Netherlands > Historisch Centrum Overijssel

0214

Huis Almelo

1236 - 1917 (1933)
2018
Historisch Centrum Overijssel (HCO)
Nederlands

General remarks

Opmerkingen

Voor vragen en informatie over het Huisarchief Almelo kunt u terecht bij J.H. Wigger, contactpersoon voor de Stichting Familie Van Rechteren Limpurg Almelo (zie www.stichtingvrl.nl/stichting.html onder de kop ‘Toegankelijkheid van de collectie’). Mail dan naar j.wigger@historischcentrumoverijssel.nl

Toegang

Mensema, A.J., Raat, R.M. de, Woude, C.C. van der, Inventaris van het huisarchief Almelo, 3 delen, 1236 - 1917 (1933), Zwolle (1993).

Openbaarheid

Stukken – zowel van persoonlijke als van zakelijke aard – jonger dan 100 jaar zijn niet openbaar dan na schriftelijke toestemming van de bewaargever, i.c. de Stichting Familie Van Rechteren Limpurg p/a Huize Almelo, Gravenallee 1, 7607 AG Almelo. Per 1-1-2034 is het in de onderhavige inventaris beschreven archief geheel openbaar.

Other descriptive information

Voorwoord

Bijna vijftig jaar zijn verstreken sedert het moment waarop het huisarchief Almelo zijn eeuwenlange verblijfplaats, huis Almelo, verwisselde voor een onderdak bij de Rijksarchiefdienst. Met het verschijnen van deze publikatie wordt uiteindelijk het ideaal volledig gerealiseerd dat in 1946 aan jhr. dr. D.P.M. Graswinckel, algemene rijksarchivaris, en mr. W.C. graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen, voor ogen stond: het archief materieel goed verzorgd en gehuisvest, inhoudelijk ontsloten volgens de beste tradities van het Nederlandse archiefwezen en goed beschikbaar voor historisch onderzoek.

Het werd een werk van lange adem, een werk dat meerdere keren stokte en waarbij de inzichten wel eens veranderden. Zonder aan de inbreng van de vele anderen die grotere en kleinere steentjes bijdroegen, tekort te willen doen moeten hier drie personen met ere genoemd worden: R.M. de Raat, C.C. van der Woude en A.J. Mensema. De eerste heeft in de jaren tachtig een voorlopig eindprodukt tot stand gebracht; de twee laatsten zorgden in ruim drie jaren voor de definitieve afronding. De publikatie die thans voorligt, heeft een omvang die vandaag de dag nog zelden voorkomt: een Inventaris voorzien van Regestenlijst, Leenrepertorium en Generale index, totaal een kleine achttienhonderd pagina's druks in zeven delen.

Het uitzonderlijk cultureel belang van het huisarchief Almelo voor Overijssel rechtvaardigt de grote investeringen van de afgelopen decennia. De toegangen op het huisarchief Almelo vormen het tastbaar resultaat van het werk van enige generaties archivarissen. Het is nu aan de onderzoekers om met deze instrumenten als hulpmiddel aan de slag te gaan en onze kennis van het verleden met name van Almelo en Vriezenveen, van Twente en Overijssel te vergroten en te verdiepen. Immers, het moet ook hier nog eens benadrukt worden: het huisarchief Almelo is een ware goudmijn voor ons inzicht in vele facetten van het maatschappelijk leven in vroeger eeuwen

Het Rijksarchief in Overijssel rekent het zich tot een eer onder de alhier beheerde archieven één van de belangrijkste en grootste particuliere archieven van ons land te mogen tellen. Op deze plaats past een woord van dank aan de huidige eigenaar van het archief, mr. A.F.L. graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen, voor het openstellen van deze rijke bron. Het geduld van de familie Van Rechteren Limpurg is lang op de proef gesteld, maar tenslotte is het werk voltooid! Zwolle, Sint Georgiusdag 1993, H. Bordewijk, Rijksarchivaris in Overijssel

De geschiedenis van het huis en zijn bewoners

Almeloo, een fraeie onbemuurde stad, bijna in 't midden van Twenthe; berucht om deszelfs linnenweverijen en toeneemenden welvaert. De graeven van Rechteren, die thans vrijheeren deezer plaetze zijn en er de hooge jurisdictie voeren-'t welk buiten hen in geheel Overijssel in geenen andere heerlijkheden of heeren plaets heeft-hebben er een schoon slot, meerendeels modern. In den jaere 1730 door C[ornelis] P[ronk] uitgebeeld en in ons Overijssels tekenkabinet te vinden. Welk slot reeds lange jaeren aldaer gestaen heeft en vast en sterk geweest is, als blijkt uit het verdrag in den jaere 1394 tussen Fredrik van Hekeren en Catharina van Almeloo, echteluiden, met bisschop Frederik van Blankenheim gemaekt. Uit hetwelke ook af te neemen is, dat Almeloo toen bewald en bevest is geweest. Tegenswoordig is dit huis met schoone hooven en veel cingelen en dreeven versierd, die eene aengenaeme wandeling en vermaekelijke schaduw verschaffen. Abraham de Haen, 1730 [NOTE Deventer. Stads- of Athenæumbibliotheek: hs. II, nr. 35 (oude signatuur 100 F 21): Memoriaal van Abraham de Haen, 173.] .

Wanneer de tekenaars Cornelis Pronk en Abraham de Haen in gezelschap van hun mecenas Andries Schoemaker in het eerste kwart van de achttiende eeuw Almelo bezoeken, treffen zij een welvarende plaats aan. Een plaats, die gedomineerd wordt door het 'schoone' huis Almelo en de daar residerende grafelijke familie Van Rechteren [NOTE Vgl. A.J. Mensema en A.J. Gevers, Over de hobbelde bobbelde heyde. Andries Schoemaker, Cornelis Pronk en Abraham de Haen op reis door Overijssel, Drenthe en Friesland in 1732 (Alphen aan den Rijn 1985).] . Het hoofd van die familie noemde zich vrijheer van Almelo en oefende er de hoge jurisdictie uit en bezat er vele andere rechten. Niet alleen binnen de stad Almelo, maar ook in het daar omheen liggende gelijknamige richterambt en in het daaraan grenzend schoutambt Vriezenveen, gezamenlijk vormend de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen.

Een uniek fenomeen binnen het toen soevereine gewest Overijssel. Weliswaar telde deze provincie binnen haar grenzen ook nog de heerlijkheden Zalk en Veekaten, Gramsbergen en De Eze, maar de daaraan verbonden rechten konden niet wedijveren met die van Almelo en Vriezenveen. Voor een niet gering deel was dit te danken aan de toenmalige heer van Almelo, Adolf Hendrik van Rechteren (1656-1731). In hem culmineerde als het ware alle macht en aanzien van het geslacht Van Rechteren, niet alleen binnen de heerlijkheid en het gewest Overijssel, maar ook binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden en op het Europese politieke en diplomatieke schouwtoneel. Voor hem en zijn nakomelingen verwierf hij in 1705 van de Duitse keizer ook de titel van graaf van het Heilige Roomse Rijk.

Het geslacht Van Almelo (ca. 1157-ca. 1450)

De oudste vermeldingen van een persoon, die aangeduid wordt als "van Almelo", dateren van 1157 en 1165 [NOTE Ter Kuile, Oorkondenboek, I, nrs. 65 en 68.] . In die jaren wordt Everhard van Almelo genoemd als getuige vanwege de bisschop van Utrecht en aangeduid als 'ministerialis', als dienstman van de bisschop. Deze kwalificatie houdt in dat zijn verhouding tot de bisschop, die tevens landsheer was, een afhankelijke is. Vanaf de dertiende eeuw echter worden de Van Almelo's niet meer zo aangeduid, zij heten dan 'miles' (ridder [NOTE Ter Kuile, 'De heerlijkheid Almelo 1236-1798', 370.] ) en voegen in hun stukken de woorden 'dominus in Almelo' (heer van Almelo) toe. Dit duidt zeker op een verhoging van hun sociale status, wellicht mede te danken aan het huwelijk van Hendrik van Almelo met de Nederstichtse edelvrouwe Volsedis van Woudenberg. Tevens duidt dit huwelijk op een brede, bovenregionale oriëntering van de Van Almelo's. Ook in latere tijd zullen zij huwelijken sluiten met vrouwen uit voornamelijk niet-Overijsselse families, hetgeen in niet onbelangrijke mate hun bijzondere positie binnen Overijssel bepaalde. De eerste vermelding van het huis Almelo dateert van 1236, een vermelding die grofweg met de eerste aanduidingen 'heer van Almelo' samenvalt. De oudste bewaard gebleven archiefstukken van het huisarchief Almelo dateren ook uit deze periode

Hendrik van Almelo wist in 1236 ten behoeve van de inwoners van het dorp Almelo van de Utrechtse bisschop het recht te verwerven een eigen kapel op te richten en zich af te scheiden van de moederkerk te Ootmarsum [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 3404, reg. nr. 2.] . Hoewel Hendrik van Almelo door zijn bezittingen al wel een grote mate van onafhankelijkheid rond Almelo bezat, betekende dit, dat hij ook op kerkelijk gebied voor Almelo de invloed van buiten zo veel mogelijk wenste te weren. Maar ook buiten het Oversticht was Van Almelo actief. In de strijd tussen Holland en Utrecht koos hij partij voor Holland en niet voor zijn landsheer, de Utrechtse bisschop. Ook ten opzichte van deze wenste hij een zekere onafhankelijkheid te creëren. Dit streven kenmerkte ook zijn opvolgers. Zo trachtte in de eerste helft van de veertiende eeuw Egbert (II) van Almelo zijn goederen los te maken van het Sticht. In 1318 droeg hij zijn kasteel Almelo op aan Reinoud III van Gelre als een 'open huis', om het daarna als leen van hem terug te ontvangen [NOTE Ter Kuile, Oorkondenboek, III, nr. 685.] . De graaf van Gelre had nu het recht om in tijden van nood krijgslieden op het huis Almelo te legeren. Toen in 1336 de graaf van Gelre het grootste gedeelte van het Oversticht van de Utrechtse bisschop in pandschap verwierf [NOTE Ter Kuile, Oorkondenboek, V, nr. 1096.] , keerden de Van Almelo's terug in het kamp van de bisschop om daardoor hun eigen positie weer te verstevigen en uit te bouwen

Toen in 1346 het pandschap werd ingelost, wist de toenmalige heer van Almelo, Arnold (IV), voor Almelo het recht te verkrijgen om jaarmarkten te houden [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 2279, reg. nr. 29.] . De Utrechtse bisschop Jan van Arkel bleek een krachtige persoonlijkheid te zijn, die een bedreiging vormde voor de zelfstandigheid van de heren van Almelo. Geen wonder dat Arnold (IV) van Almelo zijn erfdochter Beatrix omstreeks 1360 uithuwelijkte aan de Gelderse edelman Evert van Heeckeren van der Eze. Deze Evert was de zoon van Frederik van Heeckeren, die in de strijd om de macht in Gelderland aan het hoofd stond van de Heeckeren-partij. Bovendien was een broer van Evert, eveneens Frederik genaamd, gehuwd met Lutgard van Voorst, de erfdochter van het kasteel Rechteren bij Dalfsen. Daardoor werden zij tevens betrokken in de strijd van de Van Voorsten tegen de Utrechtse bisschop. Die strijd resulteerde uiteindelijk in de verovering door de bisschop van het kasteel de Voorst bij Zwolle en de ontmanteling daarvan in 1362 [NOTE Het kasteel Voorst, 160.] .

Eén jaar later werd de vrede gesloten tussen de bisschop en de beide broers Van Heeckeren, waarbij de laatsten zich volledig onderwierpen aan het bisschoppelijk gezag [NOTE C.A. Rutgers, Jan van Arkel, bisschop van Utrecht (Groningen 1970), 148.] . Almelo was in die tijd een leengoed van de Utrechtse bisschop, die daardoor zekere rechten kon laten gelden, zoals het oproepen ter heervaart. Bovendien was het sedert 1363 een 'open huis'. Omstreeks 1380 werd Beatrix van Almelo, als 'Everts vrouwe van der Ese', vermeld als zijnde beleend met o.a. 'die vriheit der herscap van Almelo' [NOTE S. Muller Fz., Registers en rekeningen van het bisdom Utrecht II ('s-Gravenhage 1891), 710.] . Dat daaronder ook het Almelerveen viel, blijkt wel uit het feit, dat bij de belening van Egbert van Heeckeren genaamd van Almelo in 1433 dit gebied werd aangeduid als 'dat Vriezenveen'.Met de volgende bisschop, Johan van Virnenborg, werd in 1367 de vredesovereenkomst nogmaals bekrachtigd. Als blijk van goede wil van beide partijen vond op 3 april 1369 de bezegeling plaats van de akte van huwelijkse voorwaarden voor het dubbelhuwelijk tussen twee dochters van Frederik van Heeckeren en een neef en broer van de bisschop [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 29, reg. nr. 66.] .

In de periode daarna tot ongeveer 1390 wist de heer van Almelo talrijke verbintenissen aan te gaan met de hem omringende heren en dynasten, waardoor zijn positie rond Almelo en in Twente werd geconsolideerd. Daardoor konden Evert van Heeckeren en naderhand zijn zoon Egbert het zich veroorloven op hun beurt allerlei voorrechten en privileges te verlenen. Zo verkregen in 1390 de Friezen op het veen te Almelo het recht om de daar liggende landen te ontginnen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 3251.] en werden aan de inwoners van Almelo en Vriezenveen in 1420 zekere rechten verleend [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1455 en 1676.] . Op deze wijze schonken de heren van Almelo aan de inwoners van de 'herscap', de latere heerlijkheid Almelo en Vriezenveen [NOTE In de inventaris en in de inleiding zal in het vervolg de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen alleen aangeduid worden als de heerlijkheid Almelo.] , de mogelijkheid tot verdere ontplooiing, waardoor het fundament voor een zekere welvaart in de heerlijkheid werd gelegd. Uiteraard vond dit alles slechts plaats onder voorbehoud van de rechten van de heren van Almelo.

Met grote financiële problemen werd in het midden van de vijftiende eeuw Johan van Almelo geconfronteerd. Dit hield verband met goederen, leenroerig aan de heren van Voorst, uit de nalatenschap van zijn moeder Elisabeth van Voorst, die in het najaar van 1450 was overleden. Toen in 1457 hierover een compromis werd gesloten, werd Johan van Almelo genoodzaakt de heerlijkheid Almelo in pandschap te geven aan zijn verwant Sweder van Voorst en Keppel [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 45 en 1423.] . Sweder van Voorst en Keppel noemde zich sedertdien ook 'jonker te Almelo'. Na het kinderloos overlijden van Johan van Almelo omstreeks 1461 trok Sweder van Voorst en Keppel de heerlijkheid definitief aan zich. Zijn belangen lagen echter duidelijk in Gelderland [NOTE vgl. A.P. van Schilfgaarde, Het archief van het huis Keppel 1272-1853 (Arnhem 1975), Inleiding.] . Toen hij omstreeks 1470 een scheiding hield met zijn broers en zusters betreffende de ouderlijke nalatenschap, stond hij Almelo af aan zijn broer Otto van Rechteren, die toen reeds in het bezit was van het kasteel Rechteren bij Dalfsen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1424.] .

Almelo aan de Van Rechterens (ca. 1470-1531)

Wy waren Heeckeren al over menigh eeuw,
Uyt 't oude Ridders Huys van Rechterengesproten,
Noch stryden wy voor 't recht van Overysselsch Leeuw
En syn door Vryheersmacht, een stijl der Bontgenoten.
Anthony van Mierlo, 1663 [NOTE A. van Mierlo, "Op den geboeyden Mars", Zwolle 1663 (In de bibliotheek van het huis Almelo te Almelo).] .

Otto van Rechteren tot Rechteren is de eerste van de familie Van Rechteren, die tegelijk zowel Almelo als Rechteren bezat. Hij behoorde tot de aanzienlijkste riddermatigen van Overijssel [NOTE Mensema, Ridderschap van Overijssel, nr. 2.] , bovendien had hij de ridderslag ontvangen. Onder hem brak echter voor Almelo een tijd aan, waarin de bezitter van de 'herscap' weinig aandacht aan zijn bezitting besteedde. Zijn Sallandse bezittingen-naast Rechteren bezat hij ook nog aanzienlijke goederen onder Heino en Hellendoorn (de latere havezaten Bredenhorst en Egede)-hadden duidelijk zijn voornaamste aandacht, gevolgd door die in Utrecht. Dit zou ook onder zijn directe opvolgers zo blijven.

Toen hij in 1478 stierf, erfde zijn oudste zoon Frederik de Sallandse goederen en werden de Almelose bezittingen toebedeeld aan zijn tweede zoon Johan. Na het vroegtijdig sterven van Frederik van Rechteren in 1478 kwam Rechteren ook aan Johan van Rechteren, zodat beide bezittingen weer in één hand verenigd waren. Opvallend is, dat in 1490 de heer van Almelo zijn bastaardbroeder Johan van Rechteren voor langere tijd het beheer van huis en heerlijkheid opdroeg [NOTE Huisarchief, inv. nr. 1202, reg. nr. 660.] , nadat hij eerder al een zaakwaarnemer met het beheer had belast. De geringe belangstelling van de Van Rechterens voor Almelo blijkt ook wel uit het feit, dat men omstreeks 1498 van plan was Almelo te verkopen aan de graaf van Bentheim [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1425.] .

Na het kinderloos overlijden van Johan van Rechteren in 1500 vererfden zowel Almelo als Rechteren op zijn broer Alof of Adolf van Rechteren [NOTE F. Keverling Buisman, 'Adolf van Rechteren (circa 1465-1520)' in: J. Folkerts e.a. (red.), Overijsselse biografieën, 1, (Meppel/Amsterdam 1990), 147-150.] . Als drost van Coevorden zetelde hij in de gelijknamige plaats en naderhand-sedert 1504-voornamelijk op Rechteren. Het is waarschijnlijk weer vanwege de geringe belangstelling, dat Adolf van Rechteren in 1512 afstand deed van Almelo ten behoeve van Adriaan van Reede [NOTE Mensema, Ridderschap van Overijssel, nr. 113.] , ofschoon deze laatste in 1516 de bezitting weer aan Van Rechteren overdroeg [NOTE Huisarchief, inv. nr. 1413, reg. nr. 823.] . De tijdsomstandigheden, waaronder Almelo weer aan Adolf van Rechteren terugkwam, waren niet erg gunstig. De Gelderse oorlogen richtten in en rond Almelo veel schade aan. Zij lieten ook het huis Almelo niet geheel onberoerd. In 1519 volgde Hendrik van Rechteren zijn vader in Almelo en ook in Rechteren op. In 1531 droeg hij Rechteren over aan zijn jongere broer Otto.

Strijd om het bezit van huis en heerlijkheid (1531-1620)

Voor Almelo scheen een betere tijd aan te breken, toen Hendrik van Rechteren zich in 1533 met de gefortuneerde [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 103.] Walraventje van Rossum op Almelo vestigde. Dit huwelijk bleef echter kinderloos. Hierdoor moest hij, zoals in die tijd gebruikelijk was, na haar overlijden haar inbreng in het huwelijk aan haar familieleden teruggeven. Dit lukte hem slechts met de grootste moeite [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 111.] .

Zijn financiële situatie verslechterde in zijn tweede huwelijk zo mogelijk nog meer. Allereerst schonk hij in 1556 zijn tweede vrouw, Agnes van Westerholt, het vruchtgebruik van de hele heerlijkheid met alle onderhavige goederen en rechten [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 111 en 2365. Overigens is pas in de akte van 17 december 1556 voor het eerst sprake van de 'heerlicheyt'. Vandaar dat dit stuk in latere tijd een belangrijke rol speelt en het origineel tegenwoordig berust in het archief van de Prefect van de Monden van de IJssel (voorl. inv. nr. 7503).] . Vervolgens verkocht hij vijf jaar later in 1561 aan Agnes' broer Herman de gehele heerlijkheid met als tegenprestatie enkel een eenvoudige schuldbekentenis inzake het levenslange vruchtgebruik. Hierdoor kwam de heerlijkheid geheel in handen van de Van Westerholts.

Herman van Westerholt was nu de bezitter en Agnes bezat het vruchtgebruik [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 1415.] . Waarschijnlijk kreeg Hendrik van Rechteren achteraf spijt van deze daad. Vanaf zijn ziekbed probeerde hij de opvolging alsnog anders te regelen. Van Westerholt weigerde echter te verschijnen. Het enige wat Hendrik van Rechteren tenslotte nog restte, was het afleggen van een aantal verklaringen over deze zaak [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 1426.] , voordat hij in 1567 stierf. De familie Van Rechteren zou nu alles in het werk stellen om toch nog huis en heerlijkheid te kunnen erven [NOTE Huisarchief, inv.nr. 1426.] . Zij werd bij haar verzet gesterkt door een aantal argumenten.

Er was het gegeven dat er nooit een koopsom door Hendrik van Rechteren was ontvangen; slechts een schuldbekentenis was immers overhandigd. Bovendien kon de heerlijkheid alleen vervreemd worden met toestemming van de landsheer in zijn kwaliteit als leenheer, en dit was niet gebeurd. Agnes van Westerholt was niet van plan zich gemakkelijk gewonnen te geven. Omstreeks 1575 hertrouwde zij met Rutger Torck. Beide noemden én gedroegen zich in alle opzichten als heer en vrouwe van Almelo. Dit huwelijk bleef echter eveneens kinderloos. Om Almelo toch voor haar familie te behouden verkocht zij in 1607 aan haar neef Borchard van Oer tot Kakesbeke [NOTE Borchard van Oer was een zoon van Lambert van Oer en Jutte van Westerholt, die een zuster was van Agnes en Herman van Westerholt. Vgl. Mensema, Ridderschap van Overijssel, nr. 458.] , heer van Zalk en Veekaten, haar rechten op de heerlijkheid samen met die van de kinderen van haar broer Herman [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 1416.] .

Deze kwestie bleef tot in 1619 doorspelen. Voor de hele gang van zaken was ook van belang de scheiding van Overijssel in het laatste kwart van de zestiende eeuw in een Spaans en een Staats kamp. Ridderschap en Steden, de Staten van Overijssel, kwamen sedert 1578 op eigen gezag bijeen en oefenden de soevereine rechten van de landsheer uit. Hun invloed breidde zich geleidelijk over geheel Overijssel uit. Twente bleef echter een belangrijk steunpunt voor de Spaanse koning en werd tevens het terrein van militaire acties. Geregeld diende in die tijd het huis Almelo als legerplaats van Spaanse troepen. De stad Almelo was in deze periode wisselend in handen van de Staatse en Spaanse troepen [NOTE Ter Kuile, De opkomst van Almelo, p. 94. Eveneens Huisarchief Almelo, inv.nr. 126.] .

Na het overlijden van Agnes van Westerholt in 1619 werden de Van Rechterens na een enerverend proces voor de Overijsselse Staten uiteindelijk in het gelijk gesteld en herkregen zij hun rechten op de Almelose bezittingen in 1620. In ieder geval kon de toenmalige Rechterense pretendent, Johan van Rechteren tot Rechteren [NOTE C.C. van der Woude, 'Johan van Rechteren (circa 1595-1641)', in: J. Folkerts e.a. (red.), Overijsselse biografieën 1 (Meppel/Amsterdam 1990), 151- 154. Hendrik van Rechteren, de eerste echtgenoot van Agnes van Westerholt, was de oudste broer van Johans grootvader.] , in 1616 al rekenen op de steun van de stad Almelo. In dat jaar en dus drie jaar voor de definitieve uitspraak in dit geschil, verscheen Johan van Rechteren op het Almelose raadhuis, waar de burgemeesters hem hun beloften van trouw gaven. De oorlogsdreiging duurde echter tot 1628, toen ook de Twentse 'hoofdstad' Oldenzaal van de Spanjaarden werd bevrijd. Daarna vestigde Johan van Rechteren zich definitief op het huis Almelo.

Jaren van voorspoed en consolidatie (1620-1674)

Met Johan van Rechteren treedt een krachtige persoonlijkheid aan in het beheer van Almelo. Door tijdgenoten [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 3680, p. 869-870.] werd hij getypeerd als 'een edelman die anders belevet ende verstendig genoeg, ock gewaldig prosperieret in syn goet. Averst hefft so een quaden dronck an sich dat hie oft syn geste off diener sliet'. Van Rechteren was de typische vertegenwoordiger van een nieuwe generatie riddermatigen. Als onderdeel van een bepaalde adellijke levensstijl [NOTE Vgl. C. Gietman, 'Het adellijke bewustzijn van Sweder Schele tot Weleveld', in: Overijsselse Historische Bijdragen 107 (1992), 83-114.] , werd hij voor zijn educatie in 1610 naar de pas opgerichte Academie te Franeker gestuurd. Niet in de eerste plaats om er zich te bekwamen in de wetenschappen, maar vooral om zich schermen, paardrijden en conversatie op een zeker niveau eigen te maken. Aangezien zijn vader was overleden en hij niet alleen de havezate Rechteren had geërfd, maar ook de havezate Bredenhorst onder Heino en de rechten op Almelo, kon hij reeds vroeg de Overijsselse politieke arena betreden. In 1618 werd hij reeds als riddermatige vanwege de havezate Almelo toegelaten tot de Overijsselse statenvergaderingen, als lid van de Overijsselse Ridderschap. Dit gaf hem toegang tot het bestuur van het gewest Overijssel.

De toelating of admissie tot de Ridderschap van Overijssel werd pas in 1622 gereglementeerd door de Overijsselse Staten [NOTE Vgl. Ter Kuile, Havezathen van Twenthe, 9 e.v.; J. Westra van Holthe, Vollenhove 1354-1954 en haar havezathen (Assen 1958), 221 e.v.; Gevers en Mensema, Havezaten in Salland, vii e.v.; A.J. Mensema en Js. Mooijweer, Havezaten van Vollenhove. Marxveld, Oldenhof en Oldruitenborgh (Zwolle 1989), 19 e.v.; A.J. Mensema, Kasteel Rechteren (Zwolle 1991), 9 e.v.] . Belangrijk was, dat de geadmitteerde behoorde tot een riddermatige Overijsselse familie-voor de Van Rechterens sprak dat voor zich -, dat hij de gereformeerde religie was toegedaan en meerderjarig moest zijn. Onmisbaar was tevens het bezit van een havezate. Dit was een goed, dat in ieder geval tijdens de landsheerlijke periode gevrijd moest zijn geweest van diverse belastingen. Voor Almelo gold dit zeker, gezien de reeds in de zestiende eeuw afgegeven bewijzen van belastingvrijdom [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1439 en 1440.] . Tenslotte moest dit goed een waarde vertegenwoordigen van minstens 25.000 gulden en 'adellijk' betimmerd zijn, aan welke eisen Almelo eveneens voldeed.

Als veelbelovende jonge edelman bekleedde Johan van Rechteren de gebruikelijke ambten. De eerste daarvan was gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Overijssel, welke functie hij van 1625 tot 1633 vervulde. Opvliegend van aard als hij was, doodde hij in 1633 tijdens een meningsverschil zijn knecht. Hem werd de toegang tot de statenvergadering ontzegd, waardoor er een abrupt einde kwam aan zijn politieke carrière. Nu hij niet meer in staat was zijn rechten als riddermatige uit te oefenen, wist hij echter toch van de Overijsselse Staten gedaan te krijgen dat zijn verwant Willem Ripperda tot Boxbergen [NOTE Mensema, Ridderschap van Overijssel, nr. 517. Deze Ripperda kreeg naderhand enige bekendheid als Overijssels gezant bij de Munsterse vredesonderhandelingen in 1648.] zijn mandaat als gedeputeerde ter Staten-Generaal kon overnemen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 175.] . Geheel in de lijn der verwachtingen huwde Johan van Rechteren niet met een 'inheems' meisje, maar trouwde hij in 1616 Joachima van Wijhe, die hem de heerlijkheid Hernen in de Betuwe en vele andere goederen ten huwelijk aanbrengt. Na de dood van zijn vrouw in 1636 hertrouwde Van Rechteren in 1640 met Johanna van Heeckeren.

Dit tweede huwelijk dat niet zo prestigieus was als zijn eerste, zal zeker eerder uit affectie gesloten zijn, dan uit berekening. Geheel overeenkomstig zijn levensstijl verwekte hij bij een onbekende vrouw nog een bastaard Hendrik van Rechteren, die later als rentmeester van Almelo nog een vertrouwensrol zou spelen in de jonge jaren van Adolf Hendrik van Rechteren. Johan van Rechteren was ook de eerste, die een rentmeester in permanente dienst had. Hij zorgde er voor dat deze rentmeester een adequate opleiding had genoten, dan wel zich in de praktijk had geschoold. Meestal oefende deze ook de functie van richter in het richterambt Almelo uit. Ook werd de administratie van huis en heerlijkheid goed geregeld. Van Rechteren wist daarvoor de juiste personen aan te trekken. In 1627 verleenden de Staten van Overijssel aan de heer van Almelo de rechtspraak in criminele zaken. Deze hoge jurisdictie probeerden de heren van Almelo zich overigens al eeuwen aan te matigen, maar zij waren volgens eerder gesloten overeenkomsten met de bisschoppen van Utrecht, als landsheren, daar niet toe gerechtigd.

Na het overlijden van Johan van Rechteren in 1641 duurde het tot 1645 eer de boedelscheiding tussen zijn kinderen plaatsvond. Zijn oudste zoon Zeger-in 1644 meerderjarig geworden-kreeg Almelo toegedeeld. Zijn tweede zoon Joachim Adolf ontving Rechteren en zijn jongste zoon Johan Reinhard de Bredenhorst. Legde Johan van Rechteren het fundament voor de nieuwe luister van Almelo; het was Zeger van Rechteren die het gebouw zowel letterlijk als figuurlijk opsierde. Ook Zeger volgde de gang door de diverse ambten in het gewestelijke bestuur. Hij werd in 1644 vanwege Almelo verschreven in de Ridderschap van Overijssel. Ongebruikelijk is dat hij eerst lid was van Gedeputeerde Staten van Overijssel (1650-1658) en naderhand pas gedeputeerde ter Staten-Generaal (1663-1666). Waarschijnlijk hing dat ook samen met de vervulling van verschillende militaire functies in het leger van de Republiek. Sedert 1665 bezat hij een eigen regiment cavalerie. Nadat dit in 1668 werd opgeheven, werd hij in 1671 wederom benoemd als kolonel van een cavalerieregiment.

Met zijn tweede vrouw Margaretha Torck voerde hij een grootse staat. Van zijn meer dan gemiddelde smaak getuigen ook de van Van Rechteren bewaard gebleven ruiterportretten [NOTE C. Dumas, In het zadel. Het Nederlands ruiterportret van 1500 tot 1900 ('s-Gravenhage 1980), 100 (nr. 9).] . Dat dit prachtlievende echtpaar ook op status gesteld was, blijkt wel uit het feit dat zij een schitterend gestoken lijst lieten vervaardigen met de wapens van hun beider voorouders, die nu nog op het huis aanwezig is. Kennelijk was het hun bedoeling hierin hun portret te plaatsen, maar door het overlijden van Margaretha van Torck omstreeks 1669 is het hiervan niet gekomen. Zeger van Rechteren liet ook het oude huis tot de grond toe afbreken om er een modern gebouw te laten verrijzen. Aangenomen mag worden dat het nieuwe huis in september 1652 weer te bewonen viel.

Toen werden namelijk de meubels van Margaretha Torck vanuit Zaltbommel naar het huis overgebracht [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 962, d.d. 11 september 1652. Wij houden 1652 aan op basis van bovenstaande en op basis van de rentmeestersrekening uit dat jaar, waarin nadrukkelijk gesproken wordt over "nye hues to Almelo". Dit in tegenstelling tot het tot nu toe veelal aangehouden jaar 1662, dat gebaseerd is op een gedenkplaat die vroeger boven de deur van het huis was aangebracht.] . Het huis moet er in die tijd fraai hebben uitgezien. De voorhof bestond uit een aantal gebouwen, waaronder het poorthuis, een stal met woongedeelte, een nieuw stenen bouwhuis van zes gebinten, een huis met schuur en turfhuis waar de richter woonde en een nieuw aangelegde hof met daarin een stenen lusthuis. Het huis zelf bezat een rijk interieur met o.a. Italiaanse schoorsteenmantels met vergulde omlijstingen en verguld leerbehang. Tevens was het huis bedekt met geglazuurde pannen en was de ingang voorzien van marmeren pilaren.

Ook de omgeving van het huis werd verfraaid. Er werden lanen aangelegd rondom het huis en in de richting van de stad Almelo. Bovendien werden zij voorzien van bruggen waar dat nodig was. Door deze verbouwingen was het huis geheel onverdedigbaar geworden. Tijdens de Munsterse invallen in 1665 in Overijssel was Almelo een gemakkelijke prooi. Al het fraais-door Zeger van Rechteren opgebouwd -werd afgebroken. Toen de bezettende macht in 1665 weer was vertrokken, bleef slechts een ruïne over. Het huis was nauwelijks provisorisch hersteld [NOTE Slechst één bouwhuis-met het jaartal 1670-werd nieuw opgebouwd.] of geregelde Munsterse en Keulse troepen veroverden Overijssel in 1672 [NOTE J. den Tex, Onder vreemde heren. De Republiek der Nederlanden 1672-1674 (Zutphen 1982).] .

Als voorzorg had Zeger van Rechteren, die wegens militaire verplichtingen niet te Almelo verbleef, reeds een groot deel van de inboedel te Zwolle in veiligheid gebracht [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 182.] . De schade die toen ontstond was in verhouding niet erg groot. Na het vertrek van de troepen in augustus 1674 was een grote schoonmaakbeurt met wat kleinere reparaties voldoende om het huis weer bewoonbaar te maken. Van Rechterens neef en opvolger Adolf Hendrik van Rechteren kon vervolgens zijn goederen vanuit Zutphen laten overkomen en zijn intrek op huis Almelo nemen [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 967, d.d. 30 augustus 1674 en 29 december 1674.] . Onder Zeger van Rechteren ontstonden ook de eerste grote conflicten met de inwoners van de stad Almelo. Zij gingen voornamelijk over de benoeming van de stadsbestuurders door de heer van Almelo in februari (de z.g. Petri-keur), het opleggen van boeten in burgerlijke zaken en over diensten van de burgerij [NOTE Vgl. Ter Kuile, De opkomst van Almelo, 51.] .

Almelo onder Adolf Hendrik van Rechteren en zijn nakomelingen (1674-1819)

De Graav van Rechteren, het oog en Regterhand van Overyssels Staat, het Roer van 't Vaderland N.N., 1731. [NOTE N.N., Treurtoon ter roemwaardige nagedachtenisse opgeheven van zyn excellentie Adolf Hendrik grave van Rechteren (Zwolle 1731). Vgl. Huisarchief Almelo, inv. nr. 236.] .

Adolf Hendrik van Rechteren was een zoon van Joachim Adolf van Rechteren, heer tot Rechteren, en Margaretha van Haersolte. Adolfs oudere broer Johan Zeger zou na het overlijden van zijn vader Rechteren krijgen. Dit was waarschijnlijk de aanleiding voor Zeger van Rechteren om zijn neef Adolf Hendrik bij testament tot universeel erfgenaam aan te wijzen. En dit was geen ongelukkige keus. Het was immers Adolf Hendrik die als diplomaat, voornamelijk als extraordinaris envoyé (gezant) en onderhandelaar, een verdienstelijke carrière opbouwde [NOTE D.P.M. Graswinckel, 'Adolph Hendrik van Rechteren, heer van Almelo, staatsman en diplomaat 1656-1731', in: Overijsselse portretten (Zwolle, 1958), 95-11.] , waarvoor hij in 1705 met de titel van graaf van het Heilige Roomse Rijk door de Duitse keizer Josef I werd beloond.

Daarnaast vervulde hij vanaf 1705 tot aan zijn overlijden de functie van drost van Salland. In die functie was hij de hoogste politieke ambtenaar in Overijssel en tevens voorzitter van de Staten. Het was waarschijnlijk tevens aan zijn persoonlijkheid te danken, dat de verhouding tussen de heer van Almelo en de ingezetenen van de stad Almelo en de heerlijkheid redelijk harmonieus was. In 1695 huwde hij de niet onbemiddelde Sofia Juliana des H.R.Reichsgräfin von Castell- Rüdenhausen. Mede dankzij een aantal bekwame rentmeesters zoals zijn bastaardoom Hendrik van Rechteren en sedert 1685 Jacob Boom wist hij zich van een goed beheer van zijn goederen verzekerd. Ook wist hij zijn goederenbezit aanmerkelijk uit te breiden. Door aankoop van landerijen en erven rondde hij zijn eigen bezit binnen stad en richterambt af. In latere tijd wist hij voor zijn talrijke zonen havezaten te verwerven zoals Noorddeurningen, Gramsbergen, 't Laer en Borgbeuningen. Zijn dochters wist hij op goede wijze uit te huwelijken.

Het huis Almelo liet hij verder verfraaien [NOTE Vgl. H.W.M. van der Wyck, De Nederlandse buitenplaats. Aspecten van ontwikkeling, bescherming en herstel (Alphen aan den Rijn 1982), 87.] en voorts liet hij in 1695 een nieuw bouwhuis zetten op het voorplein als pendant van het reeds bestaande. Bovendien voerde hij een aantal grootse landschappelijke en tuinarchitectonische veranderingen door. De tuin werd volgens de toen in zwang zijnde Franse symmetrische stijl aangelegd. Daarnaast liet hij de bijna vijf kilometer lange Gravenallee met de daarachtergelegen Gravendijk [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 926, fol. 98 en 99.] , de koeweide, het lustbos en een sterrebos aanleggen.

In 1731 stierf Adolf Hendrik van Rechteren. Zijn oudste zoon Adolf Philip Zeger was al bijna twee jaar weduwnaar, toen hij zijn vader opvolgde. Al in 1724 geadmitteerd in de Ridderschap van Overijssel, vervulde hij van 1735-1738 slechts het onbelangrijke ambt van Overijssels gecommitteerde bij de Admiraliteit op de Maas te Rotterdam. In 1747 ontstond er een geschil met de drost van Twente over de competentie in de uitoefening van de criminele rechtspraak door de heer van Almelo. Van Rechteren zag in, dat wanneer hij in dit dispuut het onderspit delfde ook zijn andere rechten zouden worden aangetast. De bekende Gelderse jurist Johan Schrassert kreeg van hem de opdracht een uitgebreide verdedigingsschrift op te stellen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1443-1446. Vgl. [J. Schrassert], Deductie van de Rechten en Gerechtigheden der Heerlijkheid Almelo gedaan opstellen door den hooggeboren gestrenge heere Adolf Philip Zeger graaf van Rechteren, heere van Almelo (Harderwijk 1749). Aanwezig in de bibliotheek van het Rijksarchief in Overijssel.] .

Tevens stelde deze in 1751 een verzoekschrift op gericht aan de stadhouder, die dit overgaf aan de Overijsselse Staten [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1447.] . Hierop werd door de Staten gereageerd met de Consideratiën [NOTE Consideratiën overgegeeven aan Ridderschap en Steden, de Staaten van Overyssel, op het request voor Adolf Philip Zeiger graave van Rechteren, heere van Almelo en Vriesenveen [...] ende gedrukt ingevolge resolutie van Haar Edele Mogende van den 26en november 1750, (Deventer 1751).] . Uiteindelijk kwam het in 1754 tot een convenant met de Overijsselse Staten. Deze erkenden het recht van de heer van Almelo, echter op voorwaarde dat hij zich verder zou 'gedragen naar de landrechten en de wetten der provincie'. Formeel mocht Adolf Philip Zeger van Rechteren gelijk gekregen hebben, maar de feitelijke uitoefening van zijn rechten was voortaan aan het in Overijssel geldende recht ondergeschikt. Gedeeltelijk lag hierin de oorsprong van de moeilijkheden die zijn dochter later zou ondervinden. Alleen een dochter, Sofia Carolina Florentina van Rechteren, overleefde hem. Zij erfde in 1771 het complex in precies dezelfde staat als waarin haar grootvader het had achtergelaten.

Geheel en al probleemloos verliep de vererving van Almelo niet. De vraag was óf Sofia Carolina Florentina van Rechteren wel kon opvolgen in de rechten van haar vader. Er waren een aantal bepalingen in het testament van haar grootvader Adolf Hendrik van Rechteren die tot twijfel aanleiding gaven [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nrs. 271-273.] . De belangrijkste was dat hij Almelo en de daaronder ressorterende goederen had belast met een fideïcommissaire bepaling (dat is een bepaling waarbij bepaalde voorwaarden gelegd worden op zekere goederen waaraan de opvolgende verkrijgers van die goederen zich dienen te houden: de z.g. erfstelling over de hand). Zo'n constructie werd in die tijd vaker gebruikt om te voorkomen, dat het goederenbezit verdeeld zou worden onder de verschillende erfgenamen. Van Rechteren nam deze bepaling dan ook op om zijn directe nakomelingen als heer van Almelo te verzekeren van een solide basis en zodoende de machtsbasis van zijn geslacht in stand te houden. Tevens bepaalde hij, dat Almelo slechts mocht vererven op een lid van de familie Van Rechteren dat tevens van hem moest afstammen.

Toen in 1750 de jeugdige enige zoon van Adolf Philip Zeger van Rechteren overleed, leken de problemen voor de opvolging in Almelo zich aan te dienen. Echter-of zij het voortijdig overlijden van haar broer voorvoelde -, in 1746 was Sofia Carolina Florentina gehuwd met haar achterneef Jan Everhard Adolf van Rechteren Limpurg, heer tot Rechteren. Hierdoor kon zij stellen, dat in ieder geval haar kinderen én Van Rechteren heetten én afstamden van Adolf Hendrik van Rechteren. Van Rechteren Limpurg overleed al in 1758 met achterlating van vier kinderen. Sofia Carolina Florentina hertrouwde daarop met haar neef Johan Reinhard Burchard Rudolf van Rechteren tot Noorddeurningen, die tevens de stamhouder was van de nakomelingen van Adolf Hendrik.

Mochten de overige erfgenamen haar dan niet als rechtmatige erfgename beschouwen; in ieder geval was haar tweede man dat. Dit huwelijk bleef evenwel kinderloos. Toen Sofia Carolina Florentina van Rechteren na de dood van haar vader in 1771 in zijn rechten trad, werden die met name door de nog levende nakomelingen van Frederik Willem van Rechteren tot Noorddeurningen en Reinhard Burchard Rutger van Rechteren tot Gramsbergen betwist [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1430-1433.] . Zij werd in dit proces, dat tot 1793 zou duren, bijgestaan door de bekwame advocaten Petrus Hubert en Jan Willem Racer [NOTE Vgl. [P. Hubert en J.W. Racer], Recht van opvolging der hooggeb. vrouwe Sophia Carolina Florentina, douarière gravin van Rechteren, geb. gravin van Rechteren Almelo, vryvrouwe der heerlykheid Almelo en Vriesenveen, in de voorzeide heerlykheid [...] (Kampen 1790).] .

Behalve dat Sofia Carolina Florentina het nodige te stellen had met haar familieleden, kreeg zij ook nog te kampen met andere problemen. Onder invloed van nieuwe ideeën boetten in de achttiende eeuw de oude feodale waarden aan belang in. Regelmatig weigerden ook de boeren uit de heerlijkheid Almelo om hun verplichtingen te voldoen, die tot dan toe als vanzelfsprekend werden aanvaard. Zij schroomden ook niet om allerlei rechten zoals de boer- of wagendiensten [NOTE Deze boer- of wagendiensten zijn goed vergelijkbaar met de drostendiensten in de rest van Overijssel.] , die aan het huis verbonden waren, tot bij de hoogste instanties aan te vechten [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 1665-1666.] . Een ernstige bedreiging voor haar rechten vormden bovendien nog de oprichting in 1783 van een etrcitiegenootschap te Almelo door de in de heerlijkheid woonachtige patriotten.

Zij trachtten zich aan de invloed van de vrouwe van Almelo te onttrekken door zelf bestuurders voor de stad te kiezen [NOTE Vgl. R.M. Kemperink, 'Almelo', in: Overijsselse Historische Bijdragen 99 (1984), 113-130.] . Opstootjes deden zich voor en de rust kon niet anders hersteld worden dan door militair ingrijpen. Onder leiding van haar jongste zoon was een 'alternatief' vrijkorps van getrouwen aan het huis Almelo gevormd, die de rust trachtte te herstellen. Met de komst van de Pruisen in 1787 werd de vrouwe van Almelo weer volledig in haar rechten hersteld. De patriarchale verhouding tussen de Van Rechterens en de inwoners van de heerlijkheid-met name de textielfabrikeurs-was sedertdien behoorlijk verstoord. Na de Bataafse revolutie in 1795 werden ook voor de heerlijkheid Almelo de rechten van Sofia Carolina Florentina van Rechteren vervallen verklaard en zij moest genoegen nemen met de algemeen gangbare titel van 'burgeresse" [NOTE Zie ook: Aalbers, Het einde van de horigheid in Twente, 284.] .

In 1805 overleed Sofia Carolina Florentina van Rechteren op tachtigjarige leeftijd en stonden haar beide zonen Frederik Lodewijk Christiaan en Frederik Reinhard Burchard Rudolf van Rechteren Limpurg voor de moeilijke taak om de complet ouderlijke boedel te verdelen. Immers, behalve huis en heerlijkheid Almelo erfden zij ook het huis Rechteren, inclusief de heerlijkheid de Eze en de havezate Schuilenburg (van hun vader), de Limpurgse goederen in het Duitse Frankenland (afkomstig van hun vaders moeder) en de havezate Noorddeurningen (ingebracht door hun stiefvader). In haar testament had hun moeder bepaald, dat de oudste zoon zelf mocht bepalen of hij Almelo en Rechteren aanvaardde, danwel de Duitse erfgoederen.

Een keuze die in het begin van de negentiende eeuw nogal moeilijk was, omdat niet voorzien kon worden of de oude rechten in de heerlijkheid Almelo gehandhaafd en deels nog hersteld zouden worden. Toen de Nederlandse onafhankelijkheid na de Franse overheersing in 1813 weer werd hersteld onder de soevereiniteit van Willem I, herleefden de oude rechten slechts ten dele. Frederik Lodewijk Christiaan van Rechteren Limpurg behoefde de keuze niet meer te maken, aangezien hij in 1814 overleed. Pas ingevolge het 'Hausvertrag' van 1819 [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nrs. 751-752.] zouden zijn kinderen voor de Nederlandse goederen opteren, maar wel verkregen zij het recht van opvolging in de Duitse goederen in geval die tak van de familie zou uitsterven. Rechteren en Almelo kwamen nu weer in één hand.

Almelo onder het geslacht Van Rechteren Limpurg (1819- 1933)

Als afgezonderd van de woelige, bedrijvige wereld er om heen, als een overblijfsel uit een gansch andere maatschappij dan onze moderne met haar stoomfabrieken en spoorwegen, met haar burgerscholen en haar burgerregten, ligt er het adellijk slot in eenzame grootheid. Het hart van het volksleven is van het hooge huis verplaatst naar 't kanaal en 't station, naar fabriek en kantoor. Geen dam van papieren, van deducties en bescheiden, kon den stroom der nieuwe tijd keeren. Met den rug naar de stad gewend, in zijn grachten en cingels opgesloten, ligt daar het slot, alsof het zelf gevoelde, dat het een anachronisme is in het Twenthe der 19de eeuw. J. Craandijk, 1876 [NOTE J. Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood, Tweede Deel (Haarlem, 1876), 67.] .

Adolf Frederik Lodewijk, de oudste zoon van Frederik Lodewijk Christiaan van Rechteren Limpurg, volgde op in Almelo en Rechteren. In 1816 was hij door koning Willem I benoemd in de Ridderschap van Overijssel, één van de drie standen, die in het nieuwe bestel recht had op een aantal zetels in de vergaderingen van de Staten van Overijssel. In 1822 verkreeg hij bij koninklijk besluit voor hem en zijn nakomelingen de hen toekomende titel van graaf. In 1814 ging hij naar Leiden om er rechten te studeren. Zijn studie sloot hij af met een proefschrift op stellingen Dissertatio de forma regiminis provinciae Trans-Isalaniae.

Niet voor niets had hij de vroegere staatsinstellingen in het gewest Overijssel tot onderwerp gekozen. Hij hoopte daarmee zijn rechten in de heerlijkheid Almelo nader aan te tonen. Voor Overijssel gold toen echter reeds het in 1816 ingevoerde reglement van bestuur ten plattelande. De benoeming van de schout (burgemeester) in de burgerlijke gemeenten Almelo, zowel Stad als Ambt, en Vriezenveen kwam aan de koning, maar op voordracht van de heer. Ook kon de nieuwe heer van Almelo in de voormalige heerlijkheid de raadsleden ter benoeming voordragen aan de Staten van Overijssel. Voor de minder belangrijke functies, waarvan voorheen ook de benoeming aan de heer stond, kwam de voordracht aan de heer nu aan de schout.

Wanneer de heer bezwaren had tegen bepaalde gemeentelijke verordeningen, dan was hij gerechtigd deze voor te leggen aan de Provinciale Staten, die daarop dan een beslissing namen. De rechten van de heer op kerkelijk gebied bleven echter gehandhaafd, daar zij niet gezien werden als een uitvloeisel van overheidsgezag. Aan alle heerlijke rechten kwam bij de invoering van de grondwet van 1848 definitief een einde. De collatierechten werden pas bij de grondwet van 1922 afgeschaft [NOTE G.J. ter Kuile, Geschiedenis van de heerlijkheid Zalk en Veekaten, van het kasteel Buckhorst en van zijn bewoners (Assen 1948), 124.] . Na het midden van de negentiende eeuw bleef slechts het beheer van het uitgebreide goederencomplex over. Daarbij nam de zorg voor het huis een belangrijke plaats in. Van Rechteren Limpurg liet de inboedel van het huis moderniseren [NOTE Overysselsche Courant 7 okt 1817: Publieke verkoop van allerhande 'mobilaire' goederen.] evenals de tuin met grachten, waar de strak symmetrische Franse aanleg vervangen werd door een aanleg in de op dat moment populaire Engelse stijl [NOTE Huisarchief Almelo, inv.nr. 1521.] , waarschijnlijk door de tuinarchitect Georg Anton Blom [NOTE A.J. Gevers, 'De tuinarchitect Blom: stukjes uit een legpuzzel', in: Cascade: bulletin voor tuinhistorie 1 (1991), nr. 2, 3-7.] .

Na zijn overlijden in 1851 werden Almelo en Rechteren weer gesplitst. De oudste zoon, Adolf Frederik van Rechteren Limpurg, kreeg toen Almelo toebedeeld, terwijl Rechteren aan de jongste, Jacob Hendrik, kwam. Het totale goederenbezit was aanzienlijk. In 1862 werd de heer van Almelo voor ruim ?1774,- in de grondbelasting aangeslagen voor zijn bezittingen in de gemeenten Stad en Ambt Almelo, Borne en Vriezenveen [NOTE Bijvoegsel bij de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 26 mei 1862. De lijst van hoogstaangeslagenen in de provincie Overijssel betrof 78 personen. Slechts vier daarvan werden in de grondbelasting aangeslagen boven de duizend gulden.] , in totaal voor ruim 2800 HA. Hij werd in Overijssel alleen daarin overtroffen door de heer van Twickel, Jacob Derk Carel van Heeckeren van Wassenaer, die voor maar liefst ?8514,76 werd aangeslagen. Adolf Frederik van Rechteren Limpurg werd onmiddellijk gevolgd door zijn broer op Rechteren met ?1384,95. Beide broers werden op ruime afstand gevolgd door baron Van Knobelsdorf tot de Krijtenberg met ?1056,16.

De meeste onroerende goederen die behoorden tot het goederencomplex van het huis Almelo lagen in de gemeente Ambt Almelo. De waarde van het grondbezit in de gemeente Vriezenveen was gering, ongeveer 10% van dat in Ambt Almelo. Vanaf ongeveer 1827 werd door aankoop van gronden getracht het goederenbezit af te ronden [NOTE Vgl. Huisarchief Almelo, inv. nr. 937.] . Niet alleen in de gemeenten gevormd door de voormalige heerlijkheid, maar ook in de aangrenzende gemeenten Wierden, Tubbergen en Borne. Tevens probeerde men door allerlei aankopen van gronden rond huis Almelo het huis en de naaste omgeving af te schermen tegen de steeds verder opdringende stad Almelo. Na de dood van Adolf Frederik in 1902 volgde zijn enige zoon mr. Adolf Frederik Lodewijk van Rechteren Limpurg (1865-1935) op als heer van Almelo en Vriezenveen, die van 1909-1925 het ambt van Commissaris der Koningin in de provincie Overijssel vervulde.

Het goederencomplex werd nu als landgoed geëxploiteerd onder leiding van de rentmeester Adriaan van Wijngaarden. Verschillende delen van het landgoed, met uitzondering van het kasteel en het omliggende park, werden voor het publiek opengesteld en er werden banken en vogelhuisjes geplaatst [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1533-1534.] . Het grootste deel van het park werd in 1931 onder de Natuurschoonwet geplaatst. Onder Adolf Frederik van Rechteren Limpurg onderging het huis Almelo in 1883 een ingrijpende verbouwing. Het front en de hal werden aangepast en er werd een grote zaal gecreëerd [NOTE Vgl. H.W.M. van der Wyck en J. Enklaar-Lagendijk, Overijsselse buitenplaatsen (Alphen aan den Rijn 1983), 55 e.v. In dit werk is eveneens een uitgebreide iconografie opgenomen van het huis.] . Onder zijn zoon werd binnen het huis in 1903 aan de westzijde een aanbouw gerealiseerd voor meer wooncomfort. Tot slot werden de bouwvallige bouwhuizen in 1910 en in 1930 geheel afgebroken en opnieuw opgebouwd [NOTE E.H. ter Kuile, De Nederlandsche monumenten, 6.] .

De geschiedenis van het archief

Het beheer van de goederen en rechten van de heerlijkheid Almelo werd in het begin door de heer van Almelo zelf uitgeoefend. Soms liet hij dit over aan een plaatsvervanger, zoals in 1486 toen Adolf van Rechteren Arend Goeders tot zijn zaakwaarnemer voor twee jaren aanstelde [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 81, reg. nr. 611.] . In de verwarrende tijd onder Hendrik van Rechteren en onder zijn tweede echtgenote Agnes van Westerholt en haar tweede man Rutger Torck in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw, raakte de in opzet eenvoudige administratie in de war en werd zij onoverzichtelijk. Bovendien had het huis Almelo in de periode 1591-1593 duchtig te lijden van een wisselende bezetting van Spaanse en Staatse troepen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 126.] , waardoor een goed beheer uitermate moeilijk was. De geschillen over de opvolging in de heerlijkheid, die eindigden met de toewijzing daarvan aan Johan van Rechteren in 1620 [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1426.] , toonden de noodzakelijkheid van een goed en professioneel beheer en van een adequate administratie aan. Johan was de eerste die permanent een rentmeester aanstelde. Zijn gelukkige keuze viel daarbij op de financieel deskundige koopman Arend ten Kinkhuis.

Het zijn daarna de opeenvolgende rentmeesters, wier zorg zich ook uitstrekte over het archief. Dit archief diende voornamelijk tot staving van de verschillende rechten. Toen de nalatenschap van Johan van Rechteren onder zijn kinderen werd verdeeld en Joachim Adolf van Rechteren de havezate Rechteren bij Dalfsen kreeg toebedeeld, werden op zijn verzoek aan hem in 1652 en 1660 ook de op dat huis betrekking hebbende archivalia overgedragen [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1508.] .

Dat de oude archiefstukken zorgvuldig werden behandeld en bewaard blijkt ook wel uit het feit, dat zij onder Adolf Hendrik van Rechteren door hem zelf werden beheerd en met het oog op de komende verdeling van zijn goederen onder zijn kinderen omstreeks 1730 met zorg werden geïnventariseerd [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1510 en 1511.] . De charters en stukken werden op het huis Almelo zelf bewaard in kasten en bureaus in kamers, die men reserveerde voor persoonlijk gebruik. Dat het ook hier weer ging om de handhaving van rechten, blijkt wel uit het commentaar van Adolf Hendrik van Rechteren bij sommige stukken. Toen dan ook in het laatst van de achttiende eeuw verschillende processen gevoerd moesten worden om zekere rechten veilig te stellen, waren de archivalia gemakkelijk te vinden en de afschriften daarvan konden bij de processtukken gevoegd worden [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nrs. 1430-1433, 1443-1447 en 1462-1464.] .

Wanneer na de Bataafs-Franse periode aan vele oude charters en stukken geen rechten meer ontleend kunnen worden en zij 'gedenkstukken der geschiedenis' zijn geworden, ontstaat er historische belangstelling voor die archivalia. De eerste die een overzicht tracht te maken van de op het huis Almelo aanwezige archivalia is de Gelderse geschiedvorser en archivaris Paulus Nijhoff (1821-1867). In de jaren 1857 [NOTE Huisarchief Almelo, inv. nr. 1513. Vgl. P. Nijhoff, ' Berigt aangaande het oud archief van de heerlijkheid Almelo', in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, Nieuwe Reeks, deel 1 (1859), 123-158.] en 1858 onderzoekt hij niet alleen het archief van het huis Almelo, maar ook dat van de havezate Rechteren.

Met name was hij op zoek naar akten met betrekking tot Gelderland ten behoeve van de Gedenkwaardigheden uit de Geschiedenis van Gelderland, het levenswerk van zijn vader, dat door hem in 1862 zou worden voltooid. In de daarop volgende tijd is nimmer meer een poging ondernomen om het archief of gedeelten daarvan te inventariseren, hoewel de interesse voor het archief wel aanwezig was. Onder meer werd het archief geraadpleegd door de scherpzinnige Almelose advocaat mr. R.E. Hattink in verband met zijn publikatie van het stadsrecht van Almelo in 1900 [NOTE R.E. Hattink, Stadregt van Almelo (Deventer 1900).] .

Naar aanleiding daarvan publiceerde hij een belangrijk artikel over de heerlijkheid Almelo in de middeleeuwen [NOTE R.E. Hattink, 'De heerlijkheid Almelo 1236-1430', in: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 21 (1900), 1-53.] . Deze draad werd na het overlijden van Hattink weer opgevat door vader en zoon Ter Kuile. Mr. G.J. ter Kuile sr., advocaat en schoolopziener te Almelo, raadpleegde het archief veelvuldig voor zijn in 1911 verschenen standaardwerk over de Twentse havezaten [NOTE G.J. ter Kuile, Geschiedkundige Aanteekeningen op de havezathen van Twenthe (Almelo 1911).] en naderhand voor zijn beschrijving van stad en land van Almelo [NOTE G.J. ter Kuile, De opkomst van Almelo en omgeving (Almelo 1941). Hiervan verscheen in 1947 een herziene druk, waarvan in 1974 nog een fotomechanische herdruk verscheen.] . Zowel voor zijn omvangrijke arbeid met betrekking tot zijn Oorkondenboek van Overijssel [NOTE G.J. ter Kuile, Oorkondenboek van Overijssel, Regesten 797-1350 (Zwolle 1963-1969).] als voor zijn rechtshistorische studies maakte mr. G.J. ter Kuile jr., rijksarchivaris in Overijssel te Zwolle, veelvuldig gebruik van het huisarchief.

Als bijkomend resultaat publiceerde hij tevens gedegen studies met betrekking tot de heerlijkheid Almelo onder het Ancien Régime en het middeleeuwse geslacht Van Almelo [NOTE G.J. ter Kuile, 'De heerlijkheid Almelo 1236-1798' in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 17 (1941), 365-411; 'De marke Almelo', in: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 68 (1953), 7-12; 'Het geslacht Van Almelo in de Middeleeuwen', in: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 72 (1957), 1-23 en Ibidem 74 (1959), 17- 37.] . Het feit, dat de beide Ter Kuiles uit Almelo afkomstig waren, zal mede hun belangstelling voor het huisarchief bepaald hebben. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd een belangrijk deel van het huisarchief, waaronder de meeste middeleeuwse charters en stukken, ondergebracht in een bankkluis. In de herfst van 1946 werden deze archivalia en de op het huis Almelo achtergebleven stukken overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. De belangrijkheid van het huisarchief rechtvaardigde zeker een inventarisatie.

Dat de archivalia naar 's-Gravenhage waren overgebracht was voornamelijk te danken aan de toenmalige algemene rijksarchivaris jhr. dr. D.P.M. Graswinckel, die grote belangstelling voor dit omvangrijke archief had. Deze belangstelling kwam voort uit zijn inventarisatie van het archief van het kasteel Rechteren, waarvan de inventaris in 1941 het licht zag [NOTE D.P.M. Graswinckel en H. Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren ('s-Gravenhage 1941).] . Overbrenging van het huisarchief naar het Rijksarchief in Overijssel te Zwolle was toen niet mogelijk, aangezien er onvoldoende ruimte was in het toenmalige archiefdepot de Sassenpoort. Nadat het Overijsselse Rijksarchief voldoende ruimte had gekregen- een dependance in de Rode Haansteeg te Zwolle-werd het huisarchief in 1974 naar de Sassenpoort overgebracht. In 1976 kreeg het Rijksarchief de beschikking over een nieuw gebouw aan de Eikenstraat. Hier berust het huisarchief sedertdien.

Verschillende malen zijn de huizen Almelo en Rechteren in één hand geweest. Toch zijn de beide huisarchieven nauwelijks vermengd geraakt. Tot 1922 berustte het huisarchief Rechteren op kasteel Rechteren, waarna het naar het Rijksarchief in Overijssel werd overgebracht [NOTE Graswinckel en Hardenberg, Archief Rechteren, lvii.] . Slechts enkele stukken betreffende vicarieën te Dalfsen en in de kapel te Rechteren zijn in het huisarchief Almelo achtergebleven. In de loop der tijd heeft het archief door aanhuwelijking en door aankoop van goederen uitbreiding ondervonden. Zo bevinden zich niet onbelangrijke archiefbestanden van de havezaten Noorddeurningen en Velner in dit huisarchief. Daartegenover staan natuurlijk ook verliezen. Alle stukken met betrekking tot de Duitse goederen zijn in het begin van de negentiende eeuw van dit archief afgescheiden, zo ook vele stukken weer na de vervreemding van de goederen onder Noorddeurningen en Velner.

De inventarisatie van het archief

Met goede moed begon Graswinckel in 1946 aan de inventarisatie van de Almelose archivalia, nadat deze naar 's-Gravenhage waren overgebracht. Voortvarend beschreef hij met name de charters, waarvan hij tevens regesten vervaardigde. Zijn werkzaamheden als algemene rijksarchivaris vroegen echter meer tijd dan hij aanvankelijk bevroedde, zodat hij al sedert 1947 bijna geen tijd meer had voor het huisarchief Almelo. Na zijn pensionering in 1953 wilde hij de inventarisatie voortzetten, maar daar kwam het niet van. De opvolger van Graswinckel, mr. H. Hardenberg, die eveneens aan het archief van het kasteel Rechteren had gewerkt, wilde de inventarisatie van het huisarchief Almelo vervolgens afronden. Ook diens werkzaamheden maakten dat zijn plannen niet werden gerealiseerd.

Bovendien bleek de arbeid meer tijd te vragen dan men aanvankelijk had gedacht, voornamelijk vanwege de omvang en de ingewikkeldheid van het archief. Hardenberg rekende de eigenaar, mr. W.C. graaf van Rechteren Limpurg, sedert 1935 heer van Almelo, in 1961 voor, dat op grond van zijn eerdere ervaringen de inventarisatie van het archief nog zeker twee jaar zou duren. Hij stelde vervolgens voor dat dit òf op het Algemeen Rijksarchief zou gebeuren buiten enig dienstverband op kosten van de heer van Almelo òf dat het archief voor minstens dertig jaar in bruikleen zou worden gegeven. In dit laatste geval voegde hij toe: "onder de bepaling, dat het wordt overgebracht naar het Rijksarchief in Zwolle, zodra aan het aldaar heersende ruimtegebrek een einde is gekomen, hetgeen de eerste tien jaar nog wel niet het geval zal zijn." De heer van Almelo ging akkoord met deze regeling en in januari 1961 werd de akte van inbewaringgeving door beide partijen ondertekend.

Daarop werd in 1962 de inventarisatie van het huisarchief voortgezet door drs. J.J. Temminck, die in 1964 twee voorlopige deelinventarissen kon overleggen: die van de oudrechterlijke archieven en van stukken met betrekking tot Adolf Hendrik van Rechteren. Na het vertrek van Temminck in 1969 werd diens taak overgenomen door drs. G.J.W. de Jongh. Onder zijn verantwoording werkten verschillende stagiaires aan de inventarisatie van gedeelten van het archief [NOTE J.Th.W. van Bracht beschreef stukken met betrekking tot het plaatselijk bestuur van Almelo en Vriezenveen en de kerkelijke zaken; J. Vos de stukken betreffende de onroerende goederen; mr. J.E. Nandorff stukken van persoonlijke aard en H. Peschar tenslotte de archivalia betreffende de hervormde gemeenten te Almelo, Vriezenveen en Wierden.] . Nadat in het Rijksarchief in Overijssel te Zwolle voldoende ruimte was gecreëerd werd in 1974 het omvangrijke huisarchief naar Zwolle overgebracht.

Pas na de verhuizing van de Sassenpoort naar het huidige archiefgebouw (1976) werd de inventarisatie weer ter hand genomen en wel door R.M. de Raat. Aangezien de verschillende onderdelen van het archief apart waren beschreven en geordend door verschillende personen ontbrak het aan samenhang. Bovendien verschilde de kwaliteit van de beschrijvingen nogal, zodat besloten werd tot een hernieuwde beschrijving van bijna alle stukken. Hierbij werd vanwege het belang van het archief tevens besloten zoveel mogelijk ieder archiefstuk afzonderlijk te beschrijven. In deze periode werden ook nog diverse aanvullingen op het archief verworven. Besloten werd de inventarisatie te laten lopen respectievelijk voor de persoonlijke stukken tot en met 1917 (het echtpaar Adolf F. van Rechteren Limpurg (1827-1902) en Adamina P.A. van Rechteren (1847-1917)) en voor de niet- persoonlijke stukken tot en met het jaar 1933 (het eindjaar van het rentmeesterschap van A. van Wijngaarden).

Aan de gigantische (her)beschrijvingsarbeid kwam in 1985 een einde. Toen waren ook (nieuwe) regesten gemaakt van alle daarvoor in aanmerking komende stukken tot 1579. Doordat vanaf dat moment De Raat steeds meer werd ingeschakeld bij de automatisering van de Rijksarchiefdienst, bleef de volgende fase (de definitieve ordening, het vervaardigen van indices) slepen. Bij zijn vertrek uit de dienst in 1989 kon De Raat een globaal ingedeelde inventaris achterlaten. Wijs geworden door de opgedane ervaringen en met het oog op een spoedige publikatie werd een aparte projectmedewerkster, mevrouw drs. C.C. van der Woude, aangetrokken met de opdracht binnen twee jaar het werk af te ronden.

Haar werkzaamheden kregen binnen het Rijksarchief de hoogste prioriteit. In het voorjaar van 1991 werd A.J. Mensema eveneens bij het "project Almelo" ingezet, terwijl voor de afronding van het leenrepertorium tijdelijk drs. G. Reudink werd ingeschakeld en voor de afronding van de regestenlijst drs. H. Bordewijk. Bij de materiële verzorging werden H. van Ingen en R. Kok ingezet die uiteindelijk ook tekenden voor de definitieve verpakking en etikettering van het totale archief. In verschillende fases verleende mevrouw W. Siebenga ondersteuning op tekstverwerkingsgebied, terwijl het hoofd van de afdeling Inventarisatie en de rijksarchivaris op beslissende momenten meedachten en zorg droegen voor de noodzakelijke logistieke ondersteuning. Door aller inspanning kon in maart 1993 - ruim een jaar later dan in 1989 verwacht- het laatste van de zeven delen naar de drukker.

Van der Woude en Mensema kwamen bij de definitieve ordening van het archief tot de ontdekking dat vele stukken uit elkaar waren getrokken en samengevoegd behoorden te worden. Dit had tot resultaat dat verschillende onderdelen geheel opnieuw dienden te worden bekeken en vervolgens opnieuw moesten worden beschreven. Daarnaast had een enorme indikking van de concept- inventaris plaats. Het aantal beschrijvingen werd teruggebracht van ca. 10.000 tot 3691 nummers, het aantal rubrieken werd met minstens 2/3 verminderd. Bij het zoeken naar een verantwoorde hoofdstructuur van het archief die zowel zoveel mogelijk recht deed aan de "oude orde" als aan inzichtelijkheid voor de gebruikers bleek het door Graswinckel en Hardenberg voor Rechteren gekozen model ook voor Almelo toepasbaar. Op zich niet verwonderlijk: immers beide archieven zijn nauw aan elkaar verwant en zijn bovendien gedurende langere of kortere tijd in dezelfde hand geweest.

Het gekozen model geeft goed weer hoe complex een huisarchief als dat van Almelo is. Het samenbindende is dat alle archiefstukken zijn ontvangen of opgemaakt door bewoners (of hun directe familieleden) van het huis die in de loop der eeuwen naast hun persoonlijke en zakelijke beslommeringen zeer verschillende functies uitoefenden; vaak samenhangende met het bezit van Almelo of onderdelen daarvan, vaak ook daarmee slechts in afgeleide zin verband houdende. Bewust is het gehele complex van stukken integraal als één archief beschouwd: het huisarchief Almelo. Structuur- en bestemmingsbeginsel zijn toegepast vanuit die leidende gedachte. Derhalve zijn geen stukken naar andere huisarchieven of naar familie-, overheids- of kerkelijke archieven overgebracht. Los van deze archivistische benadering moest vanuit het oogpunt van verkregen rechten al tot onsplitsbaarheid van het gehele samenstel van archiefbescheiden besloten worden.

Het eigenlijke huisarchief is onderverdeeld in zes afdelingen. De eerste en kleinste afdeling bevat de stukken van genealogische en heraldische aard. De tweede afdeling bevat de stukken van persoonlijke aard. Per persoon zijn hier ondergebracht de door hem/haar ontvangen en opgemaakte archivalia voor zover deze van persoonlijke aard zijn. De personen zijn gegroepeerd naar hun geslacht: Van Almelo, Van Rechteren (Limpurg) en aanverwante geslachten. Binnen een geslacht zijn de personen per generatie per gezin (zo mogelijk) op hun geboortejaar gerangschikt. Per geslacht zijn de personen doorlopend genummerd. In kopnoten zijn per persoon beknopte biografische gegevens opgenomen.

Deze archiefvormers zijn evenals de andere leden van de geslachten Van Almelo en Van Rechteren (Limpurg) als volgt opgenomen in de beschrijvingen: hun eerste voornaam voluit, gevolgd door de voorletter(s) van hun volgende naam waarna hun familienaam is opgenomen gestandaardiseerd volgens de huidige schrijfwijze. In de andere afdelingen zijn de heren en vrouwen van Almelo nooit onder hun eigen naam opgenomen als zij in hun kwaliteit van heer of vrouwe van Almelo handelden. Zij zijn dan vermeld als "heer of vrouwe van Almelo". In bijlage II achter deze inleiding is een chronologisch overzicht van heren en vrouwen van Almelo opgenomen zodat steeds eenvoudig kan worden nagegaan wie in een bepaald jaar als heer of vrouwe van Almelo optreedt.

Indien de hoeveelheid overgeleverde archiefstukken dit noodzakelijk maakte, is per persoon een onderverdeling aangebracht in drie rubrieken: a). Privé-leven (de zogenaamde egodocumenten); b). Vermogenshandelingen (zowel de persoonlijke als de familierechterlijke); c). Openbaar leven (uitoefening van functies). In deze laatste rubriek zijn niet de stukken ondergebracht die gevormd zijn als uitvloeisel van het uitoefenen van overheids- of kerkelijk gezag in verband met het bezit van de heerlijkheid Almelo. Deze stukken zijn geplaatst in de vierde en vijfde afdeling. De derde afdeling bevat de stukken van zakelijke aard.

Deze telt vijf hoofdrubrieken. De eerste hoofdrubriek bevat de neerslag van het administratief beheer van het goederencomplex in zijn totaliteit. In de tweede hoofdrubriek zijn de archiefbescheiden opgenomen die ontvangen en opgemaakt zijn uit hoofde van het bezit van huis en heerlijkheid Almelo. Deze -zoals te verwachten grote hoofdrubriek- is onderverdeeld in vijf rubrieken, waarvan de laatste alle stukken bevat verband houdende met aan huis en heerlijkheid verbonden (heerlijke) rechten. Deze rechten zijn in alfabetische volgorde geplaatst. Een uitzondering is gemaakt voor het met het bezit van de heerlijkheid verbonden overheidsgezag. De stukken die hieruit voortvloeien zijn geplaatst in de vierde afdeling. Ditzelfde geldt voor met het bezit van collatie- en patronaatsrechten verbonden kerkelijk gezag. De stukken die uit hoofde hiervan zijn ontvangen of opgemaakt zijn geplaatst in de vijfde afdeling.

In de derde hoofdrubriek zijn de archiefstukken betreffende het bezit van vicarieën opgenomen, terwijl de vierde en vijfde hoofdrubriek de stukken betreffende resp. de overige goederen in Overijssel en de goederen en rechten buiten Overijssel bevatten. De indeling van deze drie hoofdrubrieken is alfabetisch naar geografische ligging. Opgemerkt dient nog te worden dat stukken uit hoofde van de uitoefening van het markerichterschap, dat aan het bezit van bepaalde goederen verbonden was, hier ook een plaats hadden kunnen vinden, maar gezien het publiekrechtelijk karakter van de meeste van deze stukken zijn ondergebracht in de vierde afdeling. De vierde afdeling bevat de stukken betreffende de uitoefening van overheidsgezag.

Deze afdeling heeft drie hoofdrubrieken: Burgerlijk bestuur, Rechtspraak en Markebestuur. De eerste hoofdrubriek is systematisch naar taak ingedeeld. De hoofdrubriek Rechtspraak is onderverdeeld naar rechterlijke instantie en per instantie ingedeeld zoals gebruikelijk bij rechterlijke archieven. De hoofdrubriek Markebestuur is alfabetisch naar marke ingedeeld. De vijfde afdeling bevat de stukken betreffende de uitoefening van kerkelijk gezag en is alfabetisch naar kerkelijke parochie/gemeente ingedeeld. Het zal duidelijk zijn dat de in de vierde en vijfde afdeling geplaatste archiefstukken nauw aansluiten bij, vaak ook onderdelen vormen van de overheids- en kerkelijke archieven van Almelo, Vriezenveen en Wierden en de diverse markearchieven. De laatste, de zesde afdeling bevat zoals gebruikelijk de stukken waarvan het verband met het archief onduidelijk is.

In deze inventaris zijn ook de archivalia opgenomen, die vanouds op het huis Almelo berustten, maar archivistisch niet tot het huisarchief behoren. Het gaat om twee categorieën:
a. archivalia van (Overijsselse) Ridderschappen;
b. archivalia door functionarissen (met name rentmeesters) achtergelaten.

De inventaris eindigt met de handschriften die bij het archief werden aangetroffen. Gedrukte stukken die gerekend dienden te worden tot de op huis Almelo aanwezige bibliotheek zijn daarin weer ondergebracht.

De bijlagen en overige toegangen

Achter deze inleiding zijn een aantal bijlagen opgenomen voor het gemak van de gebruiker. In bijlage I treft men uitgewerkte genealogieën aan van de geslachten Van Almelo en Van Rechteren (Limpurg). Bijlage II geeft een chronologisch overzicht van heren en vrouwen van Almelo, terwijl bijlage III zo'n overzicht geeft van rentmeesters. Een kaart van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen uit 1832 is eveneens bijgevoegd.

Als aanhangsel bij de inventaris (p. 589 e.v.) is een lijst van kaarten en plattegronden opgenomen. Deze lijst bevat beschrijvingen van alle in het archief berustende kaarten en plattegronden en verwijst naar de desbetreffende inventarisnummers, terwijl in de inventaris bij die nummers naar de kaartenlijst wordt verwezen. Bij de inventaris is geen concordans opgenomen met de voorlopige inventarisnummers die tijdens de inventarisatieperiode aan de stukken zijn toegekend. Ten Rijksarchieve berust een dergelijke concordans.

Behalve de Inventaris (delen 1, 2 en 3) zijn op het huisarchief Almelo nog twee toegangen vervaardigd: de Regestenlijst (delen 4 en 5) en het Leenrepertorium (deel 6). In de Regestenlijst zijn tot en met het jaar 1578 van alle in het huisarchief voorkomende akten regesten (beknopte weergaven van de inhoud) opgenomen. In de Inventaris wordt -indien in een inventarisnummer zich dergelijke akten bevinden- onderaan de beschrijving naar het nummer van het desbetreffende regest verwezen, terwijl in de Regestenlijst naar het desbetreffende inventarisnummer wordt verwezen. Het Leenrepertorium is een nadere toegang op de in het huisarchief berustende leenregisters van de Grote en Kleine Leenkamer van Almelo (inv. nrs. 1562, 1654-1569 en 1644-1649). Tenslotte zijn in de Generale index van de toegangen op het huisarchief Almelo (deel 7) alle persoons- en topografische namen opgenomen die voorkomen in Inventaris, Regestenlijst en Repertorium. Albertus Jans Mensema, Bijlage IBijlage I

Genealogie van het geslacht van Almelo en van het geslacht van Rechteren en van Rechteren Limpurg

Het geslacht van Almelo

Genealogie

I. Everhardus van Almelo, vermeld van 1157 tot 1169, ministeriaal van de bisschop van Utrecht.
Een mogelijk nakomeling van hem is:
1. Arnold (I) van Almelo, volgt II.

II. Arnold (I) van Almelo, vermeld als getuige in oorkonden van de bisschop van Utrecht tussen 1207 en 1220.
Een vermoedelijke zoon van hem is:
1. Hendrik van Almelo, volgt III.

III. Hendrik van Almelo(§A.1), vermeld als heer van Almelo van 1236 tot 1277, ridder en ministeriaal van de bisschop van Utrecht, de eerste zekere stamvader van het geslacht Van Almelo, overl. 1277 of 1278, huwt 1e N.N., huwt 2e Aleidis (ook Volsedis) van Woudenberg, vermeld 1272-1293, afkomstig uit het Sticht Utrecht.
Uit het eerste huwelijk:
1. Arnold (II)van Almelo, volgt IV.
Uit het tweede huwelijk:
2. Hendrik van Almelo, vermeld 1272.
3. Philippus van Almelo, vermeld van 1272 tot 1313, knape, proost te Oldenzaal 1293 en van Oudmunster te Utrecht 1309, overl. vóór 24 juli 1315.
4. Arnold van Almelo, vermeld van 1272 tot 1313, kanunnik te Oldenzaal 1293 en ten Dom te Utrecht 1313, overl. vóór 26 oktober 1316.
5. N.N. (dochter) van Almelo, huwt Roelof van Peize, zoon van Roelof van Peize en N.N., vermeld 1241.
De nakomelingen uit dit huwelijk noemen zich wel Van Almelo genaamd van Peize.

IV. Arnold (II) van Almelo, ridder, vermeld 1254-1282, genoemd als heer van Almelo 1277, overl. 26 februari 1290, huwt Marina van Ochten, dochter van Hendrik (I) van Ochten, vermeld 1280-1282.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik van Almelo, vermeld sedert 1272, kanunnik van St. Lebuïnus te Deventer, overl. 3 mei 1316.
2. Egbert van Almelo, volgt V.
3. Godfried van Almelo, volgt Va.
4. Arnold van Almelo, vermeld in 1297.
5. Bruin van Almelo, volgt Vb.
6. N.N. (dochter) van Almelo, huwt Frederik Rading, zoon van Wolter Rading te Vollenhove, knape 1263, ridder 1275, vermeld 1263-1303.
[En waarschijnlijk nog een [bastaard-]zoon:
7. Herman van Almelo, vermeld 1264].

V. Egbert (I) van Almelo(§A.2), ridder, vermeld 1280- 1303, heer van Almelo 1290, overl. tussen 15 augustus en 1 november 1303, huwt 1e Agnes van Zuylen, dochter van [Stefan] van Zuylen van Anholt [en Hadewich van Wiltenburg], overl. vóór 1297, huwt 2e Mechteld van Limburg, dochter van Johan (I) graaf van Limburg en Agnes (van Wildenberg), vermeld 1279-1306.
Uit het eerste huwelijk:
1. Arnold van Almelo, volgt VI.
2. Hendrik van Almelo, volgt VIa.
3. Steven van Almelo, volgt VIb.
4. Beatrix van Almelo, vermeld 1297.
Uit het tweede huwelijk:
5. Dirk van Almelo, meestal van de Grimberg, vermeld 1303-1346, knape, ambtman van het stift Essen in Salland.
6. Frederik van Almelo, meestal genaamd van de Grimberg, vermeld 1304-1326.
7. Agnes van Almelo, vermeld 1329-1336, huwt Evert van Bevervoorde, drost van Diepenheim, zoon van Rudolf van Bevervoorde en N.N., vermeld 1301-1339.
8. Egbert van Almelo, volgt VIc.

Va. Godfried van Almelo(meestal genaamd van Goor), vermeld 1297-1349, borgman te Goor, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Lyse van Goor, overl. tussen 1412 en 1416, huwt Godert van Heeckeren.

Vb. Bruin van Almelo, vermeld vanaf 1278, borgman te Goor, overl. in of vóór 1345, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Arnold van Almelo, vermeld 1337.
2. Hendrik van Almelo, vermeld 1351 en 1360.
3. Mauricius van Almelo, volgt VId.

VI. Arnold (III) van Almelo(§A.3), vermeld 1297-1307, knape en heer van Almelo 1303, overl. tussen 26 november 1307 en 15 september 1308, huwt Odilia van Bentheim, dochter van Egbert I graaf van Bentheim en Hedwig van Oldenburg, vermeld 1285, overl. 1307/1308.
Uit dit huwelijk:
1. Egbert van Almelo, volgt VII
2. Johan van Almelo, volgt VIIa.
3. Ernst van Almelo, monnik in de abdij van Egmond 1317, abt van het klooster te Dikninge, vermeld 1317-1325.

VIa. Hendrik van Almelo, knape, vermeld 1297-1323, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Egbert van Almelo, vermeld 1357.

VIb. Steven van Almelo, knape, heer van Empe, vermeld 1297-1349, huwt 1e N.N., huwt 2e vóór 1314 Elisabeth van Benschop, erfdochter van Arnout van Benschop, vermeld 1314-1319.
Uit het eerste huwelijk:
1. Egbert van Almelo, vermeld 1314-1320.
2. Hendrik van Almelo, volgt VIIb.
Uit het tweede huwelijk:
3. Johan van Almelo, volgt VIIc.

VIc. Egbert van Almelo, meestal genaamd van de Grimberg, vermeld 1304-1349, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Egbert van de Grimberg, ook genaamd Egbert van de Grimberg de jonge, vermeld 1349-1396.
Van zijn vrouw is de naam onbekend; wèl is bekend dat hij kinderen heeft, onder wie mogelijk: Derk (vermeld 1372-1419), Reinold (vermeld 1372-1410), Arnold (vermeld 1372-1410), Engelbert (vermeld 1393-1419), Johan (vermeld 1400-1448) en Engelberta (gehuwd met Gerhard van Thije).
Deze tak, die pas in de 15e eeuw uitsterft, wordt hier verder niet behandeld.

VId. Mauricius van Almelo, onderrichter van Enschede 1341, borgman te Almelo, vermeld 1341-1368, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Gerhard van Almelo, vermeld 1398.
2. Bruin van Almelo, vermeld 1398.
3. Hendrik van Almelo, volgt VIId.

VII. Egbert (II) van Almelo, minderjarig 1308, ridder, heer van Almelo, overl. tussen 16 december 1337 en 4 april 1338, huwt Agnes van Limburg, dochter van Dietrich I Graf von Isenberg und Limburg en Bertradis (Bertha) van Götterswyck, vermeld 1305-1338.
Uit dit huwelijk:
1. Arnold van Almelo, volgt VIII.
2. Hadewich van Almelo, vermeld 1333-1338, overl. op 19 augustus van een niet vermeld jaar, huwt Hendrik heer van Gramsbergen, zoon van Godfried van Borculo, heer van Gramsbergen, en Lise N.N., ridder 1360, vermeld 1333-1366.
3. Kunegonde van Almelo, vermeld 1333-1338, huwt Herman van Lüdinghausen, vermeld 1343-1353.

VIIa. Johan van Almelo, eigenaar van de hof te Hulsen en het huis ter Molen, vermeld 1308-1339, overl. vóór 14 mei 1350, huwt Gostuwe van Gerner, erfdochter van Albert van Gerner, overl. na 14 mei 1350
Uit dit huwelijk:
1. Arnold van Almelo, volgt VIIIa.
2. Albert van Almelo, volgt VIIIb.
3. Engelbert van Almelo(ook genaamd van Gerner), vermeld 1347-1360.

VIIb. Hendrik van Almelo, vermeld 1320, overl. vóór 1332, huwt Fye N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Egbert van Almelo, vermeld 1332-1336.
2. Herman van Almelo, vermeld 1336.
3. Jutta van Almelo, vermeld 1336.

VIIc. Johan van Almelo, heer op de Brakenborch in Polsbroek, leengoed van de heer van IJsselstein, vermeld 1330-1401, huwt Sophia van Gouda, dochter van Jan van Gouda, baljuw van Schoonhoven en Gouda alsmede baljuw en rentmeester van Tetl.
Uit dit huwelijk:
1. N.N. van Almelo(dochter), huwt Klaas van Zevendertot Haestenbech, vermeld 1381-1391.

VIId. Hendrik van Almelo, vermeld 1384-1398, overl. vóór 29 februari 1400, huwt Margaretha van Dulre, dochter van N.N. van Dulre en Jutta N.N., vermeld in het necrologium van de St. Plechelmuskerk te Oldenzaal op 8 juni van een niet bekend jaar.
Uit dit huwelijk:
1. Bruin van Almelo(ook genaamd van Dulre), vermeld 1400-1453, overl. 24 december van een niet genoemd jaar, huwt 1e (vóór 1407) Margaretha van Warmelo, huwt 2e (vóór 23 februari 1416) Elisabeth (Elseken) Puezen.
2. Jutta van Almelo, overl. op 9 juli van een niet vermeld jaar, vóór 18 november 1444, huwt Willem van Bevervoorde, vermeld vanaf 1398, eveneens overl. vóór 18 november 1444.

VIII. Arnold (IV) van Almelo, heer van Almelo ca. 1337, vermeld 1308-1360, overl. op 28 juli van een ongenoemd jaar, vóór 22 juni 1366, huwt Herburgis van Zuylen, dochter van Steven van Zuylen tot Anholt en Berta van Dale van Diepenheim, vermeld 1335.
Uit dit huwelijk:
1. Beatrix van Almelo, erfdochter van Almelo, vermeld 1362-1411, overl. 25 februari (waarschijnlijk 1412), huwt (vóór 24 juni 1362) Evert van Heeckeren van der Eze(Zie voor hun nakomelingen 'Het geslacht Van Rechteren en Van Rechteren Limpurg' hieronder nr. VIb.).
2. Berta van Almelo, vermeld vanaf 1365 als non, vanaf 1380 als abdis van het klooster Mariendaal (Maria Vallis) bij Utrecht, overl. waarschijnlijk 10 juni 1418.
3. Herburgis van Almelo.

VIIIa. Arnold van Almelo(ook genaamd van Gerner), vermeld 1349-1378, huwt N.N. van Eme.
Uit dit huwelijk drie kinderen bekend:
1. Albert van Almelo(meestal genaamd van Gerner genaamd van Eme), vermeld 1363-1424, huwt Mechteld N.N.[en mogelijk eerder (1384) met Beerte, de weduwe van Aelbert van Dale (Hij heeft mogelijk een zoon Evert)].
2. Dirk van Almelo(meestal genaamd van Gerner), vermeld 1382.
3. Geertruid van Almelo(meestal genaamd van Gerner), vermeld 1408-1410, huwt vermoedelijk Johan van Kuinre, zoon van Johan van Kuinre (van Baerlo) en N.N. van Bevervoorde, vermeld 1381, overl. 1408.

VIIIb. Albert van Almelo(ook genaamd van Gerner van Hulsen), vermeld 1350-1378, huwt Jutte N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Hadewig van Almelo, vermeld 1374-1378, erfdochter van het huis Ter Molen te Hellendoorn, huwt Sweder van der Schulenborg, zoon van Simon van der Schulenborg en N.N., vermeld 1378-1406.
2. Kunegonde van Almelo, vermeld 1374.
3. Lutgerd van Almelo, huwt 1e Hendrik van Essende jonge, zoon van Hendrik van Essen de oude en N.N., overl. 1385, huwt 2e 1386 Roelof van den Rutenbergte Millingen, zoon van Steven van den Rutenberg en N.N., overl. na 1417.

De eerste vermelding van een lid van het geslacht Van Almelo dateert van 1157 [NOTE G.J. ter Kuile, Oorkondenboek van Overijssel. Regesten 797-1350, I (Zwolle 1963), 57 (nr. 65).] , wanneer een Everhardus de Almelo wordt genoemd als ministeriaal van de Utrechtse bisschop. Zijn mogelijke zoon is Arnold (I) van Almelo. Met Hendrik van Almelo, die van 1236-1277 voorkomt als heer van Almelo wordt de eerste gevonden, tot wie de stamreeks met zekerheid opgevoerd kan worden [NOTE Vgl. G.J. ter Kuile, 'Het geslacht Van Almelo in de middeleeuwen I', in: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot boefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 72 (1957), 1 e.v. Deel II verscheen in het 74e stuk (1959), 17 e.v.] . De hier volgende genealogie van het geslacht Van Almelo bevat alleen die personen, die in de inventaris en de regestenlijst genoemd worden. Verschillende zijtakken, zoals de Van Almelo's genaamd van de Grimberg, die pas in de 15e eeuw uitsterven, zijn niet nader behandeld. Door het huwelijk van Beatrix van Almelo omstreeks 1362 met Evert van Heeckeren van der Eze kwam Almelo aan de Van Heeckerens. Zijn nakomelingen noemden zich Van Heeckeren genaamd van Almelo, maar meestal kortweg alleen 'van Almelo'.

Het wapen van de Van Almelo's was: In goud drie blauwe dwarsbalken, beladen met twaalf zilveren ruiten, 5, 4 en 3. Helmteken: een blauwe vlucht. Dekkleden: goud en blauw [NOTE J.B. Rietstap, De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel (Groningen 1890), 284.] . Dit wapen werd ook gevoerd door de leden van het geslacht Van Heeckeren genaamd van der Eze die de heerlijkheid Almelo bezaten. Johan van Rechteren, die in 1485 in het bezit van de heerlijkheid kwam, voerde alleen het schild van de Van Almelo's als een hartschild in zijn eigen familiewapen. Sedertdien kan men dit wapen beschouwen als dat van de heerlijkheid Almelo [NOTE Vgl. A.J. Mensema, 'Het heraldisch prachtvertoon van de familie Van Rechteren', in: Overijsselse Historische Bijdragen 107 (1992), 11.] .

Tussen haakjes zijn de paragraafaanduidingen vermeld, wanneer de betreffende personen in de inventaris van het huisarchief als archiefvormers voorkomen.

Het geslacht van Rechteren en van Rechteren Limpurg

Genealogie

I. N.N. van der Eze, mogelijk een broer van Simon van der Eze, proost te Emmerik, overl. 1218, en van Evert van der Eze, vermeld 1200- 1231, huwt N.N.
Uit dit huwelijk
1. Steven van Heeckeren, ridder, vermeld 1231-1240.
2. Evert van Heeckeren, volgt II.

II. Evert van Heeckeren, ridder, vermeld 1231-1245, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Evert van Heeckeren, volgt III.
2. Frederik van Heeckeren van der Eze, volgt IIIa.

III. Evert van Heeckeren, ridder, vermeld 1253-1263, ministeriaal van de graaf van Gelre 1263, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Evert van Heeckeren, ridder, vermeld 1275-1316, huwt Christina van Ulft.
Hieruit het geslacht Van Ulft.
2. Eleger van Heeckeren, ridder, vermeld 1270 en 1273, huwt N.N.
Hieruit het geslacht Van Dorth.
3. Gerhard van Heeckeren, ridder 1270, overl. 1295, huwt Sweneldis.
4. Jacobus van Heeckeren, ridder 1287.
5. Willem van Heeckeren, knape 1292.

IIIa. Frederik van Heeckeren, vermeld 1277 en 1279, huwt N.N. van der Eze, dochter van Steven van der Eze, ridder.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van Heeckeren, genaamd van der Eze, volgt IV.
2. Stephanus van der Eze, vermeld 1310.

IV. Frederik van Heeckeren van der Eze(ook Fredericus de Heeckeren en Vrederic van der Ese), hij is de eerste erkende stamvader van het geslacht van Heeckeren (van Rechteren), knape 1295, ridder 1305, bezitter van het huis de Ese te Almen, overl. 1320, huwt Mechteld van Rinwich, vermeld 1309-1320.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van Heeckeren van der Eze, volgt V.
2. Lumalda van der Eze, geb. ca. 1300, huwt Herbert heer van Putten, zoon van Pelgrim van Putten en N.N. van Nyenbeke.

V. Frederik van Heeckeren van der Eze, ridder 1324, drost van Salland 1346-1356, drost van Twente 1351, schout van Deventer 1353- 1354, woont op de Ese 1345, hoofd van de partij der Heeckerens in de strijd tussen de Heeckerens en de Bronckhorsten, overl. 6 apr 1357, huwt Maria van Honnepel, dochter van Lutzen van Honnepel en N.N..
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van Heeckeren van der Eze, volgt VI.
2. Wolter van Heeckeren van der Eze, vermeld 1360-1364;
3. Derk (Diederik) van Heeckeren van der Eze, vermeld 1360-1364;
4. Egbert van Heeckeren van der Eze, vermeld 1362-1380, kanunnik te Zutphen 1380.
5. Hillegonde van Heeckeren van der Eze, vermeld 1364, huwt Diederik van Wilp, zoon van Evert van Wilp en N.N..
6. Johan van Heeckeren van der Eze, vermeld 1359-1382.
Bastaard:
a.Evert van der Eze, magister, pastoor te Almelo, beroemd geneeskundige en volgeling van Geert Grote, overl. Almelo 1 apr 1404.
7. Jacob van Heeckeren van der Eze, volgt VIa.
8. Evert van Heeckeren van der Eze, volgt VIb.

VI. Frederik van Heeckeren van der Eze(§B.1), later meestal genoemd Van Heeckeren genaamd van Rechteren, heer tot Rhaan, na zijn huwelijk tot Rechteren, drost van Salland 1353, ridder 1356, na de dood van zijn vader hoofd van de partij der Heeckerens in de strijd tussen de Heeckerens en de Bronckhorsten, overl. 2 nov 1386, huwt tussen 1345 en 1347 met Lutgard van Voorst, erfdochter van Rechteren, dochter van Sweder van Voorst en Margaretha N.N., overl. tussen 1380 en 1386.

Uit dit huwelijk:
1. Swedertje van Heeckeren genaamd van Rechteren, overl. 1407, huwt vóór 1360 Jan III heer van Ruinen, zoon van Steven heer van Ruinen en [Bertrade] van Peize, vermeld ca. 1340, overl. 1378.
2. Adelheid van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.3), vermeld 1357-1371, huwt 1369 (h.c. 3 apr) Johan van Endenicht, vermeld 1364-1406.
3. Margaretha van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld 1357-1369, huwt 1369 (h.c. 3 apr) Robrecht van Virnenburg, zoon van Robrecht Graf von Virnenburg en Ida von Heppendorf, beiden worden 1393 als overl. vermeld.
4. Sweder van Heeckeren genaamd van Rechteren, volgt VII.
5. Frederik van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld 1377-1406, drost van Drenthe en kastelein van Coevorden 1404-1405, huwt Margaretha van Culemborg.
6. Johan van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld 1377-1406.
7. Diederik van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld 1377-1388.
8. Hillegonda van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld 1376-1394, huwt Herman (II) graaf van Kuinre, zoon van Herman (I) graaf van Kuinre en Mechteld van der Eze, vermeld vanaf 1376, verkoopt de heerlijkheid Kuinre aan de bisschop van Utrecht 1407, overl. 1410/1411.
9. Lutgard van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.5), vermeld 1386-1412, huwt ca. 1386 Roelof van Coeverden, vermeld 1377-1422, kastelein en ambtman van Lage, zoon van Reinold van Coeverden en Kunegonda [van Heeckeren].

VIa. Jacob van Heeckeren van der Eze, vermeld 1362- 1375, ridder 1362, overl. dec 1375, huwt Agnes N.N., overl. 1385.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van der Eze, volgt VIIa.
2. Aleid van der Eze, overl. vóór 1392, huwt Jacob van Hackfort, vermeld 1386-1424.
[3. Jacob van Heeckeren, vermeld 1416].

VIb. Evert van Heeckeren van der Eze(§B.2), vermeld vanaf 1357, drost van Twente 1372, overl. 28 feb 1400, huwt ca. 1350-1360 Beatrix van Almelo, erfdochter van Arnold IV van Almelo, heer van Almelo, en Herbrig van Zuylen, vermeld 1362-1411, overl. kort na 1411.
Uit dit huwelijk:
1. Arend van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld 24 feb 1376 doch reeds op jonge leeftijd en ongehuwd overl. vóór 13 nov 1376.
2. Herbrig van Heeckeren genaamd van Almelo(§B.6), vermeld 1376-1431, abdis te Borchorst, huwt vóór 1390 Hendrik van Wachtendonk.
3. Johan van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld vanaf 1383, overl. vóór 1390 op jeugdige leeftijd.
4. Lyse (Elisabeth) van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld 1383, overl. na 7 apr 1437, huwt vóór 1401 Johan (II) van Buckhorst, heer van Zalk, weduwnaar van Ermgard van Hackfort, zoon van Johan (I) van Buckhorst van Zalk en Agnes [van Heeckeren], knape, vermeld 1363-1418, ambtman van Diepenheim 1394, ambtman en kastelein van Coevorden en Drenthe 1405-1412, overl. ca. 1418.
5. Egbert van Heeckeren genaamd van Almelo, volgt VIIb.
6. Mette (Mechteld) van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld 1390-1401.

VII. Sweder van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.4), vermeld vanaf 1357, heer tot Rechteren 1388, raad van de bisschop van Utrecht 1395, drost van Coevorden en Drenthe 1396, overl. 23 apr 1404, huwt 1387 [h.c. 17 apr] Fye (Sofia) van Groesbeek, dochter van Zeger van Groesbeek, heer van Heumen, en Margaretha van Bylandt, vermeld tot 1429.
Uit dit huwelijk:
1. Lutgard van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld vanaf 1392, overl. ca. 1442, huwt ca. 1410 Wessel (IV) van den Boetzelaer, zoon van Rutger (III) van den Boetzelaer, ridder, en Elisabeth van Bylandt, knape, heer van den Boetzelaer, geb. omstreeks 1360, overl. 1439.
2. Frederik van Heeckeren genaamd van Rechteren, volgt VIII.
3. Margaretha van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld vanaf 1410, non in het klooster Weerselo.
4. Aleid van Heeckeren genaamd van Rechteren, vermeld vanaf 1410, non in het klooster Ter Hunnepe.
5. Zeger van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.9), vermeld vanaf 1410, heer tot Rhaan en Egede, overl. 24 jan 1457.
6. Dirk (Diederik) van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.10), vermeld 1410-1432, proost te Oldenzaal.
7. Fye (Sofia) van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.11), vermeld vanaf 1410, overl. na 1464, huwt na 1410 Alef van Haren, zoon van Johan Mensing van Haren, vermeld 1395-1464, knape, kastelein van Coevorden en ambtman van Drenthe 1442-1450, beleend door Otto van Rechteren met het huis Bredenhorst onder Heino 1461, overl. na 1464.
8. Johanna van Heeckeren genaamd van Rechteren, non te Diepenveen, overl. 1451.

VIIa. Frederik van der Eze, vermeld 1392-1404, schepen van Deventer 1389-1415, huwt N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob van der Eze, volgt VIIIa.

VIIb. Egbert van Heeckeren genaamd van Almelo(§B.7), vermeld vanaf 1390, heer van Almelo 1411-1453, overl. kort na 16 jan 1454, huwt vóór 1407 Elisabeth van Voorst, dochter van Wolter van Voorst en Keppel en Kunegonde van Meurs, abdis van het adellijke stift Vreden 1395-1403, overl. tussen 16 jul 1450 en 28 mrt 1451.
Uit dit huwelijk vier zonen, waaronder:
1. Johan van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld vanaf 1410, heer van Almelo 1453, overl. tussen 1457 en 1461, huwt Johanna van Reede, dochter van Hendrik van Reede, vermeld 1452-1470; zij hertrouwt met Lubbert van Langen.
2. Wolter van Heeckeren genaamd van Almelo, vermeld 1415-1435.

VIII. Frederik van Heeckeren genaamd van Rechteren(§B.8), heer tot Rechteren, Bredenhorst, Egede en Rhaan, vermeld vanaf 1392, in de Ridderschap van Salland 1411, drost van Drenthe en kastelein van Coevorden 1420- 1437 (sedert 1432 waargenomen door zijn jongere broer Zeger), overl. 1 feb 1462, begr. Dalfsen, huwt omstreeks 1432 met Kunegonde van Polanen, vrouwe van Voorst en Keppel, dochter van Otto van Polanen, heer van Asperen, en Johanna van Voorst, vrouwe van Voorst en Keppel, overl. ca. 1438.
Uit dit huwelijk:
1. Sweder van Voorst en Keppel, volgt IX.
2. Otto van Rechteren, volgt IXa.
3. Johan van Rechteren, volgt IXb.
4. Zeger van Rechteren, volgt IXc.
5. Fye (Sofia) van Rechteren, vermeld vanaf 1450, overl. 1509, huwt vóór 1470 met Wynand van Arnhem, zoon van Gerard van Arnhem en Kunegonda van Kuinre, ridder van Jeruzalem, overl. 1486.

VIIIa. Jacob van der Eze, heer van Gramsbergen, schepen en raad te Deventer 1420-1430, huwt Agnes van Gramsbergen, erfdochter van Hendrik heer van Gramsbergen en Agnes van Wisch.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van der Eze, volgt IXd.

IX. Sweder van Voorst en Keppel(§B.12) (eigenlijk van Heeckeren genaamd van Rechteren), vermeld vanaf 1450, heer van Almelo vanaf ca. 1457-ca. 1470, heer van Voorst en Keppel, overl. 1484, huwt ca. 1452 met Elisabeth van Homoet, dochter van Johan, heer van Homoet en Wisch, en Agnes van Culemborg, overl. ca. 1484.
Uit dit huwelijk:
1. Johan van Voorst en Keppel, geb. ca. 1455, heer van Almelo vanaf ca. 1478, beleend met de heerlijkheid Tull en 't Wael 1486, overl. vóór 30 okt 1501, huwt Agnes van Broeckhuysen, dochter van Reinier, heer van Broeckhuysen, en Ermgard van Groesbeek, vrouwe van Calbeck; zij hertrouwt 1504 Derk van Haeften, ambtman van Bommel, Tieler- en Bommelerwaard, zoon van Alart van Haeften en Aleid van Waardenborg.
2. Frederik van Voorst en Keppel, volgt X.
3. Reinier van Voorst, geb. ca. 1465, van hem is weinig meer bekend dan dat hij aan zijn einde zou zijn gekomen doordat hij zou zijn "van sijn broder Johan in 't privaet versmoort"

IXa. Otto van Rechteren(§B.13) (ook van Heeckeren genaamd van Rechteren), heer van Almelo vanaf ca. 1470, tot Rechteren, Bredenhorst, Egede en van de halve heerlijkheid Tull en 't Wael, vermeld vanaf 1450, ridder 1455, overl. vóór 10 nov 1478, huwt 22 jul 1455 [h.c. 15 jul] met Stefania (Steventje) van den Rutenberg, dochter van Alef van den Rutenberg tot Zuthem en Wilhelmina van Vianen van Beverweerde, overl. 1479.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik van Rechteren(§B.14), heer tot Rechteren en Bredenhorst, vermeld vanaf 1478, ongehuwd overl. tussen 13 mei 1489 en 27 feb 1490.
2. Johan van Rechteren(§B.15), heer van Almelo vanaf 1478, tot Rechteren en Bredenhorst, vermeld vanaf 1478, overl. 1500, huwt 20 jul 1486 met Evertje van Ewsum, dochter van Onno van Ewsum, hoofdeling te Middelstum, en Goetha van Manninga.
3. Adolf van Rechteren, volgt Xa.
4. Zeger van Rechteren(§B.17), heer tot Bredenhorst en Egede, vermeld vanaf 1478, drost van Salland, overl. tussen 17 feb 1521 en 20 okt 1523, huwt 1503 [h.c. 31 okt] Mechteld van Doornick, dochter van Jan van Doornick en Elisabeth van Renesse van Baar, overl. na 1551.
5. Kunnegonde van Rechteren, vermeld vanaf 1473, overl. tussen 1500 en 1502, huwt vóór 1473 Derk van Keppel, heer tot Verwolde, zoon van Wolter van Keppel en Wichmoet van Ittersum; hij zou zijn hertrouwd met Johanna, dochter van Herman van Woelbeecke genaamd van Keppel, en later met Agnes, dochter van Hendrik ter Bruggen.
Bastaard:
6. Johan bastaard van Rechteren, richter van Almelo 1486-1493, rentmeester van Almelo 1492-1494, overl. vóór ca. 1502, huwt Ghisele, die als zijn weduwe in 1502 wordt vermeld als wonende in een huis te Almelo.

IXb. Johan van Rechteren(ook: genaamd van Voorst), vermeld vanaf 1450, overl. Nijmegen 13 apr 1485, begr. aldaar Broederenkerk, huwt Margaretha van Homoet, vrouwe van Doorwerth en Doornenburg, dochter van Reinold van Homoet, heer van Doorwerth, en Sophia van Bylandt, vrouwe van Nederhemert, overl. ca. 1522, begr. Mariendal.
Uit dit huwelijk vijf kinderen, allen genaamd Van Voorst, wier nakomelingen hier niet verder zijn uitgewerkt; alle hieruit ontsproten takken Van Voorst tot Schoonderbeek en Van Voorst tot Eschede zijn in de 18e eeuw uitgestorven.

IXc. Zeger van Rechteren(ook: genaamd van Voorst), vermeld 1450-1488, drost van Salland 1483, overl. vóór 1501, huwt 1478 [h.c. 17 sep] Anna van Bevervoorde, dochter van Berend van Bevervoorde en Elisabeth van Oer tot Kakesbeke, overl. na 14 aug 1518; zij hertrouwt vóór 1508 met Henrick van Eschede.
Uit het huwelijk van Zeger zijn zes kinderen geboren, allen genaamd Van Voorst, waaruit de hier niet uitgewerkte, deels nog bloeiende, takken Van Voorst tot Enghuizen, Van Voorst tot Voorst, Van Voorst tot Haegen en Van Voorst tot Doornen.

IXd. Frederik van der Eze, heer van Gramsbergen, burgemeester van Deventer, overl. tussen 31 mei en 10 aug 1443, huwt Swedertje van Haren, vermeld 1443-1470, dochter van Alof van Haren en Fye van Heeckeren genaamd van Rechteren; zij hertrouwt Johan van Renesse tot Vinningen.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik van der Eze, heer van Gramsbergen, overl. vóór 1 okt 1470.
2. Jutte van der Eze, vermeld 1462-1501, huwt ca. 1462 Evert van Ulft, heer van de Kemnade, zoon van Frederik heer van Ulft en Johanna van Baeck, overl. ca. 1504.
3. Agnes van der Eze, overl. 1512, huwt 1e ca. 1484 Vincentius van Buren, zoon van Willem van Buren en Beusichem en Ermgard Gräfin von der Lippe, overl. 1505, huwt 2e na 1508 Johann Graf von Sayn- Wittgenstein, zoon van Eberhard Graf von Sayn-Wittgenstein en Margaretha von Rodemachern, geb. 7 jan 1488, overl. 21 apr 1551.
4. Sofia (Fye) van der Eze, overl. vóór 27 aug 1495, huwt ca. 1460 Roelof van Coeverden, zoon van Reinold van Coeverden en Belye van Aller, overl. ca. 1499.

X. Frederik van Voorst en Keppel, geb. ca. 1460, volgt zijn broer Johan op als heer van Voorst en Keppel 1501, overl. in of kort na 1521, huwt 1513 [h.c. 3 dec] Judith van Aeswijn, dochter van Reynier van Aeswijn, heer van de Swanenborg, en Agnes van Ulft.
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth van Voorst en Keppel, geb. 1516, overl. 1571, huwt 1530 Johan van Pallandt, heer tot Horst, Issum en Hamm, zoon van Elbert van Pallandt, heer van Zelhem, en Elisabeth ter Horst, overl. 1 okt 1562.
2. Frederica van Voorst en Keppel, geb. ca. 1521, overl. 1577, huwt 1536 [h.c. 7 apr] Derk van Gelre, heer tot Arcen, overl. 1580, zoon van Reinier van Gelre, heer tot Grunsfort (bastaard broer van hertog Karel van Gelre), en Aleyda Schenck van Nydeggen.

Xa. Adolf van Rechteren(§B.16), heer van Almelo vanaf 1500 en tot Rechteren, vermeld vanaf 1478, ambtman van Drenthe en kastelein van Coevorden 1496, overl. na 1518 en vóór 10 mei 1520, huwt Kessel 15 sep 1498 Catharina de Cock van Opijnen, dochter van Jan de Cock van Opijnen en Elisabeth van Ranst, vrouwe van Boxtel, overl. 3 mei 1549, begr. Dalfsen.
Uit dit huwelijk:

1. Hendrik van Rechteren(§B.18), heer van Almelo vanaf ca. 1519 en tot Rechteren, vermeld sedert 1500, overl. tussen nov 1566 en mrt 1567, huwt 1e 1533 [h.c. 9 feb] Walraventje van Rossem, dochter van Johan van Rossem, heer van Rossem, Poederoyen en Meinerswijk, en Odilia van Zuylen van Nyevelt, overl. feb 1556, huwt 2e 1556 [h.c. 10 mei] Agnes van Westerholt, dochter van Borchard van Westerholt, heer tot Dinckelburg, Brockhaus, Coppel et., en Roelofje de Vos van Steenwijk tot Entinge, overl. Almelo 1616; zij hertrouwt omstreeks 1575 met Rutger Torck, heer tot Vornhelm, weduwnaar van Agnes van Asbeck, zoon van Diederick Torck, heer tot Vornhelm, en N.N. van der Horst (ook: N.N. van Heick), hij gedraagt zich gedurende dit huwelijk als heer van Almelo, namens zijn vrouw, overl. ca. 1593.
2. Otto van Rechteren, volgt XI.
3. Adolf van Rechteren, vermeld vanaf 1521, sneuvelt, vermoedelijk als ridder van de Duitse Orde, in Lijfland in of kort vóór 1549.
4. Elisabeth van Rechteren, vermeld vanaf 1521, overl. 1577, huwt 1540 [h.c. 5 mei] Evert van Langen tot Everswinckel, zoon van Herman van Langen tot Everswinckel, ambtman te Dülmen, en Anna N.N., overl. na 1554.
5. Johan van Rechteren, volgt XIa.
6. Zeger van Rechteren(§B.20), (oorspronkelijk Vincentius), heer tot Bredenhorst en Egede, geb. ca. 1510, overl. 1560, huwt 1e ca. 1537 met Diederika van den Boetzelaer, dochter van Dirk van den Boetzelaer en Alijt van Harff, overl. ca. 1538, huwt 2e ca. apr 1539 met Josina van Erp, dochter van Willem van Erp; zij hertrouwt vóór 4 mei 1562 Johan van Doorne.

Bastaarden:
a. Johan bastaard van Rechteren, overl. vóór 28 feb 1529.
Hij heeft twee dochters: Johan(na) en Marriken, beiden overl. na 1529.
b. Zeger bastaard van Rechteren, schout van Heino, vermeld 1560-1573.
7. Anna van Rechteren, geb. ca. 1512, stiftsjuffer te Ter Hunnepe 1531, zij leeft aanvankelijk samen met Engelbert van Munster tot Alst, huwt Dalfsen 1559 Diederik van Langentot Cobbinck, zoon van Lambert van Langen en Neyse (Agnes) van Mervelt, beiden overl. na 1571.
Bastaarden:
8. Johan bastaard van Rechteren, geestelijke, vermeld 1514-1529.
9. Haco bastaard van Rechteren, geestelijke en vicaris in de kapel te Rechteren, vermeld 1513-1547.

XI. Otto van Rechteren, heer tot Rechteren 1531, vermeld vanaf 1521, drost van IJsselmuiden 1532, verwalter-drost van Twente en gemachtigde van de commandeur van de Duitse Orde te Ootmarsum, overl. (kort) vóór 27 mrt 1542, huwt ca. 1530 Kunegonde Schenckvan Toutenburg, dochter van Wilhelm Schenck van Toutenburg, heer van Korteplan, keizerlijk overste te Steenwijk, en Margriet Gorka Gräfin von Rebersreuth, overl. mogelijk kort vóór 1551.
Uit dit huwelijk:
1. Anna van Rechteren, geb. ca. 1530, overl. na 1553, huwt ca. 1551 met Joost van Keppel, heer van de Cloese, zoon van Derk van Keppel tot Cannenburg en Christina van Raesfelt, overl. na 1553.
Bastaard:
2. Alef bastaard van Rechteren, geb. ca. 1535, overl. (kort) vóór 1597.
Hij wordt 3 jan 1562 door de heer van Almelo beleend met de tienden uit het erve Buggenberg te Dalfsen. Op 1 feb 1597 wordt zijn zoon Gerhard Alefsen daarmee beleend als oudste zoon na het overlijden van zijn vader Alef van Rechteren. Naast deze zoon heeft Alef nog een dochter Geertruid (Truycken) Alefsen, die overl. vóór 14 apr 1620, en een dochter Hendrikje Alefsen die op 17 jun 1604 te Zwolle trouwt met Evert Wichers Kamphuis uit Wijhe, als dochter van Alef van Rechteren en die op dat moment dienstmeid is bij jonker Van Aeswijn.

XIa. Johan van Rechteren(§B.19), heer tot Rechteren, vermeld vanaf 1521, testeert Zwolle 30 sep 1557, overl. vóór 12 mei 1580, huwt 1e ca. 1540 Agnes van den Clooster, dochter van Reint van den Clooster tot Havixhorst en Anna de Vos van Steenwijk, overl. 4 mrt 1562, huwt 2e 1565 Hendrika van Keppel, dochter van Dirk van Keppel tot de Cannenburg en Christina van Raesfelt, overl. mei 1606.
Uit het eerste huwelijk:
1. Adolf van Rechteren, heer tot Rechteren, geb. ca. 1545, overl. tussen 6 apr en 28 aug 1597, huwt 1582 Lucia van Reede, dochter van Godert van Reede, heer van Amerongen en tot Saasveld, en Geertruid van Nijenrode, vrouwe van Zuylensteyn en Nederhorst; zij hertrouwt Zwolle 5 okt 1598 Joachim van den Boetzelaer tot Toutenburg en Batinge (ca. 1550-ca. 1624).
2. Reinhard van Rechteren, heer tot Egede, vermeld vanaf 1580, overl. kort vóór of in 1596.

Bastaarden:
a. Catharine bastaard van Rechteren, geb. ca. 1580, huwt Zwolle 6 sep 1608 (ondertr. aug 1608) Mahu Jacobsvan Steenwerk in Vlaanderen, ruiter onder ritmeester Johan Backs.
b. Geesje bastaard van Rechteren, geb. ca. 1590, huwt Zwolle 9 aug 1625 (ondertr. jun 1625) Willem Chinan(ook Chenen).
c. Alef bastaard van Rechteren, geb. ca. 1595, woont in de Nieuwstraat te Zwolle, huwt Zwolle 15 mei 1627 Wendeltje Berends.
Uit dit huwelijk:
aa. Reint van Rechteren, gedoopt Zwolle 24 mei 1627.
bb. Jan van Rechteren, gedoopt Zwolle 1 mrt 1629.
cc. Lysabeth van Rechteren, gedoopt Zwolle 1 mrt 1629, tweeling met de voorafgaande Jan, huwt Zwolle 16 aug 1659 Berend Alefsenuit Dalfsen.
d. Zeger bastaard van Rechteren, geb. 1600, belijdenis Zwolle sep 1633, provoost-geweldige van Overijssel, bezit in Zwolle het huis in de Sassenstraat nr. 5, overl. 1645, huwt 1e Anneke Heimans, weduwe van Wolter Alberts, dochter van Heiman Hendriks, schout te Zalk, belijdenis Zwolle 1633, huwt 2e (ondertr. Zwolle aug 1641, met attestatie te Meppel) Anna Moda, weduwe van jonker Willem van Rossum, belijdenis te Zwolle jun 1642, begr. Grote Kerk 1 dec 1646.
3. Zeger van Rechteren, volgt XIII.
4. Hendrik van Rechteren, volgt XIIa.
5. Otto van Rechteren, vermeld vanaf 1581, overl. na 1642, huwt Geertruid van den Clooster, vrouwe van Vledderingen, dochter van Rudolf van den Clooster en Agnes Sloet.

XII. Zeger van Rechteren(§B.21), heer tot Rechteren en Bredenhorst, vermeld vanaf 1581, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 1598, overl. 1603, huwt 1593 (ondertr. 22 mrt St. Michaëlskerk Zwolle) Margaretha van Munster, dochter van Roelof van Munster tot Herzford en Ida (van) Onsta, overl. 1648 (begr. 5 apr); zij hertrouwt vóór 15 mrt 1608 Paul Redick, een uit Engeland afkomstige officier van aanzienlijke afkomst, die kapitein te Oldenzaal is in Spaanse dienst.
Uit dit huwelijk:
1. Johan van Rechteren, volgt XIII.
2. Ida van Rechteren, geb. ca. 1596, als opvolgster van haar oom Reinhard van Rechteren vrouwe tot Egede, overl. op of kort na 31 aug 1631 in de kraam van haar elfde kind, huwt ca. 1616 Robert van Ittersumtot Nijenhuis en Luttenberg, zoon van Ernst van Ittersum tot Nijenhuis en Benthuis en Geertruid Sloet, geb. 1592, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 1615, drost van Haaksbergen 1619-1623, drost van Twente 1623-1636, overl. 3 apr 1636, begr. Wijhe; hij hertrouwt in 1635 (ondertr. Deventer 17 jan) Maria van Voorst, overl. 1645.
3. Catharina van Rechteren, geb. ca. 1600, overl. na 1658, huwt 14 feb 1619 Hermann Spies zu Bullesheim und Schimpern, zoon van Wilhelm Spies zu Moets und Schimpern en Katharina van Thulen en Wycheler, overl. na 1640.

XIIa. Hendrik van Rechteren, heer tot Hoonhorst, vermeld vanaf 1575, in dat jaar markegenoot van Leusen, overl. tussen 15 okt en 7 nov 1604, huwt ca. 1580 Johanna van Munster, dochter van Roelof van Munster tot Herzford en Ida (van) Onsta, overl. 1 jan 1603.

Uit dit huwelijk:
1. Johan van Rechteren, overl. vóór 1604.
2. Ida van Rechteren, vermeld vanaf 1602, dan al meerderjarig, huwt Zwolle 11 okt 1607 Lubbert Ulgertot Nijensteen, zoon van Lubbert Ulger en Mechteld Brantz, beiden zijn overl. na 1629 en vóór 13 feb 1635, mogelijk te Dalfsen.
3. Catharina van Rechteren, vermeld vanaf 1604, dan al meerderjarig, overl. na 17 nov 1643, huwt 1610 (ondertr. Zutphen 17 jun) Johan van den Cloostertot Hoonhorst, zoon van Reint van den Clooster en Sophia Valck, overl. tussen 1637 en 1643, drost van Vollenhove en kapitein.
4. Adolf van Rechteren, vermeld vanaf 1604, dan minderjarig, overl. op jonge leeftijd na 1619.
5. Agnes Maria van Rechteren, vermeld vanaf 1604, dan minderjarig, non in het Annonciatenklooster (Clarissen) binnen Antwerpen, waar ze ca. 1645 nog verblijft.
6. Reiniera van Rechteren, vermeld vanaf 1604, dan minderjarig, overl. na 3 aug 1662, huwt Peter von Wolfskehl, zoon van Johann von Wolfskehl en Margaretha von Heimbach, burgemeester van Keulen 1647-1655, overl. 30 apr 1655, begr. te Keulen bij de Carmeliten.
7. Allegonde van Rechteren, vermeld vanaf 1604, dan minderjarig, lidmaat te Zwolle op 21 sep 1623 en woont dan bij juffer Snethlage, woont te Hoonhorst 1626, huwt Zwolle 19 sep 1626 Gerrit van Dongen, zoon van Cornelis van Dongen tot Zalne, schout van Zwolle, en van Maria van Hoevenstein of N.N. ten Bussche, beiden overl. in 1636 (vóór 5 okt) te Zwolle aan de pest.
Bastaard:
8. Hendrikje natuurlijke dochter van Rechteren, overl. na 1618.

XIII. Johan van Rechteren(§B.22), heer van Almelo vanaf 1616, tot Rechteren en Bredenhorst, student te Franeker 28 jun 1610, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 19 apr 1618, gedeputeerde ter Staten- Generaal 1625-1633, overl. 7 jan 1641, begr. Almelo, huwt 1e 1616 Joachima van Wijhe, dochter van Joachim van Wijhe tot Hernen (§C.7.a) en Josina van den Bongard, overl. 23 feb 1636, begr. Almelo, huwt 2e 21 mei 1640 Johanna van Heeckeren, dochter van Joost van Heeckeren, heer tot Diepenbroeck, later tot Roderlo, en Agnes van Haeften, overl. ca. 1659; zij hertrouwt 16 nov 1643 Willem Jacob van den Boetzelaer tot de Poll, landdrost van het graafschap Bergh.

Uit het eerste huwelijk:
1. Maria Margaretha van Rechteren, geb. ca. 1617, overl. ca. 1649, huwt 1e 1638 Wessel van Munster tot Havixhorst, zoon van Herman van Munster tot Havixhorst en Agnes van den Clooster, huwt 2e ca. 1641 Jacob van Keppel, heer tot de Horst en Nijenborch (Westfalen), zoon van Jacob van Keppel en Lucretia Mulert, overl. 1652.
2. Agnes van Rechteren, geb. ca. 1621/1622, overl. 21 jul 1690, huwt 1642 Bernard von Asbeckzu Goer (Kleef), zoon van Heinrich Johann von Asbeck en Anna von Schedelich, overl. tussen 1655 en 1662.
3. Josina Sophia van Rechteren, vrouwe tot Hoonhorst, geb. ca. 1622/1623, overl. na 1679 en vóór 21 jul 1690, huwt 1641 Hendrik Frederik van den Cloostertot Havixhorst, zoon van Johan van den Clooster tot Hoonhorst en Catharina van Rechteren, ged. Zutphen 13 jun 1613, kolonel, overl. 22 dec 1678, begr. Almelo.

4. Zeger van Rechteren(§B.23), heer van Almelo vanaf (1641)1645, ged. Zwolle 4 dec 1623, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 17 okt 1644, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1650-1658, gedeputeerde ter Staten-Generaal 1663-1666, kolonel, overl. 17 mrt 1674, begr. Almelo, huwt 1e 1644 Margaretha van Arnhem, dochter van Zeger van Arnhem tot Kernhem en Margaretha van Wijhe, overl. 2 jul 1651, begr. Almelo, huwt 2e Zaltbommel 18 mrt 1652 (ondertr. 29 feb) Margaretha Torck, weduwe van Antony van Aeswijn, heer van Brakel, dochter van Johan Torck, heer tot Nederhemert en Delwijnen, en Ermgard van Wylich tot Kervendonk, ged. Zaltbommel 13 jul 1623, overl. Leiden ca. 1669.
5. Joachim Adolf van Rechteren, volgt XIV.
6. Johan Reinhard van Rechteren, heer tot Bredenhorst, ged. Zwolle 4 nov 1628, student te Groningen 14 jun 1645, overl. door een val van zijn paard op de markt te Oldenzaal 6 mei 1649, begr. Almelo.
Bastaard:
7. Hendrik bastaard van Rechteren, geb. [Almelo] ca. 1640, student Athenæum Illustre te Deventer en te Leiden 14 okt 1660, richter te Almelo 1665-1689, rentmeester van het huis Almelo 1673-1678, overl. als weduwnaar ca. 1690, huwt Wierden 3 mei 1676 (ondertr. Zwolle 15 apr 1676 met attestatie naar Almelo) Geertruid Kotgens, dochter van Jan Kotgens en Wendelina Vos, ged. Zwolle 25 jul 1658.

XIV. Joachim Adolf van Rechteren(§B.24), heer tot Rechteren, ged. Zwolle 28 dec 1627, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Rechteren op 11 mei 1647, beleend met Rechteren 6 sep 1647, gecommitteerde vanwege Overijssel ter Admiraliteit van het Noorderkwartier 1657-1660, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1666-1672, overl. 5 mei 1686, huwt Zwolle 12 okt 1647 Margaretha van Haersolte, vrouwe tot Westerveld en Haerst, dochter van Rutger van Haersolte tot Haerst, Westerveld en Wolfshagen (§C.3.a) en Elisabeth van Laer, ged. Zwolle 30 dec 1628, overl. 12 feb 1682.

Uit dit huwelijk:
1. Joachima van Rechteren, geb. 1647/1648, overl. 1674, huwt 1669 Robert van Ittersumtot Nijenhuis, zoon van Ernst van Ittersum tot Nijenhuis en Geertruid van Doornick, geb. 30 mei 1645, ritmeester en kolonel, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 1669, dijkgraaf van Salland 1681, commandeur van de Duitse Orde 1685, drost van Salland 1692, overl. Zwolle 7 feb 1705; hij hertrouwt 1676 [h.c. 20 okt] Eleonora Sophia Bentinck.
2. Elisabeth van Rechteren, ged. Zwolle 19 mrt 1650, overl. 12 aug 1727, begr. Almelo, huwt 1690 (ondertr. Oldenzaal 26 okt, attestatie naar Almelo) Gerhard Adriaan van Reedetot Saasveld, heer tot Nijenrode en Breukelen, weduwnaar van Margaretha Droste zu Visschering, zoon van Joan Joachim van Reede tot Saasveld en Anna Johanna von Spies, overl. Saasveld 6 mei 1727, begr. Oldenzaal.

3. Wilhelmina Margaretha van Rechteren, geb. 1653, overl. 30 jun 1680.
4. Johan Zeger van Rechteren, volgt XV. [Tak Rechteren (zie pag. xlvi)].
5. Rutger van Rechteren, geb. 1655, overl. 2 mrt 1765, begr. Almelo.
6. Adolf Hendrik van Rechteren, volgt XVa. [Tak Rechteren Almelo (zie pag. lv)].
7. Volkier van Rechteren, geb. 1657, vaandrig 1674, gesneuveld voor Maastricht 6 aug 1676.
8. Johan Willem van Rechteren(§B.26), heer tot Verborg, geb. 1658, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 12 mei 1682, kapitein ter zee, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1705-1719, verwalter-drost van Salland, overl. 18, begr. Zwolle 23 nov 1718, huwt Oldebroek 22 jul 1701 Anna Elisabeth van Haersolte, vrouwe tot Bredenhorst, Staveren en Zwaluwenburg, dochter van Anthony van Haersolte tot Elsen en Johanna van Haersolte, ged. Zwolle 9 mrt 1684, overl. 12, begr. Zwolle 18 aug 1711.

9. Reinhard van Rechteren(§B.27), heer tot Westerveld, geb. 1659, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 28 mrt 1690, generaal- majoor der infanterie, overl. 19, begr. Deventer (Grote Kerk) 24 jun 1732, huwt Colmschate 7 apr 1698 Elsabe Benedicta van Lintelo, dochter van Jan van Lintelo tot de Marsch en Agnes Reiniera Schele, ged. Zutphen 13 jun 1649, stiftsjuffer te Ter Hunnepe, begr. Deventer 23 mei 1732.
10. Josina Agnes van Rechteren, geb. 1661, ongehuwd overl. Zwolle 1 mei 1752, uitgevoerd naar Dalfsen 8 mei.
11. Gerrit Burchard van Rechteren(§B.28), heer tot Noorddeurningen, geb. 1663, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 13 mrt 1711, luitenant-generaal der cavalerie, gouverneur van Doornik 1719, van Breda 1724-1734, overl. Breda 28 jan 1738, begr. Dalfsen.
12. Frederik Rudolf van Rechteren, volgt XVb. [Tak Mennigjeshave (zie pag. lxvi)].
13. Lambert Bernard van Rechteren(§B.29), heer tot Velner, geb. 1665, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Velner op 11 apr 1700, kolonel, commandant van Bonn, overl. Zwolle 2 sep 1724, uitgevoerd naar Raalte 8 sep.
14. Jacob Florens van Rechteren(§B.30), ged. Zwolle 20 feb 1668, vaandrig 1688, kapitein 1689, overl. jan 1749.
15. Judith Aleida van Rechteren, vrouwe tot Verborg, ged. Zwolle 20 feb 1668, overl. 22, begr. Zwolle 28 jan 1749, huwt Almelo 4 apr 1706 Frederik Johan van Huffel(§C.5.a), heer van Neu Niedeck, weduwnaar van Anna Elisabeth van Voorst, zoon van Philip Jacques van Huffel en Sofia Sibylle Zorn zu Bulach, brigadier der infanterie 1706, generaal-majoor 1709 en luitenant-generaal 1727, gouverneur van Rijssel, overl. jan, begr. Zwolle 4 feb 1733.
16. Otto Emanuel van Rechteren, geb. ca. 1670, ritmeester, overl. 1710.

Het geslacht van Rechteren en van Rechteren Limpurg (voordien ook genoemd van Heeckeren van der Eze en van Heeckeren genaamd van rechteren)

Over de oorsprong van het geslacht Van Rechteren ligt nog veel in het duister. Aanvankelijk heette de familie Van Heeckeren. Die naam ontleende zij mogelijk aan het bezit van een goed in het gericht Hekeren-Rechen-Hüthum tussen Emmerik en Elten. Door het huwelijk van Frederik van Heeckeren met zijn verwante, een dochter van Steven van der Eze, noemden sommige leden van dit geslacht zich Van Heeckeren van der Eze, of eenvoudigweg Van der Eze. De naam Eze is afgeleid van het goed Hees, eveneens bij Emmerik. Na het huwelijk van Frederik van Heeckeren van der Eze met Lutgard van Voorst, de erfdochter van het kasteel Rechteren in de gelijknamige buurschap bij Dalfsen, noemden hij en zijn nakomelingen zich Van Heeckeren genaamd van Rechteren. Sedert het midden van de 15e eeuw liet men over het algemeen het Van Heeckeren weg en noemde men zich bijna uitsluitend Van Rechteren.

Door zijn huwelijk in 1711 met Amalia Alexandrina Frederica des H.R.Reichsgräfin von Limpurg-Speckfeld verkreeg Joachim Hendrik Adolf van Rechteren zitting in de gravenbank van het Duitse Rijk vanwege het graafschap Limpurg in Unterfranken. Sedertdien voegde men de naam Limpurg toe aan die van Van Rechteren en was men gerechtigd tot het voeren van de titel graaf van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie (des H.R.Rijksgraaf). Eenzelfde titel voerden de afstammelingen van Adolf Hendrik van Rechteren tot Almelo, die bij diploma van 25 oktober 1705 door de Duitse keizer wegens verdiensten in de Rijksgravenstand werd verheven.

Bij besluiten van de Souvereine Vorst van 28 augustus 1814, nr. 14, werden Christiaan Lodewijk van Rechteren tot Collendoorn, Frederik Hendrik van Rechteren tot Mennigjeshave, Frederik Lodewijk Christiaan van Rechteren Limpurg tot Rechteren, Frederik Rudolf Carel van Rechteren tot Hofstede, Frederik Reinhard Borchard Rudolf van Rechteren Limpurg tot Noorddeurningen en Jacob Godefroy van Rechteren tot Gramsbergen benoemd in de Ridderschap Van Overijssel. Jacob Hendrik van Rechteren tot Appeltern werd bij Souverein Besluit van 7 oktober 1814, nr. 53, benoemd in de Ridderschap van Gelderland. Tenslotte werd in de Ridderschap van Overijssel benoemd jonkheer Adolph Frederik Lodewijk van Rechteren Limpurg bij Koninklijk Besluit van 24 februari 1816, nr. 9. De homologatie van de titel graaf (op te vatten als inlijving met de titel graaf; er was immers sprake van nobilitering als graaf van het Heilige Roomse Rijk op grond van het diploma van 1705) voor de jonkheren Jacob Hendrik en Jan Derk van Rechteren vond plaats bij Koninklijk Besluit van 28 april 1822, nr. 137.

Voor de jonkheren Adolph Frederik Lodewijk en Willem Reinhard Adolph Karel van Rechteren Limpurg vond de erkenning van de grafelijke titel plaats bij Koninklijk Besluit van 23 augustus 1822, nr. 10, en die van jonkheer Johan Reinhard Frederik Christiaan Willem van Rechteren Limpurg bij Koninklijk Besluit van 25 september 1822, nr. 53 [NOTE Hoge Raad van Adel, De Nederlandse Adel. Besluiten en Wapenbeschrijvingen, 's-Gravenhage 1989, 176.] . Bij besluit van de Duitse bondsdag van 13 februari 1829 verkregen de hoofden van de voormalige souvereine grafelijke huizen van het Duitse Rijk het predikaat "Erlaucht" (Illustrissime) en werden de leden van die huizen in rang gelijk gesteld met die van de souvereine vorstenhuizen van Europa. Voor de leden van de familie Van Rechteren Limpurg in het koninkrijk Beieren, als bezitters van het voormalige graafschap Limpurg, gold deze bepaling reeds bij besluit van de Beierse koning van 11 februari 1823, waarna het besluit van de bondsdag nog eens bekrachtigd werd op 22 april 1829.

De bewezen geregelde stamreeks begint met Frederik van Heeckeren genaamd van der Eze, die huwde met Mechteld van Rinwich. De oudere generaties berusten op een reconstructie, die op sommige punten aanvechtbaar is [NOTE Voor de oudste generaties is gebruik gemaakt van: J.M. van Winter, Ministerialiteit en ridderschap in Gelre en Zutphen (Groningen 1962). De voornaamste gedrukte bronnen voor de genealogie van het geslacht zijn: L.H.F.H. van Heeckeren, 'Voerst, Hekeren genaamd Rechteren, Rechteren genaamd Voorst, Voorst genaamd Rechteren', in: Heraldieke Bibliotheek (1876), 1 e.v.; W. de Haas, 'Het geslacht Van Heeckeren', in: Heraldieke Bibliotheek 4 (1882), 1 e.v.; Stammtafel des mediatisierten Hauses Rechteren-Limpurg (1900); D.P.M. Graswinckel en H. Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren, 's-Gravenhage 1941; Nederlands Adelsboek, jrg. 1950, 1978 en 1985. Niet onbelangrijk is het manuscript van A.F.L. van Rechteren Limpurg, Versuch eines Geschlechts-register der Familie der jetzigen Grafen van Rechteren Limpurg aus brieflichen Urkunden in gedrängter Kürze entworfen, z.p., z.j., (1813), (inv. nr. 2).] .

De wapens van de leden van de familie Van Rechteren en Van Rechteren Limpurg werden in 1814 bij de diverse Souvereine Besluiten vastgesteld. Voor de Van Rechterens: in goud een rood kruis. Aanziende helm; geen wrong. Helmteken: een gouden hoed met rode opslag, waaruit een rode struisveer. Dekkleden: goud en rood. Schildhouders: twee omziende roodgetongde griffioenen met geopende, naar beneden gerichte vlucht, de staart tussen de achterpoten doorgeslagen, het geheel geplaatst op een grasgrond.

Het wapen van de familie Van Rechteren Limpurg is: Gevierendeeld: 1. en 4. in goud een rood kruis (Rechteren); 2. en 3. gevierendeeld: i. en iv. hoekig doorsneden van rood en zilver; ii. en iii. in blauw vijf zilveren koppen van knotsen, de steel omlaag, 3 en 2 (Limpurg). Twee helmen. Helmtekens: 1) een gouden hoed met rode opslag, waaruit een rode struisveer (Rechteren); 2) twee van rood en zilver ingehoekt doorsneden olifantstrompen, met in elke monding een hangend gespleten vaantje, hoekig doorsneden van rood en zilver (Limpurg). Schildhouders: twee omziende roodgetongde griffioenen met geopende, naar beneden gerichte vlucht, de linker met de staart omhoog, de rechter met de staart tussen de achterpoten doorgeslagen, het geheel geplaatst op een grasgrond [NOTE Vgl. A.J. Mensema, 'Het heraldisch prachtvertoon van de familie Van Rechteren', in: Overijsselse Historische Bijdragen 107 (1992), 5-31. Zie ook de afbeelding van het wapen Van Rechteren, zoals verleend in 1705 aan Adolf Hendrik van Rechteren op p. ii.] .

De genealogie is consequent uitgewerkt na generatie X. Na generatie XIV is de stamboom voor de overzichtelijkheid in drie hoofdtakken verdeeld: de Tak Rechteren, de nakomelingen van Johan Zeger van Rechteren, waaruit de latere Tak Rechteren Limpurg; de Tak Rechteren Almelo, de nakomelingen van Adolf Hendrik van Rechteren, en de Tak Mennigjeshave, de afstammelingen van Frederik Rudolf van Rechteren. Voor zover nodig zijn de twee eerstgenoemde takken wederom onderverdeeld. Voor de identificatie van de verschillende personen zijn tevens hun roepnamen vermeld, met name voor leden van de familie in de 18e eeuw; alleen, wanneer die verschilde van hun doopnaam. Tussen haakjes zijn de paragraafaanduidingen vermeld, wanneer de betreffende personen in de inventaris van het huisarchief als archiefvormer voorkomen. Voorts zijn alleen die bastaarden vermeld, waarvan de vader met zekerheid bekend is.

Tak Rechteren

XV. Johan Zeger van Rechteren, heer tot Rechteren, geb. 1655, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 30 dec 1681, kolonel der cavalerie, overl. Rechteren 13 mrt 1701, huwt Scheveningen 5 jan 1685 Agnes Sophia van Raesfelt, vrouwe van de Eze en tot Schuilenburg, dochter van Hendrik van Raesfelt, heer van de Eze en tot Schuilenburg, en Margaretha van Eyll, vrouwe van Heydeck, Gastendonck en Olmont, geb. huis Heydeck 1 nov 1663, overl. 18 dec 1705.

Uit dit huwelijk:
1. Margaretha Henriëtte van Rechteren, ged. Hellendoorn 27 sep 1685, overl. 18 dec 1705.
2. Joachima Elisabeth van Rechteren, ged. Hellendoorn okt 1686, lidmaat te Dalfsen 8 jul 1702, met attestatie naar Zwolle 18 jun 1706, begr. Hattem 11 okt 1761, huwt Almelo jun 1710 Derk van Haersoltetot Yrst, zoon van Willem van Haersolte tot Yrst en Johanna Elisabeth van Lynden, ged. Elst 31 mei 1674, ambtsjonker van het schoutambt Hattem 12 apr 1720, dijkgraaf van Salland 1728, brigadier en kolonel der infanterie, overl. Zwolle, begr. Hattem 22 mei 1740.
3. Joachim Hendrik Adolf van Rechteren, volgt XVI.
4. Wilhelmina Sophia van Rechteren, geb. Rechteren 14 feb 1689, ged. Dalfsen 17 feb 1689, lidmaat te Dalfsen 21 mrt 1704, abdis van het stift Ter Hunnepe, overl. in het stift Ter Hunnepe 14 okt 1748, uitgevoerd naar Dalfsen 21 okt.
5. Jeanette Agnes van Rechteren, geb. Rechteren 26 aug 1690, ged. Dalfsen 31 aug 1690, lidmaat te Dalfsen 3 apr 1706, overl. Zwolle, uitgevoerd naar Dalfsen 4 aug 1761.

6. Jacoba Judith Isabella van Rechteren, vrouwe van de Eze en tot Schuilenburg, geb. Rechteren 1 okt 1693, overl. Zutphen 13 mrt 1740, huwt 1e Wilp 9 nov 1713 Evert van Heeckerentot Nettelhorst en Molecaten, zoon van Robert van Heeckeren tot Enghuizen en Barlham en Anna Wilhelmina Cecilia van Keppel tot Molecaten en Campherbeek, geb. Zutphen 12, ged. ald. 15 jan 1693, in de Ridderschap van Zutphen 1715 en gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer, overl. Nettelhorst (Laren) aug 1724, huwt 2e 1731 [h.c. Nettelhorst 15 jun] Karel Philip Crafft van Huffel, heer tot Neu Niedeck, Ramstein en Beerse, zoon van Frederik Johan van Huffel en Anna Elisabeth van Voorst, ged. Nijmegen 17 apr 1687, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 15 mrt 1714, dijkgraaf van Salland 1716-1728, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1728, gecommitteerde ter Admiraliteit van Amsterdam 28 apr 1732, overl. Batinge 12 aug 1743, begr. Dwingeloo 21 aug.
7. Jan Willem Reinert van Rechteren, heer van de Eze, ged. Dalfsen 15 nov 1696, lidmaat te Dalfsen 24 jun 1714, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 9 nov 1722, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam en naderhand van Amsterdam 1727-1729, overl. Zwolle 7 feb 1731, uitgevoerd naar Dalfsen 10 feb.

XVI. Joachim Hendrik Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van de Eze en tot Rechteren en Schuilenburg, geb. Schuilenburg 28 nov, ged. Hellendoorn 11 dec 1687, student te Leiden 19 sep 1707, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Rechteren op 12 mrt 1712, gecommitteerde ter Admiraliteit van Amsterdam 1714-1717, gedeputeerde ter Staten-Generaal 1717, overl. Markt Einersheim 5 mrt 1719, begr. Dalfsen mei 1719, huwt Sommerhausen am Main 23 okt 1711 Amalia Alexandrina Frederica des H.R.Reichsgräfin von Limpurg-Speckfeld, weduwe van Johann Georg des H.R.Reichsgraf von Wolfframsdorff (§C.6.a), dochter van Georg Eberhard des H.R.Reichsgraf von Limpurg-Speckfeld en Johanna Polytna des H.R.Reichsgräfin von Leiningen-Dachsburg, geb. Sommerhausen 5 jun 1689, overl. 2 apr 1754.
Uit dit huwelijk:
1. Johan Everhard Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, volgt XVII.

XVII. Johan Everhard Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg(§B.41), heer van de Eze en tot Rechteren en Schuilenburg, geb. Rechteren in de nacht van 2 op 3 nov, ged. Dalfsen 4 nov 1714, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 13 apr 1739, gecommitteerde ter Admiraliteit van Friesland, gedeputeerde ter Staten-Generaal, overl. Markt Einersheim 15 mrt 1754, huwt 1e 3 feb 1737 Josina Elisabeth van Rechteren, huwt 2e Almelo 14 jul 1746 Sofia Carolina Florentina des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe van Almelo en Vriezenveen, zij hertrouwt 1758 Johan R.B.R. des H.R.Rijksgraaf van Rechteren tot Noorddeurningen.

Uit het eerste huwelijk:
1. Josina Elisabeth des H.R.Rijksgravin van Rechteren Limpurg(§B.43), geb. Rechteren 11, ged. Dalfsen 13 feb 1738, overl. 24 apr 1805, huwt 20 dec 1754 August Wilhelm des H.R.Reichsfürst zu Hohenlohe- Ingelfingen, weduwnaar van Maria Emerentia Augustina des H.R.Reichsgräfin von Auersperg, zoon van Christian Craft des H.R.Reichsgraf von Hohenlohe-Ingelfingen en Maria Catharina Sofia des H.R.Reichsgräfin von Hohenlohe-Pfedelbach, geb. 15 mei 1720, in 1764 wordt hem de titel Fürst verleend, overl. 15 feb 1769
Uit het tweede huwelijk:
2. Joachim Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg(§B.44), heer van de Eze en tot Rechteren en Schuilenburg, geb. Rechteren 28 mrt, ged. Dalfsen 3 apr 1747, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate de Eze op 11 mrt 1772, overl. Rechteren 23 jul, begr. Dalfsen 1 aug 1775.
3. Frederik Lodewijk Christiaan graaf van Rechteren Limpurg,volgt XVIII [Tak Rechteren Limpurg Almelo (zie pag. xlviii)].
4. Carel Alexander Julius Willem Ludwig des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 19, ged. ald. (met speciale toestemming van de drost van Salland) 23 dec 1749, overl. Dalfsen 13 mrt 1750.
5. Frederik Reinhard Burchard Rudolf graaf van Rechteren Limpurg,volgt XVIIIa [Tak Speckfeld (zie pag. liii)].

Tak Rechteren limpurg almelo

XVIII. Frederik Lodewijk Christiaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg(§B.45), heer van Almelo en de Eze en tot Rechteren, Schuilenburg en Verborg, geb. Sommerhausen 29 feb, ged. Würzburg 2 mrt 1748, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 9 apr 1785, kolonel, voorzittend- meester van de ambulante militaire vrijmetselaarsloge Sint Andreas, kamerheer des keizers en commandeur van de Duitse Orde 1805, benoemd in de Ridderschap van Overijssel met het predikaat jonkheer bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, overl. Zwolle 20 sep 1814, begr. Dalfsen, huwt 1e Ootmarsum 12 dec 1780 Wilhelmina Carolina Dorothea des H.R.Rijksgravin van Heiden Hompesch, dochter van Sigismund Vincent Lodewijk Gustaf des H.R.Rijksgraaf van Heiden Hompesch tot Ootmarsum en Walborg en Anna Sophia Dorothea des H.R.Reichsfreiin von Riedesel zu Eisenbach, geb. 7, ged. 's-Gravenhage, Waalse kerk 11 mei 1758, overl. 20, begr. Stevensweert 23 feb 1789, huwt 2e Arnhem 24 nov 1792 Elisabeth Reiniera Johanna barones van Heeckeren, vrouwe van Oolde, dochter van jonkheer Frederik Jan Willem Robert van Heeckeren, heer tot Overlaer, Wolfshagen en Bijssel, en Sophia Geertruida Florentina gravin van Rechteren, vrouwe tot Oldenhof en Old Oolde, geb. 29 apr, ged. Zwolle 1 mei 1774, overl. Zwolle 4 apr 1834.

Uit het eerste huwelijk:
1. Dorothea Wilhelmina Louisa (Dorette) des H.R.Rijksgravin van Rechteren Limpurg, geb. Maastricht 30, gedoopt Lutherse kerk 31 aug 1784, overl. Hanau 23 mei 1844, huwt Kassel 22 mrt 1807 Johann Carl Ludwig Freiherr Schenck zu Schweinsberg, zoon van Ludwig Karl Johan Friedrich Christian Freiherr Schenck zu Schweinsberg, Herr auf Nieder-Offleiden, en Frederike Luise Susanne Freiin von und zu Steinfurth, geb. Nieder-Offleiden 17 nov 1778, kamerheer van de keurvorst van Hessen en Oberkammerrath, overl. Hanau 8 nov 1841.
2. Frederik Willem Adolf Sigismund des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 1, ged. Maastricht, Waalse kerk 5 feb 1786, overl. [Maastricht] apr 1786.
Uit het tweede huwelijk:
3. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg, volgt XIX.

4. Florentina Carolina Elizabeth (Flore) gravin van Rechteren Limpurg, geb. 20, ged. Dalfsen 23 apr 1797, overl. huis Tweenijenhuizen (Ambt Vollenhove) 21 okt 1859, huwt Zwolle 21 mrt 1822 mr. Joan Philip baron Sloetvan Tweenijenhuizen, zoon van Coenraad Willem baron Sloet, heer tot Tweenijenhuizen en Bredenhorst, en Maria Machteld Florentina Gansneb genaamd Tengnagel, vrouwe tot Bredenhorst, geb. Vollenhove 9, ged. 10 aug 1794, toegelaten tot de Ridderschap van Overijssel in 1834, lid van Provinciale Staten van Overijssel, notaris, lid van de raad van Vollenhove, plaatsvervangend kantonrechter en houtvester, overl. Zwolle 17 apr 1874.
5. Willem Reinhard Adolph Karel graaf van Rechteren Limpurg, volgt XIXa [Tak Eze en Schuilenburg (zie pag. li)].
6. Frederika Wilhelmina des H.R.Rijksgravin van Rechteren Limpurg, geb. jun 1801, overl. jul 1801.
7. Johan Reinhard Frederik Christiaan Willem des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 24, ged. Zutphen 30 okt 1803, overl. en begr. ald. 5 nov 1803.
8. Johan Reinhard Frederik Christiaan Willem graaf van Rechteren Limpurg, geb. Borken 12 feb 1806, overl. Zwolle 23 feb 1860.
9. Auguste Caroline Izabelle gravin van Rechteren Limpurg, geb. 14, ged. Dalfsen 17 jul 1808, overl. Zwolle 24 apr 1863.

XIX. Mr. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg(§B.47), heer van Almelo en Vriezenveen (vanaf 1815) en tot Rechteren, Oolde en Verborg, geb. Arnhem 13, ged. 17 okt 1793, student te Leiden 18 okt 1814, promoveert 1817 op het proefschrift Dissertatio de forma regiminis Provinciae Trans-Isalaniae, benoemd in de Ridderschap van Overijssel bij K.B. van 24 feb 1816, nr. 9, met het predikaat jonkheer, verkrijgt de hem competerende titel van graaf voor hem en al zijn nakomelingen bij K.B. van 23 aug 1822, nr. 10, lid van Provinciale Staten van Overijssel, honorair kamerheer van koning Willem I, ridder van de Duitse Orde, overl. 's-Gravenhage 31 mrt 1851, huwt Leiden 4 apr 1824 jonkvrouwe Elisabeth Wilhelmina (Betsy) von Massow, dochter van jonkheer Godefridus von Massow en Maria Catharina Frederika (de) Vignon, geb. Rembang op Java 4 okt 1793, overl. huis Almelo 18 dec 1882.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Catharina Frederica gravin van Rechteren Limpurg(§B.48), vrouwe tot Oolde, geb. huis Almelo 3 feb 1825, overl. huis Oolde (Laren, Gelderland) 26 jan 1906, huwt Ambt Almelo 6 okt 1851 Willem Lodewijk Worbert graaf van Wassenaer Starrenburg, heer tot Ruyven, Maasland en Maassluis, zoon van Lodewijk Jan graaf van Wassenaer Starrenburg, heer tot Starrenburg, Ruyven, Maasland en Maassluis, en Megtilda Kaper, geb. Verona 11 feb 1813, ritmeester, ordonnansofficier van koning Willem II, overl. Breda 2 apr 1857.
2. Adolph Frederik graaf van Rechteren Limpurg, volgt XX.
3. Jacob Hendrik graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXa [Tak Rechteren Limpurg Rechteren (zie pag. l)].

XX. Adolph Frederik graaf van Rechteren Limpurg(§B.49), heer van Almelo en Vriezenveen (vanaf 1851), geb. huis Almelo 17 jul 1827, kamerheer des konings in buitengewone dienst, lid van Provinciale Staten van Overijssel, overl. huis Almelo 9 nov 1902, huwt Ambt Almelo 7 aug 1863 Adamina (Ada) Petronella Andrea gravin van Rechteren, dochter van mr. Jacob Hendrik graaf van Rechteren tot Appeltern en Geertruid Agnes barones de Vos van Steenwijk, geb. huis IJsselvliet (Zwollerkerspel) 5 apr 1844, overl. huis Almelo 26 nov 1917.
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth Wilhelmina (Betsy) gravin van Rechteren Limpurg, geb. huis Almelo 8 jun 1864, overl. Lausanne (Zwitserland) 14 jan 1951, huwt Ambt Almelo 29 okt 1885 mr. Willem Peter graaf van Bylandt, zoon van Charles Malcolm Ernest George graaf van Bylandt en Adelaide Petrowna Yasikoff, geb. St. Petersburg (Rusland) 22 aug 1853, referendaris van het Kabinet der Koningin, kamerheer der koningin in buitengewone dienst, opperhofmaarschalk, overl. 's-Gravenhage 15 mei 1924.
2. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXI.
3. Jacques Henry graaf van Rechteren Limpurg, geb. huis Almelo 29 aug 1867, overl. ald. 18 jul 1868.

XXI. Mr. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen (vanaf 1902), geb. huis Almelo 21 aug 1865, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Bern, commissaris der koningin in de provincie Overijssel, kamerheer der koningin in buitengewone dienst, commandeur der Duitse Orde 1927, overl. Wassenaar 20 mrt 1935, huwt Waardenburg 23 jun 1892 Constance Catharina Wilhelmina barones van Pallandt, dochter van Adolf Jacob Carel baron van Pallandt tot Neerijnen en jonkvrouwe Eliza Dorothea Boreel, geb. 's-Gravenhage 4 dec 1871, overl. Zwolle 10 feb 1923.
Uit dit huwelijk:
1.Mr. Adolph Frederik graaf van Rechteren Limpurg, geb. 's-Gravenhage 17 mei 1893, commandeur van de Duitse Orde, overl. Deventer 19 feb 1952, huwt Vancouver (Canada) 17 mei 1926 Ruby Ellen Mithell, dochter van George Alexander Mithell en Charlotte Caroline Mundorff, geb. Clinton (Ontario, Canada) 20 nov 1902, overl. Doetinchem 30 jan 1973; zij hertrouwt Laren (Gelderland) 16 dec 1953 Adolf Sweder Hubertus graaf van Rechteren Limpurg, heer tot Enghuizen.
2. Elise Dorothée gravin van Rechteren Limpurg, geb. 's- Gravenhage 10 jul 1894, overl. Almelo 14 nov 1990, huwt Almelo 23 aug 1927 Carel baron de Vos van Steenwijk, zoon van mr. Albrecht Nicolaas baron de Vos van Steenwijk en Jacoba Johanna Alexandrina de Bas, geb. Rotterdam 31 jul 1885, vice-admiraal, adjudant van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine, adjudant in buitengewone dienst van de koningin, overl. Deventer 20 mrt 1959.
3. Willem Constantijn graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXII.

XXII. Mr. Willem Constantijn graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen, geb. Brussel 9 jan 1898, buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Madrid, commandeur van de Duitse Orde 1958, overl. Almelo 21 feb 1992, huwt Constantinopel (Turkije) 12 aug 1930 Fay Esmé barones van Heemstra, dochter van Willem Hendrik Johan baron van Heemstra en Maud Blanche Whittall, geb. Bournabat bij Smyrna (Izmir, Turkije) 3 dec 1908, overl. Enschede 2 jul 1968.
Uit dit huwelijk:
1. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIII.

XXIII. Mr. Adolph Frederik Lodewijk graaf van Rechteren Limpurg, geb. Berlijn 10 jul 1931, financieel adviseur en bankdirecteur, huwt 's-Gravenhage 8 okt 1966 Elisabeth Catharina Buis, dochter van drs. Marinus Cornelis Buis en Agnes Wilhelmina Knegtmans, geb. Pasoeroean (Oost-Java) 30 jun 1936.
Uit dit huwelijk:
1. Max Willem Arthur graaf van Rechteren Limpurg, geb. Almelo 25 feb 1967.
2. Christiaan Adolph graaf van Rechteren Limpurg, geb. Almelo 7 jan 1971.

Tak Rechteren limpurg rechteren

XXa. Jacob Hendrik (Jacques) graaf van Rechteren Limpurg, heer tot Rechteren en Verborg, geb. huis Almelo 6 dec 1831, luitenant in Beierse dienst, overl. Zwolle 13 jan 1878, huwt Dalfsen 9 jun 1859 Jacqueline Henriëtte Anna Elisabeth gravin van Rechteren, dochter van mr. Jacob Hendrik graaf van Rechteren, heer tot Appeltern, en Geertruid Agnes barones de Vos van Steenwijk, geb. Zwolle 28 aug 1837, overl. huis Leemcule (Dalfsen) 19 jun 1901.
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth Wilhelmina gravin van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 24 mrt 1860, overl. 's-Gravenhage 25 jan 1875.
2. Adolph Zeyger graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIa

XXIa. Adolph Zeyger graaf van Rechteren Limpurg, heer tot Rechteren en Verborg, geb. Rechteren 9 jan 1863, lid van de Hoge Raad van Adel en ridder-expectant van de Duitse Orde, balije van Utrecht, overl. Zwolle 25 sep 1918, huwt op huis Enghuizen (Hummelo) 31 okt 1906 Marguérite Christine barones van Heeckeren, vrouwe tot Enghuizen, Beverweerd en Odijk, dochter van Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Carel baron van Heeckeren en Charlotte Alexandrine barones van Heeckeren tot Molecaten, geb. huis Sonsbeek (Arnhem) 21 jul 1878, overl. huis Enghuizen (Hummelo) 25 dec 1938; zij hertrouwt Londen 22 mrt 1928 Johan Christiaan baron van Haersolte.
Uit dit huwelijk:
1. Lutgardis gravin van Rechteren Limpurg, vrouwe van Beverweerd en Odijk, geb. Rechteren 4 mrt 1908, overl. Bunnik 3 apr 1989, huwt (burgerlijk) Castell (Beieren) 1 jul, (kerkelijk) Hummelo (Gelderland) 8 jul 1933 (echtscheiding uitgesproken Utrecht 27 okt 1954) Constantin Friedrich Graf zu Castell-Castell, zoon van Friedrich Carl I Fürst zu Castell-Castell en Gertrud Gräfin zu Stolberg-Wernigerode, geb. kasteel Castell 27 okt 1898, kolonel, overl. Würzburg 2 nov 1966.
2. Adolph Reinhard Zeyger graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIIa.
3. Adolph Sweder Hubertus graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIIb.

XXIIa. Adolph Reinhard Zeyger graaf van Rechteren Limpurg, heer tot Rechteren en Verborg, geb. Rechteren 12 mei 1909, eerste kapittel-ridder van de Duitse Orde, overl. Rechteren 12 mrt 1962, huwt Londen 4 jun 1937 Carola Elisabeth Aurelia Anna barones van Lynden, gescheiden echtgenote van Philippe Jean Leonard Koechlin Schwartz, dochter van Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden en Adolphine Wilhelmine Anna gravin van Limburg Stirum, geb. huis Beukenhorst (Wassenaar) 21 mrt 1900, overl. Rechteren 29 mei 1986.
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth Marguérite Carola gravin van Rechteren Limpurg, vrouwe tot Rechteren en Verborg, geb. 's-Gravenhage 5 jun 1938

XXIIb. Adolph Sweder Hubertus graaf van Rechteren Limpurg, heer tot Enghuizen, geb. Rechteren 3 nov 1910, overl. Utrecht 19 dec 1972, huwt 1e (burgerlijk) Berlijn 16 mei en (kerkelijk) Detmold 19 mei 1935 (echtscheiding Arnhem 15 jun 1944, ingeschreven 's-Gravenhage 29 aug 1944) Eleonore Prinzessin zur Lippe-Weissenfeld, dochter van Ernst Graf zur Lippe-Weissenfeld en Anna Prinzessin zu Isenburg und Büdingen in Büdingen, Prinzessin zur Lippe-Weissenfeld, geb. Dresden 11 aug 1913, haar was de titel "Prinzessin mit Durchlaut" verleend te Detmold op 28 feb 1916, overl. 's- Gravenhage 19 okt 1964, huwt 2e Laren (Gelderland) 16 dec 1953 Ruby Ellen Mithell, weduwe van mr. Adolph Frederik graaf van Rechteren Limpurg, dochter van George Alexander Mithell en Charlotte Caroline Mundorff, geb. Clinton (Ontario, Canada) 20 nov 1902, overl. Doetinchem 30 jan 1973.
Uit het eerste huwelijk:
1. Adolph Roderik Ernst Leopold graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIIIa.
2. Anna Pia Amalaswinta gravin van Rechteren Limpurg, geb. Arnhem 27 sep 1940, huwt (burgerlijk) Essen (Noordrijn-Westfalen) 30 aug (kerkelijk) Hummelo 31 aug 1968 Hans Günther Graf zu Solms- Laubach, zoon van Georg Reinhard Graf zu Solms-Laubach en Emma Kreuter, geb. München 26 jun 1927, bedrijfsjurist.

XXIIIa. Adolph Roderik Ernst Leopold graaf van Rechteren Limpurg, geb. Berlijn 25 nov 1938, afdelingshoofd van de Vereniging van Natuurmonumenten te 's-Graveland, commandeur van de Duitse Orde, huwt Hummelo en Keppel 14 dec 1973 Ingrid Pieksma, gescheiden echtgenote van Sybren Bonno Klynstra, dochter van Dirk Pieksma en Gerardine Nicolina Alette Evers, geb. Amsterdam 30 dec 1935.
Uit dit huwelijk:
1. Adolph Patrick Alexander graaf van Rechteren Limpurg, geb. Doetinchem 9 jul 1976.

Tak Eze en Schuilenburg

XIXa. Willem Reinhard Adolph Karel graaf van Rechteren Limpurg, heer van de Eze en tot Schuilenburg, geb. 12, ged. Dalfsen 14 okt 1798, verkrijgt de hem competerende titel van graaf bij K.B. van 23 aug 1822, nr. 10, toegelaten tot de Ridderschap van Overijssel 1829, lid van Provinciale Staten van Overijssel en van de raad der stad Kampen, commandeur van de Duitse Orde 1857, kamerheer van de groot-hertog van Hessen en ritmeester van de Generale Staf in Hessen, overl. Utrecht 17 mei 1865, huwt Darmstadt 27 dec 1823 Sophia Mariana Adelheid Freiin von Günderrode, dochter van Friedrich Justinian Freiherr von Günderrode en Luise Henriëtte Caroline von Kettelhodt, geb. Darmstadt 19 jun 1803, overl. Kampen 21 okt 1876.

Uit dit huwelijk:
1. Frederik Lodewijk Christiaan graaf van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 16 feb 1825, ontvanger der registratie en domeinen te Ommen 1853-1868 en te Almelo 1868-1875, toegelaten tot de Ridderschap van Overijssel 1857, overl. Leiden 30 nov 1878.
2. Elisabeth Reyniera Johanna Carolina gravin van Rechteren Limpurg, geb. Darmstadt 4 nov 1826, overl. Alkmaar 11 feb 1895, huwt Kampen 11 aug 1854 dr. Jan Alderts Mensonides, zoon van Hector Jacob Coenraad Mensonides en Mienke Alderts, geb. Koudum 8 feb 1823, arts te Spanbroek, overl. Alkmaar 14 feb 1895.
3. Carolina Louise Henriëtte Auguste gravin van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 1 jul 1828, overl. Hilversum 13 nov 1903, huwt Kampen 31 aug 1851 Rhijnvis Feith, zoon van Marius Gerard Johan Feith en Anna Maria Georgette Colonius, geb. Koudekerk (Zuid-Holland) 21 okt 1820, rijksontvanger der directe belastingen te Makkinga, overl. Hilversum 29 aug 1906.
4. Joachim Adolph Zeijger graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXb.
5. Ferdinand Christiaan Georg graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXc.

6. Florentine Natalie gravin van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 20 jan 1835, overl. 's-Gravenhage 9 jun 1864, huwt Kampen 4 sep 1861 Samuël baron van Lyndentot Oldenaller, zoon van jonkheer Lubbert Jan Aland van Lynden en Johanna Theodora van Voorst, geb. Arnhem 25 jun 1834, majoor der infanterie, kamerheer en waarnemend hofmaarschalk, overl. 's- Gravenhage 29 apr 1885.
7. Emilie Rosalie gravin van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 16 dec 1836, overl. 's-Gravenhage 17 feb 1906, huwt Kampen 12 nov 1863 jonkheer Arie von Bulow, zoon van Carel Floris Willem von Bulow en Geertruida Elisabeth Sels, geb. Zwolle 13 feb 1829, ontvanger der directe belastingen te Dokkum, overl. 's-Gravenhage 18 apr 1909.
8. Willem Carel graaf van Rechteren Limpurg, geb. Kampen 11 jun 1840, student te Utrecht 17 sep 1860, burgemeester van Nieuwkoop, overl. 's-Gravenhage 29 nov 1887, huwt Amsterdam 20 mei 1881 Josina Hendrika van Hall, dochter van Cornelis Evert van Hall en Hendrika Anna Eversdijk, geb. Krommenie 19 apr 1831, overl. 's-Gravenhage 31 okt 1908.

XXb. Joachim Adolph Zeijger graaf van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 10 aug 1830, commies der posterijen, commandeur der Duitse Orde 1887, overl. 's-Gravenhage 22 feb 1896, huwt Breda 23 jul 1864 jonkvrouwe Jacoba Adriana Voûte, dochter van jonkheer Samuël Voûte en Hermina Catharina Schaap, geb. Amsterdam 31 aug 1842, overl. 's-Gravenhage 3 dec 1908.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Reinhard Adolph Carel graaf van Rechteren Limpurg, volgt XXIb.
2. Samuël Adolph graaf van Rechteren Limpurg, geb. 's- Gravenhage 30 nov 1866, secretaris-penningmeester van de Vijfhuizerpolder onder Haarlem 1892-1894, consul der Nederlanden te Bordeaux, overl. Haarlem 6 jul 1924, huwt Driebergen 28 jul 1896 jonkvrouwe Joanna Henriëtte van de Poll, dochter van jonkheer ir. Jacobus Willem Maurits van de Poll en jonkvrouwe Petronella Maria van Breugel, geb. Haarlem 20 jan 1865, overl. huis Wildbaan (Rozendaal) 23 nov 1916.

XXc. Ferdinand Christiaan Georg graaf van Rechteren Limpurg, geb. Rechteren 28 aug 1832, overl. Oosterbeek 2 okt 1889, huwt Darmstadt 2 okt 1861 Anna Justiniana Caroline Auguste Natalie Freiin von Stein-Lausnitz, dochter van Karl Joseph Peter Hermann Freiherr von Stein-Lausnitz en Henriëtte Christiane Pauline Freiin von Günderrode, geb. Darmstadt 30 okt 1835, overl. Apeldoorn 8 apr 1916.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Karel Ferdinand graaf van Rechteren Limpurg, geb. Heerde 10 dec 1867, student te Groningen 29 sep 1887 en te Leiden 9 dec 1887, overl. Zwolle 8 dec 1918.

XXIb. Willem Reinhard Adolph Carel graaf van Rechteren Limpurg, geb. 's-Gravenhage 11 apr 1865, overl. huize Kalorama (Velp) 7 feb 1929, huwt Dordrecht 17 nov 1887 jonkvrouwe Constance Jacoba Johanna Wilhelmina van den Santheuvel, vrouwe van Hoogeveen, dochter van jonkheer François Jacob van den Santheuvel en jonkvrouwe Henriëtte Bernardina Johanna Jantzon van Erffrenten, vrouwe van Babyloninbroek, Hoogeveen, Capelle en Brielsnieuwland, geb. Dordrecht 18 jul 1869, overl. Markt Einersheim (Beieren) 29 apr 1953.
Uit dit huwelijk:
1. Adolphine Adriane gravin van Rechteren Limpurg, geb. Dordrecht 3 sep 1888, overl. Eefde (Gorssel) 16 sep 1974, huwt 's-Gravenhage 17 okt 1907 Friedrich Ludwig Botho Alfred Konrad Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld.

2. Henri Adolph graaf van Rechteren Limpurg, geb. Dordrecht 16 jan 1891, overl. Scheveningen 24 dec 1901.
3. Joachim Adolph Zeyger graaf van Rechteren Limpurg, geb. 's-Gravenhage 14 okt 1893, gezantschapsattaché, ridder der Johannieter Orde, overl. 's-Gravenhage op 2 mei 1943, huwt 1e 's-Gravenhage 18 sep 1919 (echtscheiding 's-Gravenhage 29 nov 1923, ingeschreven ald. 12 jan 1924) Charlotte Dorothée barones van Pallandt, dochter van Jan Anne baron van Pallandt, heer van Walfort, en Sarah Agnes Sophie barones van Pallandt, geb. Arnhem 24 sep 1898, beeldhouwster, huwt 2e Luzern 19 jul 1924 (echtscheiding 's-Gravenhage 16 mei 1933 en ingeschreven ald. 20 mei 1933) Bertha Gyger(zich noemende Elisabeth Gyger von Eriz), gescheiden echtgenote van Henri Joseph Stéhly, dochter van Jakob Gyger en Marianne Igger, geb. Tramelan (Bern) 17 sep 1895, overl. Vevey (Vaud) 20 sep 1941, huwt 3e 's-Gravenhage 16 jan 1943 Anna Petronella Margaretha Josepha Antonia van der Meer, dochter van Johannes Theodorus van der Meer en Adriana Maria Offermans, geb. Naaldwijk 1 apr 1898, overl. Leidschendam 25 jul 1980.

Tak Speckfeld

XVIIIa. Frederik Reinhard Burchard Rudolph (Frederik Reint) graaf (Graf) van Rechteren Limpurg(§B.46), heer van Limpurg-Speckfeld en tot Noorddeurningen, geb. 22, ged. Dalfsen 27 sep 1752, verschreven in de Ridderschap van Overijssel wegens Noorddeurningen 6 apr 1786, benoemd in de Ridderschap van Overijssel met het predikaat jonkheer bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, erfelijk Reichrat van Beieren 26 mei 1818, erkenning van de titel "Erlaucht" bij recht van eerstgeboorte door de Beierse koning bij besluit van 11 feb 1823 en bekrachtigd door de Duitse bondsdag bij besluit van 22 apr 1829, overl. Sommerhausen 20, begr. Markt Einersheim 23 jun 1842, huwt 1e Thurnau 13 nov 1783 Frederica Antoinetta Carolina Gräfin von Giech und Wolffstein, dochter van Christian Friedrich Carl Graf von Giech und Wolffstein en Augusta Frederike Gräfin von Erbach, geb. 7 sep 1765, overl. Markt Einersheim 8 jun 1798, huwt 2e 11 aug 1807 Augusta Eleonora Prinzessin zu Hohenlohe-Kirchberg, dochter van Christian Carl Friedrich Fürst zu Hohenlohe-Kirchberg en Philippine Sophie Ernestine Gräfin von Isenburg- Philippseich, geb. 17 mei 1782, overl. 24 mei 1847.

Uit het eerste huwelijk:
1. Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 13 apr 1785, overl. 1 jan 1789.
2. Caroline Louise des H.R.Rijksgravin van Rechteren Limpurg, geb. 23, ged. Dalfsen 30 apr 1786, overl. 16 sep 1788.
3. Frederika Henriëtte Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. 15 jun 1787, overl. 31 dec 1871, huwt 6 jan 1823 Ludwig Ernst Wilhelm Alexander Freiherr von Eyb und Eyerlohe und Rammersdorf, geb. 11 jan 1782, Beiers majoor, overl. 5 aug 1865.
4. Caroline Louise Amalia Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld,geb. 3 mrt 1789, overl. Augsburg 26 mrt 1874, huwt Markt Einersheim 8 dec 1806 Franz Joseph Freiherr von Rehlingen, geb. Hainhofen 16 okt 1777, overl. Hainhofen 29 dec 1820.
5. Friedrich Reinhard des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 30 mei 1790, overl. 13 aug 1796.
6.Karel des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 2 mei 1792, luitenant in het Beierse regiment Taris, sneuvelt in 1812 in Rusland.
7. Limpurg, geb. 7 jul 1793, overl. 6 aug 1793. Augusta Elisabeth des H.R.Rijksgravin van Rechteren
8. Adolph Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. 6 jun 1794, Beiers Rathsaccessist van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Financiën te München, overl. München 6 okt 1821.

Uit het tweede huwelijk:
9. Carl Ludwig des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg, geb. 27 jun 1808, overl. 2 aug 1808.
10. Jonkheer Ernst van Rechteren Limpurg, geb. 27 okt 1809, overl. 1 jun 1816.
11. Friedrich Ludwig Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, volgt XIXb.
12. Caroline Philippine Adelheid Ferdinande Louise des H.R.Rijksgravin van Rechteren Limpurg, geb. 19 jul 1812, overl. 11 nov 1812.
13. Jonkheer Willem Hendrik van Rechteren Limpurg, geb. 27 jul 1814, overl. 29 jan 1815.
14. Adelheid Charlotte Philippine Ferdinande Louise Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. 18 dec 1815, overl. op Sommerhausen 29 okt 1843.
15. Carl Ludwig August Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 13 aug 1818, lid van de Duitse Orde, overl. Andernach 8 jan 1892.

XIXb. Friedrich Ludwig Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 9 jan 1811, erfelijk Reichsrath van de Beierse Kroon, Kreiscommandant en generaal-majoor van de Landwehr van Unterfranken en Aschaffenburg 1840, overl. ald. 23 apr 1909, huwt Krähenberg 23 aug 1840 Luitgarde Luise Charlotte Sophie Gräfin zu Erbach- Fürstenau, dochter van Albrecht August Ludwig Graf zu Erbach-Fürstenau en Luise Sophie Amalie Fürstin von Hohenlohe-Neuenstein, geb. 13 mei 1817, overl. 10 apr 1897.
Uit dit huwelijk:
1. Friedrich Reinhard Albrecht Emil August Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, volgt XXd.
2. Emilie Augusta Adelheide Ferdinande Maria Louise Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. 15 aug 1843, overl. 1 nov 1875.
3. Adelheid (Adèle) Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 1 feb 1845, overl. Wechselburg 25 jul 1873, huwt Markt Einersheim 10 nov 1864 Karl Heinrich Wolf Wilhelm Franz Graf und Herr von Schönburg und Herr zu Glauchau-Waldenburg-Penig- Wechselburg, zoon van Carl Heinrich Alban Graf und Herr von Schönberg und Herr zu Glauchau-Waldenburg en Amalie Christiane Marie Gräfin von Jenison- Walworth, geb. Wechselburg 13 mei 1832, overl. Genève 27 nov 1898; hij hertrouwt 19 mrt 1879 met Gräfin Sophie, dochter van hertog Léon d'Ursel.
4. Thekla Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 8 aug 1846, overl. [Markt Einersheim] 6 jul 1911.

XXd. Friedrich Reinhard Albrecht Emil August Erbgraf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 3 jul 1841, ridder van de Duitse Orde, overl. ald. 29 jul 1893, huwt Ilsenburg (Saksen) 22 sep 1874 Christine Gräfin zu Stolberg-Wernigerode, dochter van Rudolf Graf zu Stolberg-Wernigerode en Auguste Gräfin zu Stolberg-Wernigerode, geb. Gedern (Oost Hessen) 13 sep 1853, overl. Sommerhausen 20 mrt 1933.
Uit dit huwelijk:
1. Friedrich Ludwig Botho Alfred Conrad Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, volgt XXIc.
2. Friedrich Rudolf Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 5 aug 1878, Pruisisch luitenant in het infanterie-regiment nr. 130, later wonende te Sommerhausen, overl. 17 sep 1950.
3. Adelheid Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 31 mrt 1881, overl. Würzburg 27 dec 1970, huwt Sommerhausen 26 sep 1901 Wolfgang Fürst zu Isenburg und Büdingen in Büdingen, zoon van Bruno Casimir Albert Emil Ferdinand Fürst zu Isenburg und Büdingen en Bertha Gräfin zu Castell-Rüdenhausen, geb. Büdingen (Hessen) 30 mrt 1877, erfelijk lid van de Eerste Kamer van het groothertogdom Hessen, Pruisisch Hauptmann à la suite, overl. Gössweinstein (Oost Franken) 29 jul 1920.
4. Friedrich Albrecht Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 28 okt 1885, luitenant in het infanterie- regiment van de Hessische Garde nr. 115, sneuvelt in de Eerste Wereldoorlog 24 aug 1914.
5. Hildegard Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 28 sep 1890, overl. Korinthe (Griekenland) 3 jun 1973.
6. Friedrich Otto Graf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 30 mei 1893, Oberleutenant in Pruisische dienst, overl. Sommerhausen 21 nov 1964.

XXIc. Friedrich Ludwig Botho Alfred Konrad Erbgraf van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 26 nov 1875, ritmeester in Duitse dienst, bosbouwkundige, overl. Fürth (Beieren) 9 jun 1955, huwt 's- Gravenhage 17 okt 1907 Adolphine Adriane gravin van Rechteren Limpurg, dochter van Willem Reinhard Adolph Carel graaf van Rechteren Limpurg en jonkvrouwe Constance Jacoba Johanna Wilhelmina van den Santheuvel, geb. Dordrecht 3 sep 1888, overl. Eefde (Gorssel) 16 sep 1974.
Uit dit huwelijk:
1. Constance Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, geb. Markt Einersheim 19 okt 1908, huwt Markt Einersheim 1 jul 1939 dr. jur. Gosewinus van den Boom, geb. Rotterdam 11 jan 1886, rechter in het gerechtshof, overl. Utrecht 30 jul 1970.
2. Luitgard Gräfin van Rechteren Limpurg Speckfeld, erfdochter van Markt Einersheim, geb. Markt Einersheim 14 feb 1910, overl. Würzburg 5 aug 1960, huwt Markt Einersheim 19 aug 1948 Bechtold Ulrich Freiherr von und zu Massenbach, gescheiden echtgenoot van Gudrun Freiin von Palm, zoon van Johann Karl Wilhelm Freiherr von und zu Massenbach en Margarethe Freiin Tucher von Simmeldorf, geb. Pinne (Kreis Samter, Posen, Duitsland) 5 jan 1908, land- en bosbouwkundige, woont (1979) te Diesbach, kanton Glarus (Zwitserland); hij hertrouwt (burgerlijk) Mespelbrunn 12 sep en (kerkelijk) Markdorf (Baden) 4 okt 1961 met Karin Freiin von Richthofen.

Tak Rechteren Almelo

XVa. Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.25), heer van Almelo vanaf 1674, geb. Zwolle 10 mrt 1656, student te Leiden 6 okt 1673, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Almelo op 8 mrt 1680, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam 1681-1684, gedeputeerde ter Staten-Generaal 1693-1731, drost van Vollenhove 1701-1705, drost van Salland 1705-1731, buitengewoon gezant naar de keurvorst van Mainz 1701, gedeputeerde te velde 1702-1703 en 1708, verheven tot graaf van het Heilige Roomse Rijk 25 okt 1705, buitengewoon gezant naar de geassocieerde Kreitsen en de keizer te Wenen 1707-1712, overl. huis Almelo 15 mrt 1731, huwt Rüdenhausen 8 feb 1695 Sofia Juliana des H.R.Reichsgräfin von Castell- Rüdenhausen, dochter van Phillip Gottfried des H.R.Reichsgraf zu Castell- Rüdenhausen en Anna Sibylla Florentina Wild- und Rheingräfin von Daun, geb. Rüdenhausen 22 feb 1673, overl. huis Almelo 17 jul 1758.

Uit dit huwelijk:
1. Zeger Adolf van Rechteren, geb. ca. 1696, overl. Almelo 1 apr 1698.
2. Adolf Philip Zeger des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIa.
3. Margaretha Florentina Eleonora des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. [Almelo] 14 feb 1700, overl. 10 mei 1737, huwt huis Almelo 8 aug 1720 Gosen Hendrik van Coeverden, heer tot Rhaan, Rhede (Munster), Berg en Dorbroickinck, zoon van Johan Borchard van Coeverden tot Rhaan en Margaretha Judith van Rhemen tot Rhede, ged. Hellendoorn 1 jul 1688, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 16 mrt 1714, overl. 17 mei 1739.
4. Frederik Willem des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIb [Tak Noorddeurningen (zie pag. lxvii)].
5. Reinhard Burchard Rutger des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIc [Tak Gramsbergen, Collendoorn, Hofstede (zie pag. lxviii)].

6. Rudolf Bernard Volkert des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVId [Tak Velner I (zie pag. lx)].
7. Transisalania Charlotte Juliana Agnes Adelheid des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. [Almelo] 2 dec 1704, overl. Enghuizen 4 jul, begr. Zutphen 11 jul 1757, huwt Almelo 24 feb 1722 Frans Jan van Heeckeren, heer tot Enghuizen, Beurse, de Cloese, Langen en Suideras, zoon van Jacob Derk van Heeckeren, heer van Barlham, Enghuizen, Ruurlo en Brandsenburg, en Heilwich Charlotta van Lynden, ged. Arnhem 12 sep 1694, verschreven in de Ridderschap van Zutphen 1716, burger van Doetinchem, richter van Doesburg, landdrost van Zutphen, landrentmeester- generaal van Gelderland, gedeputeerde ter Staten-Generaal voor Gelderland alsmede ter Admiraliteit van Friesland, ter Admiraliteit op de Maze en bij de Raad van State, curator van de Academie van Harderwijk, overl. 's-Gravenhage 12, begr. Zutphen 15 mei 1767 8. Sophia Dorothea Wilhelmina des H.R.Rijksgravin van Rechteren(§B.34), geb. [Almelo] 15 aug 1706, overl. 26 okt 1758, huwt Almelo 22 apr 1756 Albrecht August des H.R.Reichsgraf von Isenburg- Büdingen-Wächtersbach, zoon van Ferdinand Maximilian des H.R.Reichsgraf von Isenburg-Büdingen en Albertina Maria des H.R.Reichsgräfin von Isenburg-Büdingen, geb. 14 apr 1717, generaal-majoor in dienst van de Republiek, overl. 25 nov 1782; hij hertrouwt Charlotte Landgräfin zu Hessen.
9. Karel August Emanuel des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIe [Tak Velner II (zie pag. lxi)].
10. Jacob Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIf [Tak Westerveld, Appeltern, Ahnem (zie pag. lxi)].

11. Christiaan Albrecht des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.37), heer tot Borgbeuningen en Collendoorn, geb. [Almelo] 10 aug 1711, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Collendoorn op 15 apr 1738 en vanwege de havezate Borgbeuningen op 21 mrt 1744, kamerheer des keizers, kolonel der cavalerie, overl. Zwolle 8 dec 1747, uitgevoerd naar Almelo 18 dec, huwt 1e Middelburg 30 jul 1743 Margaretha Elisabeth van Pere, weduwe van mr. Daniel Coninck, heer van Ritthem, dochter van mr. Cornelis van Pere, heer van Oost- en West-Souburg, en Anna Somer, geb. 22 mrt 1705, overl. Middelburg 26 sep, begr. aldaar 3 okt 1743, huwt 2e Almen 6 sep 1746 Johanna Elisabeth Adriana van Lintelo, dochter van Christiaan Carel van Lintelo tot de Ese en Walfort en Clara Elisabeth van Nagell, ged. Almen 29 nov 1716, lidmaat te Almen 18 sep 1749, overl. 20 nov 1753; zij hertrouwt Almen 4 okt 1750 Georg des H.R.Reichsgraf von Schlitz genannt von Görtz.

12. Johan Lodewijk des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIg [Tak Laer en Borgbeuningen (zie pag. lxv)].
13. Leopold Casimir des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.39), heer tot Collendoorn en den Dam, geb. [Almelo] 12 mrt 1717, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Collendoorn op 21 mrt 1744 en vanwege de havezate de Dam op 22 apr 1757, kamerheer des keizers, luitenant- generaal, overl. Hulst 26 mei, uitgevoerd naar Almelo 7 jun 1778, huwt 6 jul 1750 (ondertrouw Almelo 2 mei) Louisa Eleonora des H.R.Reichsgräfin von Erbach-Schönberg, dochter van Georg August des H.R.Reichsgraf von Erbach-Schönberg en Ferdinanda Charlotte des H.R.Reichsgräfin von Stolberg- Geldern, geb. 23 aug 1735, overl. 23 jan 1816.

XVIa. Adolf Philip Zeger des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.31), heer van Almelo vanaf 1731, geb. [Almelo] 19 feb 1699, student aan het Athenæum Illustre te Deventer 28 sep 1716, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Almelo op 14 nov 1724, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam 1735-1738, overl. [Almelo] 4 nov 1771, huwt Marienborn 11 sep 1722 Augusta Florentina des H.R.Reichsgräfin von Isenburg-Büdingen in Marienborn, dochter van Carl August des H.R.Reichsgraf von Isenburg-Büdingen in Marienborn en Anna Belgica Florentina des H.R.Reichsgräfin von Solms-Laubach, geb. Büdingen 15 mrt 1697, overl. 18 okt 1729, begr. Almelo.
Uit dit huwelijk:

1. Frederik Reinhard Burchard des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.40), geb. [huis Almelo] 28 jul 1723, student te Leiden 27 sep 1746, overl. 's-Gravenhage 11 feb 1750, uitgevoerd naar Almelo.
2. Sofia Carolina Florentina des H.R.Rijksgravin van Rechteren(§B.41), vrouwe van Almelo en Vriezenveen vanaf 1771, geb. [huis Almelo] 6 apr 1725, overl. Almelo 3 jul 1805, huwt 1e Almelo 14 jul 1746 Johan Everhard Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurgtot Rechteren, huwt 2e Almelo 7 nov 1758 Johan Reinhard Burchard Rudolf des H.R.Rijksgraaf van Rechterentot Noorddeurningen.

Tak Noorddeurningen

XVIb. Frederik Willem (Frits) des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.32), heer tot Noorddeurningen, geb. huis Almelo 14, ged. Almelo 18 jan 1701, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Noorddeurningen op 17 mrt 1739, generaal-majoor der cavalerie, commandeur van de Duitse Orde 1749, overl. 14 jul 1770, huwt huis Almelo 31 jan 1723 Dorothea Carolina Charlotte des H.R.Reichsgräfin von Castell- Rüdenhausen, dochter van Johann Friedrich des H.R.Reichsgraf von Castell-Rüdenhausen en Charlotta Juliana des H.R.Reichsgräfin von Castell- Remlingen, geb. Rüdenhausen 26 jan 1696, overl. Noorddeurningen 1 dec 1729, begr. Almelo.

Uit dit huwelijk:
1. Adolf Frederik Carel des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 31 okt 1724, leerling aan het gymnasium te Zutphen 1 aug 1732, luitenant der cavalerie, sneuvelt bij Vilvoorde 14 apr 1746.
2. Johan Reinhard Burchard Rudolf (Jan Reint) des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.41), heer tot Noorddeurningen, geb. Almelo 27 nov 1725, leerling aan het gymnasium te Zutphen 1 aug 1732, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Noorddeurningen op 17 mrt 1752, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam 1771-1774, majoor der cavalerie, overl. huis Almelo 13 mei 1783, huwt Almelo 7 nov 1758 Sophia Carolina Florentina des H.R.Rijksgravin van Rechteren.

3. August Hendrik Christiaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer tot Borgele, geb. Noorddeurningen 30, ged. Denekamp 31 okt 1726, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Rhaan op 12 apr 1760, kolonel der infanterie, commandeur van de Duitse Orde 1791, overl. Zwolle, uitgevoerd naar Almelo 9 jun 1798, huwt 1e Delden (op Oldemeule) 3 sep 1758 Margaretha Sophia Augusta Reiniera van Coeverden, vrouwe tot Rhaan, weduwe van Georg Jacob van Münchhausen tot Oldemeule, dochter van Gosen Hendrik van Coeverden tot Rhaan en Margaretha Florentina Eleonora des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 1723, overl. mei 1779, huwt 2e Neerbosch 30 jun 1782 Henriëtte Anne Christine van Neukirchen genaamd Nyvenheim, dochter van Johan Gijsbert Ludolf Adriaan van Neukirchen genaamd Nyvenheim, heer van Diesberg, Kessel en Mook, en Seyna Margaretha van Wijhe, vrouwe van Eck en Wiel, geb. 30 apr, ged. Tiel 2 mei 1734, stiftsjuffer te Bedbur, overl. Nijmegen 25 jan 1813.
4. Lodewijk Casimir des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.42), geb. Noorddeurningen 2, ged. Denekamp 4 apr 1728, kapitein der grenadiers, overl. in de nacht van 16 op 17 dec 1748 aan de kinderpokken.
5. Sophia Charlotte Wilhelmina (Lotje) des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 29 mei 1729, stiftsjuffer te Bedbur en te Ter Hunnepe, kloosterjuffer te Almelo, overl. Veldhausen 22 feb 1788.

Tak Gramsbergen, collendoorn, hofstede

XVIc. Reinhard Burchard Rutger des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gramsbergen en tot Collendoorn, geb. [Almelo] 5 jul (ook vermeld 15 jun) 1702, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Gramsbergen op 28 jun 1727, hoogschout van 's-Hertogenbosch, gedeputeerde ter Staten-Generaal 1728-1747, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1760, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam 1766- 1768, buitengewoon gedeputeerde ter Staten-Generaal 1768 en 1774, stadhouder der lenen van Overijssel 1773-1779, gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer 1779, overl. 's-Gravenhage 23, uitgevoerd naar Almelo 26 jan 1780, huwt 's- Gravenhage 12 mei 1733 Maria Louisa des H.R.Rijksgravin van den Boetzelaer, dochter van Jacob Godefroy des H.R.Rijksgraaf van den Boetzelaer en Magdalena Elisabeth de Jonge van Ellemeet, geb. Amsterdam 8, ged. ald. Oude Kerk 9 mrt 1714, overl. 's-Gravenhage 7, uitgevoerd naar Almelo 11 mrt 1801.

Uit dit huwelijk:
1. Adolf Hendrik Jacob Godefroy des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 's-Gravenhage 11, ged. ald. Kloosterkerk 14 mrt 1734, overl. 1735.
2. Magdalena Sophia Elisabeth Juliana des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 's-Gravenhage 28, ged. ald. Kloosterkerk 30 mei 1735, overl. Hamburg ..., huwt 1e 's-Gravenhage 28 apr 1776 mr. Nicolaas Geelvinck, heer van Stabroek, weduwnaar van Johanna Geertruy van de Poll, zoon van mr. Nicolaas Geelvinck, heer van Castricum, Backum, Stabroek, Cronenburg, Velsen en Santpoort, en Johanna Jacoba Graafland, geb. Amsterdam 3, ged. ald. Westerkerk 3 jun 1732, secretaris van Amsterdam 1749, schepen 1764 en raad 1765-1787 van die stad, overl. 's-Gravenhage 4, uitgevoerd naar Almelo begr. 7 dec 1787, huwt 2e (ondertr. 's-Gravenhage 8 nov 1789, attestatie naar buiten gegeven 14 mrt 1790) Marie Gabriel vicomte de Ricé(ook Riccé), Frans veldmaarschalk, prefect van het departement Loiret, overl. Buzançais (departement Indre) 23 nov 1832; hij hertrouwt Henriëtte Louise Wilhelmina des H.R.Rijksgravin van Hompesch.

3. Jacob Godefroy des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIa.
4. Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIb.
5. Vincent Willem des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 's-Gravenhage 11, ged. ald. Grote Kerk 16 dec 1739, luitenant ter zee, overl. voor de rede van Tetl, uitgevoerd 24 okt 1762 van Zwolle naar Almelo.
6. Frederik Rudolf Carel des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIc.
7. Christiaan Lodewijk des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIId.
8. Leopold Casimir des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIe.
9. Anna Wilhelmina des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 's-Gravenhage 11, ged. ald. Waalse Kerk 16 dec 1753, overl. jong.
10. Sophia Clasina Maria des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 's-Gravenhage 24, ged. ald. Waalse Kerk 27 jul 1758, overl. Utrecht (?).

XVIIa. Jacob Godefroy (Jacques) des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gramsbergen, geb. 's-Gravenhage 17, ged. Klosterkerk 23 dec 1736, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Gramsbergen op 20 mrt 1761, gezant te St. Petersburg 1765 en Madrid 1772, keizerlijk Russisch kamerheer en Spaans gezant te Hamburg, benoemd in de Ridderschap van Overijssel met het predikaat jonkheer bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, overl. Parijs 27 jul 1831, huwt Madrid 28 jan 1787 Iñez Maria d'Agguirre comtessa d'Yoldi, dochter van Alfonso d'Agguirre y Gadea, Spaans gezant te Constantinopel, en Maria comtessa d'Yoldi Mendicoa y Mereno, geb. Granada 21 nov 1766, overl. Parijs jul 1835.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob Marie Lodewijk des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. Madrid 17 sep 1789, kamerheer des Konings in buitengewone dienst, overl. Parijs 27 aug 1818.

XVIIb. Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gramsbergen en tot Collendoorn, geb. 's-Gravenhage 26, ged. Nieuwe Kerk 28 okt 1738, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Collendoorn op 23 mrt 1771 en vanwege de havezate Gramsbergen op 31 okt 1776, luitenant-generaal en president van de Hoge Krijgsraad, overl. 3, begr. 's- Gravenhage, Grote Kerk 7 dec 1805, huwt 1e Utrecht 8 okt 1776 Petronella Geertruida Nepveu, dochter van Jan Nepveu, gouverneur-generaal van Suriname, en Johanna Agatha Audenrogghe, geb. Paramaribo 1747, overl. Utrecht 30 nov 1777, uitgevoerd naar Almelo, huwt 2e Rozendaal 5 okt 1788 Henriëtte Christine Alexandrine Torck, dochter van Assueer Jan Torck, heer van Rozendaal, en Eusebia Jacoba de Rode van Heeckeren, geb. 31 mrt, ged. 's-Gravenhage, Waalse Kerk 5 apr 1764, overl. 11, begr. Zutphen 13 aug 1792, huwt 3e Velp 20 okt 1800 Gijsberta Maria Carolina des H.R.Rijksvrijvrouw van Spaen, dochter van Johan Frederik Willem des H.R.Rijksvrijheer van Spaen, heer van Biljoen, en Sara Johanna des H.R.Rijksgravin van Hogendorp, geb. Biljoen 5, ged. Velp 18 sep 1774, overl. Arnhem 28 mei 1846.

Uit het eerste huwelijk:
1. N.N. van Rechteren, onged. kind, overl. kort na de geboorte te Utrecht op 30 nov 1777, begr. Almelo samen met de moeder.

Uit het tweede huwelijk:
2. Maria des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 27 jul, ged. Zutphen 2 aug 1789, overl. 's-Gravenhage 30 apr, uitgevoerd naar Eck en Wiel 5 mei 1808, huwt Rozendaal 21 okt 1806 jonkheer Jan Gijsbert Ludolf Adriaan van Neukirchen genaamd Nyvenheim, zoon van Evert Johan van Neukirchen genaamd Nyvenheim, heer van Eck en Wiel en de Voorst, en Frederica Christina Henrietta Bentinck, geb. 12 dec 1783, ged. Arnhem 31 okt 1784, benoemd in de Ridderschap van Gelderland bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, maire van Eck en Wiel, Maurik en Ingen, lid van Provinciale Staten van Gelderland, overl. Parijs 21 dec 1818, begr. Eck en Wiel 21 mei 1819; hij hertrouwt Maurik 28 okt 1813 Antoinette Maria Charlotte gravin Bentinck, die na zijn overlijden weer hertrouwt met Jacob Hendrik graaf van Rechteren tot Appeltern.
3. Eusebia Johanna Jacoba des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 5, ged. Zutphen 11 sep 1791, begr. 's-Gravenhage, Grote Kerk 10 nov 1792.

XVIIc. Jonkheer Frederik Rudolf Carel van Rechteren, heer tot Hofstede, geb. 's-Gravenhage 26, ged. Kloosterkerk 26 nov 1741, kapitein ter zee 1775-1795, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Hofstede op 10 mrt 1791, benoemd in de Ridderschap met het predikaat van jonkheer bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, lid van Provinciale Staten van Overijssel, overl. Hofstede (Raalte) 18 dec 1819, huwt 's-Gravenhage 7 jun 1789 Anna Constantia van der Goes, dochter van mr. Adriaan van der Goes en Cornelia Martina Vlaerdingerwout, geb. 27, ged. 's-Gravenhage, Waalse Kerk 27 sep 1753, begr. 's-Gravenhage Grote Kerk 25 jan 1799.
Uit dit huwelijk:
1.Doodgeboren kind, begr. 's-Gravenhage, Grote Kerk 22 mei 1790.
2. Adriaan Reinhard Karel des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 17, ged. Zwolle 20 feb 1793, Garde du Corps van de erfprins van Oranje, overl. (verdronken) bij kasteel Rozendaal 2 mei 1814.

XVIId. Christiaan Lodewijk des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gramsbergen en tot Collendoorn, geb. 's- Gravenhage 21, ged. Grote Kerk 24 mei 1744, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Gramsbergen op 20 okt 1772 en, na ruil met zijn broer Adolf Hendrik vanwege de havezate Collendoorn op 31 okt 1776, kapitein ter zee, drost van IJsselmuiden 1788, benoemd in de Ridderschap van Overijssel met het predikaat jonkheer bij S.B. van 28 aug 1814 nr. 14. overl. huize Welgelegen (Heemse, Ambt Hardenberg) 12 aug 1820, huwt Heemse 17 mei 1775 Ermgard Ebella Juliana van Raesfelt, dochter van Isaac Reinier van Raesfelt tot Heemse en Clara Feyona van Sytzama, ged. Heemse 16 okt 1757, overl. huis Heemse 24 jan 1780.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Clara des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe tot Heemse, Collendoorn en Hofstede, ged. Heemse 10 aug 1777, overl. Heemse 2 nov 1817, huwt Gramsbergen 7 jul 1796 jonkheer Jacob van Foreest, zoon van jonkheer Nanning van Foreest, heer van Petten en Nolmerban, en Wilhelmina Christina le Chastelain, geb. 7, ged. Alkmaar 24 mei 1778, benoemd in de Ridderschap van Overijssel bij K.B. van 28 mrt 1815 nr. 65, lid van Provinciale Staten van Overijssel, overl. Heemse 28 mrt 1854, hij hertrouwt jonkvrouwe Helena Gesina van Coeverden.
2. Isaac Reinier des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, ged. Heemse 7 feb 1779, student te Utrecht 22 sep 1800, overl. aan de tering 8, begr. 's- Gravenhage, Grote Kerk 12 sep 1801.

XVIIe. Leopold Casimir des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gramsbergen, geb. 's-Gravenhage 3, ged. Waalse Kerk 7 jun 1747, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Velner op 26 mrt 1788, kolonel, overl. Königsberg (kort) vóór 1 sep 1795, begr. Almelo, huwt Alkmaar 15 aug 1779 Johanna Geertruida le Chastelain, dochter van mr. Willem Jan le Chastelain en Wilhelmina Christina du Tour, geb. 30 dec 1757, ged. Alkmaar 1 jan 1758, overl. Gramsbergen 13 feb 1821; zij hertrouwt 1795 met jonkheer Wolter Cidonius van Coeverden, weduwnaar van Catharina Clara Rebecca von Rehden.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Louisa des H.R.Rijksgravin van Rechteren, ged. Alkmaar 18 jun 1780, begr. ald. 25 jun 1781.

Tak Velner i

XVId. Rudolf Bernard Volkert des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.33), heer tot Velner, geb. [Almelo] 29, ged. Almelo 30 sep 1703, belijdenis aldaar midwinter 1724, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 13 mrt 1728, kapitein ter zee, overl. aan de kinderpokken aan boord van het door hem gecommandeerde oorlogsschip "Meervliet" op de terugweg van Lissabon naar Tetl 27 apr 1731, huwt 1729 Maria Margaretha Torck, dochter van Assueer Torck en Anna Maria Ripperda, vrouwe van Petkum, Beurse en Heerjansdam, ged. Arnhem 15 apr 1697, overl. ald., uitgevoerd naar Wageningen 27 feb 1771.
Uit dit huwelijk:
1. Sophia Juliana des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe tot Vorden en de Leemcule, ged. Wageningen 12 nov 1730, stiftsjuffer te Ter Hunnepe, overl. Zutphen 6, begr. Vorden 10 mei 1793, huwt Rozendaal 3 feb 1765 Frederik Willem van der Borch, heer tot Verwolde, Marhulsen, Vorden en Leemcule, zoon van Allard Philip van der Borch tot Holthuysen, Verwolde en Langentrier en Reiniera Charlotte Goltstein tot Helbergen, geb. 10, ged. Zutphen 12 feb 1737, ritmeester in Pruisische dienst 1763, overl. huis Vorden 9, begr. Vorden 15 aug 1781.

Tak Velner ii

XVIe. Karel August Emanuël des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.35), heer tot Velner, geb. huis Almelo 3 nov 1708, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Velner op 25 mrt 1733, commandeur van Venlo, generaal der cavalerie, overl. Zwolle 15, uitgevoerd naar Almelo 20 mei 1789, huwt 's-Gravenhage 21 dec 1734 Isabella van Wassenaer, dochter van Willem Lodewijk van Wassenaer, heer tot Starrenburg, Ruyven, Maasland en Maassluis, en Maria Cornelia van Aerssen van Hoogerheide, ged. 's-Gravenhage, Kloosterkerk 25 jan 1715, overl. Zwolle 4, uitgevoerd naar Almelo 10 sep 1793.
Uit dit huwelijk:
1. Sophia Maria des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. 23, ged. Almelo 27 nov 1735, begr. Venlo 16 sep 1747.
2. Isabella Albertina Augusta Philippina (Auguste) des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Zwolle 9, ged. ald. 12 nov 1739, begr. Raalte 12 okt 1786.
3. Wilhelmina Louise Charlotte des H.R.Rijksgravin van Rechteren, ged. Raalte 24 sep 1741, begr. Venlo 12 sep 1747.
4. Juliana Reiniera Florentina (Jule) des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe tot Velner, geb. Voorburg 20 jul 1743, overl. 14, begr. Venlo 18 jan 1768, huwt Venlo 11 jun 1765 Ludwig Balthasar Freiherr von Weitolshausen genannt Schrautenbach, zoon van Ludwig Balthasar von Weitolshausen genannt Schrautenbach en Sophie Friederica Kameytzki von Elstibors, geb. Rheinfels (Hessen-Kassel) ca. 1740, ritmeester 1766, luitenant- kolonel 21 jul 1775, kolonel 22 jan 1782, overl. in Duitsland 7 jun 1806.

Tak Westerveld, Appeltern, Ahnem

XVIf. Jacob Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.36), heer tot Woudenberg en Westerveld, geb. huis Almelo 2, ged. Almelo 2 nov 1709, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Westerveld op 17 mrt 1734, verkrijgt ontslag 22 jul 1745, kanunnik en vervolgens deken van het kapittel van St. Pieter te Utrecht, geëligeerde, oudste en presiderend lid van de Staten van Utrecht, gedeputeerde ter Staten-Generaal, ridder 14 sep 1762, commandeur 4 jun 1765 en coadjutor 12 apr 1783 van de Duitse Orde, overl. Utrecht 2 dec 1783, huwt 1e Utrecht, Domkerk 11 nov 1733 Margaretha Maria Pynssen van der Aa, dochter van Gerard Maximiliaan Pynssen van der Aa, heer van Deyl, en Anna Maria de Marees tot Maarsbergen, vrouwe van Gerestein, geb. 29, ged. Utrecht, Domkerk 31 jan 1714, overl. Utrecht (in de kraam) 4 jan 1758, huwt 2e 's-Gravenhage 15 mei 1764 Juliana van den Boetzelaer, vrouwe tot Schoot, dochter van Frederik Hendrik van den Boetzelaer, heer van Langerak en tot Schoot, en Ottilia Philippina van Dorp, geb. 13 apr 1713, overl. Leiden 29 sep 1791, begr.Woudenberg 1 okt.

Uit het eerste huwelijk:
1. Sophia Juliana des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 30 sep, ged. Domkerk okt 1734, overl. [Utrecht] 29 okt 1734.
2. Anna Maria des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 20 jan, ged. Jacobikerk jan 1736, overl. Utrecht 10 mei 1810.
3. Sophia Juliana des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 24 apr, ged. Domkerk apr 1737, overl. [Utrecht] 15 sep 1737.
4. Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Gerestein en Woudenberg, geb. Utrecht 3, ged. Domkerk 4 okt 1738, verschreven in de Ridderschap van Utrecht vanwege de ridderhofstad Gerestein op 4 okt 1776, lid van de Staten en de Gedeputeerde Staten van Utrecht, hoogschout van Wijk bij Duurstede, gecommitteerde ter Admiraliteit van Middelburg, bewindhebber van de V.O.C., overl. Utrecht 18 jun 1793.
5. Maria Jacoba des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 26, ged. Domkerk 27 nov 1739, overl. 24 aug 1757.

6. Gerrit Maximiliaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. [Utrecht] 9 mei 1741, overl. [ald.] 6 jul 1741.
7. Sophia Juliana des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 1, ged. Domkerk 5 sep 1742, overl. [ald.] 29 nov 1746.
8. Gerard Maximiliaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. Utrecht 10, ged. Domkerk 11 sep 1743, overl. [ald.] 28 sep 1743.
9. Gerard Maximiliaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer tot Westerveld, geb. Utrecht 1, ged. Domkerk 4 nov 1744, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 7 apr 1770, verkrijgt ontslag 16 nov 1781, gecommitteerde ter Admiraliteit van Friesland, overl. Utrecht 5 sep 1782.
10. Florentine Charlotte Sophie des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 29 apr, ged. Domkerk 1 mei 1746, overl. ald. 8 aug 1796.

11. Christina Albrechtina des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. Utrecht 12, ged. Catharinakerk 15 dec 1747, overl. [ald.] 11 mei 1748.
12. Rudolf Christiaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIf.
13. Henriëtte Geertruida des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. [Utrecht] 13 jan 1752, overl. ald. 2 nov 1830.
14. Jan Willem des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. [Utrecht] 10 okt 1753, overl. [ald.] 4 dec 1753.
15. Philippina Josina des H.R.Rijksgravin van Rechteren, geb. [Utrecht] 16 okt 1754, overl. [ald.] 21 jul 1757.
16. Philip Frederik Reinhard des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. [Utrecht] 3 jan 1758, kapitein der infanterie, overl. [Utrecht] 28 dec 1781.

XVIIf. Rudolf Christiaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer van Woudenberg, Gerestein, Tull en 't Wael en tot Westerveld en Schoot, geb. Utrecht 23, ged. Domkerk 26 nov 1749, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Westerveld op 21 mrt 1785, ambtman van Maas en Waal, luitenant-kolonel, overl. Appeltern 31 dec 1812, huwt Zwolle 11 jan 1785 Anna Elisabeth van der Capellen, vrouwe tot Appeltern, de Poll, Altforst, Werkeren, Wittenstein en Ahnem, dochter van Johan Derk van der Capellen tot de Poll, Appeltern, Ahnem, Altforst en Bredenhorst, en Hillegonda Anna Bentinck tot Werkeren, geb. Wittenstein (Kamperveen) 20, ged. Oldebroek 22 mrt 1767, overl. Appeltern 30 jun 1839.
Uit dit huwelijk:

1. Jacob Hendrik graaf van Rechteren, volgt XVIIIb.
2. Johanna Juliana Diderica gravin van Rechteren, geb. 2, ged. Appeltern 9 apr 1790, overl. Arnhem 21 okt 1834, huwt Appeltern 2 sep 1815 mr. Gerard van Hasselt, zoon van mr. Johan Coenraad van Hasselt en Louisa Anthonia van Oyen, ged. Arnhem 8 nov 1781, substituut-fiscaal, provinciaal verificateur der indirecte belastingen, hoofdontvanger, lid der gemeenteraad, vrederechter en luitenant-kolonel der Schutterij te Arnhem, overl. ald. 13 jan 1834.
3. Margaretha Maria gravin van Rechteren, geb. 27 jun, ged. Appeltern 3 jul 1791, overl. Bern 24 jan 1837, huwt 10 apr 1811 Sigmund Karl Ludwig Freiherr von Steiger Riggisberg, Herr zu Kirchdorff, zoon van Karl Friedrich Freiherr von Steiger en Salome Katharina Sophia von Willading, geb. 3 okt 1787, lid van de Grosse Rat te Bern 1818, rechter 1821 en eigenaar van het "Schlössli" te Kirchdorf, overl. Bern 1 apr 1863.
4. Hildegonda Anna Agnes Sophia Henriëtte(Annette) gravin van Rechteren, geb. 28 dec 1794, ged. Appeltern 1 jan 1795, overl. huize Boschlust (Neerbosch, gemeente Nijmegen) 12 aug 1869.
5. Johan Derk graaf van Rechteren, volgt XVIIIc.

XVIIIb. Mr. Jacob Hendrik graaf van Rechteren, heer van Gerestein en tot Appeltern en Altforst, geb. 27 nov, ged. Appeltern 2 dec 1787, benoemd in de Ridderschap van Gelderland bij S.B. van 7 okt 1814, nr. 53, met het predikaat jonkheer, verkrijgt de hem competerende titel van graaf bij K.B. van 28 apr 1822, nr. 137, lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, majoor der Mobiele Schutterij, gouverneur van Overijssel 1830-1840, daarna lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en staatsraad in buitengewone dienst, ridder expectant der Duitse Orde, balije van Utrecht, overl. huis Klein IJsselvliet (Zwollerkerspel) 9 jul 1845, huwt 1e Arnhem 28 okt 1813 jonkvrouwe Carolina van Haersolte, dochter van Anthony Frederik Robert Evert baron van Haersolte tot Staverden en Catharina Jacoba Johanna barones Taets van Amerongen, geb. 16, ged. Arnhem 22 sep 1791, overl. Arnhem 25 sep 1817, huwt 2e Gorssel (Warnsveld) 21 jun 1822 Antoinette Maria Charlotte gravin Bentinckvan Rhoon, vrouwe tot de Voorst, weduwe van Jan Gijsbert Ludolph Adriaan baron van Neukirchen genaamd Nyvenheim tot Eck en Wiel, dochter van Willem Gustaaf Frederik graaf Bentinck, heer tot Varel, Kniphausen, Rhoon en Pendrecht, en Otteline Frederika Louise gravin van Lynden van Reede, vrouwe tot Nederhemert, de Voorst, Delwijnen en de helft van Kerkwijk, geb. 's-Gravenhage 24, ged. Kloosterkerk 29 jul 1792, overl. Zwolle 29 jul 1832, huwt 3e Zwolle 22 apr 1835 Geertruid Agnes barones de Vos van Steenwijk, dochter van Godert Willem baron de Vos van Steenwijk tot Havixhorst en Hogenhof en Andrea van Holthe, geb. Havixhorst (de Wijk) 14, ged. de Wijk 25 okt 1807, overl. huis Klein IJsselvliet (Zwollerkerspel) 20 feb 1845.
Uit het eerste huwelijk:

1. Rudolphina Christina Antoinetta gravin van Rechteren, geb. Appeltern 15 aug 1814, overl. het Relaer (Raalte) 25 mei 1856, huwt Zwollerkerspel 2 feb 1842 Gabriël Jasper Gerrit de Vidal de St. Germain, zoon van Lambertus Gabriel de Vidal de St. Germain en Margaretha Isabella van Ittersum, vrouwe tot Relaer, geb. Kleef 6 dec 1808, burgemeester van Heino, overl. Zwolle 9 mrt 1887.

Uit het tweede huwelijk:
2. Jacqueline Henriëtte Anna Elisabeth gravin van Rechteren, geb. Zwolle 28 aug 1837, overl. huis Leemcule (Dalfsen) 19 jun 1901, huwt Dalfsen 9 jun 1859 Jacob Hendrik graaf van Rechteren Limpurg.
3. Godert Willem graaf van Rechteren, volgt XIXc.
4. Adamina (Ada) Petronella Andrea gravin van Rechteren, geb. huis IJsselvliet (Zwollerkerspel) 5 apr 1844, overl. huis Almelo 26 nov 1917, huwt Ambt Almelo 7 aug 1863 Adolph Frederik graaf van Rechteren Limpurg.

XVIIIc. Johan Derk graaf van Rechteren, heer tot Ahnem, geb. 22 jun, ged. Appeltern 7 jul 1799, verkrijgt bij K.B. van 28 apr 1822, nr. 137 de hem competerende titel van graaf, toegelaten tot de Ridderschap van Gelderland in 1827, bedankt daarvoor in 1844 wanneer hij wordt toegelaten in de Ridderschap van Overijssel, gouverneur van Drenthe en 1840-1847 van Overijssel, staatsraad in buitengewone dienst, lid van de Raad van State, majoor der Mobiele Schutterij, opperstalmeester van Koning Willem II, commandeur van de Duitse Orde 1858, grootofficier der kroon, overl. 's-Gravenhage 4 dec 1886, huwt 1e Velp 15 nov 1826 Civile Susanne Jeanne Adolfine barones van Hardenbroek, dochter van Govert Jan Adolf baron van Hardenbroek en Justine barones van Spaen, vrouwe tot Biljoen, geb. 30 jun, ged. Velp 29 jul 1804, overl. het Loo (Apeldoorn) 21 feb 1840, huwt 2e 's-Gravenhage 5 jun 1847 Elisa Martha gravin van Limburg Stirum, dochter van Frederik Willem graaf van Limburg Stirum, heer van Bronckhorst, en Elisabeth Richards (of Rathaspeck), geb. Wexford (Ierland) 1 feb 1803, grootmeesteres van prinses Frederik, overl. 's-Gravenhage 17 mrt 1890.
Uit het eerste huwelijk:

1. Justine Goverdine Jeanne Adolphine gravin van Rechteren, geb. Arnhem 21 feb 1828, overl. huize Riethorst (Ermelo) 11 okt 1892, huwt 's-Gravenhage 13 okt 1848 mr . Willem Frederik Hendrik baron van Wassenaer, heer tot Weurt en den Briellaard, zoon van Otto baron van Wassenaer, heer van beide Katwijken, 't Zandt en Valkenburg, en Jacqueline Cornélie barones van Balveren, vrouwe tot Weurt en Hoekelom, geb. Nijmegen 12 mei 1820, kamerheer in buitengewone dienst en lid van Provinciale Staten van Gelderland, overl. huize Riethorst (Ermelo) 6 apr 1892.

2. Maria Jacqueline gravin van Rechteren, geb. Ubbergen 15 feb 1829, overl. Pau (Frankrijk) 4 apr 1886.

3. Ernestine Louise Anna Maria gravin van Rechteren, geb. het Loo (Apeldoorn) 5 jul 1830, overl. 's-Gravenhage 31 jul 1881.

4. Emma Eugénie Frederica gravin van Rechteren, vrouwe tot Ahnem, geb. het Loo (Apeldoorn) 18 sep 1832, overl. huize Belmonte (Wageningen) 9 feb 1907, huwt 's-Gravenhage 31 mei 1854 Willem Anne baron de Constant Rebecque de Villars, zoon van Thierry Juste baron de Constant Rebecque de Villars en Margaretha Johanna Wilhelmina barones van Lynden, geb. 's-Gravenhage 28 feb 1827, luitenant bij de Garde des Konings, kamerheer, lid van de gemeenteraad van Wageningen, overl. huize Belmonte (Wageningen) 29 nov 1894.

5. Caroline Elisabeth gravin van Rechteren, geb. het Loo (Apeldoorn) 9 okt 1833, overl. kasteel Cawallen (Silezië) 3 jul 1867, huwt 's- Gravenhage 3 jul 1861 Wilhelm Ferdinand von Prittwitz und Gaffron, heer van Cawallen, Schweretan en Pflaumendorff, zoon van Johan Christian Heinrich Ferdinand von Prittwitz und Gaffron en Wilhelmine Charlotte von Prittwitz und Gaffron, geb. kasteel Cawallen 20 feb 1824, Pruisisch kamerheer, overl. Trebnitz (Silezië) 8 mrt 1904.

6.Mr. Adolph Jan Derk graaf van Rechteren, heer van Rosande, geb. het Loo (Apeldoorn) 15 jan 1835, student te Leiden 29 sep 1852, legatiesecretaris te Wenen en kamerjonker, ridder expectant van de Duitse Orde, overl. Wenen 22 feb 1863.

7. Cecile Alexandrine gravin van Rechteren, geb. het Loo (Apeldoorn) 18 okt 1837, overl. 's-Gravenhage 22 jun 1864, huwt 's-Gravenhage 5 feb 1862 Karl Iwan Bodo Freiherr von Hodenberg, Herr auf Hudemühle, Nückel en Grethem, zoon van dr. Iwan August Wilhelm Benedict Freiherr von Hodenberg en Luise Karoline Johanne Elisabeth von Zesterfleth, geb. Lilienthal 8 sep 1826, Hannovers gezant te 's-Gravenhage, staatsminister van eredienst te Hannover, overl. kasteel Hudemühle bij Hannover 10 okt 1907; hij hertrouwt Dresden 27 aug 1868 Marie Therese Auguste Sophie Amalie von Arnswaldt-Hardenborstel.

XIXc. Mr. Godert Willem graaf van Rechteren, heer tot Appeltern en Altforst, geb. Zwollerkerspel 19 okt 1841, student te Leiden 20 sep 1859, burgemeester van Appeltern, lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, lid van Provinciale Staten van Overijssel,commandeur der Duitse Orde 1895, kamerheer in buitengewone dienst, overl. Zwolle 9 mei 1902, huwt Londen (parochie Sint Breda) 2 jan 1867 Augusta Isabella Alexandrina Janssens, dochter van Barber Janssens, geb. Leuven 16 jun 1844, overl. Zwolle 20 jul 1919.
Uit dit huwelijk:
1. Petronella Geertruida Agnes gravin van Rechteren, vrouwe van Appeltern, geb. Horssen 3 jan 1868, overl. huize Archem (Ambt Ommen) 26 sep 1928, huwt Ambt-Ommen 1 sep 1892 mr. Alexander baron van Dedem, zoon van Alexander baron van Dedem en Christina Catharina Roessingh Udink, geb. huis den Berg (Dalfsen) 7 okt 1867, burgemeester van Dalfsen en lid van Provinciale Staten van Overijssel, overl. ald. 16 jul 1912.

Tak Laer en Borgbeuningen

XVIg. Johan Lodewijk (Louts) des H.R.Rijksgraaf van Rechteren(§B.38), heer tot Laer, Borgbeuningen en Borgele, geb. [Almelo] 13 dec 1714, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Oldenhof op 14 mrt 1742, vanwege de havezate 't Laer op 18 apr 1744, kanunnik van St. Jan te Utrecht, lid Gedeputeerde Staten van Overijssel, landrentmeester van Twente 14 apr 1744, baljuw van Atl, Terneuzen en Biervliet, drost van IJsselmuiden 12 jan 1751, overl. Zwolle 5 mrt 1762, uitgevoerd naar Almelo 8 mrt 1762, huwt 1e Nunspeet 13 nov 1742 Johanna van Haersolte, vrouwe van Oldenhof, dochter van Wolter Jan van Haersolte tot Wolfshagen en Oldenhof en Geertruid van Haersolte, ged. Zwolle 5 sep 1723, overl. ald. 11, uitgevoerd naar Almelo 17 aug 1756, huwt 2e 18 nov 1758 Juliana Louise des H.R.Reichsgräfin von Lippe-Alverdissen, dochter van Friedrich Ernst des H.R.Reichsgraf zur Lippe-Alverdissen en Elisabeth von Friesenhausen, geb. [Bückeburg] 6 nov 1728, overl. Bückeburg 26 mrt 1796.
Uit het eerste huwelijk:

1. Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 13, ged. Zwolle 15 nov 1744, overl. ald. 16, uitgevoerd naar Almelo 22 jun 1752.
2. Wolter Johan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, geb. 23 nov, ged. Zwolle 1 dec 1745, overl. 28 aug 1750, begr. Almelo.
3. Christiaan Albrecht des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, volgt XVIIg.
4. Sophia Geertruida Florentina des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe tot Oldenhof en Old Oolde, geb. 11, ged. Zwolle 15 okt 1750, overl. Overlaer (Laren) 27 okt 1827, huwt Nunspeet 24 jul 1770 jonkheer Frederik Jan Willem Robert van Heeckerentot Overlaer, Wolfshagen en Bijssel, zoon van Adolf Jacob Hendrik van Heeckeren tot Nettelhorst, Batinge en Clooster en Petronella Reiniera van Lintelo, geb. 19, ged. Lochem 23 dec 1745, verschreven in de Ridderschap van Zutphen 20 apr 1768, ordinaris raad in het Hof van Gelre, gecommitteerde ter Admiraliteit van Friesland, benoemd in de Ridderschap van Gelderland bij S.B. 28 aug 1814, nr. 14, met het predikaat jonkheer, lid van Provinciale Staten van Gelderland, overl. Overlaer 25 jul 1815.

XVIIg. Christiaan Albrecht des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, heer tot Borgbeuningen, geb. 13, ged. Ommen 19 mei 1748, student te Harderwijk 15 sep 1764, te Leiden 2 dec 1767, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Borgbeuningen op 20 okt 1772, gecommitteerde ter Admiraliteit van Amsterdam 1774-1777, buitengewoon gedeputeerde ter Staten-Generaal 1777-1780, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1780-1782, ambassadeur te Kopenhagen 1782, te Sint Petersburg 1784, waarna hij in 1788 overgaat in Russische dienst, staatsraad en ambassadeur te Lissabon, overl. Sint Petersburg 12 feb 1801, huwt 1771 (ondertr. 2 feb, attestatie gegeven naar de Waalse kerk te Zwolle 17 feb ) Gerhardina Johanna Blanckvoort, dochter van Johan Gerhard Blankvoort tot Benthuis en Johanna van Haersolte, geb. 18, ged. Zwolle 19 dec 1751, overl. Zwolle, uitgevoerd naar Almelo 29 jul 1782.
Uit dit huwelijk:
1. N.N. (zoon) des H.R.Rijksgraaf van Rechteren, begr. Zwolle 30 sep 1771.
2. Johanna Louise des H.R.Rijksgravin van Rechteren, vrouwe tot Borgbeuningen, geb. 24, ged. Zwolle 27 okt 1776, stiftsjuffer te Weerselo, overl. 3 nov 1801, huwt Zwolle, Waalse kerk 29 aug 1796 Louis Alexandre le Dossa d'Hebecourt, geb. Epernay, oud-page van koning Lodewijk XVI.

Tak Mennigjeshave

XVb. Frederik Rudolf van Rechteren, heer tot Mennigjeshave, geb. 3 mei 1664, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Mennigjeshave op 18 apr 1697, generaal-majoor der cavalerie, overl. Zwolle 17 mrt 1742 en uitgevoerd naar den Ham, huwt Almelo 11 dec 1706 Philippina Eleonora des H.R.Reichsgräfin von Castell- Rüdenhausen, dochter van Philipp Gottfried des H.R.Reichsgraf zu Castell-Rüdenhausen en Anna Sibylla Florentina Wild- und Rheingräfin von Daun, geb. Rüdenhausen 3 mei 1676, overl. Zwolle 11 dec 1757, uitgevoerd naar den Ham
Uit dit huwelijk:

1. Joachim Philip Adolf van Rechteren, ged. den Ham 26 apr 1711, als kind overl.
2. Margaretha Florentina Sophia van Rechteren, geb. Mennigjeshave 20, ged. den Ham 25 sep 1712, overl. 16, begr. Zwolle 22 dec 1806, huwt (ondertr. Nijkerk 28 feb, attestatie naar den Ham 16 mrt 1727) Gerrit Helmich van Voorsttot Bergentheim en Windesheim, zoon van Derk Helmich van Voorst tot Averbergen en Maria Elisabeth van Raesfelt, geb. 1693/94, kapitein 1725, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Bergentheim op 18 mrt 1726, rentmeester van het klooster Almelo en het stift Weerselo, gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer, gecommitteerde ter Admiraliteit van Westfriesland, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, overl. Zwolle 23, uitgevoerd naar Olst 29 dec 1778.
3. Josina Elisabeth van Rechteren, geb. Mennigjeshave 5, ged. den Ham 10 dec 1713, overl. Rechteren 13 feb. 1738, huwt 3 feb 1737 Jan Everhard Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg.
4. Joachim Philip Adolf van Rechteren, volgt XVIh.
5. Isabella Frederica Charlotta van Rechteren, geb. Mennigjeshave 18, ged. den Ham 24 jan 1717, overl. de Gelder 14, begr. Wijhe 21 nov 1794, huwt Hellendoorn 12 aug 1740 Anthony van Dedemtot de Gelder en Windesheim, zoon van Gijsbert van Dedem tot de Gelder en Windesheim en Johanna Gerhardina van Haersolte, ged. Zwolle 11 apr 1715, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate de Gelder op 14 apr 1739, hoogschout van Hasselt, gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer 1744, gecommitteerde ter Raad van State 1760, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel, overl. de Gelder 26 mei, begr. Wijhe 1 jun 1770.
6. N.N. (zoon) van Rechteren, geb. 18 mrt 1719, overl. vóór de doop.

XVIh. Joachim Philip Adolf van Rechteren, heer tot Mennigjeshave, geb. 16, ged. den Ham 22 mrt 1715, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Mennigjeshave op 25 mrt 1739, bewindhebber der W.I.C. 1775-1777, gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer 1781-1783 en 1791-1793, gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam 1783-1785, overl. 17, begr. Zwolle aug 1796, huwt 1e (ondertr. Rijssen 12 jun 1741) Sara van Ittersum, dochter van Ernst Hendrik van Ittersum tot Oosterhof en Maria Clara Charlotta du Faget van Assendelft, overl. Zwolle, uitgevoerd 30 apr 1758 naar den Ham, huwt 2e Olst 23 jun 1759 Ida Elisabeth van Voorst, dochter van Hendrik Casimir Gerrit van Voorst tot Averbergen en Ida Egeria Charlotte van Ittersum, ged. Olst 25 mrt 1735, overl. Mennigjeshave 8 okt 1785.
Uit het tweede huwelijk:

1. Jonkheer Frederik Hendrik van Rechteren, heer tot Mennigjeshave, ged. Olst 11 nov 1759, verschreven in de Ridderschap van Overijssel vanwege de havezate Mennigjeshave op 21 mrt 1785, lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel 1793-1795, benoemd in de Ridderschap van Overijssel bij S.B. van 28 aug 1814, nr. 14, met het predikaat jonkheer, overl. Ulsen 5 feb 1839.
2. Sara Philippina Charlotte van Rechteren, geb. Mennigjeshave 29 jul, ged. den Ham 2 aug 1761, overl. huis Egede (Hellendoorn) 14 mei 1823, huwt den Ham 19 mei 1789 Frederik Theodorus des H.R.Rijksvrijheer van Pallandttot Egede, zoon van August Leopold des H.R.Rijksvrijheer van Pallandt tot Eerde, Beerse en Oosterveen, en Anna Elisabeth van Haersolte tot Egede, geb. huis Eerde 9, ged. Ommen 12 apr 1754, verschreven in de Ridderschap van Overijssel 22 okt 1778, rentmeester van de kloosters Sibculo en Albergen, overl. huis Egede (Hellendoorn) 18 jan 1812.
3. Derk Ernst van Rechteren, ged. den Ham 25 feb 1770, overl. jong.

Heren en vrouwen van Almelo

Geslacht van Almelo

Everhardus van Almelo

Arnold (I) van Almelo

Hendrik van Almelo (§A.1)

Arnold (II) van Almelo

Egbert (I) van Almelo (§A.2)

Arnold (III) van Almelo (§A.3)

Egbert (II) van Almelo

Arnold (IV) van Almelo

Geslacht Van Heeckeren van der Eze, later Van Rechteren

Evert van Heeckeren van der Eze (§B.2)

Hij huwt Beatrix van Almelo, erfdochter van Arnold (IV) van Almelo.

Egbert (van Heeckeren van der Eze, genaamd) van Almelo (§B.7)

Johan van Almelo

Sweder van Voorst en Keppel (§B.12)

(eigenlijk van Heeckeren genaamd van Rechteren).

Otto van Rechteren (§B.13) (ook van Heeckeren genaamd van Rechteren), heer van Almelo, tot Rechteren, Bredenhorst, Egede en van de halve heerlijkheid Tull en 't Wael

Johan van Rechteren (§B.15), heer van Almelo, tot Rechteren en Bredenhorst

Adolf van Rechteren (§B.16), heer van Almelo en tot Rechteren

Hendrik van Rechteren (§B.18), heer van Almelo en tot Rechteren

Hij huwt 1566 Agnes van Westerholt, die ca. 1575 hertrouwt met Rutger Torck.

Geslacht van Westerholt

Herman van Westerholt ter Coppel

Agnes van Westerholt en de kinderen van haar broer Herman van Westerholt ter Coppel.

A. van Westerholt is de weduwe van Rutger Torck

Geslacht van Oer

Borchard van Oer tot Kakesbeeck, heer van Zalk en Veekaten

Gehuwd met Jutte van Westerholt.

Lambert van Oer, heer van Zalk en Veekaten

Geslacht Van Rechteren, later Van Rechteren Limpurg

Johan van Rechteren (§B.22)

heer van Almelo, tot Rechteren en Bredenhorst.

Zeger van Rechteren (§B.23)

heer van Almelo.

Adolf Hendrik des H.R.Rijksgraaf van Rechteren (§B.25)

heer van Almelo.

Adolf Philip Zeger des H.R.Rijksgraaf van Rechteren (§B.31)

heer van Almelo.

Sophia Carolina Florentina des H.R.Rijksgravin van Rechteren (§B.41)

vrouwe van Almelo en Vriezenveen, huwt 1e 1746 Jan Everhard Adolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg tot Rechteren (overl. 1754), huwt 2e 1758 Johan Reinhard Burchard Rudolf des H.R.Rijksgraaf van Rechteren tot Noorddeurningen (overl. 1783).

Frederik Lodewijk Christiaan des H.R.Rijksgraaf van Rechteren Limpurg (§B.45)

heer van Almelo en de Eze en tot Rechteren, Schuilenburg en Verborg.

Mr. Adolph Frederik Lodewijk

graaf van Rechteren Limpurg (§B.47), heer van Almelo en Vriezenveen en tot Rechteren, Oolde en Verborg.

Adolph Frederik

graaf van Rechteren Limpurg (§B.49), heer van Almelo en Vriezenveen.

Mr. Adolph Frederik Lodewijk

graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen.

Mr. Willem Constantijn

graaf van Rechteren Limpurg, heer van Almelo en Vriezenveen.

Rentmeesters van Almelo

Arend Goderts

Johan bastaard van Rechteren

Gerhard Metelen

Arend ten Kinkhuis

Joachim Blancken

Hendrik van Raalte

Reinhard Götze

Jan hendrik Monnick

Hendrik bastaard van Rechteren

Hendrik Schuitemaker

Jacob Boom

Weduwe van Jacob Boom

Gerhard Boom

Carl Hendrikus Naber

Georg Emanuel Staggemeijer

Elias Dull

Doedo Jan Lamberts

Lammert Jan Sloet

Elias Hendrikus Wilhelmus Dull

Arnold Horsting

Nicolaas François Snel

Derk Frederik Oudenampsen

Adriaan van Wijngaarden

Literatuur

P.G. Aalbers, Het einde van de horigheid in Twente en Oost- Gelderland, 1795-1850 (Zutphen 1979). (Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis; Werken, nr. 35).

Archief voor de geschiedenis van het aartsbidom Utrecht (Utrecht 1875-1957).

Bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel (Zwolle, 1874-1907).

A.S. de Blécourt, Kort begrip van het oud-vaderlandsch burgerlijk recht 5e druk (Groningen 1939).

P.J. Blok, J.A. Feith, S. Gratama, J. Reitsma, C.P.L. Rutgers, Oorkondenboek voor Groningen en Drente (Groningen 1896- 1899).

H. Brugmans en K. Heeringa, Corpus sigillorum Neerlandicorum. De Nederlandsche zegels tot 1300 afgebeeld en beschreven in opdracht en onder toezicht van de Nederlandsche Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam ('s-Gravenhage 1937-1940).

J.A. ten Cate, Het archief van Vergadering en Convent te Albergen ('s-Gravenhage 1961).

J. Van Doornick, Geslachtkundige aanteekeningen ten aanzien van de gecommitteerden ten landdage van Overijssel zedert 1610-1794, met eenige berigten omtrent de voormalige havezathen in dat gewest (Deventer 1871).

G. Dumbar, Analecta seu vetera aliquot scripta inedita (Deventer 1720-1722).

G. Dumbar, Het kerkelyk en wereltlyk Deventer (Deventer 1732-1788).

G. Dumbar, Verhandeling over het graafschap Goor en beschrijving van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. Twee onuitgegeven hoofdstukken van den Tegenwoordigen Staat van Overijssel (Deventer 1859).

W.F.G.L. van der Dussen en M.P. Smissaert, Genealogische kwartierstaten van Nederlandsche geslachten ('s-Gravenhage 1865-1873).

G.A.J. Engelen van der Veen, Marken in Overijssel ('s- Gravenhage 1924). (Geschiedkundige atlas van Nederland).

F.J.W. Fabius, De Ridderlijke Duitsche Orde van verleden tot heden. Z.p., z.j. [ca. 1958].

A. Fahne, Geschichte der Kölnischen, Jülischen und Bergischen Geschlechter in Stammtafeln, Wappen, Siegeln und Urkunden (Keulen/Bonn 1848-1853).

J. Geerdink, Eenige bijdragen tot de geschiedenis van het aartsdiaconaat en aartspriesterschap Twenthe en calendarium St. Plechelmi te Oldenzaal (Vianen 1895).

A.J. Gevers en A.J. Mensema, De havezaten in Salland en hun bewoners 2e druk (Alphen aan den Rijn 1985).

I.H. Gosses, De organisatie van bestuur en rechtspraak in de landschap Drente (tot den tijd der republiek) (Groningen/Batavia 1941).

D.P.M. Graswinckel en mr. H. Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren ('s-Gravenhage 1941).

R.E. Hattink, 'De heerlijkheid Almelo 1236-1420', in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 21 (1900), p. 1-53.

B.J. van Hattum, Geschiedenissen der stad Zwolle (Zwolle 1767-1776). (Fotomechanische herdruk, Zwolle 1975).

L.A.F.H. van Heeckeren, 'Voerst, Hekeren genaamd Rechteren, Rechteren genaamd Voorst, Voorst genaamd Rechteren', in: Heraldieke Bibliotheek 1876, p. 1-104, 190-191.

J.J. Hooft van Huysduynen, Bijdrage tot een genealogie van het geslacht van Voorst tot Voorst ('s-Gravenhage 1968).

A.L. Hulshoff, Die Geschichte der Grafen und Herren von Limburg und Limburg-Styrum und ihrer Besitzungen 1200-1550 II. Band, I (Assen/Münster 1963).

W.K. von Isenburg, Europäische Stammtafeln, Stammtafeln zur Geschichte der Eurpäischen Staaten 3e druk (Marburg 1975), Band I en II; Detlev Schwennicke, Ibidem Banden V-VIII (Marburg 1978- 1980) en Ibidem Neue Folge, Band IV (Marburg 1981).

C.A. van Kalveen, Het bestuur van bisschop en Staten in het Nedersticht, Oversticht en Drenthe, 1485-1520 (Groningen 1974).

Het kasteel Voorst. Macht en val van een Overijsselse burcht circa 1280-1362 naar aanleiding van een opgraving (Zwolle 1983). (Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis; Werken, nr. 36).

E.H. ter Kuile, De Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst [...]. dl. IV, De provincie Overijssel, Eerste stuk: Twente ('s- Gravenhage 1934).

G.J. ter Kuile, 'Het geslacht Van Almelo in de Middeleeuwen, deel I', in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 72 (1957), p. 1-23.

G.J. ter Kuile, 'Het geslacht Van Almelo in de Middeleeuwen, deel II', in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 74 (1959), p. 17-37.

G.J. ter Kuile, Geschiedkundige aanteekeningen op de havezathen van Twenthe (Almelo 1911).

G.J. ter Kuile, 'De heerlijkheid Almelo 1236-1798', in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 17 (1941), p. 365-411.

G.J. Ter Kuile, 'De marke Almelo', in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 68 (1953), 7-12.

G.J. ter Kuile, Oorkondenboek van Overijssel, regesten 797-1350 (Zwolle 1963-1969).

G.J. ter Kuile, De opkomst van Almelo en omgeving (Arnhem 1974). (fotografische heruitgave van de 2e druk uit 1947).

A.J. Mensema, Repertorium op de leenregisters van de leen- en hofhorige goederen van de proosdij van St. Lebuinus te Deventer 1408- 1809 (Zwolle 1981).

A.J. Mensema, Inventaris van de archieven van de marken in de provincie Overijssel, 1300-1942 (Zwolle 1978).

A.J. Mensema, De Ridderschap van Overijssel 1460-1795. Een genealogisch overzicht (Zwolle 1993).

J.Ph. de Monté Verloren, Grondbezit en standen in het Oosten des lands vóór de feodalisering 2e druk (Utrecht 1949).

F. Muller Fzn., Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht (722-1528) (Utrecht 1917-1922).

J.W. Racer, Overijsselsche Gedenkstukken (Leiden/Kampen 1781-1793).

J.W. Racer, Almelosche Oudheden (Kampen 1785- 1786).

O. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers in het buitenland ('s-Gravenhage 1976).

L.A.J.W. Sloet, Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutphen ('s-Gravenhage 1872-1876).

Stammtafel des mediatisierten Hauses Rechteren Limpurg (S.l. 1900).

J.W. des Tombe, bewerkt door C.W.L. baron van den Boetzelaer, Het geslacht van den Boetzelaer (de historische ontwikkeling van de rechtspositie en staatkundige invloed van een belangrijk riddermatig geslacht (Assen 1969).

A.N. de Vos van Steenwijk, Het geslacht De Vos van Steenwijk in het licht van de geschiedenis van de Drentse adel ('s-Gravenhage 1976).

J. Westra van Holthe, De ridderschap van Drenthe (Assen 1950).

Keywords

Subjects:

Huizen

Records creator

Ridderschap van Overijssel (I)

Ridderschap van Salland

Heerlijkheid Voorst en Keppel, 13de eeuw -

Huis De Velner bij Raalte, 17de eeuw

Huis Schuilenburg bij Hellendoorn, 18de eeuw -

Huis Noorddeurningen bij Denekamp, 17de eeuw -

Ridderschap van Twente

Marke Albergen, - 19de eeuw

Marke Almelo, - 19de eeuw

Marke Daarle, - 19de eeuw

Marke Dalmsholte, - 19de eeuw

Marke Geesteren, Mander en Vasse, - 19de eeuw

Marke Leusen, - 19de eeuw

Marke Wierden en Hoge Heksel, 19de eeuw

Marke Zenderen en Bornerbroek, - 19de eeuw

kapel te

Rooms-Katholieke statie te Wierden

Huis Hernen, 17de eeuw

Huis Ahnem bij Wijnvoorden

Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen, Breukgericht

Dull, mr. Elias, advocaat en rentmeester te Almelo

Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen, 16e eeuw - 1795

Lamberts, Doede Jan (1758-1844), schout van de gemeente Ambt Almelo