstonden. Het belangrijkste én interessantste onderdeel hiervan waren de persoonlijke papieren van de vice-admiraal Albrecht Nicolaas de Vos van Steenwijk. Hiervan vervaardigde de heer A.J. Mensema een voorlopige inventaris.
Tenslotte werd in 2004 nog door de rentmeester van Jan Arend de Vos van Steenwijk genaamd van Essen drie bestanddelen in bruikleen gegeven: a. archiefbescheiden over de periode tot en met 1958; b. een archiefje van de propagandacommissie van de KNZHRM over de periode 1952-1958 en de leenakten met betrekking tot de heerlijkheid Abbenbroek.

De archieven

Het grootste gedeelte van de overgedragen archieven bestaat uit notariële akten, de zogenoemde expedities. Dit zijn de exemplaren bestemd voor de handelende personen in de akte. Het gros van deze akten is van zakelijke aard. Het betreft de koop of verkoop van gronden, erven en landerijen. Uit historisch oogpunt zijn dit de minst interessante stukken, hoewel zij voor de verkrijger ongetwijfeld belangrijk zullen zijn. Dergelijke akten berusten immers in minuut bij de notaris, welke akten na verloop van tijd in openbare archiefbewaarplaatsen bewaard worden. Betreffen het akten over transacties van onroerend goed, dan zijn zij ook nog eens overgeschreven in de desbetreffende registers van het kadaster, die ook weer na verloop van tijd in openbare archiefbewaarplaatsen te raadplegen zijn.
Kenmerkende stukken voor een familiearchief, zoals persoonlijke stukken in de vorm van aantekeningen, brieven e.d. ontbreken vrijwel geheel.
Wellicht wordt dit alles ruimschoots vergoed door de aanwezigheid van de stukken van de familiegenealoog Ab de Vos van Steenwijk. Ook zijn 'memoires' als zeeman over het marinebeleid gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn bijzonder interessant. Dat geldt ook voor de stukken van genealogische aard, bewaard bij de stukken betreffende de tak Voorstonden. Van bijzonder belang zijn daarin de beschouwingen van Jacob Evert de Vos van Steenwijk over het leven op Voorwijk aan het begin van de twintigste eeuw. Een juweeltje uit 1969, dat zo uitgegeven zou kunnen worden.

De inventarisatie

In 2004 is opdracht gegeven aan de ondergetekende tot inventarisatie en ordening van de in 2002 en 2004 overgebrachte archieven. Wegens drukke werkzaamheden is de hele herordening en inventarisatie pas gereedgekomen in de late zomer van 2007.
De centrale spil in al deze archieven met betrekking tot leden van de familie De Vos van Steenwijk fungeerde de vice-admiraal Albrecht Nicolaas de Vos van Steenwijk (Ab de Vos in de omgang). Deze laatste verwierf zich grote bekendheid als genealoog en wel vooral door de samenstelling van zijn levenswerk over zijn eigen familie. Hiervoor raadpleegde hij niet alleen de verschillende in openbare archiefinstellingen bewaarde archiefbescheiden, maar viel in eerste instantie terug op hetgeen binnen zijn eigen familie bewaard was gebleven. Helaas was dat niet veel, maar voor het starten en voltooien van zijn project over de familiegenealogie van essentieel belang. Alle stukken in de hierna beschreven archieven heeft Ab de Vos gezien en geraadpleegd. In enkele gevallen heeft hij er voor gezorgd, dat sommige bestanddelen in bewaargeving werden gegeven aan het Rijksarchief in Overijssel te Zwolle. Hij wist, dat de 'spullen' daar goed zouden worden beheerd. Hijzelf hield de bestanden goed in de gaten. Bij een bezoek aan het Rijksarchief in november 1978 - kennelijk bij gelegenheid van een vergadering van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis - constateerde hij, dat bij een vluchtig bezoek aan de 'zolder' (het archiefdepot) hij de dozen van het zogenoemde Familiearchief op de bekende plaats miste. Gelukkig wist de rijksarchivaris terstond te melden, dat zij er wel stonden, maar dat de etiketten wat verbleekt waren, waardoor het wellicht voor hem niet mogelijk was geweest zo snel de hem vertrouwde dozen te ontwaren.

Ab de Vos kende zeker bijna alle archiefstukken, van de meeste had hij voor zijn stamboom-boek korte uittreksels gemaakt. Ook had hij bij verschillende familieleden archiefstukken verzameld en bij zijn genealogische aantekeningen gestopt.
Dit alles overziend zou men kunnen spreken over een conglomeraat van archieven van leden van de familie De Vos van Steenwijk.
Bij de inventarisatie zijn zij dan ook beschouwd als één geheel, zij het niet als één familiearchief, noch als een huisarchief, maar als dé archieven De Vos van Steenwijk. Zij zijn gerangschikt volgens de verschillende takken of branches, Ansen, Windesheim, Dikninge en Voorwijk en Voorstonden. Deze benamingen zijn ontleend aan het standaardwerk over de familie zelf.
Alle onderdelen van de gedeponeerde archieven De Vos van Steenwijk zijn opnieuw bekeken en beschreven en vervolgens gecontroleerd met de bestaande inventarissen, die hierna hun geldigheid verliezen. De stukken zelf zijn gerangschikt volgens de personen, die de archieven hebben gevormd of aan wie stukken konden worden herleid. De daarbij behorende gegevens zijn ontleend aan het familieboek.
In de tak Windesheim zijn apart onderscheiden enkele stukken, waarvan het verband niet duidelijk is. De autografenverzameling is als een apart hoofdstukje aangemerkt en tenslotte als gedeponeerde archieven: 1) Comité Zwolle van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij; 2) De heerlijkheid Abbenbroek en 3) De havezate Velner.
In de tak Voorstonden zijn de stukken met betrekking tot de Schellertiende als een gedeponeerd archief opgenomen.
In beide takken Windesheim en Voorstonden bevinden zich stukken van genealogische aard.
Helaas moest bij de controle worden geconstateerd, dat in de autografenverzameling een brief van Desiderius Erasmus ontbrak.

Aan de inventaris gaan vier genealogische staten vooraf om beter het verband te laten zien. Bij verschillende namen zijn in superscript cijfers met een haakje gezet. Deze nummers verwijzen naar de desbetreffende paragrafen in de inventaris van de personen.

Citering

Bij gebruik van het archief in publicaties verdient het aanbeveling om in ieder geval te vermelden de instelling waar het archief zich bevindt-in dit geval in het Historisch Centrum Overijssel (HCO) te Zwolle -, verder tenminste éénmaal de gehele titel van deze inventaris: A.J. Mensema, Inventaris van de archieven De Vos van Steenwijk1346 - 1996 (Zwolle 2007). Wenst men nadien de naam van het archief in verkorte vorm weer te geven, dan verdient het aanbeveling om dat als volgt te doen: Archieven De Vos van Steenwijk1346-1996. Vervolgens wordt het inventarisnummer (inv. nr.) gegeven. Men vermijde om het toegangsnummer van het archief aan te geven, aangezien dit een aanduiding en codering is voor interne beheersdoeleinden bij het HCO.
Zwolle, 'Hof van Suythem', 1 augustus 2007.
Albertus Jans Mensema

Genealogische tabellen

Tak Ansen

Tak Windesheim

Tak Dikninge en Voorwijk

Keywords

Subjects:

Families en Personen
1 - 5 / 5
  • 1
0251.1 - 1. Tak Ansen
0251.1 - 2. Tak Windesheim
0251.1 - 3. Tak Dikninge en Voorwijk
0251.1 - 4. Tak Voorstonden
0251.1 - 5. Aanhangsel