Netherlands > Nationaal Archief

4.MST

Bouwtekeningen van Schepen van de Nederlandse Marine

Marine Bouwtekeningen Schepen

1683-1996
Centrale Archief Selectiedienst
1999
Nationaal Archief, Den Haag
This finding aid is written in Dutch .
Beschrijving van het archief

Scope and content

Het archief van de bouwtekeningen van Schepen van de Nederlandse Marine bevat de tekeningen van de vaartuigen en diverse werktuigen die in het verleden dienst hebben gedaan bij de Koninklijke Marine en haar naamvoorgangers. De tekeningen van de nog varende schepen van de Koninklijke Marine zijn niet opgenomen in de collectie. Het archief is per scheepstype ingedeeld en bevat een alfabetische index op het gehele bestand.

Inhoud

Aanwijzingen voor onderzoek in het archief

Onderzoek in dit archief kan vanuit verschillende invalshoeken gedaan worden. Als men een scheepsnaam of scheepstype kent is onderzoek in dit archief vrij eenvoudig te doen. U begint in de alfabetische index op het gehele bestand (p. 213). U zoekt in deze lijst de naam van het schip waarvan u de tekening(en) wilt raadplegen. Als u de naam gevonden heeft, kijkt u of er van dit schip bladen (dat wil zeggen, tekeningen) zijn opgenomen in de inventaris. Via de verwijzing naar een of meer inventarisnummer(s) komt u bij de beschrijvingen in de inventaris. Het is mogelijk dat bij het door u gezochte schip de vermelding staat dat het schip zusterschepen had. Dit betekent dat u, wilt u een compleet beeld krijgen van het schip, ook de tekeningen van de zusterschepen moet raadplegen, omdat niet steeds dezelfde tekeningen zijn bewaard of aanwezig waren. Van elk schip is echter altijd (indien aanwezig) bewaard de langsdoorsnede en het zijaanzicht. Een opgave van de verschillende zusterschepen is te vinden in bijlage 4.

In de alfabetische index staan alle schepen opgesomd die vermeld staan in Vermeulen's De schepen van de Koninklijke Marine. Dit betekent dat u ook schepen aantreft, waarvan geen bladen aanwezig zijn. Informatie over het betreffende schip kunt u terugvinden in Vermeulen's boek. Vermeulen is in deze inventaris opgenomen als inventarisnummer 6046 (p. 209)

Bent u geïnteresseerd in een bepaald scheepstype of kent u alleen het scheepstype en geen eigennaam dan kunt u de scheepstypen in de inhoudsopgave terugvinden. In dat geval zijn er verschillende schepen van dat type opgenomen. Als u een oud inventarisnummer van de concept-plaatsingslijst van scheepsbouwtekeningen en ontwerptekeningen van havens, behorende tot het archief van het ministerie van Marine, 18e-19e eeuw (bestand ARA 4.MTSH) heeft, kunt u via de concordans (bijlage 6) het nieuwe inventarisnummer vinden.

Records creator's history

Geschiedenis van de archiefvormer

Van 'teekenkonsten' tot 'paperless ships'. De scheepsbouwkundige tekeningen van de Nederlandse marine (1683-1996)

(Met dank aan dr.ir. J.M. Dirkzwager, ir. H.J. Wimmers en A.J. Hoving, hoofdrestautor scheepsmodellen van het Rijksmuseum te Amsterdam voor hun correcties en suggesties. Mevrouw drs. I.B. Jacobs van Maritiem Museum 'Prins Hendrik' te Rotterdam, ir. P. Delvos van het scheepsbouwbureau NEVESBU in Den Haag, T.C. Burgers, bibliothecaris van de Koninklijke Scheldegroep BV te Vlissingen en H.H. Kragt, beheerder van het foto-archief van het Instituut voor Maritieme Historie van de Marinestaf te 's-Gravenhage, ben ik veel dank verschuldigd voor hun medewerking in de foto-research. )

Dr. A.A. Lemmers, Instituut voor Maritieme Historie, Marinestaf, 's-Gravenhage

Het belang van scheepsbouwkundige tekeningen voor de historicus

De bouwtekeningen van de schepen van de Nederlandse zeemacht van 1683 tot 1996 vormen een historische collectie, waarvan de inhoud betrekking heeft op het scheepsbouwkundig verleden van de Koninklijke Marine en haar naamsvoorgangers. Men kan zich afvragen wat de historische waarde van dergelijk materiaal is. De waarde ervan voor de modelbouwer is evident, maar de tekeningen hebben ook een wetenschappelijke waarde voor bijvoorbeeld de scheepsarcheoloog en de techniekhistoricus. Het is een primaire bron voor onderzoek naar het uiterlijk en de constructie van specifieke schepen en naar de ontwikkelingen op scheepsbouwkundig gebied. Het is visueel bronnenmateriaal. Daar zit, in vergeleken met geschreven bronnen, een aantal grote voordelen aan. Indien de tekeningen als visuele bron door een onderzoeker worden geraadpleegd, dan richt deze zich op de inhoud van de voorstelling, dat wil zeggen het afgebeelde schip of werktuig.

Men kan echter ook de vraag stellen naar de functie van de voorstelling zelf: wat zijn scheepsbouwkundige tekeningen? Waarom werden zij gemaakt? Wat was hun rol in het productieproces? Dergelijke vragen zijn van belang omdat de ontwerp- en scheepsbouwpraktijken zodanig veranderen dat er over niet al te lange tijd in het geheel geen scheepstekeningen meer zullen worden gemaakt. Het tijdperk van de 'paperless ships' is aangebroken. Willen we begrijpen hoe vroeger de schepen voor en door 's Lands zeemacht werden gebouwd, dan dienen we daarbij de rol van de scheepstekening nauwkeurig in de gaten te houden.

Scheepstekeningen zijn technische voorstellingen. Technische voorstellingen zijn visuele voorstellingen van technische producten, handelingen of processen, die voor practisch gebruik zijn bedoeld. [NOTE .S. Lubar, 'Representation and power' in: Technology and culture 36/2 (supplement, april 1995). ] Het betreft dus bouwtekeningen, blauwdrukken, mallen, modellen, handleidingen, grafieken en dergelijke meer. Het bestaan van technische voorstellingen is niet universeel: zij markeren het onderscheid tussen enerzijds de traditionele en ambachtelijke en anderzijds de moderne technologieën - modern dan in de zin van technologische systemen die het resultaat zijn van intensieve samenwerking tussen meer dan slechts een paar mensen, en die daarenboven beleidsmatig gestuurd worden.

Technische voorstellingen worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Eén van die doeleinden is de overdracht van kennis tussen gelijken, zoals tussen wetenschappers. Grafische voorstellingen bijvoorbeeld kunnen zeer veel detail-informatie doorgeven door complexe materie in geordende verbanden te presenteren. Dergelijke voorstellingstechnieken kunnen zich ontwikkelen tot ontwerptechnieken, zodat zij de technologische basis vormen op grond waarvan de ontwerpers werken.

Binnen een bedrijfsomgeving spelen technische voorstellingen ook een andere rol. Zij zijn essentieel voor de arbeidsverdeling, doordat zij het mogelijk maken om het ontwerpproces van het bouwproces te scheiden. Hierdoor kan de productie worden gesplitst in onderdelen die door verschillende mensen worden uitgevoerd. Ook verzorgen zij een essentiële schakel tussen de ontwerper en de gebruiker van technische artefacten. Naarmate een technologisch systeem (bijvoorbeeld het scheepsbouwbedrijf) groeit, neemt de behoefte aan technische voorstellingen toe.

Scheepstekeningen zijn technische voorstellingen in deze twee betekenissen. Zij zijn even nauw betrokken bij het ontwerpproces als bij de bouwpraktijk. Het is van belang hun technische rol en functie te onderkennen, omdat het anders niet mogelijk is hun historische betekenis naar waarde te schatten. Zij zijn namelijk onverbrekelijk verbonden met een bepaalde technologische praktijk en cultuur, en omdat deze veranderen, dreigt onze kennis ervan te verdwijnen. In de volgende paragrafen zullen daarom twee onderwerpen speciaal aan bod komen. Ten eerste, de scheepsbouwkundige ontwikkelingen in het algemeen en voor de Nederlandse zeemacht in het bijzonder. Ten tweede, de specifieke rol die tekeningen in het scheepsbouwproces hebben gespeeld.

De ontwikkeling van de marine-scheepsbouw in het algemeen

Vanaf de middeleeuwen tot het midden van de negentiende eeuw speelde de oorlog ter zee zich af in de elementen water en wind: het materieel bestond uit houten zeilschepen met voorlaadgeschut. De wind was een bepalende factor in de tactiek op zee. Aanvankelijk bepaalde de tactiek zich tot het zo snel mogelijk enteren van de vijand om aldus het 'zeegevecht' een strijd te land te doen zijn. Later ging het geschut een belangrijker rol spelen, maar de essentie van de tactiek bleef vooralsnog 'enteren'. In het midden van de zeventiende eeuw ontstond het gevecht in de linie. Daartoe moesten de schepen zeileigenschappen hebben die het zeilen in formatie mogelijk maakten. En daardoor ontstond een dringende en dwingende behoefte aan standaardisatie. [NOTE .P. Villiers, La marine de Louis XVI I. Vaisseaux et frégates, de Choiseul à Sartine (Grenoble, 1983), 4-5. ]

Het kaliber van het geschut was het uitgangspunt voor het scheepsontwerp: hiermee werden de dracht en penetratiegraad van het geschut bepaald, en dus de aanvalskracht van het schip. Het kaliber had invloed op het gehele scheepsontwerp. Het gewicht van het geschut werd daardoor bepaald. Dat gewicht stond weer in nauw verband met het draagvermogen en de stabiliteit van het schip, waar het geschut tegen de scheepswand stond opgesteld. Het legde tevens een bepaalde poortbreedte op en verhield zich daarom tot de scheepslengte. Geschut van een bepaald gewicht vereiste een bepaalde bemanning en stelde daarmee eisen aan de victualisering. Die waren weer van invloed op de actieradius.

De schepen werden in de loop van de achttiende eeuw steeds steviger gebouwd, waardoor het gevecht zich op steeds kortere afstand kon afspelen. De introductie van de carronade omstreeks 1780 betekende een doorbraak. De carronade was kort geschut op een schuifslede dat met eenzelfde kaliber als het gewone geschut, veel minder woog. Het droeg weliswaar minder ver, maar had op korte afstand een aanzienlijk penetratievermogen. Bovendien was het gemakkelijker te bedienen en vereiste aldus minder bemanning. Schepen konden hierdoor hun vuurkracht vergroten. Echter, dat de carronade niet zaligmakend was, bleek tijdens de Amerikaanse oorlog van 1812-1815, toen de Amerikanen met lang, zwaar geschut de Britten op een zodanige afstand hielden, dat deze laatsten van hun carronaden geen gebruik konden maken. [NOTE .Uitgevonden door de Engelsman Melvill en oorspronkelijk 'Swasher' genoemd; F.L. Robertson, The evolution of naval armament (London, 1921); W.G.M.H. Canisius, 'De ontwikkeling van scheepsgeschut bij de Nederlandse marine in 1780-1880' in: Erfgoed van industrie en techniek 2/2 (1993), 43-62 en 2/3 (1993), 80-87 (speciaal 47-51). ] Niettemin bleef de carronade tot ver in de negentiende eeuw gezichtsbepalend voor het geschut.

Het geschut speelde eveneens een belangrijk rol in de toenemende 'fregattering' aan het eind van de achttiende eeuw. [NOTE .R. Gardiner, The heavy frigate. Eighteen pounder frigates, 1778-1800 (London, 1994), 7-13; aan het einde van de zestiende en in de eerste helft van de zeventiende eeuw was er ook sprake van 'fregattering' geweest, geïnspireerd door de Duinkerker kapers met hun kleine, snelle en wendbare schepen; door het gevecht in de linie dat daarna ontstond, kwam het accent weer op grote linieschepen te liggen. ] Men kwam tot de conclusie dat een 'zwaar' fregat (een schip met één laag geschut van zwaar kaliber) een goede tegenstander was van het veel zwaarder bewapende linieschip. Immers, bij enige zeegang kon het linieschip geen gebruik maken van haar onderste laag geschut, maar het fregat wel, omdat zijn batterij hoger boven het water gelegen was. Het fregat had bovendien veel betere zeileigenschappen, zodat het in het voordeel was. In strategisch opzicht werd het linieschip in het begin van de negentiende eeuw naar de tweede plaats verwezen.

Door de introductie van de stoomvoortstuwing in de jaren 1825-1860 werd de betekenis van de factor wind voor de voortbeweging steeds geringer. De stoomvoortstuwing ontwikkelde zich in de loop van de negentiende eeuw van raderwielen naar scheepsschroeven, en van lagedrukmachines naar expansiemachines en stoomturbines. De bewegingsvrijheid en geschiktheid van schepen als geschutplatform namen hierdoor aanzienlijk toe, wat belangrijke consequenties voor de zeetactiek had. De introductie van goedkoop staal in de jaren 1860-1870 markeert de overgang naar stalen schepen, pantser en zwaar geschut in draaibare koepels. [NOTE .M.H. Jansen, De omwenteling van het zeewezen. Eene bijdrage tot het behoud der onafhankelijkheid (Dordrecht, 1864). ] Aldus begon een internationale wapenwedloop die tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog onverminderd zou voortduren.

Vanaf omstreeks 1870 verplaatste een deel van de actie zich ook onder water onder invloed van de ontwikkeling van zeemijnen, torpedo's en, aan het einde van de eeuw, onderzeeboten. Hieruit kwamen weer nieuwe marine-onderdelen voort, zoals de onderzeedienst en de torpedodienst, en later de onderzeebootjagers en mijnenbestrijdingsdienst. Van primair belang voor de ontwikkeling van de onderzeeboot waren de dieselmotor en elektriciteit.

Tussen de twee wereldoorlogen won het vliegtuig aan terrein. Vliegkampschepen speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in de Stille Oceaan. In de scheepsbouw veranderden sectiebouw en elektrisch lassen het aanzicht van de werven, hoewel sectiebouw pas heel laat tot de marinescheepsbouw zou doordringen. [NOTE .J.M. Dirkzwager, 'Schepen' in: Maritieme geschiedenis der Nederlanden IV (Bussum, 1978), 13-52 (speciaal 44). ]

Sinds de Tweede Wereldoorlog sturen computer, radar en atoomkracht de ontwikkelingen in de richting van onzichtbaarheid en kernvoortstuwing, terwijl luchtafweer en geleide projectielen het traditionele geschut steeds verder naar de achtergrond dringen.

Scheepsbouw bij de Nederlandse marine tot het begin van de negentiende eeuw

De Nederlandse marine is een organisatie met een complexe historische achtergrond. Al in de veertiende eeuw poogden de graven van Vlaanderen door de instelling van het admiraalsambt de maritieme defensie en rechtspraak te organiseren. [NOTE .F. Pollentier, 'Admiraliteit' in: Maritieme geschiedenis der Nederlanden I (Bussum, 1976), 295-304. ] Vanaf 1488 zetelde deze admiraal met zijn raad in Veere.

De Hollandse gewesten wensten zich echter niet onder het gezag van deze admiraliteit te plaatsen. Vrij snel na het begin van de opstand tegen het Spaanse gezag (1568) kwamen in de Noordelijke Nederlanden vijf admiraliteiten tot stand: de Zeeuwse admiraliteit (Middelburg), de admiraliteit op de Maze (Rotterdam), de admiraliteit van Amsterdam, de admiraliteit van het Noorderkwartier en West-Friesland (afwisselend te Hoorn en Enkhuizen) en de admiraliuteit van Friesland (tot 1645 te Dokkum, daarna te Harlingen). Pogingen deze omslachtige organisatie wat te stroomlijnen mislukten. Met de instructie op de admiraliteiten in 1597 kreeg de Nederlandse marine-organisatie 'provisioneel' de vorm zoals zij deze bijna twee eeuwen lang, tot 1795, zou behouden. Van oorlogsscheepsbouw was tot 1597 geen sprake. Schepen werden uit de particuliere vaart betrokken en uitgerust voor oorlog.

Met de instructie van 1597 werd elk college verantwoordelijk voor zijn eigen middelen. Op den duur zou dat tot gevolg hebben dat elke admiraliteit zijn eigen werf van aanbouw had. Als gewestelijke instelling genoten de admiraliteiten slechts incidenteel generaliteitssubsidies. Hun armslag was dus beperkt. [NOTE .J.S. Bartstra, Vlootherstel en legeraugmentatie (Assen, 1952). ] Er werd naargelang de mogelijkheden gebouwd. Amsterdam en Rotterdam waren de belangrijkste werven van aanbouw in de zeventiende en achttiende eeuw, de werven van Zeeland (te Vlissingen) en Friesland (Dokkum en Harlingen) kwamen op de tweede plaats. In Hoorn en Enkhuizen werden slechts incidenteel, en dan meest kleinere schepen gebouwd.

Aan het begin van de achttiende eeuw was de Nederlandse oorlogsscheepsbouw door traditie vastgeroest. Om de impasse te doorbreken werden in 1728 op voorstel van kapitein-ter-zee Cornelis Schrijver (1686-1766) drie Britse scheepsbouwers aangesteld bij de Admiraliteit van Amsterdam. De gehele achttiende eeuw wordt beheerst door de hieruit voortvloeiende 'scheepsbouwcontroverse'. [NOTE .W. Voorbeytel Cannenburg, 'De Nederlandsche scheepsbouw in het midden der achttiende eeuw' in: Jaarverslag Nederlandsch Historisch Scheepvaartmuseum (Amsterdam, 1924), 76-84; J.R. Bruijn, 'Engelse scheepsbouwers op de Amsterdamse admiraliteitswerf in de 18de eeuw - enkele aspecten' in: Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis 25 (1972), 18-24; D.H. Roberts, Eighteenth century shipbuilding. Remarks on the navies of the English and the Dutch, by Blaise Ollivier (Rotherfield, 1992); A.A. Lemmers, Techniek op schaal. Modellen en het technologiebeleid van de Marine 1725-1885 (Amsterdam, 1996), 43-81. ] De Nederlandse marine-scheepsbouwers vatten deze maatregel op als een slag in het gezicht. Niet alleen was het verwijt dat zij zich geheel aan ouderwetse bouwmethoden vastklampten, niet helemaal terecht (de Rotterdammer Paulus van Zwijndregt had rond 1728 een eigen methode ontwikkeld), bovendien stelden de Nederlandse ondiepe vaarwateren zulke specifieke eisen aan het scheepsontwerp dat het kopiëren van Britse ontwerpen niet de juiste manier was tot verbetering in scheepsontwerp te komen. De Britten waren zelf ook niet de meest vooruitstrevende ontwerpers: in de regel kopiëerde men in Groot-Brittannië Franse ontwerpen. De Nederlandse marine had er misschien beter aan gedaan zich direct tot Frankrijk te wenden voor verbetering van haar scheepsbouw. Toen de admiraliteiten dat in 1780 eindelijk ook deden, was de scheuring tussen de Amsterdamse en de overige admiraliteitsscheepsbouwers inmiddels zo groot dat zij niet meer op één lijn te krijgen waren.

De scheepsbouw bij de Nederlandse marine tot de Tweede Wereldoorlog

De gewestelijke organisatiestructuur gaf aanleiding tot veel problemen. De roep om centralisatie klonk, vooral in de achttiende eeuw, veelvuldig. De gelegenheid de problemen aan te pakken deed zich voor met de staatshervorming die de Bataafse omwenteling in 1795 teweegbracht: één van de eerste daden van het Bataafse bewind was de reorganisatie van de marine met een centraal bestuur in Den Haag. [NOTE .Zie W.J. Goossen, 'Van admiraliteit naar ministerie: de organisatie van het marinebestuur in de Bataafse en Franse tijd (1795-1813)' in: Tijdschrift voor zeegeschiedenis 9/1 (1990), 19-34; J.F. Tanja, Pieter Glavimans constructeur-generaal in de Franse tijd (doctoraalscriptie Rijksuniversiteit Leiden, 1992). ] De achttiende-eeuwse werforganisatie werd grotendeels gehandhaafd, zij het dat Vlissingen in 1810 zijn werffunctie aan Antwerpen moest afstaan. Overigens, in 1814 werd de werfinrichting van Antwerpen naar Vlissingen teruggeplaatst.

Willem I nam na zijn troonsbestijging in 1815 een groot aantal hervormingen uit de voorafgaande periode over. Een daarvan was de gecentraliseerde organisatie van de Bataafse marine. De Bataafse marine werd Koninklijke Nederlandsche Zeemacht (vanaf 1904 Koninklijke Marine). De achttiende-eeuwse werforganisatie bleef aanvankelijk min of meer in de vorm van de Rijkswerven bestaan, met als belangrijkste werven van aanbouw Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen, terwijl in Enkhuizen en later Medemblik een sloepenmakerij was. Deze nog steeds omvangrijke walorganisatie lokte de nodige kritiek uit en werd zodanig afgeslankt dat in 1868 alleen nog Amsterdam als werf van aanbouw overbleef. Hellevoetsluis en Willemsoord (Den Helder) werden werven van onderhoud en uitrusting. [NOTE .De Rotterdamse werf sloot zijn poorten in 1850, Vlissingen in 1868. Zie Ph.M. Bosscher, 'Marinegebouwen' in: P. Nijhof (red.) Monumenten van bedrijf en techniek (Zutphen, 1978), 187-244. ]

De strategische taken van de marine werden in de negentiende eeuw belangrijk uitgebreid met de verdediging van Nederlands-Indië. In feite kwam het zwaartepunt van de marinetaken dáár te liggen. Met het verlies van België (1830-1839) had het Koninkrijk de illusie van een actieve rol in de internationale politiek moeten laten varen. In Europa werden de taken, ondanks nadrukkelijke wensen van de marine voor een zeegaande vloot, steeds verder ingeperkt tot louter kustdefensie en bescherming van het handelsverkeer, die tot omstreeks 1870 uitsluitend door zeilschepen werd waargenomen. [NOTE .Gegevens ontleend aan A.J. Vermeulen, De schepen van de Koninklijke Marine en die der gouvernementsmarine 1814-1962 ('s-Gravenhage, 1970). ] Op Indië kwam het accent van de marine-activiteiten te liggen. Dat belang blijkt onder meer uit het feit dat praktisch alle mechanisch voortgestuwde schepen van vóór 1865 voor dienst in de Oost werden bestemd. Van de 58 raderstoomschepen die tot 1876 werden gebouwd, waren er slechts zes niet voor Oost-Indië bestemd en daarvan bleven er slechts vier in Europa. De productie van schroefstoomschepen kwam vanaf 1858 op gang. Van deze schepen ging echter weinig dreiging uit: ook zij waren ontworpen voor Indische taken, en verder voor konvooidiensten of kruistochten. In het moederland werd in de jaren vijftig gepoogd de kustverdediging, naar men hoopte voor relatief weinig geld, op peil te brengen door de 'recycling' van zeilschepen tot drijvende batterijen. De kosten vielen echter tegen en de batterijen waren al verouderd en achterhaald, nog voor ze in gebruik genomen werden. [NOTE .A. van Dijk, Voor Pampus. De ontwikkeling van de scheepsbouw bij de Koninklijke Marine omstreeks 1860 (Amsterdam-'s-Gravenhage, 1987). ]

In de jaren rond 1860 volgden de technologische ontwikkelingen elkaar zo snel op en werd de internationale situatie zo instabiel dat de regerinsgleiders het er bijna benauwd van kregen. In 1867 werd door een eenmalige verdubbeling van het marinebudget in één klap een gepantserd eskader met schroefvoorstuwing volgens de nieuwste technieken aangeschaft: waar Nederland tot dan toe in Europa slechts een nietige en verouderde vloot had onderhouden, werden vier ramtorenschepen en drie monitors, alle met geschutkoepels (torens) en het modernste geschut, in het buitenland besteld en het jaar daarop al geleverd. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig werd deze pantservloot uitgebreid met een aantal in Nederland gebouwde pantserschepen. [NOTE .J.M. Dirkzwager, 'De introductie van pantserschepen in Nederland' in: Tijdschrift voor zeegeschiedenis 4/1 (1985), 23-41. ]

Nederland beschikte daarmee ineens over een van de modernst uitgeruste oorlogsvloten ter wereld. Streven naar gelijkheid met de Britse of de Franse zeestrijdkrachten, die zoveel omvangrijker waren, bleek niet haalbaar. Toen in de loop van de eerder genoemde bewapeningswedloop ook Pruisen Nederland achter zich liet, besloot men op andere voet voort te gaan. [NOTE .W. Bevaart, De Nederlandse defensie 1839-1874 ('s-Gravenhage, 1993), 356-357, 534-535. ] Daar kwam bij dat de neutraliteitskoers van de Nederlandse regering het bestaan van een krachtige marine niet direct noodzakelijk leek te maken. [NOTE .Zie H.J.G. Beunders, Weg met de Vlootwet! De maritieme bewapeningspolitiek van het kabinet-Ruys de Beerenbrouck en het succesvolle verzet daartegen in 1923 (Bergen, 1984), 11-17. ] De aandacht ging nu vooral naar de kustverdediging en de binnenlandse defensie. De bouw van een groot aantal rivierkanonneerboten getuigt daarvan. Deze 'strijkijzers' waren aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog nog in dienst. De nieuwbouw van schepen werd in toenemende mate uitbesteed aan particuliere werven, hoewel de marine het ontwerp en de productontwikkeling steeds in eigen hand hield. Amsterdam bleef een belangrijke werf van aanbouw. Te Willemsoord werd vóór de Tweede Wereldoorlog incidenteel nieuwbouw gepleegd. [NOTE .Th.J.J. Couwenberg en Th.H. Dragt, 150 Jaar Rijkswerf (1972), 15. ]

Rond de eeuwwisseling werd het - inmiddels verouderde - materieel aangevuld met een aantal pantserschepen en werd een begin gemaakt met de bouw van onderzeeboten. In 1917 werd de Marineluchtvaartdienst opgericht. Door de bezuinigingspolitiek van de jaren dertig kwam de organisatie onder zware druk te staan. Van de meeste vlootplannen werd slechts een fractie gerealiseerd. Ondanks pogingen tot een inhaalmanoeuvre aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was de Koninklijke Marine in materieel opzicht onvoldoende voorbereid op de oorlogsverrichtingen, zowel voor de verdediging van het moederland als van Nederlands-Indië. [NOTE .G.J.A. Raven (red.), De kroon op het anker. 175 jaar Koninklijke Marine (Amsterdam, 1988), 87-116; Ph.M. Bosscher, De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog I-III (Franeker, 1984-1990), I, 254, 387, III, 303; Instituut voor Maritieme Historie van de Marinestaf, Den Haag, Collectie Losse Stukken, 1241. ] Nederland werd door de Duitsers bezet in mei 1940, Nederlands-Indië viel in maart 1942 in handen van de Japanners.

Los van de defensietaken heeft de Koninklijke Marine steeds een belangrijke economische en wetenschappelijke bijdrage geleverd aan de scheepsbouw in Nederland. De zeemacht nam het voortouw bij de introductie van nieuwe technieken, zoals de toepassing van stoom en het gebruik van ijzer, en zij was van groot belang voor de Nederlandse machine-industrie en scheepsbouw. Men denke daarbij aan het elektrisch lassen nog vóór de Tweede Wereldoorlog, de toepassing van kunststof in de scheepsbouw, de ontwikkeling van hoge-rekgrensstaal voor de bouw van onderzeeboten, en andere innovaties. Het innovatieve en wetenschappelijke karakter van de Koninklijke Marine mag tevens blijken uit de inrichting van het tweede modelproefstation ter wereld in 1873, de sleeptank van marine-ingenieur B.J. Tideman (1834-1883) op de Rijkswerf te Amsterdam. [NOTE .J.M. Dirkzwager, 'Dr. B.J. Tideman en de inrichting voor proefnemingen met scheepsmodellen op de voormalige Rijkswerf te Amsterdam' in: Roering 4/1 (1967), 31-42; J.M. Dirkzwager, Dr. B.J. Tideman (1834-1883), grondlegger van de moderne scheepsbouw in Nederland (Leiden, 1970). ] Zr.Ms. Atjeh was het eerste schip in Nederland dat op basis van proeven in deze sleeptank, was ontworpen.

Lange tijd was de marine bovendien de voornaamste bron van theoretische kennis inzake de bouw van schepen. Tot 1863 was er geen scheepsbouwkundig onderwijs in Nederland buiten dat van de marine. In dat jaar werd te Delft de Polytechnische School (later Technische Hogeschool en tegenwoordig Technische Universiteit) opgericht, waarvoor de marine tot 1901 de leerkrachten in de vakken scheepsbouw en scheepstekenen leverde. [NOTE .J.M. Dirkzwager, 'De voorgeschiedenis van de opleiding tot scheepsbouwkundig ingenieur aan de Technische Universiteit te Delft' in: Symposium Marine Scheepsbouw 200 Jaar (1795-1995) (Den Haag, 1995), 33-43. ] Tijdens het interbellum ontwikkelde de particuliere scheepsbouwnijverheid zich zodanig dat de hoogleraren te Delft uit de bedrijfstak zelf konden worden betrokken. In 1930 werd te Wageningen het Nederlandsch Scheepsbouwkundig Proefstation ingericht, tegenwoordig MARIN geheten. In 1935 organiseerden de grote Nederlandse werven en machinefabrieken zich in de Nederlandsche Vereenigde Scheepsbouw Bureaux (NEVESBU). Daar worden sindsdien alle grote bouwprojecten van de Koninklijke Marine in opdracht genomen. [NOTE .Maritieme Encyclopaedie I-VII (Bussum, 1970-1973); Netherlands Naval Shipbuilding (The Hague, 1977). ]

De scheepsbouw bij de Koninklijke Marine na 1945

Voor de marine was de eerste taak na de oorlog het opruimen van de uitgebreide mijnenvelden. Het aantal mijnenbestrijdingsvaartuigen in de periode is opvallend. [NOTE .Zie W.H.E. van Amstel, De schepen van de Koninklijke Marine vanaf 1945 (Alkmaar, 1991). ] In de Oost werden veel patrouille- en landingsvaartuigen ingezet, met name tijdens de politionele acties en later in Nieuw-Guinea. De Indische taak van de marine bevond zich echter in een afscheidsfase. De souvereiniteitsoverdracht aan Indonesië vond in 1949 plaats, die van Nieuw-Guinea in 1962. Men richtte zich steeds meer op Europa, waar de defensietaak in bondgenootschappelijk verband werd uitgevoerd, zoals binnen NAVO-, WEU- (West-Europese Unie), Benelux- en VN-verband. De vlootplannen werden daarop ingericht. In het kader van het Mutual Defense Assistance Programme kon dankzij Amerikaanse steun de vloot flink worden uitgebreid. Een gevolg daarvan was dat op de Amerikaanse standaard werd overgestapt. Voor nieuwbouw echter bleef de marine de Nederlandse scheepsbouwindustrie verkiezen. [NOTE .Raven, De kroon op het anker, 118-119 en 126-127. ] Het vlootplan van 1950 was in 1958, volgens schema, volbracht.

De onderzeeboten waren de aanvalswapens bij uitstek. Bij de oppervlakteschepen werd van de grote kruisers afgezien ten voordele van de wat kleinere jagers (onderzeebootjagers en torpedobootjagers) en fregatten (tegenwoordig ingedeeld in luchtverdedigingsfregatten, standaard- of S-fregatten, en multi-purpose-fregatten). Nederlands tweede en laatste vliegkampschip werd in 1969 aan Argentinië verkocht. Vanaf de jaren zeventig werden schepen in internationale samenwerkingsverbanden ontwikkeld (bijvoorbeeld de 'tripartite'-schepen, dat wil zeggen schepen samen met België en Frankrijk ontwikkeld). Dat aldus de internationale samenwerking op het gebied van materieels- en productontwikkeling intensiever werd, spreekt haast voor zichzelf.

De introductie van het scheepstekenen ten tijde van de Republiek

Er bestaat geen twijfel over dat het scheepstekenen in Nederland werd geïntroduceerd door Thomas Davis en Charles Bentam in 1728. Technische tekeningen van vóór die datum zijn uiterst zeldzaam. Het ontbreken van scheepstekeningen in de zeventiende eeuw en daarvóór hangt samen met de scheepsbouwmethoden die werden toegepast. [NOTE .A.J. Hoving, Nicolaes Witsens scheeps-bouw-konst open gestelt (Franeker, 1994); Lemmers, Techniek op schaal, 22-23. ] Mochten de bouwmethoden dan wel enigszins verschillen ('shell-first' in Amsterdam, 'frame-first' in Rotterdam en zuidelijker), de toepassing ervan was identiek: de scheepsbouwer ging uit van de hoofdafmetingen van het schip, waaruit hij, uit het hoofd, met behulp van eenvoudige proportionele en geometrische regels de afmetingen en vorm van alle andere onderdelen afleidde. Voor de feitelijke bouw van het schip werd vervolgens een strikte bouwvolgorde toegepast. [NOTE .Nicolaes Witsen, Architectura navalis et regimen nauticum ofte aeloude en hedendaagsche scheeps-bouw en bestier (Amsterdam, 1671); Cornelis van Yk, De Nederlandsche scheepsbouwkonst opengesteld (Amsterdam, 1697); bij de 'shell-first' bouwmethode wordt de romp gevormd door eerst de huid als een soort schaal op te bouwen en daarin de spanten of ribben aan te brengen. Bij de 'frame-first' bouwwijze worden eerst de spanten opgericht, waarop vervolgens de huid wordt aangebracht. ] Tekeningen - en ook modellen - waren in dit productieproces volstrekt overbodig.

Een aantal factoren echter bewerkstelligde het overstappen naar de tekentafel. Met de traditionele bouwmethoden was het namelijk niet mogelijk het scheepsontwerp voorafgaand aan de bouw te bestuderen en bij te schaven. Bepaalde opdrachtgevers, zoals de marine en de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), vonden dat zij daardoor te weinig invloed op het ontwerp konden uitoefenen: door de mondelinge overlevering der ambachtelijke geheimen bleven zij van het ontwerp- en productieproces buitengesloten. Bovendien was het onmogelijk tot standaardisatie van de rompvorm te komen, hetgeen onontbeerlijk was voor het 'gevecht in de linie' of het zeilen in eskaderverband. Geen twee schepen waren precies hetzelfde, want het 'oog van de meester' speelde een beslissende rol in de vormgeving: de uiteindelijke vorm van de romp werd immers tijdens het bouwproces zelf bepaald.

De bestaande methoden stonden bovendien verdere vooruitgang in de weg: een louter op mondelinge overlevering gebaseerd ambacht kan niet anders dan vrijwel statisch zijn. Hierdoor waren, aldus Cornelis Schrijver, deze schepen 'altoos van dezelfde natuur, met weinig diffarentie, bij overlevering van haar voorzaten, al hetwelk haar [de scheepsbouwers] soo eygen is geworden als haar A.B.C., maar soo haast zij buiten haar gewoonte schepen bouwen van alle charters in lengte, wijdte en holte is zulks boven haar kennis'. [NOTE .S.C. van Kampen, De Rotterdamse particuliere scheepsbouw (Assen, 1953), 69. ] In andere landen, met name in Groot-Brittannië en Frankrijk, was men in de tweede helft van de zeventiende eeuw op het gebruik van scheepstekeningen overgestapt. Door de vooruitgang die daar werd geboekt, bleef de kritiek op de scheepsbouwers in de Republiek niet uit. [NOTE .Voorbeytel Cannenburg, 'De Nederlandsche scheepsbouw', passim; B.E. van Bruggen, 'Aspecten van de bouw van oorlogsschepen in de Republiek tijdens de achttiende eeuw' I-II in: Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis 28 (1974), 29-42, en 29 (1974), 5-21; in Engeland werd in de zeventiende eeuw overigens slechts door een handvol top-scheepsbouwer met scheepstekeningen gewerkt, zie Hoving, Nicolaes Witsens scheeps-bouw-konst, 32; voor Frankrijk, zie Villiers, La marine de Louis XVI, 4-8. ]

Het aanstellen van de Britse scheepsbouwers Thomas Davis en Charles Bentam bij de Admiraliteit van Amsterdam in 1728 kan dan ook gezien worden als een poging van de marineleiding om het kennismonopolie der Nederlandse scheepstimmerbazen te doorbreken. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld verlangde de Admiraliteit vanaf 1716 van haar scheepsbouwers dat zij scheepstekeningen en modellen overlegden. [NOTE .J. Franklin, Navy board ship models 1650-1750 (London, 1989), 2-6 en 176; uit D.J. Lyon, The sailing navy list 1688-1860 (London, 1993), 4, blijkt dat er in Groot-Brittannië vóór 1715 ook zeer weinig scheepstekeningen waren; in 1720 werd de Britse Admiraliteitscollectie opgericht, zie D.J. Lyon, 'The ship plans collections at the National Maritime Museum' in: European shipbuilding. One hundred years of change. Proceedings of the Third Shipbuilding History Conference 1983 (London, 1983), 73-77. ] Voor de Nederlandse scheepsbouw betekende dit een breuk met de zeventiende-eeuwse bouwmethoden: de vorm van de scheepsromp werd nu van te voren op de tekentafel bepaald. [NOTE .Met nadruk dient er hier op gewezen te worden dat deze omwenteling zich beperkte tot de marine en de VOC. Bij de particuliere scheepsbouw bleven de traditionele bouwmethodes, zonder tekeningen, tot ver in de negentiende eeuw in zwang. ] Van de tekening moesten dan de spantvormen worden overgenomen op een spantenvloer, waarop vervolgens de spantdelen werden gemaakt - een praktijk die tot dan toe in de Republiek onbekend was. Tekeningen gingen aldus een cruciale rol in de scheepsbouw spelen, niet alleen in bureaucratische en ontwerp-technische zin, maar ook in de scheepsbouwpraktijk zelf. Het ontstaan van deze praktijk wordt weerspiegeld in de tekeningencollecties: van scheepstekeningen is in Nederland pas vanaf 1728 werkelijk sprake.

De introductie van het scheepstekenen in de achttiende eeuw had een scheiding tussen het ontwerpproces en de eigenlijke bouw tot gevolg. Aldus kon de marineleiding meer invloed op de scheepsbouw krijgen. Maar hoewel zodoende het kennismonopolie der achttiende-eeuwse scheepstimmerbazen in 1728 doorbroken werd, van echte standaardisatie was aanvankelijk nog geen sprake. In 1747 bepaalde stadhouder Willem IV dat alle admiraliteiten de ontwerpen van de Britse scheepsbouwers in Amsterdam dienden te volgen. In de praktijk kwam daar weinig van terecht: de constructiemethode had hij vrijgelaten, zodat het volgen van één ontwerp onmogelijk was. [NOTE .Lemmers, Techniek op schaal, 53. ] Pas in 1782 werden afmetingen, bewapening, tuig en bepaalde constructiedetails voor de verschillende charters per resolutie dwingend voorgeschreven. Maar zelfs hier vonden de scheepsbouwers der Admiraliteiten nog de mogelijkheid voor interpretatieverschillen. [NOTE .Van Bruggen, 'Aspecten van de bouw van oorlogsschepen' I, 30. ]

De eerste keer dat het gebruik van scheepstekeningen werd vastgelegd, is in de 'Instructie voor den constructeur generaal by 's Lands marine' van 1796. Daarin staat vermeld: 'By den aanbouw van nieuwe schepen zal hy [de constructeur-generaal] zorgen, dat de mallen, naar by het Committé [van Marine] geäpprobeerde tekeningen vervaardigd, en daarna stiptelijk gevolgd worden'. Volgens de negentiende-eeuwse marinehistoricus J.C. de Jonge werden tegelijk met de aanstelling van de constructeur-generaal tekenaars aangesteld 'tot het maken van teekeningen, modellen en dergelijke voorwerpen, ten einde 's Lands schepen niet langer naar willekeur of losse denkbeelden, maar naar theoretische, wel overdachte en nauwkeurig ontworpen plannen zouden vervaardigd worden'. [NOTE .J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche zeewezen I-VI (Haarlem, 1833-1848), VI/2, 18; waarop De Jonge zich baseert, is niet duidelijk. ] Zo ontwikkelde de marine zich in de loop van de achttiende eeuw tot een moderne technische organisatie, door toenemende standaardisatie met gebruikmaking van technische voorstellingen in de zin van tekeningen, modellen, regels en instructies.

De rol van tekeningen in het ontwerpproces

Bij de verschillende Admiraliteiten tekende men aldus vanaf het tweede kwart van de achttiende eeuw. De geometrische ontwerpmethoden die de scheepsbouwmeesters toepasten, zijn te vergelijken met de zeventiende-eeuwse Engelse praktijk. [NOTE .Zie bijvoorbeeld A. Vreugdenhil, Koningen, scheepsbouwers en zeevaarders (Amsterdam, 1951), 460-466, voor de door de Engelse scheepsbouwer Phineas Pett reeds in 1634 toegepaste (geheime) methode voor het bepalen van de vorm van het grootspant; zie ook Hoving, Nicolaes Witsens scheeps-bouw-konst, 32. ] Na vaststelling van de hoofdafmetingen werden de vorm van het grootspant, het vallen van de stevens, de kromming van de voorsteven en de zeeg met behulp van een aantal handelingen met passer en lineaal op papier bepaald. [NOTE .W. Udemans, Korte verhandeling van de Nederlandsche scheepsbouw (Middelburg-Amsterdam, 1757); P.Pzn van Zwijndregt, De groote Nederlandsche scheepsbouw op proportionale reegel voorgesteld (manuscript Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, c. 1756); L. van Zwijndregt, Verhandeling van den Hollandschen scheepsbouw raakende aan de verschillende charters der oorlogsschepen ('s-Gravenhage, 1759); Van Yk demonstreert een vergelijkbare methode die bij de Rotterdamse scheepsbouw aan het eind van de zeventiende eeuw werd toegepast, maar die zich tot de bepaling van het grootspant beperkte; daar werden vervolgens alle andere spanten uit afgeleid, werkelijke scheepstekeningen vloeiden hier dus niet uit voort; Hoving, Nicolaes Witsens scheeps-bouw-konst, 30. ] Het bleven echter 'teekenkonsten', uitsluitend berustend op de ervaring en vaardigheden van de individuele scheepsbouwer en zonder enige wiskundige of natuurkundige grondslag. Elke bouwmeester had zo zijn eigen methode die hij aan zijn opvolgers doorgaf. Nog in 1785 klonk het verwijt dat er gebouwd werd 'volgens overgeleverde regels, waarvan iedere scheepstimmerman meent de beste te bezitten en die hij voor anderen geheim houdt'. [NOTE .Manuscript G.J. Palthe, 1785, in Algemeen Rijksarchief 's-Gravenhage (ARA), Admiraliteitscolleges, Collectie Van der Hoop, 11, geciteerd door Van Kampen, De Rotterdamse particuliere scheepsbouw, 71. Geheimhouding is een constante factor in de scheepsbouwindustrie: de scheepsbouwers van Venetië mochten in de veertiende en vijftiende eeuw de stad niet verlaten, terwijl het overstappen naar een andere werf in Nederland in het midden van de twintigste eeuw nog haast ondenkbaar was; S. Hengst, 'Scheepsbouw nu en straks' in: J.M. Dirkzwager en M.W.C. Oosterveld (red.), Tweede Tideman Herdenking (Den Haag, 1982), 56-70, aldaar 59; zie ook A. Sitton, 'De samenwerking met het bureau Ontwerp en Constructie' in: Liber amicorum ir. L.J. Antonides (1991), 65-67, aldaar 65. ]

In Frankrijk werden ondertussen belangrijke stappen gezet naar een theoretische basis voor de scheepsbouw. [NOTE .G. Timmerman, 'Das Eindringen der Naturwissenschaft in das Schiffbauhandwerk' in: Deutsches Museum. Abhandlunge und Berichte 30 (1962), 16-43; de werken van P. Bouguer, Traité du navire (Paris, 1746) en L. Euler, Scientia navalis (St. Petersbourg, 1749) en Théorie complète de la construction et de la manoeuvre des vaisseaux (St. Petersbourg, 1773) hebben een blijvende stempel op de theorievorming gedrukt. De Franse preoccupatie met de theorievorming vond haar oorsprong in de stichting van de scheepsbouwscholen onder Colbert (1619-1683) en de aandacht voor wetenschappelijk onderzoek gestimuleerd door de Académie des Sciences. Zie ook Villiers, La marine de Louis XVI, 5-9. ] Aan de door Simon Stevin in 1608 geformuleerde begrippen zwaartepunt en drukkingspunt werden nu begrippen als metacentrum, waterverplaatsing en blokcoëfficient toegevoegd. De in Groot-Brittannië door Thomas Simpson (1710-1761) ontwikkelde methode voor de berekening van de waterverplaatsing (kortweg de regel van Simpson genoemd) wordt tot op de dag van vandaag toegepast. Voor de ontwerppraktijk was vooral het werk van de Zweedse scheepsbouwer F.H. Chapman (1721-1808) interessant. Deze had in 1750 in Londen les gevolgd bij Simpson. In zijn theoretische verhandeling van 1776 toonde Chapman aan dat bepaalde berekeningen al in de ontwerpfase konden worden toegepast. [NOTE .F.H. Chapman, Architectura navalis mercatoria (1768, facs., New York, 1967); F.H. Chapman, Traité de la construction des vaisseaux, avec éclaircissements et démonstrations touchant à l'ouvrage intitulé Architectura navalis mercatoria, naar het Frans vertaald door M. Vial du Clairbois (Brest-Parijs, 1781); D.G. Harris, F.H. Chapman, the first naval architect and his work (London, 1989). ]

De theoretische vorderingen die in de achttiende eeuw werden geboekt, hadden echter nog geen consequenties voor de praktijk op de Britse of Nederlandse werven. De Nederlandse bouwmeesters gaven er blijkbaar de voorkeur aan vast te houden aan de beproefde traditionele ontwerp- en bouwmethoden. [NOTE .Van Bruggen, 'Aspecten van de bouw van oorlogsschepen', II, 9-19. ] In Frankrijk daarentegen drongen wetenschappelijke begrippen en geavanceerde tekentechnieken door tot de marinescheepsbouwers, omdat zij georganiseerd scheepsbouwonderwijs genoten. [NOTE .H. Duhamel du Monceau (1700-1782) richtte in 1749 'une petite école de la marine' in Parijs op; in 1765 werd te Parijs de 'École du Génie' opgericht en later een school in Brest. Voor het scheepsbouwkundig onderwijs in Frankrijk, zie M. Bradley, 'Bonaparte's plans to invade England in 1801. The fortunes of Pierre Forfait' in: Annals of Science 51 (sept. 1994), 454-455; Villiers, La marine de Louis XVI, 6-9; Archives Nationales, Parijs, Ministère de la Marine, G89 fo. 124 en fo. 131, G89 fo. 188. ] Nederland profiteerde hiervan in de negentiende eeuw, doordat in de Bataafs-Franse tijd de Nederlandse scheepsbouwleerlingen in Frankrijk werden opgeleid. [NOTE .P. Glavimans Jr. en C. Soetermeer volgden respectievelijk in 1806-1809 en in 1809-1810 lessen bij Vial de Clairbois te Brest. Glavimans Junior zou slechts korte tijd naar Nederland terugkeren: hij overleed eind 1815 of begin 1816 op dertigjarige leeftijd te Toulon (ARA, Ministerie van Marine 1813-1940, exh. 31 januari 1816 N43). In 1813 had J.-N. Sané vijf Nederlandse leerlingen in opleiding te Parijs, die in dat jaar voor het meer praktijkgerichte gedeelte van hun opleiding op de keizerlijke werf te Antwerpen geplaatst werden: C.J. Glavimans, P. Schuijt Jrsz. (zoon van P. Schuijt Jr.), H. van Hoboken, F.W. Hoeting en P.A. Bruin. Van Hoboken bleef niet bij de marine. Hoeting zou het nooit tot constructeur brengen. Voor C. Soetermeer, zie 'Levensschets van Cornelis Soetermeer (1782-1842)' in: Tijdschrift toegewijd aan het zeewezen (1843), 338-344; voor P. Schuijt Jrsz., zie A.M.C. van Dissel en M.C. Walther, 'Leidinggevenden Scheepsbouw' in: Symposium Marine Scheepsbouw 200 Jaar (Den Haag, 1995), bijlage 1, 75-76, en bijlage 2, 81; voor de leerlingen van Sané te Parijs en Antwerpen, zie Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem, archiefnr. 187, Archief van de Rijkswerf Amsterdam 1813-1913, inv.no. 1851, 3 april 1813 (N39), 11 mei 1813 (N50 en N51); zie ook R.F. Scheltema de Heere, 'Aantekeningen betreffende de geschiedenis van het korps ingenieurs der Marine' I-IV in: Roering 1/2 (1964), 41-113, 1/3 (1964), 9-84, 2/1 (1965), 22-30, 2/2 (1965), 20-36, aldaar I, 57-64. ] Deze jongeren kregen van hun Franse leermeesters een gedegener theoretische ondergrond mee dan enig Nederlandse scheepsbouwer vóór die tijd. Scheepstekenen vormde een vast onderdeel van het onderwijspakket. [NOTE .Het leerprogramma zag er omstreeks 1800 als volgt uit: 1. tekenlessen; 2. berekeningen van waterverplaatsing, zwaartepunt, systeemzwaartepunt, metacentrum voor ongeladen vaartuigen; hieraan toegevoegd berekeningen omtrent plaats en werking van het tuig; 3. dito berekeningen voor verschillende geladen oorlogsvaartuigen (Archives Nationales, Parijs, Archives de la Marine, série G, G89, dossier 4, fo. 178). In Nederland ontvingen in die tijd de scheepsbouwers hun vorming nog uitsluitend op de werf. ]

Het belang van theorievorming voor het scheepsontwerp in de achttiende en negentiende eeuw moet echter niet overschat worden. Waar Chapman het door hem bedachte parabolisch systeem gebruikte voor het ontwerpen van scheepsrompen, was marinescheepsbouwer Tideman in 1859 van mening dat dit systeem, hoewel nuttig voor de vergelijking van verschillende scheepsrompen, niet moest leiden tot het beperken van de vrijheid van de ontwerper. [NOTE .B.J. Tideman, Verhandeling over de scheepsbouwkunde als wetenschap, zamengesteld vooral met het oog op het geheel stelselmatig ontwerpen van stoomschepen, voor oorlogsmarine en koopvaardij (1859), 156-167 en 202. ] In feite bleven de ervaringsgegevens van de scheepsbouwers, verkregen uit eerdere ontwerpen en later ook uit modelproeven, de basis voor de nieuwe ontwerpen tot ver in de twintigste eeuw. 'The design of a ship is accomplished by a series of approximations, i.e. by trial and error methods', schreef de Amerikaanse scheepsbouwkundige G.C. Manning in 1956: 'A mathematical solution would require an excessive number of variables and the conditions given would not produce enough to give a particular solution'. [NOTE .G.C. Manning, The theory and technique of ship design (New York-London, 1956), 17; zie ook W.P.A. van Lammeren, L. Troost en J.G. Koning, Weerstand en voortstuwing van schepen (Amsterdam-Haarlem-Rotterdam, 1942), 1: 'Een mathematische oplossing van het weerstandsvraagstuk voor scheepsvormen stoot tot op den huidigen dag op onoverkomelijke moeilijkheden. (...) Een bijzondere moeilijkheid doet zich voor, doordat een scheepsvorm zich in de regel in het grensvlak van twee media - water en lucht - beweegt'. ]

Standaardisatie van en invloed op het scheepsontwerp waren de voornaamste motieven voor de overgang naar de tekentafel in de eerste helft van de achttiende eeuw. De praktijk van het scheepstekenen had tevens tot gevolg dat men bestaande ontwerpen ging gebruiken als uitgangspunt voor nieuwe schepen. Dat op zijn beurt had tot gevolg dat men tekeningencollecties of -archieven ging aanleggen. Vooralsnog was er geen sprake van een overheidsbeleid in dit opzicht. De individuele scheepsbouwers hielden hun eigen archief bij, maar het duurde tot 1795 voordat de marine het ontwerpproces centraal ging sturen, en tot 1817 voordat er van een centrale opslag van tekeningen sprake was. [NOTE .Zie de bijdrage van R.M. Haubourdin in deze inventaris. Ik ben de volgende vermeldingen van overheidscollecties van vóór 1817 tegengekomen: 'Inventaris van tekeningen en modellen van het Departement van Vlissingen naar het Departement van Amsterdam vervoerd 3 mei 1798 door L.C. de Freijtag' (zeer beperkt) (ARA, Min. van Marine 1795-1813, aanhangsel I, 20); 'tekeningen enz. van de voormalige admiraliteit van Vriesland (Harlingen) gedeponeerd ter modellenkamer' (ARA, Min. van Marine 1813-1940, 3898); de 'kopie-inventaris der papieren, teekeningen, instrumenten en dokumenten behoord hebbende tot het Comité-Centraal der voormalige Hollandsche Koninglijke Marine gezonden aan den Préfet Maritime te Amsterdam', Amsterdam 5 april 1811 (ARA, Min. van Marine 1795-1813, Aanhangsel I, 51A). Ook de Britse Admiraliteitscollectie begint pas in 1720; Lyon, 'The ship plans collections'. ] Tot ver in de negentiende eeuw maken de archieven melding van veilingen of erfenissen van particuliere tekeningencollecties van marinescheepsbouwers. [NOTE .ARA, familie-archief Asmus, 5, vermeldt de aankoop van tekeningen en modellen uit de nalatenschap van de achttiende-eeuwse marine-scheepsbouwer W.L. van Gent, waarvoor constructeur-generaal P. Glavimans grote interesse toonde. De collectie van Glavimans werd in 1822 ter Modelkamer in Den Haag gedeponeerd (ARA, Min. van Marine 1813-1940, 3905). In 1842 maakte de Marine een keuze uit de nalatenschap van de overleden marine-constructeur C. Soetermeer (ARA, Min. van Marine 1813-1940, 3946 en 3948). In 1857 bood commies I.M. Asmus tekeningen en modellen van zijn wijlen grootvader equipagemeester J.P. Asmus aan de Marine aan (ARA, Min. van Marine 1813-1940, 3985). In 1910 werd de Collectie Van Zwijndregt geveild, waarin 77 tekeningen van oorlogsschepen van W.L. van Gent, Glavimans, W. May, C. Soetermeer en Hoogerwerf; H.G. Bom, Verkoop catalogus van tekeningen op het gebied van scheepvaart en handel, zijnde de collectie van Zwijndrecht (1910). ]

Bestaande ontwerpen bleven het uitgangspunt voor nieuwe schepen gedurende de gehele negentiende en twintigste eeuw. [NOTE .De moderne scheepsbouwer maakt 'gebruik van de gegevens van een uitgevoerd schip, dat zoveel mogelijk overeenkomt met het schip dat we ontwerpen'; J. Molenaar, Ontwerpen en inrichten van koopvaardijschepen. Beknopte uitgaven op scheepsbouwkundig gebied IV (Haarlem-Antwerpen-Batavia-Dordrecht, 1948), 14. ] Volgens Manning is 'the first step in the new design (...) to study the characteristics and weight distribution of recent ships of the same classification and select one of these to serve as a parent ship'. [NOTE .Manning, The theory and technique, 65 (cursivering van A.A.L.); 'Ordinarily the new design is essentially a development from previous ships of the same type and function. When this is the case, it is reasonably safe to assume that the form will not differ radically from those of previous ships. This is the logic underlying the method of making the preliminary estimate of displacement. (...) This method does not preclude investigation of the effects of radical changes in form' (97). Mannings procedurebeschrijving van het moderne ontwerpproces begint dan ook met: '(1) Select a parent ship'! (272-273). ] Immers, zo merkte de marine-ingenieur Tideman al in 1859 op, 'wie het in zoo verre gebruik maken van de bestaande ontwerpen wil afkeuren, in het denkbeeld daardoor steeds nieuwe vormen te zien verschijnen, die doet als iemand, die proeven neemt, maar de uitkomsten niet wil opteekenen, om het belangwekkende van de volgende proeven niet te verminderen'. [NOTE .Tideman, Verhandeling over de scheepsbouwkunde, 177. ] En 'ook bij de Koninklijke Marine mocht men gaarne de eenmaal ontwikkelde 'goede' scheepsvorm gebruiken voor het ontwerp van nieuwe vaartuigen'. [NOTE .Sitton, 'De samenwerking met het bureau Ontwerp en Constructie', 65; in de negentiende eeuw bestond al de praktijk - zoals bij vele particuliere scheepsbouwers nog vandaag de dag - om de spantmallen op ware grootte te bewaren, zodat er meerdere schepen naar konden worden gebouwd; G.P.J. Mossel, Handleiding tot de kennis van het schip (Amsterdam, 1859), 57. ] Het belang van tekeningencollecties en -archieven voor het ontwerpproces is daarmee evident, want 'without access to files and records of previous ship designs, the amount of time and labor required is materially increased'. [NOTE .G.C. Manning, The basic design of ships (New York, 1945), xiii; zie ook A. Campbell Holms, Practical shipbuilding. A treatise on the structural design and building of modern steel vessels (London-New York-Bombay-Calcutta, 1908), 459, waar een voorbeeld gegeven wordt van de aanpassing van een bestaand lijnenplan voor een nieuw ontwerp. ]

Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat een scheepsbouwer zonder gebruikmaking van bestaande ontwerpen in het geheel niet in staat was een schip te ontwerpen. 'In the case of new ship types, making the first approximation to the displacement is more difficult', schreef Manning. 'There are, however, several reasonably well-established ways of undertaking this task'. [NOTE .Manning, The theory and technique, 65-66. ]

Het scheepstekenen zelf bleef tot ver in de twintigste eeuw een onvervreemdbaar element in het ontwerpproces. 'Een goed lijnenplan werd beschouwd als het geheime wapen in de strijd met de concurrent. Een ontwerper met 'feeling' voor het ontwerp lijnenplan stond in hoog aanzien bij chef en directie'. [NOTE .Sitton, 'De samenwerking met het bureau Ontwerp en Constructie', 65. ] In een scheepsbouwhandleiding van 1908 beschrijft de Britse scheepsbouwkundige Campbell Holms hoe het lijnenplan, uitgaande van de hoofdafmetingen, voornamelijk op het oog van de tekenaar tot stand kwam: 'a draughtsman in drawing these lines judges of their suitability by the eye'. [NOTE .Campbell Holms, Practical shipbuilding, 457-458; ook in de Verenigde Staten van Amerika, waar halfmodellen in plaats van tekeningen werden gebruikt, werd, nadat de hoofdafmetingen eenmaal bepaald waren, 'alleen het oog tot rigtsnoer' aangenomen voor wat de vorm betrof; H.W. Schokker, Handboek voor den kennis van den scheepsbouw, voonamelijk met het oog op het Amerikaansche stelsel. Naar de geschriften van John W. Griffiths en andere bronnen (Amsterdam, 1856-1861), 86. ] Het resultaat werd achteraf wiskundig gecontroleerd, en vervolgens weer op het oog bijgewerkt. 'The speed and accuracy of the work when done in this way is, evidently, entirely dependent on the skill and experience of the draughtsman.' Tekenaar en scheepsontwerper waren echter lang niet altijd één en dezelfde persoon. In de achttiende en negentiende eeuw traden nog wel eens leerling-scheepsbouwers als tekenaars op, maar al vanaf het begin zijn er tekeningen die zowel de naam van de bouwmeester als die van een tekenaar dragen.

Door de vooruitgang in de theoretische scheepsbouwkunde, met name door onderzoek in proefstations zoals in Wageningen, werd de invloed van mathematische modellen in de loop van de twintigste eeuw steeds groter. [NOTE .Van Lammeren, Troost en Koning, Weerstand en voortstuwing, 71. ] Vooral door de opmars van de computer in de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden de ontwerpmethoden die uitgingen van bestaande ontwerpen en grotendeels terugvielen op visuele beoordeling van tekeningen, verdrongen door louter mathematische ontwerpmodellen. Het invoeren van de belangrijkste parameters werd voldoende om de computer een scheepsvorm te laten genereren. Hiermee brak het tijdperk van de 'paperless ships' aan: scheepsontwerpen zonder een snipper papier. Uiteraard kunnen niet alle aspecten van het ontwerp geheel automatisch worden uitgevoerd en blijft de scheepsontwerper een onmisbare schakel in het ontwerpproces.

De werfpraktijk

In het voorgaande is slechts het (voor-)ontwerp, het bepalen van de rompvorm, behandeld. Het gebruik van scheepstekeningen is in de loop der tijden echter aan een stormachtige ontwikkeling onderhevig geweest. Maakte men in de achttiende eeuw meestal niet meer dan een lijnenplan en een indelingstekening (algemeen plan), in de negentiende en twintigste eeuw werden daar vele tekeningen aan toegevoegd. Het totale tekeningenarchief voor één schip kan daardoor oplopen tot in de tienduizenden tekeningen, variërend van voorontwerpen tot tuigtekeningen, weerstandscurven, dokplannen, constructietekeningen, schottenplannen, tekeningen van machine-onderdelen, leidingen- en bedradingsschema's, kleurenschema's en nog veel meer. [NOTE .J.Th. Wilke en S. Halfweeg (red.), Neerlands Scheepsbouw en scheepvaart I-II (Rotterdam, 1943-1944), I, 59-60. ] Steeds meer werden details op tekening gezet en steeds minder werd aan het inzicht van de werkman overgelaten.

Hoe kwamen nu al die tekeningen tot stand en hoe werden zij gebruikt? Vroeger evenals nu was het uitgangspunt van een scheepsontwerp natuurlijk een pakket van eisen: wat moet erin en wat moet erop? Pas daarna werd gekeken naar het platform dat het geheel moest dragen, dat wil zeggen de rompvorm, de hydrodynamische eigenschappen en de voortstuwing. Het maken van het voorontwerp is bij de marine een proces van constant overleg tussen de Marinestaf waar de eisen worden geformuleerd, en de technische afdelingen die met de uitvoering ervan zijn belast (scheepsbouw, materiëel, bewapening, werktuigbouw, elektrotechniek en dergelijke meer). De belangrijkste tekeningen die daaruit voortkomen, zijn het algemeen plan, het lijnenplan, de constructietekeningen en berekeningen alsmede de kostenraming. [NOTE .Voor de negentiende-eeuwse praktijk zie Mossel, Handleiding tot de kennis van het schip, 55-59: hij noemt het pakket van eisen het 'programma'; naar dit programma maakte de constructeur een 'plan' of 'bestek' en uiteraard de ontwerptekeningen (lijnen- en spantenplan), die gebruikt werden op de 'mallenzolder'. Bij de aflevering van het schip werd een 'devies' overhandigd, i.e. een opgave van de voornaamste eigenschappen van het gebouwde schip met daarin opgenomen de afwijkingen van het programma en het bestek, 'want hoeverre men het reeds in de scheepsbouwkunst moge gebragt hebben, de volmaaktheid heeft men tot heden toe niet kunnen bereiken, en er blijft altijd een verschil bestaan tusschen hetgeen men heeft willen voortbrengen, en dat, wat werkelijk is voortgebragt'. Tevens werden tuigtekeningen geleverd, zodat reserve-onderdelen van het tuig in voorraad aangemaakt konden worden, en een roermal werd immer mee aan boord gegeven, zodat bij verlies van het roer een nieuw gemaakt kon worden. ] Na goedkeuring wordt vervolgens het bestek, een uitgewerkt plan van aanpak, gemaakt. Aan de hand van deze gegevens wordt een werf uitgezocht voor de daadwerkelijke uitvoering.

Vanaf 1935 was de NEVESBU, het tekenbureau van de gecombineerde werven, belast met de uitwerking van de plannen. Vanaf dat moment kwam de tekeningenproductie eigenlijk pas goed op gang: alles wat nodig was voor de bouw en voor de bestelling van onderdelen en materialen bij leveranciers, werd op papier gezet. Alle tekeningen dienden grondig nagezien te worden, omdat door de verregaande arbeidsverdeling de uitvoerder van een onderdeel niet alles kon overzien en slechts nauwkeurig uitvoerde wat op de tekening stond. Wijzigingen in de plannen betekenden aanpassing of zelfs vervanging van tekeningen. Een leger van tekenaars, constructeurs, administrateurs en opzichters produceerde een 'lawine van teekeningen en bereekeningen', waarvan alleen al de administratie enkele handen werk gaf. Bovendien was een goed archief nodig, want de waarde van sommige tekeningen bedroeg vele honderden guldens vanwege de maandenlange arbeid die eraan was besteed. [NOTE .Wilke en Halfweeg, Neerlands scheepsbouw en scheepvaart, I, 59-79. ] Behalve de tekeningen werd er, in ieder geval sinds 1796, ook steeds een halfmodel van het te bouwen schip gemaakt. [NOTE .Lemmers, Techniek op schaal, 31-41: de halfmodellen van de Marine van de periode ca. 1780-1885 zijn bijna alle terechtgekomen in de Marinemodellenkamer, thans in het Rijksmuseum te Amsterdam; zie A.A. Lemmers (red.), Maritieme techniek in het Rijksmuseum. Multi-media catalogus van de Marinemodellenkamer (CD-ROM, Lisse, 1995). ] Hoewel deze modellen aanvankelijk voornamelijk als driedimensionaal controlemiddel voor de lijnentekening dienden, kregen zij vanaf de opkomst van de ijzeren scheepsbouw ook een zeer practisch doel: de huidplaten van stalen schepen werden erop uitgetekend, zodat de maten ervan konden worden overgenomen voor bestelling bij de fabriek. [NOTE .Molenaar, Ontwerpen en inrichten, 43; zie ook H.W. Krijgsman en L.B. van Ommen, Het uitslaan van schepen. Een praktische handleiding voor eerstbeginnenden en meer gevorderden bij den bouw van stalen schepen (Rotterdam, 1922), 32-36; C. Brinkman en J. Lienos, Handboek voor de houtscheepmaker, naar een manuscript van omstreeks 1960 (bewerkt door J.P. Puype, Amsterdam, 1980), 5. ]

De meest kenmerkende tekeningen in de scheepsbouw blijven natuurlijk de lijnenplannen. Hiermee wordt immers het 'levende gedeelte' van het schip, dat deel dat in contact staat met het water, bepaald. De tekenaars die deze plannen moesten maken, werkten (in tegenstelling tot werktuigbouwkundige tekenaars) aan platte tafels. Dit was omdat zij loden gewichten gebruikten om te stroken, en omdat sommige tekeningen een lengte van wel vier-en-een-halve meter konden hebben, zodat zij onmogelijk op een tekenmachine (een verstelbare tekentafel) pasten.

Er zijn maar weinig beschrijvingen bewaard van het werk op de spantenvloer zelf en het gebruik van tekeningen aldaar. Overigens was het gebruik van scheepstekeningen en een spantenvloer, voor zover bekend, tot ver in de negentiende eeuw slechts bij de marine en de grote particuliere werven een gevestigde praktijk. Nog in 1922 schreven de leraren scheepsbouw H.W. Krijgsman en L.B. van Ommen dat het uitslaan van schepen op nagenoeg alle scheepswerven pas 'in de laatste jaren' was doorgevoerd. [NOTE .Krijgsman en Van Ommen, Het uitslaan van schepen; zie ook Th.H. Watson, Naval architecture: a manual on laying-off iron, steel and composite vessels (London-Newcastle-upon-Tyne, 1898); Campbell Holms, Practical shipbuilding, 455-595. ] De invoering van deze praktijk bij de particuliere scheepsbouw hing nauw samen met de opkomst der classificatiebureaus in het midden van de negentiende eeuw. [NOTE .Dirkzwager, 'Schepen', 48-52. ] Deze bureaus keurden de scheepsontwerpen, voorafgaand aan de bouw, voor de verzekeringsmaatschappijen - en geen reder kon een schip verzekeren dat niet aan de eisen van één der classificatiebureaus voldeed. [NOTE .Campbell Holms, Practical shipbuilding, 44-53; G. de Rooij, Practical shipbuilding. A manual for the construction of seagoing merchant ships and war-ships. Ships and marine engines III A (herziene uitgave door N. de Rooij, Haarlem, 1961), 28-30. ] De Koninklijke Marine is uiteraard nooit aan de classificatiebureaus gebonden geweest. Zij bepaalde zelf haar eisen. Na de Tweede Wereldoorlog werden mede de voorschriften van de NAVO aangehouden. Het lijnenplan werd tevens naar het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation in Wageningen gezonden teneinde daar een paraffine-model te laten vervaardigen om proeven mee te doen. [NOTE .Zie ook T.J. Noordraven en J.F. Gugelot, Leerboek der scheepsbouwkunde voor stuurlieden en machinisten (Amsterdam, 1947), 15: 'Daar tegenwoordig geen belangrijk scheepsontwerp wordt vastgesteld zonder dit eerst in de sleeptank te beproeven, dient de lijnenteekening tevens voor de vervaardiging van het paraffine-model'. ] Op grond van deze proeven werd de tekening eventueel gecorrigeerd.

Na uitbesteding van de bouwopdracht werden aan de hand van de tekening de gegevens voor de werkplaats klaargemaakt. Grote werven (en ook de NEVESBU) beschikten in hun tekenkamer over een grote marmeren plaat uit één stuk (marmer is zeer weinig onderhevig aan krimp of rek). [NOTE .Brinkman en Lienos, Handboek voor de houtscheepmaker, 4-5. ] Hierop werd zeer nauwkeurig het lijnenplan overgebracht en opgemeten. Aan de hand van de verticale en horizontale doorsneden werd een zogenaamde spantenlijst samengesteld, een lijst van coördinaten. Die ging vervolgens naar de uitslagvloer. [NOTE .Brinkman en Lienos, Handboek voor de houtscheepmaker, 5, 15; in het Engels heette een dergelijke coördinatenlijst een 'loft-book': het was een opgave van de coördinaten van de spanten van oprichting, de voor- en achtersteven en enkele andere essentiële gegevens; Watson, Naval architecture, 3. ] De scheepmakers tekenden op grond daarvan de spanten uit op de vloer en krasten de lijnen in (het 'uitslaan' op de spantenvloer). 'Ook op de spantenvloer hing een sfeer van geheimzinnigheid als deze geschrapt moest worden onder het toeziend oog van de 'Diplom'-ingenieur. Deze ingenieur gaf ter plaatse aanwijzingen door met de punt van de schoen tegen binnen- of buitenkant van de lat te tikken waardoor de vloermeester wist hoe de lijnen moesten worden aangepast alvorens ze te mogen schrappen'. [NOTE .Sitton, 'De samenwerking met het bureau Ontwerp en Constructie', 65. ] Van de één-op-één tekening, die zo op de uitslagvloer ontstond, werden lichte houten mallen gemaakt. Die mallen werden weer gebruikt om de spantdelen de juiste vorm te geven. Deze praktijk gaat vrij ver terug: in het midden van de negentiende eeuw beschreef G.P.J. Mossel hoe een en ander bij de houten scheepsbouw in zijn werk ging. [NOTE .Mossel, Handleiding tot de kennis van het schip, 57; zie ook B. Greenhill en S. Manning, The evolution of the wooden ship (London, 1988). ]

De werkzaamheden van de tekenkamer van de marine strekten zich niet alleen uit tot de bewapende schepen, maar tevens tot schepen zonder bewapening, zoals oceanografische en opnemingsschepen. Vele, kleinere vaartuigen werden en worden er ook ontworpen, zoals bedrijfsvaartuigen en sloepen. Totdat het Loodswezen overging naar het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verzorgde de marine het ontwerp en de bouw van de schepen voor het Loodswezen en de Betonningsdienst. In enkele gevallen verzorgde de marine vaartuigen voor de Landmacht.

Archival history

Geschiedenis van het archiefbeheer

De geschiedenis van de herkomst van de verzameling scheepsbouwkundige tekeningen van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage

R.M. Haubourdin, Algemeen Rijksarchief, 's-Gravenhage

Inleiding

Naar de onstaansgeschiedenis van de collectie scheepsbouwkundige tekeningen die berusten bij het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage is tot op heden weinig onderzoek verricht. In het kader van het catalogusproject van de Marinemodellenkamer in het Rijksmuseum is door A.A. Lemmers en W.G.M.H. Canisius enig onderzoek verricht naar de collectiegeschiedenis. Doordat tezelfdertijd het verbaal-archief van Marine uit 1814 werd geschoond, konden de onderzoekers niet over alle van belang zijnde bronnen beschikken. Hoewel de samenhang tussen de tekeningen en de modellen tijdens dit onderzoek onomstotelijk kwam vast te staan en vele tekeningen en modellen weer met elkaar in verband konden worden gebracht, beperkte het catalogusproject zich verder tot de modellen. [NOTE .A.A. Lemmers (ed.), Maritieme technologie in het Rijksmuseum te Amsterdam 1698-1889. Multimedia catalogus van de Marinemodellenkamer (CD-ROM, Lisse, 1995). ]

1807-1810: het Depot-Generaal van Oorlog

De eerste verwijzingen naar het bestaan van een collectie scheepsbouwtekeningen dateren uit de Bataafs-Franse tijd. [NOTE .In het kader van dit onderzoek is het niet mogelijk geweest alle sporen te volgen. Zie o.m. noot 45 in de inleiding van A.A. Lemmers. ] Tijdens het Koninkrijk Holland werden in 1806 de scheepsbouwtekeningen van de marine met de geniekaarten en tekeningen van het departement van Oorlog ondergebracht bij het Depot-Generaal van Oorlog, opgericht naar Frans voorbeeld door koning Lodewijk Napoleon. Het Depot-Generaal, dat onder leiding stond van directeur C.R.Th. Krayenhoff, had tot hoofdtaken het verzamelen en bewaren van alle gegraveerde of getekende topografische kaarten, memories en verkenningen. Hiertoe behoorden ook de werkzaamheden ter voltooiing van de nieuwe topografisch-militaire kaart van Nederland, die sinds 1798 onder leiding van Krayenhoff in voorbereiding was. Tevens had het depot tot taak de beschrijving van de krijgsgeschiedenis van Holland. Hiervoor werd al het archiefmateriaal betreffende de defensie bij het depot in Den Haag verzameld, waaronder ook de kaarten en tekeningen van de ministeries van Oorlog en Marine en van Koloniën. Het depot, dat eind 1808 verhuisde naar Amsterdam, was onderverdeeld in drie afdelingen:

In 1807 werd aan het depot een vierde bureau toegevoegd speciaal voor het archiefmateriaal van de artillerie en genie, dat in een afzonderlijk lokaal van het depot werd opgeborgen en gecatalogiseerd. Deze centralisatie van het archiefbeheer leidde tevens tot uniforme regels voor de registratie, archivering en ontsluiting bij het depot in 1808. Formeel bleef het beheer van de marine-archieven vallen onder het departement van Marine, maar de directie lag in handen van het Depot-Generaal. Als beheerder van de marinekaarten en -tekeningen werkte A. Ampt Cz. tot 1810 aan de ontsluiting. Helaas is de door hem gemaakte inventaris verloren gegaan.

Na inlijving van 1810 werd op last van Napoleon volgens decreet van 18 augustus 1810 het Hollandse Depot-Generaal van Oorlog opgeheven en samengevoegd met het Franse 'Dépôt de la Guerre'. Aldus werden de Hollandse archieven en het gehele kaarten- en tekeningenmateriaal eind 1810 van Amsterdam naar Parijs afgevoerd.

In Parijs werd M.J. de Man, die in 1806-1810 onder-directeur van het Hollandse depot was geweest, belast met het beheer van de Hollandse archieven. De scheepsbouwtekeningen van de Hollandse marine werden in 1810-1813 verdeeld ondergebracht bij zowel het 'Dépôt de la Guerre' als het 'Dépôt de la Marine'. Bij dit laatste depot was tevens de complete kaartenverzameling van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, die in 1810 uit Amsterdam door de Fransen was meegevoerd, opgeslagen. In 1810-1814 werden de Hollandse kaarten en tekeningen door de Franse archivarissen gekenmerkt met Franse stempels op de bladen. Van verdere bewerking kwam niets terecht.

Na 1814

Na het herwinnen van de onafhankelijkheid kreeg Nederland volgens het vredestractaat van 1814 (artikel 31 van het tractaat van 30 mei 1814) de archieven, die in 1810 naar Parijs waren afgevoerd, terug. Met deze teruggave werd de eerder genoemde M.J. de Man belast. Hij ondernam namens Nederland bij de Franse autoriteiten en Pruissische bezetters pogingen de Nederlandse archieven en schilderijen, die in 1810 waren afgevoerd, terug te vorderen.

Aan de hand van de inventarislijst van de marine, die door de luitenant-ter-zee Van den Ende vóór de overdracht in 1810 was opgesteld, kon De Man in Parijs ondanks veel tegenwerking de marinekaarten en tekeningen bij de depots traceren. Nadat de Fransen eerst de kaarten hadden gekopieerd, werd in de winter van 1815/1816 het grootste gedeelte van de archieven naar Nederland teruggezonden. In deze zending bevonden zich twee kisten met marine-archieven.

Blijkens de bewaard gebleven verzendlijsten opgesteld in 1810 door De Man's assistent, Van den Ende, betroffen meer dan veertig nummers scheepsbouwtekeningen. [NOTE .Algemeen Rijksarchief (ARA), 2.12.01, ministerie van Marine 1813-1900, verbaalarchief d.d. 22 december 1814, nr. 5, inventaris. ] De marine-archieven uit Parijs werden tijdelijk bewaard bij het Archief van Oorlog en het Topografisch Bureau te Den Haag, opgericht in 1814. In 1816 werd het marinekaarten- , atlassen- en tekeningenbestand op last van de commissaris-generaal van Oorlog overgedragen aan het departement van Koophandel en Koloniën, waaronder de Marine op dat moment ressorteerde.

1817-1889: de Marinemodellenkamer

In 1817 werd volgens Koninklijk Besluit nr. 1 van 20 februari 1817 de zogenaamde Marinemodellenkamer opgericht. De driedimensionale modellen, afkomstig van de werven Amsterdam en Rotterdam, werden naar Den Haag overgebracht en geplaatst in de charterkamer (het archief) van de Raad van State aan het Binnenhof. De Modellenkamer kwam onder het beheer van een opzichter, die ook de bibliotheek en de verzameling kaarten, plans (scheepstekeningen) en tekeningen onder zijn hoede kreeg. Minister van Marine J.C. van der Hoop benoemde oud-equipagemeester J.P. Asmus voor deze functie. [NOTE .ARA, 2.12.01, ministerie van Marine 1813-1900, verbaalarchief d.d. 22 december 1814, inv.nrs. 111 (17 februari 1817, N24/77) en 112 (26 februari, 1817 N37). ] Asmus werd in 1834 opgevolgd door marine-officier G.A. Tindal als opzichter der Modellenkamer, die in 1845 ook de kaarten en de bibliotheek onder zijn hoede kreeg. Hij werd in 1850 benoemd tot 'directeur van het depôt van kaarten, plans, modellen en de bibliotheek'. Na Tindal werd in 1854 de inspecteur van 's Rijks Stoomvaart Dienst Hendrik Huygens directeur, die in 1858 werd opgevolgd door oud-marineconstructeur J.M. Obreen. In 1877 werd A. Werumeus Buning directeur en tenslotte J.J. Backer Dirks, leraar zeegeschiedenis aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. [NOTE .M.J.C. Klaassen, Adelborstenopleiding te Delft-Medemblik-Breda 1816-1857 (Den Haag, 1979), 25 en 33; M.J.C. Klaassen en P.S. van 't Haaff, Gedenkboek honderdjarig bestaan der adelborstenopleiding te Willemsoord 1854-1954 (Bussum, 1954), 72; A.A. Lemmers, Techniek op schaal. Modellen en het technologiebeleid van de Marine 1725-1885 (Amsterdam, 1996). ]

In 1878 (Koninklijke Besluit nr. 59 van 14 februari 1878) werd besloten dat de kaarten, plans en modellen in beheer zouden worden overgedragen aan de chef Hydrografie van de gelijknamige afdeling van het ministerie van Marine (ingesteld in 1874). De overdracht van de modellen aan deze afdeling Hydrografie heeft echter nooit plaatsgevonden. In 1889 werd na het besluit tot opheffing van de Modellenkamer, door bemiddeling van Victor de Stuers, chef afdeling Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, de modellencollectie overgedragen aan het Rijksmuseum te Amsterdam. [NOTE .ARA, 2.04.13, Archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken 1875-1918, inv.nr. 1776. ]

In 1889 zijn bij de opheffing van de Marinemodellenkamer de modellen en de tekeningen verdeeld geraakt. De tekeningen niet met de modellen naar het Rijksmuseum verhuisd, maar in het archief van het ministerie van Marine achtergebleven. Over de periode na 1889 tot 1924 zijn over het tekeningenbeheer geen gegevens bekend.

Appraisal

Selectie en vernietiging

Selectie

De tekeningen van schepen die nog in de vaart zijn, werden niet opgenomen in de inventaris. Tekeningen van schepen die tijdens beide wereldoorlogen zijn gevorderd dan wel overgenomen door de Koninklijke Marine, zijn daarentegen wel in de inventaris opgenomen. Tekeningen van buitenlandse schepen die niet hebben gevaren voor de Koninklijke Marine, zijn niet in de inventaris opgenomen.

Uit het bestand van het Algemeen Rijksarchief zijn alle tekeningen van schepen of scheepsonderdelen opgenomen in de inventaris. Tekeningen die met behulp van Vermeulen's, De schepen van de Koninklijke Marine niet waren te plaatsen zijn in aparte rubrieken ondergebracht. Geschreven archief werd voorzien van een eenvoudige plaatsingslijst en geretourneerd aan het Algemeen Rijksarchief.

De tekeningen van schepen uit het bestand van de Rijkswerf die niet werden opgenomen in de inventaris, werden geretourneerd aan de Rijkswerf in Den Helder. Tekeningen anders dan van schepen van de Nederlandse marine en geschreven archiefstukken kregen in overleg met het Centraal Archievendepot een andere bestemming. De in dit bestand aangetroffen tekeningen van gebouwen, werken en terreinen zijn naderhand door de CAS geïnventariseerd en overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. Het daaruit voortgekomen restbestand is naar de Rijkswerf geretourneerd.

Tabel 1. Omvang van de bestanden voor en na de bewerking

Tabel 1. Omvang van de bestanden voor en na de bewerking
archief voor de bewerking niet opgenomen bewaard
IMH 26594 21935 4659
ARA 00846 ------- 0846
Rijkswerf 04583 04042 0541
Totaal 32023 25977 6046

Verschillende niet-opgenomen tekeningen zijn niet apart geteld, maar als serie. Deze betroffen bijvoorbeeld tekeningen die behoren bij de deviezen, tekeningen van gebouwen en dergelijke meer.

Processing information

Verantwoording van de bewerking

De bewerking door de Centrale Archief Selectiedienst

In 1994 werd na een lange aanloopfase door de twee archiefbeherende instellingen van scheepsbouwtekeningen, te weten het ARA, het Instituut voor Maritieme Historie, en als formele beheerder het Centraal Archievendepot van het ministerie van Defensie, overeenstemming bereikt om de archiefbewerking te laten verrichten door de Centrale Archief Selectiedienst. In 1995 werd het project fysiek in bewerking genomen door de Centrale Archief Selectiedienst, waarvoor de scheepsbouwtekeningen uit het Algemeen Rijksarchief op transport werden gesteld. Hiervoor werd het MTSH-bestand in twee gedeelten gesplitst, te weten de scheepsbouwtekeningen (MTSH nummers 1 tot en met 846) die waren bestemd voor de bewerking door de Centrale Archief Selectiedienst en de resterende nummers betreffende marine-gebouwen die bij het Algemeen Rijksarchief zouden blijven.

De verantwoording van de bewerking door de CAS

Inleiding

De scheepsbouwkundige tekeningen van de schepen van de Nederlandse marine 1683-1996 zijn door de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) bewerkt in het kader van het meerjarenconvenant, afgesloten op 22 september 1994 tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken, het ministerie van Defensie en de CAS, en het meerjarenconvenant, afgesloten op 29 september 1994 tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Rijksarchiefdienst en de CAS. De opdrachtgevers waren het ministerie van Defensie, de directeur van het Defensie Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum, voor deze de directeur van het Instituut voor Maritieme Historie van de Marinestaf en de directeur van de Rijksarchiefdienst.

De bewerking vond plaats bij de CAS in Winschoten in de periode oktober 1996 tot augustus 1997. Aan dit project werkten mee: M.H. Knappstein-van der Velden als verantwoordelijke teamleider, J.H. Nomden-Brouwer en B.M. Simens. Na het vertrek van mevrouw Knappstein-van der Velden werden haar taken overgenomen door de heer O. Bos.

Ir. H.J. Wimmers, gepensioneerd hoofd scheepsbouw van de Koninklijke Marine, verzorgde onder verantwoordelijkheid van het Instituut voor Maritieme Historie de inhoudelijke begeleiding van het project. Aan het toetsingsoverleg namen verder deel dr. P.C. van Royen, directeur van het Instituut voor Maritieme Historie, en S. Martijn, hoofd van het Centraal Archievendepot van het ministerie van Defensie. Van het Algemeen Rijksarchief, als toekomstige beheerder, werden R.M. Haubourdin van de Sectie IV, afdeling Kaarten en Tekeningen, en drs. H.A.J. van Schie van de afdeling Dienstverlening bij de bewerking betrokken.

Aanduiding van de te bewerken bestanden

De bewerking omvatte aanvankelijk alleen scheepsbouwkundige tekeningen afkomstig van het Instituut voor Maritieme Historie. Tijdens de bewerking werd besloten tevens in de inventaris op te nemen 846 bouwtekeningen van schepen zoals deze nader beschreven staan in de 'concept-plaatsingslijst van scheepsbouwtekeningen en ontwerptekeningen van havens, behorende tot het archief van het ministerie van Marine, 18e-19e eeuw, Algemeen Rijksarchief, Sectie Kaarten en Tekeningen, toegangsnummer: 4 MTSH'.

In september 1996 werd bovendien een aantal tekeningen ter bewerking aangeboden, die afkomstig waren van de Rijkswerf in Den Helder. De scheepsbouwkundige tekeningen uit dit bestand zijn eveneens in de inventaris opgenomen.

Hulpmiddelen

Toegangen op de bestanden die afkomstig waren van het Instituut voor Maritieme Historie en de Rijkswerf in Den Helder, waren niet aanwezig. Als hulpmiddel bij de bewerking werd gebruik gemaakt van:

De selectie werd uitgevoerd met behulp van de 'Bewaarlijst voor scheepsbouwkundige tekeningen in scheepvaartmusea, bij de Koninklijke Marine en in openbare archieven' zoals opgesteld door P. van Overbeek, P.C. van Royen en H.J. Wimmers in mei 1991. Aan deze lijst werden drie categorieën toegevoegd:

Materiële verzorging

De bewerking werd uitgevoerd met als uitgangspunt de brochure van M. Beekhuis en R. Hol, Om de kwaliteit van het behoud. Normen 'goede en geordende staat' ('s-Gravenhage, 1993).

Aldus werden de te bewaren tekeningen, indien nodig, droog gereinigd. Eventuele lijmresten werden verdwijderd. De tekeningen werden dusdanig gevlakt (gestreken) dat ze niet meer krulden. Indien nodig werden de tekeningen uitgevouwen. Als er scheuren of andere beschadigingen waren, werden de tekeningen gestabiliseerd met tissue repair. Hetzelfde procédé werd toegepast op ingescheurde randen, dat wil zeggen stabilisering door middel van tissue repair. In sommige gevallen werd het beschadigde papier buiten het kader afgesneden om inscheuren te voorkomen. Ophangstroken werden afgesneden. Elke tekening werd aan de achterzijde, rechtsonder, voorzien van een zelfklevend etiket met de vermelding van de naam van het archief en het inventarisnummer.

Inventaris te bewaren bestand

Voor de primaire ordening van de inventaris is de indeling gevolgd van Vermeulen's, De schepen van de Koninklijke Marine, dat wil zeggen op scheepstype. Per scheepstype zijn de tekeningen alfabetisch geordend op scheepsnaam. De naam van het schip is steeds als verzamelbeschrijving opgenomen. Voor de deelbeschrijvingen zijn de omschrijvingen afgeleid uit de 'verkorte bewaarlijst' (bijlage 1). Elke tekening is opgenomen onder een uniek inventarisnummer.

Indien een schip onder meer namen voor de Nederlandse marine gevaren heeft, is het opgenomen onder de eerste naam. Achter de eerste naam is in de inventaris tussen haakjes de volgende naam opgenomen. In de index zijn de latere namen opgenomen met verwijzing naar de eerste naam. In een aantal gevallen is bij de beschrijving ook de oude benaming van het schip, voordat het in dienst van de Nederlandse marine was, opgenomen. De informatie hierover is afkomstig uit Vermeulen's De schepen van de Koninklijke Marine. Zie bijvoorbeeld inventarisnummer 34: Nassau (eerst:Charlemagne). In de index wordt nergens verwezen naar benamingen die in gebruik waren vóórdat en nádat het schip bij de Nederlandse zeemacht in gebruik was.

Elk schip is opgenomen onder de naam die het schip had op het moment dat het voor de Nederlandse marine in dienst werd gesteld. Daarbij staan vermeld de jaartallen van het begin en het eind van de periode dat het bij de Nederlandse marine in gebruik was. In een aantal gevallen was deze periode niet te achterhalen. Bij deze schepen is de datering van de tekening opgenomen, eventueel met een 'circa'-aanduiding.

Bijlagen

De inventaris is voorzien van een aantal bijlagen:

Source of acquisition

Overdrachten van de Marine aan het Algemeen Rijksarchief

In 1854-1855 werd door de marine het archief van voor 1814 in principe overgedragen. Behalve van het ministerie-archief betrof het tevens de archieven van directeuren der Marine te Amsterdam, Vlissingen, Hellevoetsluis en Willemsoord. De reeds eerder genoemde kaarten en tekeningen, behorend tot de marine-archieven die in 1806-1814 eerst door het Hollandse Depot-Generaal en later het Franse depot waren verzameld en die in 1815 waren teruggevorderd, kwamen in 1854-1855 niet naar het Algemeen Rijksarchief. [NOTE .R. Fruin, De gestie van dr. R.C. Bakhuizen van den Brink ('s-Grabenhage, 1926), 40-42. ]

De Marine-archieven daterend van de periode na 1814 tot 1831, alsmede het gedrukte zeekaartenbestand van de Marine tot 1872, werden in 1924 overgedragen. De atlassen van het Marinebestand werden van overdracht uitgezonderd en gedeponeerd als bruikleen bij het Scheepvaartmuseum Amsterdam. [NOTE .Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XLVII (1924), 40-42. ARA, 2.14.03, archief ARA, inv.nr. 208, brief d.d. 1 april 1924. ]

Behalve de archieven en de gedrukte zeekaarten werd bij deze overdracht een bestand van scheepsbouwtekeningen aan het Algemeen Rijksarchief gezonden. Deze collectie betrof de scheepsbouwtekeningen die in 1889 waren afgezonderd bij de opheffing van de Marinemodellenkamer. In 1925 werd na opruiming van een bureau bij de Marine nog een verspreid aantal scheepsbouwtekeningen gevonden, die als aanvulling op de overdracht van 1924 aan het Algemeen Rijksarchief werden nagezonden. [NOTE .ARA, 2.23.14, Aanvulling marine-overdracht 1925, brief d.d. 5 mei 1925. ]

Na de overdracht in 1924-1925 zijn op het Algemeen Rijksarchief de scheepsbouwtekeningen opgeslagen geweest in het depot, zonder dat lange tijd van enige bewerking sprake is geweest. Aan de verzameling scheepsbouwtekeningen werd een aantal plattegronden en bouwtekeningen van havens en werven toegevoegd, waaronder die van Batavia en Antwerpen. Deze laatste tekeningen zijn afkomstig van de commissie belast met de verdeling van het marine-arsenaal te Antwerpen uit 1814. Hierop werd een aanvulling ontvangen dat als zogenaamd aanhangsel I werd toegevoegd aan het Marine-archief van 1795-1813. De tekeningen van deze commissie werden bij de scheepsbouwtekeningen opgelegd, hoewel het strikt genomen geen schepen of onderdelen van schepen betrof (oude nrs. MTSH 907-949).

Na de verhuizing van het kaarten- en tekeningendepot van het Bleijenburg naar de nieuwbouw van het Algemeen Rijksarchief, werden de scheepsbouwtekeningen als apart bestand gecodeerd en geëtiketteerd met de lettercode MTSH, ofwel 'Departement van Marine tekeningen van schepen, gebouwen en havens'. Het bestand was en is toegankelijk dankzij de 'Inventarissen van kaarten, tekeningen enz. nr. 20', dat in feite niet veel anders is dan een alfabetische naamlijst der schepen en vaartuigen. De totale omvang van het bestand is circa 1220 bladen. Deze bestandsnaam is tot aan de CAS-bewerking in gebruik gebleven.

Vanaf 1985 tot 1990 is de inventarisatie van de MTSH-tekeningen herhaaldelijk ter hand genomen, zowel door medewerkers van het Algemeen Rijksarchief als door externe onderzoekers. Allereerst werd, zoals hiervoor reeds vermeld, in het kader van het zogenaamde Marinemodellenkamer-project door het Rijksmuseum in 1984-1985 een voorstudie verricht door A.A. Lemmers naar het verband tussen de modellen en de tekeningen in MTSH. Aanvankelijk was de opzet om te komen tot een integrale inventarisatie van zowel de modellen in het Rijksmuseum als de scheepsbouwtekeningen in het Algemeen Rijksarchief, met de herkomstgegevens uit het verbaalarchief van de marine.

In 1985 kwam een medewerker van het Algemeen Rijksarchief de scheepsbouwtekeningen op het spoor bij het Bureau Maritieme Historie (tegenwoordig Instituut voor Maritieme Historie) naar aanleiding van een acquisitie van hydrografische kaarten. Deze ontdekking werd aanleiding tot het initiatief alle verschillende scheepsbouwtekeningen, aanwezig bij de diverse betrokken instellingen, opnieuw te inventariseren. Het streven van het Algemeen Rijksarchief was hierbij gericht op de integrale overdracht op termijn in combinatie met de microverfilming van het gehele tekeningenbestand ten behoeve van de betrokken instellingen.

Vooruitlopend op dit project was het Algemeen Rijksarchief reeds in 1989 gestart met de herinventarisatie van het scheepsbouwtekeningenbestanddeel MTSH. De tekeningen werden door medewerkster G.L. Balk opnieuw beschreven volgens de archiefterminologie voor grafische archivalia. De herkomstgegevens werden op de bladen genoteerd voor onderzoek in het verbaalarchief van de marine. Deze herinventarisatie werd in 1991 afsloten met de voltooiing van een concept-inventaris met indices door A.H. Simons. Deze inventaris werd in WP-versie uitgebracht. Tot de uitgave van een gedrukte versie werd in afwachting van de verdere voortgang van het scheepsbouwtekeningenproject voorlopig afgezien. Inmiddels werd de gehele tekeningenbestand verfilmd als schaduwbestand.

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Conditions governing access

Openbaarheidsbeperkingen

Volledig openbaar.

Conditions governing reproduction

Beperkingen aan het gebruik

Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.

Physical characteristics and technical requirements

Materiële beperkingen

Existence and location of copies

Beschikbaarheid van kopieën

Inmiddels is de gehele tekeningenbestand verfilmd als schaduwbestand.

Preferred citation

Citeerinstructie

Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.

VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Bouwtekeningen van Schepen van de Nederlandse Marine, nummer toegang 4.MST, inventarisnummer ...

VERKORT:
NL-HaNA, Marine Bouwtekeningen Schepen, 4.MST, inv.nr. ...

Extent

6057 inventarisnummers. files

Other descriptive information

Aanvraaginstructie

Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:

  1. U maakt een profiel aan op www.gahetna.nl , en logt vervolgens in;
  2. Via de archiefinventaris (alleen de beschrijvingen met rode nummers) selecteert u het gewenste archiefstuk door op de knop 'Reserveren' te klikken;
  3. In het volgende scherm geeft u aan op welke dag u het archiefstuk wilt inzien;
  4. Indien u zich bevindt in de studiezaal en een tafelnummer heeft ontvangen kunt u dit nummer vermelden. Als u geen tafelnummer heeft kunt u tafelnummer 777 laten staan;
  5. Vervolgens bevestigt u uw reservering door deze te versturen.

Bijlage 1: Ingekorte bewaarlijst van scheepsbouwkundige tekeningen in scheepvaartmusea, bij de Koninklijke Marine en in openbare archieven

00 Voorontwerpen.
01 Algemeen plan, langsdoorsnede.
02 Algemeen plan, aanzicht.
03 Dekkenplan met indeling.
04 Lijnenplan en spantenlijst.
05 Langsplan scheepsconstructie.
06 Grootspant en dwarsdoorsneden scheepsconstructie.
07 Huiduitslag.
08 Pantserplan.
09 Dokplan.
10 Ankers, schroeven, asuithouders en roeren.
11 Dekwerktuigen, samenstellingstekeningen.
12 Tuigplan en sloepenopstelling.
13 Wapens en antennes.
14 Inrichtings- en betimmeringsplan.
15 Machinekamers en ketelruimten, indeling.
16 Specifieke kenmerken.
17 Kleuren- en verfplan.
18 Theoretische tekeningen.
19 Schema's belangrijkste pijpleidingen, ventilatie- en airconditioning-systemen.
20 Veiligheidsplan.
21 Sterktegegevens.
22 Vernietigingsplan.
23 Overige tekeningen.

Bijlage 2: Lijst met afkortingen van scheepstypen opgenomen, zoals gehanteerd in Vermeulen.

Br Brik
Db Drijvende batterij
Ds Diverse schepen
Dz Diverse zeilschepen
Fr Fregat
Kb Kanonneerboot
Km Kanonneermotorboot
Kmv Kustmijnenveger
Kr Kruiser
Kv Korvet
Ls Linnieschip
Lv Landingsvaartuig
Mo Monitor
Ml Mijnenlegger
Mm Motormijnenveger
Mv Mijnenveger
Ob Onderzeeboot
Odm Ondiepwater-mijnenveger
Oj Onderzeebootjager
Omv Oceaanmijnenveger
Op Opnemingsvaartuig
Pb Pantserboot
Pds Pantserdekschip
Ps Pantserschip
Pv Patrouillevaartuig
Rs Radarschip
Rv Riviervaartuig
S1 Schroefstoomschip 1e klasse, resp. Fregat met stoomvermogen
S2 Schroefstoomschip 2e klasse
S3 Schroefstoomschip 3e klasse
S4 Schroefstoomschip 4e klasse, resp. Flottieljevaartuig
Sb Sleepboot
Sr Schoener
Tb Torpedoboot
Tj Torpedobootjager
Tm Torpedomotorboot
Tr Transportschip
Vd Verdedigingsvaartuig
Vk Vliegkampschip

Bijlage 3: Alfabetische index op het gehele bestand met scheepsnamen uit Vermeulen

Een alfabetische index op het gehele bestand waarin alle scheepsnamen zijn opgenomen die staan vermeld in Vermeulen's De schepen van de Koninklijke Marine of in de inventaris. Per scheepsnaam staan vermeld het type, eventuele zusterschepen, al dan niet voorkomend in Vermeulen's De schepen van de Koninklijke Marine, aantal bladen en een verwijzing naar de bladzijde van de inventaris. U kunt ook schepen aantreffen, waarvan geen bladen aanwezig zijn. Informatie over het betreffende schip kunt u terugvinden in Vermeulen's boek. Vermeulen is in de inventaris opgenomen als inventarisnummer 6046.

Naam Type Zusterschepen Vermeulen Bladen Inv.nrs.
A Mv Ja Ja Ja 3049-3078
A 847 Sb Nee Ja Nee 5558-5561
A 848 Sb Nee Ja Nee
A 849 (zie Y 8031) Sb Nee Ja Ja
A 868 Sb Nee Ja Nee
A 904 (I) Ds Nee Ja Nee
A 904 (II) Ds Nee Ja Nee
A 905 (I) Ds Nee Ja Nee
A 905 (II) Ds Nee Ja Nee
A 906 Ds Nee Ja Nee
A 911 Ds Nee Ja Nee
A 912 Ds Nee Ja Nee
A 921 Ds Nee Ja Nee
A 922 Ds Nee Ja Nee
A 963 Ds Nee Ja Nee
A 964 Ds Nee Ja Nee
A I Nee Ja 5363-5374
A II Nee Ja 5375-5388
A III Nee Ja 5389-5395
A IV Nee Ja 5396-5400
A.M.C-1 (R.G. 151) Ds Nee Nee Ja 4487-4488
A.M.C-2 (R.G. 152) Ds Nee Nee Ja 4489
A V Nee Ja
A VI Nee Ja
Aalsmeer Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Aart van Nes S4 Ja Ja Nee
Abcoude Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Abraham Crijnssen Mv Ja Ja Ja 3079-3088
Abraham van der Hulst Mv Ja Ja Ja 3089-3095
Achilles Vd Nee Ja Nee
Achilles (Bath II) Ja Nee
Adder Sr Nee Ja Nee
Adder Mo Ja Ja Nee
Admiraal Buyskes Ja Nee
Admiraal De Ruyter Ls Nee Ja Ja 13-14
Admiraal Evertsen Ls Nee Ja Ja 15
Admiraal Piet Hein Ls Nee Ja Nee
Admiraal Tromp Ls Nee Ja Ja 16
Admiraal van Kinsbergen Rs Nee Ja Nee
Admiraal Van Wassenaar (op stapel gezet als linieschip Piet Hein) S1 Nee Ja Ja 640-653
Admiraal Zoutman Ls Nee Ja Ja 17
Admiraliteitsjacht van Amsterdam Ds Nee Nee Ja 409-410
Adolf Hertog van Nassau S1 Nee Ja Nee
Adrianus Marius Ja Nee
Adviesjacht van 85 voet en van 75 voet Ds Nee Nee Ja 411-412
Adwill II Ja Nee
Agri Ja Nee
Aijer Was Ja Nee
Ajax (I) Kv Nee Ja Nee
Ajax (II) Kv Nee Ja Ja 189-191
Albatros Ja Nee
Albatros (I) (1877) Ja Nee
Albatros (II) Ja Ja 5016-5033
Albatros (II) (1912) Ja Nee
Albatros (LST I) Ja Nee
Alblas Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Alcinoe Ja Nee
Aldebaran Ja Nee
Aldegonda (Tan 5) Ja Nee
Aletta Ja Nee
Algiers (I) Fr Nee Ja Nee
Algiers (II) (eerst: Sambre (II)) Fr Nee Ja Ja 82-84
Alice, amerikaanse klipper Ds Nee Nee Ja 413
Alkmaar S3 Nee Ja Ja 762-763
Alkmaar Ja Nee
Alma Ja Nee
Alor Ja Nee
Aluminium motorjol voor het loodswezen Nee Ja 5419-5423
Aluminium motorschouw, 11.34 m Nee Ja 5499-5505
Aluminium schouw bestemd voor transportvaartuigen voor Suriname Nee Ja 5506-5507
Aluminium sloep, 10.700 m Nee Ja 5549-5552
Aluminium sloep, 9.650 m Nee Ja 5553-5557
Ambo Ja Nee
Amboina S4 Ja Ja Nee
Ambon Br Nee Ja Ja 273-274
Ambon Mv Ja Ja Nee
Ameland Mm Ja Ja Ja 3172
Ameland Dz Nee Ja Nee
Amphitrite Fr Nee Nee Ja 85
Amphitrite Kv Nee Ja Ja 192-199
Amstel S4 Ja Ja Ja 785-788
Amstel Fr Nee Ja Nee
Amstelstroom Ja Nee
Amsterdam Rs Nee Ja Ja 536-537
Amsterdam Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Amsterdam Ls Nee Ja Nee
Amsterdam (BV 3) Ja Nee
Amsterdam, gastransportvaartuig Ds Nee Nee Ja 4490
Amsterdam (IJm 58) Ja Nee
Amsterdam, niet gebouwd Ps Nee Ja Ja 1000-1014
Amsterdamse vlotschuit Ds Nee Nee Ja 414
Amsterdamse waterschuit Ds Nee Nee Ja 415
Anadyomene Ja Nee
Andijk Ja Nee
Aneta Ja Nee
Anjer Ja Nee
Ankers Nee Ja 5916-5923
Ankers grofsmederij Leiden Nee Ja 5924-5927
Ankerwerktuigen Nee Ja 5928-5940
Anna Ja Nee
Anna Paulowna S1 Nee Ja Ja 654-664
Anna Paulowna Ja Nee
Anne Marie Ja Nee
Annie Goedkoop Ja Nee
Antje Ja Nee
Apeldoorn S4 Ja Ja Ja 789-790
Arcturus Ds Nee Nee Ja 4934-4955
Ardamassa Ja Nee
Ardjoeno Rs Nee Ja Ja 538-546
Ardjoeno Tb Ja Ja Ja 1634-1639
Ardjoeno (1876) Ja Nee
Ardjoeno (1937) Ja Nee
Arend Kv Nee Ja Ja 200
Arend Br Nee Ja Nee
Arend Ds Nee Ja Nee
Arend (I) Ja Ja 5034-5041
Arend (II) Ja Ja 5042-5053
Arend (MTB 203) Tm Ja Ja Nee
Argo Kv Nee Ja Nee
Argo Ja Nee
Argo (II) Kv Nee Ja Ja 201
Argus Sr Nee Ja Ja 342-346
Argus Ja Nee
Argus (1868) Ja Nee
Argus (eerst: R.D. 10) Nee Ja 5558-5561
Argus (I) Ja Nee
Argus (II) Ja Ja 5054-5057
Argus (II) (1893) Ja Nee
Ariadne Ja Nee
Aroe Ja Nee
Aruba Sr Nee Ja Ja 347-348
Aruba S4 Ja Ja Ja 791-795
Asahan (Ben 3) Ja Nee
Assahan S4 Ja Ja Ja 796
Assenvaartuig (Y 8403) Ds Nee Nee Ja 4491-4492
Asta Ja Nee
Astrea (zie Urania) Kv Nee Ja Ja 251-258
Atalante Sr Nee Ja Ja 349-352
Atalante (zie Prins Maurits der Nederlanden) Kv Nee Ja Ja 236-239
Atjeh S1 Ja Ja Nee
Atlas Rs Nee Ja Nee
Atlas Ja Nee
Aurore Fr Nee Ja Nee
Axel Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Azimuth Ja Nee
B Mv Ja Ja Ja 3049-3078
B 1 t/m B 8 Pv Ja Ja Nee
B 15 t/m B 16 Pv Ja Ja Nee
B 9 t/m B 14 Pv Ja Ja Nee
Balder Pv Ja Ja Ja 4204-42-5
Balder Kb Ja Ja Ja 1336
Bali (I) S4 Ja Ja Ja 797
Ballastvlet Nee Ja 5865
Bambi Sb Nee Ja Nee
Bampoeh Ja Nee
Banckert (I) Tj Ja Ja Ja 1851-1881
Banda Br Nee Ja Ja 275
Banda Rs Nee Ja Nee
Banda S4 Ja Ja Nee
Banda Mv Ja Ja Nee
Bandjermassin (g) S4 Ja Ja Nee
Banggai Ja Nee
Bangkalan Ja Nee
Banka Br Nee Ja Ja 276-284
Banka Rs Ja Ja Nee
Bantam Ja Nee
Barentsz Ja Nee
Barito (I) (1861) Ja Nee
Barito (II) (1894) Ja Nee
Barkas voor het Instituut Nee Ja 5409
Barkas voor instructiebrik Castor Nee Ja 5410
Barnehurst Ds Nee Ja Nee
Baron Mackay Ja Nee
Baron Sloet van de Beele Ja Nee
Batak Ja Nee
Batavia S4 Ja Ja Ja 798
Batavia Rs Nee Ja Nee
Batavia Dz Nee Ja Nee
Batavier Ls Nee Ja Nee
Batavier Ja Nee
Batavier II Ja Nee
Batavier IV Ja Nee
Bath I (Borneo) Ja Nee
Bath II (Achilles) Ja Nee
Batjan Mv Ja Ja Ja 3096-3108
Bato Vd Nee Ja Nee
Bato, werkvaartuig Ds Nee Nee Ja 4493-4494
Batok Tb Ja Ja Ja 1640-1648
Batterijschip IJmuiden Ds Nee Ja Nee
Batterijschip Vliereede Ds Nee Ja Nee
Bavaria (BV 11) Ja Nee
Beatrix Ja Nee
Beatrix (I) Sb Nee Ja Nee
Beatrix (II) Sb Nee Ja Nee
Bedum Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Beemster Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Beerta Kmv Nee Ja Nee
Beilen Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Belang Ja Nee
Bellatrix Nee Ja 5058-5066
Bellatrix Ja Nee
Bello Vd Nee Ja Nee
Bellona Fr Nee Ja Ja 86-87
Bellona Ds Nee Ja Ja 871-886
Ben 1 (Minjak) Ja Nee
Ben 2 (Moesi) Ja Nee
Ben 3 (Asahan) Ja Nee
Ben 4 (Mampawa) Ja Nee
Benakat (Tan 7) Ja Nee
Bengkalis Ja Nee
Benkoelen S4 Ja Ja Ja 799
Bennett Ja Nee
Bergen Ja Nee
Bergingsvaartuig Ds Nee Ja Ja 887-907
Berkel S4 Ja Ja Nee
Berkel Sb Nee Ja Nee
Berouw Ja Nee
Beschermer Fr Nee Nee Ja 88
Beschutter Sr Nee Ja Nee
Betsy Ja Nee
Beurs van Amsterdam Ja Nee
Beveland Mm Ja Ja Nee
Bever Kb Ja Ja Nee
Bever (RP 110) Pv Ja Ja Nee
Biaro Ja Nee
Bizon (RP 115) Pv Ja Ja Nee
Blankenburg (BV 20) Ja Nee
Blaricum Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Blinjoe Ja Nee
Bloedhond Mo Nee Ja Nee
Bloemendaal Ja Nee
Bloemendal Br Nee Ja Nee
Bloemendal Op Nee Ja Nee
Bloys (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Boeijer Ds Nee Nee Ja 416
Boekenroode, 52 stukken Ls Nee Nee Ja 18-19
Boelen Dz Nee Ja Nee
Boenakan Ja Nee
Boeroe Mv Ja Ja Nee
Bogor Ja Nee
Bogor (I) Ja Nee
Bogor (II) (1873) Ja Nee
Bok III Nee Ja 5983-5984
Bolsward Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Bommelerwaard S4 Ja Ja Nee
Bonaire S4 Ja Ja Ja 800-808
Boni Ja Nee
Borculo Kmv Ja Ja Nee
Boreas Kv Nee Ja Ja 202-206
Boreas Vd Nee Ja Nee
Borndiep Mm Ja Ja Ja 3173-3174
Borne Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Borneo S4 Nee Ja Ja 809-817
Borneo Kv Nee Ja Nee
Borneo Ds Nee Ja Nee
Borneo Rs Ja Ja Nee
Borneo (Bath I) Ja Nee
Bouclier Ds Nee Ja Nee
Boxtel Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Braband Ls Nee Ja Nee
Brabandia Ja Nee
Braga Kb Ja Ja Ja 1337-1340
Brak Kb Ja Ja Ja 1341-1342
Brak Br Nee Ja Nee
Brak Sr Nee Ja Nee
Brak Ja Nee
Brak Ja Ja 5067-5075
Brakel (Kapitein) Sr Nee Ja Nee
Brandschouw Ds Nee Nee Ja 417
Brandspuiten Nee Ja 5956-5959
Brederode Fr Nee Nee Ja 89
Breskens Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Breukelen Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Brielle Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Brielle S4 Nee Ja Nee
Brinio Pb Ja Ja Ja 1388-1406
Brinio Vd Nee Ja Nee
Bromo (I) Rs Nee Ja Ja 547-553
Bromo (II) Rs Nee Ja Ja 554
Bronbeek Ja Nee
Brouwershaven Kmv Ja Ja Nee
Bruinisse Kmv Ja Ja Ja 4020-4033
Bruinvisch Br Nee Ja Nee
Bruinvisch Ja Nee
Buffel Ps Nee Ja Ja 1015-1024
Buizerd (MTB 240) Tm Ja Ja Nee
Bulgia Pv Ja Ja Ja 4206
Bulgia Kb Ja Ja Ja 1343-1349
Bulhond Tj Ja Ja Nee
Bussemaker Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Buyskes RsOp Nee Ja Nee
BV 01 (Noordsvaarder) Ja Nee
BV 01 (Schelde) Ja Nee
BV 02 (Holland) Ja Nee
BV 03 (Amsterdam) Ja Nee
BV 04 (Oceaan) Ja Nee
BV 04 (Stentor) Ja Nee
BV 05 (Witte Zee) Ja Nee
BV 06 (Stortemelk II) Ja Nee
BV 11 (Bavaria) Ja Nee
BV 16 (Stoomloodsvaartuig 4) Ja Nee
BV 17 (Stoomloodsvaartuig 5) Ja Nee
BV 18 (Stoomloodsvaartuig 16) Ja Nee
BV 19 (Stoomloodsvaartuig 17) Ja Nee
BV 19A (Stoomloodsvaartuig 19) Ja Nee
BV 20 (Blankenburg) Ja Nee
BV 21 (Hoek van Holland) Ja Nee
BV 30 (Stoomloodsvaartuig 8) Ja Nee
BV 31 (Stoomloodsvaartuig 7) Ja Nee
BV 32 (Stoomloodsvaartuig 12) Ja Nee
BV 33 (Stoomloodsvaartuig 9) Ja Nee
BV 34 (Noordzee) Ja Nee
BV 35 (Ganges) Ja Nee
BV 36 (Indus) Ja Nee
BV 37 (Schelde) Ja Nee
BV 38 (Ebro) Ja Nee
BV 39 (Lauwerszee) Ja Nee
BV 40 (Oostzee) Ja Nee
BV 41 (De Hoop) Ja Nee
BV 42 (En Avant) Ja Nee
BV 43 (Zeelandia) Ja Nee
BV 44 (Flamingo) Ja Nee
BV 45 (Rotterdam) Ja Nee
C Mv Ja Ja Ja 3049-3078
Cachelot Br Nee Ja Ja 285-288
Cachelot Sr Nee Ja Nee
Calypso Ja Nee
Campeltown Tj Nee Ja Nee
Camphuys Ja Nee
Canopus Ja Nee
Caroline Ja Nee
Castor Ds Nee Ja Ja 4495
Castor Br Nee Ja Nee
Castor Kv Nee Ja Nee
Castor Ja Nee
Castor (Zs.) Ja Nee
Catharina Maria, hoeker Ds Nee Nee Ja 418
Celebes Rs Nee Ja Nee
Celebes Kr Nee Ja Nee
Ceram Mv Ja Ja Ja 3109-3118
Ceram S4 Ja Ja Nee
Ceram Ja Nee
Cerberus Rs Nee Ja Ja 555-558
Cerberus Mo Ja Ja Ja 1304
Cerberus Tb Nee Ja Ja 1649-1651
Cerberus Ds Nee Ja Ja 4496-4537
Ceres (later: drijvende batterij Draak) Fr Nee Ja Ja 90-91
Chanceller Ja Nee
Chassé Ja Nee
Chattam Ls Nee Ja Nee
Chebeq van 78 voet en van 88 voet Ds Nee Nee Ja 419-420
Cheribon Ja Nee
Chompff Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Christiaan Brunings Ja Nee
Christiaan Cornelis Tb Ja Ja Nee
Circe Sr Nee Ja Nee
Circe Ja Nee
Ciska Ja Nee
Citadel van Antwerpen S2 Nee Ja Nee
Claesje Ja Nee
Claudius Civilis Br Nee Nee Ja 289
Claudius Civilis Vd Nee Ja Nee
Coehoorn S4 Ja Ja Nee
Coertzen Ja Nee
Colombia Ja Nee
Comeet Br Nee Nee Ja 290
Commandantssloep 30,5' Nee Ja 5562-5572
Commandantssloep 39' Nee Ja 5573-5574
Commandantssloep voor flottieljeleider Tromp Nee Ja 5575-5578
Con Sb Nee Ja Nee
Con Ja Nee
Condor Ja Nee
Constructietekening van een spantenraam voor een schip van 70 stukken, ter vergelijking van de Amsterdamse en de Franse constructie Ds Nee Nee Ja 421
Constructietekeningen van een roer met helmstok en luiwagen Ds Nee Nee Ja 422
Coppename Dz Nee Ja Nee
Cornelis Dirks S3 Ja Ja Nee
Cornelis Drebbel Ds Nee Ja Ja 908-924
Cornelis Janssen de Haan (zie G 8) Tb Ja Ja Ja
Cortenaar Ls Nee Nee Ja
Cosmopoliet Ja Nee
Cressy Ds Nee Ja Nee
Crocodil Sr Nee Ja Ja 353
Curaçao Rs Nee Ja Ja 559-560
Curaçao S1 Ja Ja Nee
Curaçao (II) Db Nee Nee Ja 366
Cycloop Rs Nee Ja Ja 561-568
Cycloop Ja Ja 5054-5057
Cycloop Tb Ja Ja Nee
Cycloop Ja Nee
D Mv Ja Ja Ja 3049-3078
D 1 Ds Nee Ja Nee
Dageraad (later: Aurora) Fr Nee Ja Ja 92-93
Daphne Br Nee Ja Nee
Das Kb Ja Ja Ja 1350-1351
Das Sr Nee Ja Nee
Dassoon Ja Nee
De Bitter Fr Ja Ja Ja 3894-3899
De Gelder Sr Nee Ja Nee
De Haan Sr Nee Ja Nee
De Haas (Schout bij Nacht) Sr Nee Ja Nee
De Hoop (BV 41) Ja Nee
De Klerk Ja Nee
De Leeuw Rs Nee Ja Nee
De Liefde (Admiraal) Sr Nee Ja Nee
De Mok I (zie Hendrik Karssen) Ds Nee Ja Ja
De Mok II (Communicatievaartuig) Ds Nee Ja Ja 4538-4546
De Ruyter Ps Ja Ja Ja 1025-1047
De Ruyter Ls Nee Ja Nee
De Ruyter S1 Ja Ja Nee
De Ruyter (eerst: linieschip De Ruyter) Db Nee Ja Ja 367-376
De Ruyter (I) Kr Nee Ja Ja 3234-3283
De Ruyter (I) (op stapel gezet als linieschip De Ruyter) S1 Nee Ja Ja 665-679
De Ruyter (II) S1 Nee Ja Ja 680-682
De Ruyter (II) Kr Ja Ja Ja 3284-3432
De Ruyter (zie Van Ghent) Tj Nee Ja Ja 2045-2046
De Vos Dz Nee Ja Nee
De Zeeuw Fr Ja Ja Ja 3900-3904
De Zeeuw Ja Nee
De Zeven Provinciën Kr Ja Ja Ja 3307-3488
De Zeven Provinciën (later: Soerabaia) Ps Nee Ja Ja 1048-1069
Delfzijl S4 Ja Ja Nee
Delfzijl, motorbetonningsvaartuig Ds Nee Nee Ja 49556-4959
Deli S4 Ja Ja Nee
Dempo Tb Ja Ja Ja 1652-1653
Den Briel S4 Ja Ja Nee
Deneb Ja Ja 5076-5089
Deneb Ja Nee
Dertig tons drijvende bok Nee Ja 5985
Deurlo Mm Ja Ja Ja 3173-3174
Devonhurst Ja Nee
Diana (later: Kenau Hasselaar) Fr Nee Ja Ja 94
Dingo (RP 113) Pv Ja Ja Nee
Dintel Sb Ja Ja Nee
Dirkje Ja Nee
Djambi S1 Ja Ja Ja 683-699
Djambi Ja Nee
Djampea Ja Nee
Djampea Ja Nee
Djember Ja Nee
Djember Ja Nee
Djirak (Tan 3) Ja Nee
Djombang Ja Nee
Dog Ja Ja 5067-5075
Dog Kb Ja Ja Nee
Dog Ja Nee
Doggersbank Fr Ja Ja Ja 95-102
Doggersbank S1 Ja Ja Nee
Doggersbank (later: Zeeland) Ls Nee Ja Ja
Dok voor Soerabaja Nee Ja 5986
Dokkum Kmv Ja Ja Ja 4034-4093
Dolfijn Ds Nee Ja Ja 925-931
Dolfijn Kv Nee Ja Nee
Dolfijn Br Nee Ja Nee
Dolfijn Ja Nee
Dolfijn (I) Ob Nee Ja Nee
Dolfijn (II) Ob Ja Ja Nee
Dolfijn (III) Ob Ja Ja Ja 2049-2127
Dolfijn (RI 154) Ds Nee Ja Nee
Dolphijn Ja Nee
Dombo Sb Nee Ja Nee
Dommel S4 Ja Ja Nee
Dommel Sb Ja Ja Nee
Donau Ja Nee
Doornbos (zie Hobein) Pv Nee Ja Ja
Dordrecht Tr Nee Ja Ja 406
Dordrecht S2 Nee Ja Nee
Doris Ja Nee
Dourga Ja Nee
Douwe Aukes Ml Ja Ja Ja 2876-2882
Draak Mo Nee Ja Ja 1305-1316
Draak Tb Ja Ja Ja 1654-1656
Draak Ja Nee
Draak (eerst: fregat Ceres) Db Nee Ja Ja 377-379
Drachten Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Dreg I Op Ja Ja Nee
Dreg II Op Ja Ja Nee
Dreg III Op Ja Ja Nee
Dreg IV Op Ja Ja Ja 4293-4309
Drenthe Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Driemast kof Ds Nee Nee Ja 423-427
Driemaster Ds Nee Nee Ja 428-429
Drijvend dok Nee Ja 5987-5988
Drijvende ruw olie motorkraan Nee Ja 5989
Droogdok III voor torpedoboten Nee Ja 5990-6005
Drunen Kmv Ja Ja Ja 4035-4095
Dubois Fr Ja Ja Ja 3905-3912
Dufa Kb Ja Ja Ja 1352-1353
Duikbootjager, projekt DV 32 en 32A Oj Nee Nee Ja 3858-3864
Duikvaartuig (D 1, later de Argus) Ds Nee Nee Ja 4547-4555
Duiveland Mm Ja Ja Nee
Ebro (BV 38) Ja Nee
Echo Br Nee Nee Ja 291-292
Echo Dz Nee Ja Nee
Eclips Ja Nee
Edam Ls Nee Nee Ja 33
Edi S4 Ja Ja Ja 818
Edi Ja Ja
Edi Ja Nee
Eem Ja Nee
Eendracht Fr Nee Nee Ja 103
Eendracht Kv Nee Ja Nee
Eendracht Kr Nee Ja Nee
Egalité Ja Nee
Egmond Br Nee Ja Ja 293-294
Eilerts de Haan Op Nee Ja Ja 4310-4321
Eland Dubois Mv Ja Ja Nee
Elisabeth Goedkoop Ja Nee
Elst Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Emma Sb Nee Ja Nee
Emma Ja Nee
Empong Tb Ja Ja Ja 1657-1661
En Avant Ja Nee
Ena Ds Nee Ja Nee
Endeh Ja Nee
Enern Ja Nee
Engelina Maria Ja Nee
Enggano Ja Nee
Eolus Vd Nee Ja Nee
Eridanus Ja Nee
Etna Rs Nee Ja Ja 569-574
Etna Tb Ja Ja Ja 1662
Euridice Fr Nee Ja Nee
Eveline Ja Nee
Ever Kb Ja Ja Ja 1354-1361
Evertsen Ps Ja Ja Ja 1070-1073
Evertsen S1 Ja Ja Nee
Evertsen (Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Evertsen (I) Tj Ja Ja Ja 1882-1883
Evertsen (II) Tj Ja Ja Ja 1884-1918
Evertsen (later: Neptunus) S1 Ja Ja Ja 700-702
Ewald Ja Nee
F I Nee Ja 5424-5429
F II Nee Ja 5430
Fak Fak Ds Nee Ja Nee
Fakfak Ja Nee
Fazant (I) Ja Ja 5156-5169
Fazant (I) (1901) Ja Nee
Fazant (II) (1931) Ja Nee
Femern Ja Nee
Flamingo Ja ja 5090-5097
Flamingo (BV 44) Ja Nee
Flip Ja Nee
Flora Tr Nee Ja Nee
Flores S4 Ja Ja Ja 819
Flores Kb Ja Ja Ja 1445-1465
Flores Ja Nee
Flottieljeleider, ontwerpen Kb Nee Nee Ja 1422-1444
flottieljevaartuigen, verdedigingsvaartuigen en kanonneerboten Ja
Foka Tb Ja Ja Ja 1663-1666
Fomalhout Ja Nee
Frans Naerebout Ja Ja 4878-4879
Frans Naerebout (1877) Ja Nee
Frans Naerebout (1902) Ja Nee
Frederika Louisa Wilhelmina Fr Nee Nee Ja 104
Fret Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Fret Kb Ja Ja Nee
Fret Tj Ja Ja Nee
Fret (RP 107) Pv Ja Ja Nee
Freyr Pv Ja Ja Ja 4207-4210
Freyr Kb Ja Ja Ja 1362-1363
Friesland Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Friesland Pds Ja Ja Ja 1231-1232
Friso Pb Ja Ja Ja 1407-1413
Friso Vd Nee Ja Nee
Friso Ds Nee Ja Nee
G 01 Tb Ja Ja Nee
G 02 Tb Ja Ja Ja 1667-1676
G 03 Tb Ja Ja Nee
G 04 Tb Nee Ja Nee
G 05 Tb Ja Ja Ja 1677-1688
G 06 Tb Ja Ja Ja
G 07 Tb Ja Ja Ja
G 08 Tb Ja Ja Ja
G 09 Tb Ja Ja Ja
G 10 Tb Ja Ja Ja
G 11 Tb Ja Ja Ja
G 12 Tb Ja Ja Ja 1677-1688
G 13 Tb Ja Ja Ja 1689-1705
G 14 Tb Ja Ja Nee
G 15 Tb Ja Ja Nee
G 16 Tb Ja Ja Ja 1706
Gadila Ja Nee
Galathe Kv Nee Ja Ja 207
Galathe Br Nee Nee Ja 295-296
Galei Ds Nee Nee Ja 430
Gandeng Ja Nee
Ganges (BV 35) Ja Nee
Garoet Ja Nee
Gedeh Rs Nee Ja Nee
Gedeh Kv Nee Ja Nee
Gedeh Ja Nee
Geep Kb Ja Ja Ja 1364
Gelderland Pds Ja Ja Ja 1233-1239
Gelderland Oj Ja Ja Ja 3632-3792
Gemert Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Gemma Ja Ja 5098-5112
Gemma Ja Nee
Generale Staat der Koninglijke Hollandsche Scheepsmagt door P. Glavimans Nee Ja 6042-6043
Gerard Callenburgh Tj Ja Ja Ja 1919-1972
Gerberdina Johanna Ja Nee
Gier Kb Ja Ja Ja 1365
Gier Br Nee Ja Nee
Gier Ja Nee
Gier (I) Br Nee Nee Ja 297-299
Gier (II) Br Nee Nee Ja 300-302
Gier (MTB 229) Tm Ja Ja Nee
Gieten Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Giethoorn Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Gijzel (Vice-Admiraal Arnoud) Sr Nee Ja Nee
Gina Ja Nee
Glatik Ja Ja 5113-5123
Glatik Ja Nee
Gloria Ja Nee
Goentoer Tb Ja Ja Ja 1707
Goeree Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Goeree Ds Nee Ja Nee
Goeree Ja Nee
Goes Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Gouden Leeuw Ml Ja Ja Ja 2883-2899
Goudvisch Ja Nee
Gouvernementsstoomschip Nee Ja 5124-5128
Gouverneur Generaal Mijer Ja Nee
Graaf van Bylandt Ja Nee
Grensjager Ja Nee
Griet, tjalk Ds Nee Nee Ja 431-432
Grijpskerk Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Grissee Ja Nee
Groningen Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Groningen S2 Nee Ja Nee
Grote sloep, 12 meter Nee Ja 5579-5580
Grote vlet voor het loodswezen Nee Ja 5866
Gruno Pb Ja Ja Ja 1414-1421
Guinea Ps Nee Ja Ja 1074-1080
Gunner Ja Nee
H 07 Oj Ja Ja Nee
H 08 Oj Ja Ja Nee
Haai Mo Ja Ja Nee
Haai Ob Nee Ja Nee
Haai Ja Nee
Haai (I) Br Nee Ja Ja 303
Haarlem Ls Nee Nee Ja
Haarlemmermeer S4 Ja Ja Ja 820-822
Haarlemmermeer Ds Nee Ja Ja 4556-4557
Habang Tb Ja Ja Ja 1708-1718
Hadda Pv Ja Ja Ja 4211-4213
Hadda Kb Ja Ja Ja 1352-1353
Hagedis Ja Nee
Handig en Vlug Kb Nee Ja Nee
Hans Fuhri Ds Nee Ja Nee
Hans Fuhri Ja Nee
Hasewint Ja Nee
Haven- en loodsjol Nee Ja 5431
Havick Fr Nee Nee Ja 105
Havik Br Nee Nee Ja 304
Havik Ja Ja 5129-5136
Havik Kb Ja Ja Nee
Havik Ja Nee
Havik (MTB 236) Tm Ja Ja Nee
Hazewind Ja Ja 5137-5145
Hazewind Ja Nee
Hector S4 Nee Ja Ja 823-827
Hector Ja Nee
Heemskerck (Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Hefring Kb Ja Ja Ja 1366-1374
Hefring Pv Ja Ja Ja 4214-4218
Heiligerlee Mo Ja Ja Ja 1317-1322
Heimdall Kb Ja Ja Ja 1336
Hekla Rs Nee Ja Ja 575-576
Hekla Tb Ja Ja Ja 1719-1722
Hekla Kv Nee Ja Nee
Hekla I Rs Nee Ja Nee
Hekla II Rs Nee Ja Nee
Heldin Fr Nee Nee Ja 106-107
Heldin Kv Nee Ja Nee
Heldin (I) Kv Nee Ja Ja 208
Heldin (II) Kv Nee Ja Ja 209-210
Hellevoetsluis (Stoomloodsvaartuig 4) Ja Nee
Hendrik Karssen (eerst: De Mok I) Ds Nee Ja Ja 4558-4568
Henriette en Betsy Ja Nee
Hercules Sb Nee Ja Ja 4409-4416
Hercules Ml Nee Ja Nee
Hercules (1829) Ja Nee
Hercules (1877) Ja Nee
Hercules (1905) Ja Nee
Hermelijn Tj Ja Ja Ja 1973-1974
Hermelijn Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Hermelijn (RP 106) Pv Ja Ja Nee
Hermelijn (Zijpe) Mm Ja Ja Nee
Hersteller (later: Commercie van Rotterdam, daarna: Rotterdamsche Handel en daarna: Rotterdam Ls Nee Ja Ja
Hertog Bernard Ja Nee
Hertog Hendrik Ps Ja Ja Ja 1081-1090
Het Loo S3 Ja Ja Nee
Hijsinrichting voor barkassen en sloepen aan boord van de Friesland, Holland en Zeeland Nee Ja 5910
Hilverbeek Fr Nee Nee Ja 108
Hippomenus Kv Nee Ja Nee
Hobein (eerst: Doornbos) Pv Nee Ja Ja 4219-4222
Hoek van Holland (BV 21) Ja Nee
Holland Oj Ja Ja Ja 3632-3792
Holland Fr Nee Ja Ja 109
Holland Ds Nee Nee Ja 433
Holland Pds Ja Ja Ja 1240
Holland Ls Nee Ja Nee
Holland (1873) Ja Nee
Holland (1915) (BV 2) Ja Nee
Holland (1928) Ja Nee
Holland (oud model) Fr Nee Nee Ja 110-114
Hollandia Ja Nee
Hollandsdiep Mm Ja Ja Ja 3173-3174
Home Ja Nee
Hong Siang Ja Nee
Hoofdinspecteur Zeeman Ja Ja 5146-5155
Hoofdinspecteur Zeeman Ja Nee
Hoogeveen Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Hoogezand Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Hooitjalk Ds Nee Nee Ja 434
Horsel Sr Nee Ja Nee
Houtepen Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Hulk Ds Nee Nee Ja 435
Hulpmijnenlegger I (Prins Willem I) Ja Nee
Hulpmijnenlegger II (Koningin Emma) Ja Nee
Hulst (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Huzaar Br Nee Ja Ja 305-309
HY 4 Ds Nee Ja Nee
HY 5 Ds Nee Ja Nee
Hydra Kb Ja Ja Ja 1375-1379
Hydra Ml Ja Ja Ja 2900-2908
Hydra Tb Ja Ja Ja 1723-1726
Hydrograaf Ja Nee
Hydrograaf (I) Op Nee Ja Ja 4322-4323
Hydrograaf (II) Op Nee Ja Ja 4324-4340
Hyena Dz Nee Ja Nee
Hyena Mo Ja Ja Nee
Hyena, kanonneerboot Ds Nee Ja Ja 436-437
I Tb Ja Ja Ja 1622
I Tm Ja Ja Nee
I (M 1) Mv Ja Ja Nee
Idjen Tb Ja Ja Ja 1727-1731
II Tb Nee Ja Nee
II Tm Ja Ja Nee
II (M 2) Mv Ja Ja Nee
III (1) Tm Nee Ja Nee
III (2) Tm Nee Ja Nee
III (2) (zie Jan Haring) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
III (I) Tb Nee Ja Nee
III (II) Tm Nee Ja Ja 1840
III (M 3) Mv Ja Ja Nee
IJmuiden Ja Nee
IJmuiden (Batterijschip) Ds Nee Ja Nee
IJssel Sb Ja Ja Nee
IJssel (1810) Fr Nee Ja Nee
IJssel (1830) Fr Nee Ja Nee
IJsselmonde Mm Ja Ja Nee
IJssloep Nee Ja 5581
IJsvogel Ja Nee
IJzeren dekschuit (plan A en B) Ds Nee Nee Ja 4569-4570
IJzeren dekschuit voor mijnen (Y 8510) Ds Nee Nee Ja 4571
IJzeren raderboot voor Suriname van 40 pk, ontwerp Rs Nee Nee Ja 526-528
IJzeren raderschip, ontwerp Rs Nee Nee Ja 520
IJzeren stoomsloep van 5 pk Nee Ja 5582-5583
Indra Ja Nee
Indragiri Ja Nee
Indus (BV 36) Ja Nee
Inspecteur Generaal Twent (Stoomloodsvaartuig no. 1) Ja Nee
Inspectieschokker Ds Nee Nee Ja 438-439
Irene Br Nee Ja Nee
Irene (RI 152) Ds Nee Ja Nee
Iris Kv Nee Ja Ja 211
Iris Ja Nee
Isaac Sweers Tj Ja Ja Ja 1919-1972
Isabel Ja Nee
Isala Rv Ja Ja Nee
Isis Ja Nee
Italië (OS I) Ja Nee
Ito II Ja Nee
IV Tb Ja Ja Nee
IV Tm Ja Ja Nee
IV (M 4) Mv Ja Ja Nee
IX Tb Ja Ja Nee
J. Nienhuys Ds Nee Ja Nee
Jacht voor de Raad van State en de Gecommitteerde Raden Ds Nee Nee Ja 440
Jachthond Ds Nee Ja Nee
Jacob Cleydyck (zie G 7) Tb Ja Ja Ja
Jacob Hobein (eerst: XXII(2)) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
Jacob van Heemskerck Ps Nee Ja Ja 1091-1151
Jacob van Heemskerck Kr Ja Ja Ja 3489-3526
Jacoba Elizabeth Ja Nee
Jacqueline Clasine Ja Nee
Jaguar Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Jaguar (zie RP 103) Pv Ja Ja Ja
Jakhals Tj Ja Ja Ja 1975-1976
Jakhals (zie Keeten) Mm Ja Ja Ja
Jakhals (zie RP 104) Pv Ja Ja Ja
Jan Danielszoon van de Rijn (zie G 2) Tb Ja Ja Ja
Jan Haring (eerst: III(2)) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
Jan Pieterszoon Coen Ja Nee
Jan Spanjaard, stoomloodsvaartuig Ds Nee Nee Ja 4960-4977
Jan van Amstel Mv Ja Ja Nee
Jan van Brakel Ml Nee Ja Ja 2909-2931
Jan van Gelder Mv Ja Ja Ja 3119-3125
Janssens Ja Nee
Jantik Ja Nee
Janus Ja Nee
Jason Fr Nee Ja Ja 115-119
Jason Ja Nee
Jason (later: Phoenix, daarna: Koningin) Fr Nee Nee Ja 120-121
Jasper Leynsen (eerst: XXI(2) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
Java Kv Nee Ja Ja 212
Java Ds Nee Ja Ja 932-949
Java S4 Nee Ja Ja 828-832
Java Kr Ja Ja Ja 3527-3565
Java Fr Nee Ja Nee
Java Dz Nee Ja Nee
Java (I) (1854) Ja Nee
Java (II) (1885) Ja Nee
Javaan Fr Nee Ja Nee
Jean Frederic Ja Nee
Johan de Witt Ls Nee Ja Nee
Johan Maurits van Nassau Kb Nee Ja Ja 1466-1515
Johan Maurits van Nassau Oj Nee Ja Ja 3865-3879
Johan van Brakel (G 1) Tb Ja Ja Nee
Johan Willem Friso S1 Ja Ja Ja 703-712
Johanna Ja Nee
Johanna Anna Dz Nee Ja Nee
John Bramell Ja Nee
Jol P. 888 voor Neptunus Nee Ja 5432
Jol voor onderzeeboten Nee Ja 5434
Jol voor torpedobootjagers Nee Ja 5435-5437
Jol voor Zeilschoener Argus Nee Ja 5433
Josefina (Tan 6) Ja Nee
Jules Ja Nee
Juno Fr Nee Nee Ja 122
Juno Kv Nee Ja Ja 213-224
Juno (Tan 2) Ja Nee
Jupiter (eerst: linieschip Zeeuw) Db Nee Ja Ja 380-381
Jupiter (later: Kortenaer II) Ls Nee Ja Ja 24-31
K 1 Kb Ja Ja Nee
K 1 (Michiel Gardeyn) Tb Ja Ja Nee
K 2 Kb Ja Ja Nee
K 2 (Cristiaan Cornelis) Tb Ja Ja Nee
K 3 (zie Van Speyck) Kb Ja Ja Ja
K 3 (zie Willem Warmont) Tb Ja Ja Ja 1778-1785
K I Ob Nee Ja Ja 2128-2138
K II Ob Ja Ja Ja 2139-2158, 2159-2174
K III Ob Ja Ja Ja 2175-2183
K IV Ob Ja Ja Ja 2184-2188
K IX Ob Ja Ja Ja 2199-2201
K V Ob Ja Ja Ja 2159-2174, 2189-2192
K VI Ob Ja Ja Ja 2193-2195
K VII Ob Ja Ja Ja 2159-2174
K VIII Ob Ja Ja Ja 2196-2198, 2199-2201
K X Ob Ja Ja Ja 2199-2201, 2202-2211
K XI Ob Ja Ja Ja 2212-2227
K XII Ob Ja Ja Ja 2228-2231
K XIII Ob Ja Ja Ja 2212-2227, 2232-2250
K XIV Ob Ja Ja Ja 2251-2263, 2264-2334
K XIX (zie O 19) Ob Ja Ja Ja
K XV Ob Ja Ja Ja 2264-2334
K XVI Ob Ja Ja Ja 2264-2334
K XVII Ob Ja Ja Ja 2335-2360
K XVIII Ob Ja Ja Ja 2335-2360
K XX (zie O 20) Ob Ja Ja Ja
K XXI (O 21) Ob Ja Ja Nee
K XXII (O 22) Ob Ja Ja Nee
K XXIII (O 23) Ob Ja Ja Nee
K XXIV (zie O 24) Ob Ja Ja Ja
K XXV (O 25) Ob Ja Ja Nee
K XXVI (O 26) Ob Ja Ja Nee
K XXVII (zie O 27) Ob Ja Ja Ja
Kameleon Ja Nee
Kanonneerboten Ds Nee Ja Ja 441-445
Kanonneerboten Ds Nee Nee Ja 446-468
Kanonneerschoeners Sr Nee Ja Ja 354-355
Kanto Maru Ja Nee
Kapoeas I Ja Nee
Kapoeas II Ja Nee
Karel Doorman (I) Vk Nee Ja Nee
Karel Doorman (II) Vk Nee Ja Ja 3190-3233
Kasuaris Ja Nee
Kawi Ja Nee
Kediri Ja Nee
Kedirie Ja Nee
Keeten Mm Ja Ja Ja 3185-3186
Kemphaan Sr Nee Ja Nee
Kemphaan Br Nee Ja Nee
Kemphaan (MTB 202) Tm Ja Ja Nee
Kenau Hasselaar (zie Diana) Fr Nee Ja Ja
Ketty Dz Nee Ja Nee
Kiellichter Ds Nee Nee Ja 4572
Kiellichter voor Hellevoetsluis Ds Nee Nee Ja 4573
Kijkduin S4 Ja Ja Nee
Kijkduin Kr Nee Ja Nee
Kinta Ja Nee
Kleine loodsjol Nee Ja 5438-5439
Kleine loodsjol van 5.25 m voor stoomloodsvaartuigen Nee Ja 5440
Knorhaan Sr Nee Ja Nee
Koerier Dz Nee Ja Nee
Koerier (I) Br Nee Ja Nee
Koerier (II) Br Nee Ja Ja 310-311
Koetei S4 Ja Ja Ja 833-834
Koetei Ja Nee
Kolenvaartuig Ds Nee Nee Ja 4574
Kombuizen Nee Ja 5941-5950
Komeet Kv Nee Ja Ja 225-226
Koning der Nederlanden Ps Nee Ja Ja 1152-1157
Koning der Nederlanden (zie Neptunus) Ls Nee Ja Ja
Koningin der Nederlanden (zie Kortenaer) Ls Nee Ja Ja 32
Koningin Emma (1934) (Hulpmijnenlegger II) Ja Nee
Koningin Emma (1939) Ja Nee
Koningin Emma der Nederlanden S1 Ja Ja Ja 713-733
Koningin Regentes Ps Ja Ja Ja 1158-1159
Koningin Sophia Ja Nee
Koningin Wilhelmina der Nederlanden Pds Nee Ja Ja 1241-1251
Koninklijke Hollander (zie Prins) Ls Nee Ja Ja
Kopjacht Ds Nee Nee Ja 469-470
Kopsloep Nee Ja 5584
Korenlichter Ds Nee Nee Ja 471-472
Kortenaer Ps Ja Ja Nee
Kortenaer (1819) Ls Nee Ja Nee
Kortenaer (1825) Ls Nee Ja Nee
Kortenaer (1881) S1 Ja Ja Nee
Kortenaer (1883) S1 Ja Ja Nee
Kortenaer (I) Tj Ja Ja Ja 1882-1883
Kortenaer (II) Tj Ja Ja Ja 1977-1983
Kortenaer (later: Koningin der Nederlanden) Ls Nee Ja Ja 32
Kosmopoliet Ja Nee
Kotters Ds Nee Nee Ja 473-474
Kozak Br Nee Ja Nee
KPT-5, motorboot Nee Ja 5462-5469
Krakatau Tb Ja Ja Nee
Krakatau Ml Nee Ja Nee
Kraus Ja Nee
Krawang Ja Nee
Krekel Sr Nee Ja Nee
Krokodil Mo Ja Ja Ja 1323-1325
Krokodil Sr Nee Ja Nee
Krokodil Tb Ja Ja Nee
Krokodil Ja Nee
Kroonprins der Nederlanden Ja Nee
Kruisboten Ja Nee
Kwartel Ja Ja 5156-5169
Kwartel Ja Nee
L 9501 Lv Ja Ja Ja 4234
L 9502 Lv Ja Ja Ja
L 9503 Lv Ja Ja Ja
L 9504 Lv Ja Ja Ja
L 9505 Lv Ja Ja Ja
L 9506 Lv Ja Ja Ja
L 9507 Lv Ja Ja Ja
L 9508 Lv Ja Ja Ja
L 9509 Lv Ja Ja Ja
L 9510 Lv Ja Ja Ja
L 9510 (I) Lv Nee Ja Nee
L 9510 (II) Lv Nee Ja Nee
L 9511 Lv Ja Ja Ja
L 9512 Lv Ja Ja Ja
L 9513 Lv Ja Ja Ja
L 9514 Lv Ja Ja Ja
L 9515 Lv Ja Ja Ja
L 9515 (I) Lv Nee Ja Nee
L 9515 (II) Lv Nee Ja Nee
L 9516 Lv Ja Ja Ja 4234
L 9516 (I) Lv Nee Ja Nee
L 9516 (II) Lv Nee Ja Nee
L 9521 Lv Ja Ja Ja 4235-4249
L 9522 Lv Ja Ja Ja
L 9523 Lv Ja Ja Ja
L 9524 Lv Ja Ja Ja
L 9525 Lv Ja Ja Ja
L 9526 Lv Ja Ja Ja 4235-4249
L 9531 Lv Ja Ja Ja 4250-4269
L 9532 Lv Ja Ja Ja
L 9533 Lv Ja Ja Ja
L 9534 Lv Ja Ja Ja
L 9535 Lv Ja Ja Ja
L 9536 Lv Ja Ja Ja
L 9537 Lv Ja Ja Ja 4250-4269
L 9601 Lv Ja Ja Nee
L 9602 Lv Ja Ja Nee
L 9603 Lv Ja Ja Nee
L 9604 Lv Ja Ja Nee
L 9605 Lv Ja Ja Nee
L 9606 Lv Ja Ja Nee
L 9607 Lv Ja Ja Ja 4270-4276
L 9607 (I) Lv Ja Ja Nee
L 9607 (II) Lv Ja Ja Nee
L 9608 Lv Ja Ja Ja 4270-4276
L 9608 (I) Lv Ja Ja Nee
L 9608 (II) Lv Ja Ja Nee
L 9609 (I) Lv Ja Ja Nee
L 9609 (II) Lv Nee Ja Nee
L 9610 Lv Ja Ja Nee
L 9611 Lv Ja Ja Nee
L 9612 Lv Ja Ja Nee
L 9661 Lv Ja Ja Nee
L 9662 Lv Ja Ja Ja 4277
L 9665 Lv Ja Ja Nee
Lacomblé Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Laman de Vries Ja Nee
Lamongan Tb Ja Ja Ja 1740-1742
Lanceerschijf voor torpedo's Nee Ja 6007-6008
Lanceervlot voor vistorpedo's Nee Ja 6009-6010
Lansier Br Nee Ja Ja 312-315
Lastdrager, tjalk Ds Nee Nee Ja 475
Laurens Koster Rs Nee Ja Nee
Lauwerszee (BV 39) Ja Nee
Lawoe Ja Nee
LCT 0345 Lv Ja Ja Nee
LCT 0411 Lv Ja Ja Nee
LCT 0456 Lv Ja Ja Nee
LCT 0562 Lv Nee Ja Nee
LCT 0781 Lv Nee Ja Nee
LCT 1000 Lv Ja Ja Nee
LCT 1128 Lv Nee Ja Nee
LCT 1130 Lv Ja Ja Nee
LCT 1136 Lv Nee Ja Nee
LCT 7031 Lv Nee Ja Nee
LCT 7033 Lv Nee Ja Nee
LCT 7037 Lv Ja Ja Nee
LCT 7048 Lv Ja Ja Nee
LCT 7052 Lv Ja Ja Nee
LCT 7053 Lv Ja Ja Nee
LCT 7093 Lv Ja Ja Nee
LCT 7100 Lv Ja Ja Nee
LCT 7118 Lv Nee Ja Nee
LCT 7121 Lv Nee Ja Nee
LCT 7122 Lv Nee Ja Nee
LCT 7125 Lv Nee Ja Nee
Le Maire Ja Nee
Leersum Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Leeuw Ds Nee Ja Ja 4575
Leeuw (RP 116) Pv Ja Ja Nee
Leeuwarden S1 Ja Ja Ja 734
Leeuwarden S2 Nee Ja Nee
Leeuwenhorst Ls Nee Nee Ja 33
Leijderdorp Fr Nee Nee Ja 123
Leije Kv Nee Ja Nee
Lek Fr Nee Ja Nee
Leo Ja Nee
Leonora Ja Nee
Lex Sb Nee Ja Nee
Lex Ja Nee
Libra Ja Nee
Lichter ponton Ds Nee Nee Ja 4576
Limburg Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Limburgia Ja Nee
Linge S4 Ja Ja Nee
Lisse Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Lochem Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Lombok S4 Ja Ja Nee
Loodsboot Ds Nee Nee Ja 476
Loodskotter no. 3 Ja Nee
Loodskotters Ds Nee Ja Ja 477-482
Loodsrinkelaar Ds Nee Nee Ja 483-485
Loodsschokkers Ds Nee Nee Ja 486-487
Los Kb Ja Ja Ja 1341-1342
Louise Ja Nee
LST I (Albatros) Ja Nee
LST II (Pelikaan) Ja Nee
LST III Ja Nee
LST IV Ja Nee
LST V (Woendi) Ja Nee
LT 001 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 002 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 003 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 004 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 005 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 006 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 007 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 008 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 009 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 010 Lv Ja Ja Ja 4278-4283
LT 101 Lv Ja Ja Nee
LT 102 Lv Ja Ja Nee
LT 103 Lv Ja Ja Nee
LT 104 Lv Ja Ja Nee
LT 105 Lv Ja Ja Nee
LT 106 Lv Ja Ja Nee
LT 107 Lv Nee Ja Nee
LT 108 Lv Nee Ja Nee
LT 109 Lv Nee Ja Nee
LU 001 Lv Nee Ja Nee
LU 002 Lv Nee Ja Nee
LU 101 Lv Nee Ja Nee
LU 102 Lv Ja Ja Nee
LU 103 Lv Ja Ja Nee
LU 104 Lv Ja Ja Nee
LU 105 Lv Ja Ja Nee
LU 106 Lv Ja Ja Nee
LU 107 Lv Ja Ja Nee
LU 108 Lv Ja Ja Nee
LU 109 Lv Ja Ja Nee
LU 110 Lv Ja Ja Nee
LU 111 Lv Ja Ja Nee
LU 112 Lv Ja Ja Nee
LU 113 Lv Ja Ja Nee
LU 114 Lv Ja Ja Nee
Lucifer Ja Nee
Luctor et Emergo Ob Nee Ja Nee
Luctor et Emergo Ja Nee
Luipaard Mo Ja Ja Ja 1326-1329
Luipaard (RP 114) Pv Ja Ja Nee
Luitenant Generaal van Swieten Ja Nee
Luymes Op Ja Ja Ja 4341-4374
Luymes Ds Nee Ja Nee
Lynx Kv Nee Ja Ja 227-228, 258-259
Lynx Tj Ja Ja Ja 1984-1999
Lynx Fr Nee Ja Ja 3913-3960
Lynx Kb Nee Ja Ja 1341-1342
Lynx Br Nee Ja Nee
Lynx (RP 102) Pv Ja Ja Nee
M 001 Mv Nee Ja Nee
M 002 Mv Nee Ja Nee
M 002 Ds Nee Ja Nee
M 003 Mv Ja Ja Nee
M 004 Mv Ja Ja Nee
M 01 Ob Nee Ja Ja 2361-2369
M 010 Ds Nee Ja Nee
M 021 Nee Ja
M 022 Nee Ja
M 025 Nee Ja
M 073 Nee Ja
M 073 Ds Nee Ja Nee
M 074 Nee Ja
M 074 Ds Nee Ja Nee
M 106 Tb Nee Nee Ja 1743-1746
M 107 Tb Nee Nee Ja
M 108 Tb Nee Nee Ja
M 109 Tb Nee Nee Ja
M 110 Tb Nee Nee Ja
M 111 Tb Nee Nee Ja
M 112 Tb Nee Nee Ja
M 113 Tb Nee Nee Ja 1743-1746
Maas en Waal S4 Ja Ja Nee
Maas I (eerst: La Meuse) Fr Nee Ja Ja 124
Maas II Fr Nee Ja Nee
Macoma Ja Nee
Maddoloni Ja Nee
Madura S4 Ja Ja Ja 835
Mahu Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Makassar Br Nee Ja Ja 316-319
Makassar I Ja Nee
Makasser S4 Ja Ja Ja 798
Makjan Tb Ja Ja Ja 1747-1748
Malzwin Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Mampawa (Ben 4) Ja Nee
Man over boord boot Nee Ja 5481
Manokwari Ds Nee Ja Nee
Manokwari Ja Nee
Maras Ja Nee
Mardijck Ja Nee
Margriet Sb Nee Ja Nee
Margriet Ja Nee
Maria Adriana Ja Nee
Maria Elizabeth Ja Nee
Maria R. Ommering Ja Nee
Maria van Hattum Ja Nee
Maria (van) Reigersbergen Fr Nee Ja Ja 125
Marianne Ja Nee
Marie Ja Nee
Marijcke Pia Ds Nee Ja Nee
Marijcke Pia Ja Nee
Marinetankboot I Ds Nee Ja Ja 4577-4587
Marion Ja Nee
Markab Ds Nee Nee Ja 4934-4955
Marken (I) Mm Ja Ja Nee
Marken (II) Mm Ja Ja Nee
Marnix S2 Nee Ja Ja 747-749
Marnix Tj Nee Ja Ja 2000-2023
Mars Vd Nee Ja Nee
Mars Ja Nee
Marsdiep Mm Ja Ja Nee
Marten Harpertsz. Tromp Ps Nee Ja Ja 1160-1187
Marter (RP 111) Pv Ja Ja Nee
Mastgat Mm Ja Ja Ja 3185-3186
Matador Mo Nee Ja Ja 1330
Matador Ps Nee Ja Nee
Mataram S4 Ja Ja Ja 836-838
Max Cluer Ja Nee
Mecklenburg Ja Nee
Medan Ds Nee Ja Nee
Medan Ja Nee
Medusa Ml Ja Ja Ja 2932-2956
Medusa Ds Nee Ja Ja 950-962
Medusa (I) Kv Nee Ja Ja 229
Medusa (II) (1827) Kv Nee Ja Nee
Medusa (III) (1838) Kv Nee Ja Nee
Meermin Br Nee Ja Ja 320
Melampus Fr Nee Ja Ja 126-127
Melbedir Ja Nee
Melvill van Carnbee Op Nee Ja Nee
Meppel Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Merak Ja Nee
Merapi Ja Nee
Merapi (I) Rs Nee Ja Ja 547-553
Merapi (II) Rs Nee Ja Ja 577
Merbaboe Ja Nee
Mercuur Ds Nee Ja Ja 963-968
Mercuur (1887) Ds Nee Ja Nee
Mercuur (1935) Ds Nee Ja Nee
Mercuur (I) (Torpedowerkschip) Ds Nee Ja Ja 4588-4598
Mercuur (II) (torpedowerkschip), (eerst: oceaanmijnenveger Onverschrokken) Ds Nee Ja Ja 4599-4608
Merel Ja Ja 5170-5174
Merel Ja Nee
Merkuur (I) (1816) Br Nee Ja Nee
Merkuur (II) (1830) Br Nee Ja Nee
Meroendoeng Ja Nee
Merva Rv Ja Ja Nee
Merwede Tr Nee Ja Ja 407-408
Metalen Kruis S1 Ja Ja Nee
Metje Cornelia Ja Nee
Meyndert Jentjes (G 3) Tb Ja Ja Nee
MGB 046 (Panter) Km Nee Ja Nee
MGB 114 Km Nee Ja Nee
Michiel Gardeyn (K 1) Tb Ja Ja Nee
Mico Ja Nee
Middelburg Tr Nee Ja Nee
Mies Ja Nee
Mijdrecht Ja Nee
Mijnenlegger I Ml Nee Ja Nee
Mijnenveegboten I t/m IV Mm Ja Ja Nee
Mijnenveegboten V t/m XII Mm Ja Ja Nee
Mijnenveegsloep 1952 Nee Ja 5596-5598
Minerva Fr Nee Ja Nee
Minjak (Ben 1) Ja Nee
Minjak Tanah Ja Nee
Minotaurus Tb Ja Ja Ja 1749-1758
ML 161 Ds Nee Ja Nee
ML 162 Ds Nee Ja Nee
ML 164 Ds Nee Ja Nee
ML 260 Ds Nee Ja Nee
Moeara Boelian Ja Nee
Moerdijk Ja Nee
Moesi (Ben 2) Ja Nee
Montrado Ds Nee Ja Ja 969-972
Morotai Mv Ja Ja Nee
Mosa Rv Ja Ja Nee
Motorafhaalboot loodswezen te Vlissingen Ds Nee Nee Ja 4978-4982
Motorboot Kil Nee Ja 5471-5472
Motorboot pontonniers Nee Ja 5473-5477
Motorboten Nee Ja 5478-5480
Motorjol 20' voor het loodswezen Nee Ja 5441-5444
Motorbetonningsvaartuig voor de Wielingen, (eerst: logger "Oceaan-klasse" ) Ds Nee Nee Ja 4983-4986
Motorloodsboot no. 1 Ja Ja 4880-4924
Motorloodsboot no. 1 Ja Nee
Motorschouw, 10.90 m Nee Ja 5508-5515
Motorsleepboot onderzeedienst ( RC 22, Y 867, Y 8236, WM 2-0002 ) Sb Nee Nee Ja 4417-4427
Motorsloep 20' Nee Ja 5599-5602
Motorsloep 23' Nee Ja 5603-5607
Motorsloep 23', torpedobootjagers 1937-1938 Nee Ja 5608
Motorsloep 25' Nee Ja 5609-5634
Motorsloep 25' voor Tjerk Hiddes Nee Ja 5635-5641
Motorsloep 28' Nee Ja 5642-5663
Motorsloep 28' voor Sirius en Wega Nee Ja 5664-5665
Motorsloep 30' Nee Ja 5666-5669
Motorsloep 30', M6 en M7, voor Hydrografie Nee Ja 5670-5671
Motorsloep 35' Nee Ja 5672-5681
Motorsloep, 6 M, Bolnes Nee Ja 5693
Motorsloep voor kruiser De Ruiter Nee Ja 5682-5685
Motorspuitvaartuig directie Willemsoord Ds Nee Nee Ja 4609-4616
Motorvlet 25' Nee Ja 5867-5872
Motorvlet, 5,25 m Nee Ja 5874-5875
Motorvlet, 6.05 m Nee Ja 5876-5877
Motorvlet, 7 m Nee Ja 5878-5880
Motorvlet voor de Jan van Brakel Nee Ja 5873
Motorwerksloep Nee Ja 5694
Motorwhaleboat 26' Nee Ja 5895-5897
MRB 50 Ds Nee Ja Nee
MTB 202 (Kemphaan) Tm Ja Ja Nee
MTB 203 (Arend) Tm Ja Ja Nee
MTB 204 (Valk) Tm Ja Ja Nee
MTB 222 (Sperwer) (I) Tm Ja Ja Nee
MTB 229 (Gier) Tm Ja Ja Nee
MTB 231 (Stormvogel) Tm Ja Ja Nee
MTB 235 (Sperwer) (II) Tm Ja Ja Nee
MTB 236 (Havik) Tm Ja Ja Nee
MTB 240 (Buizerd) Tm Ja Ja Nee
MTB 418 Tm Ja Ja Nee
MTB 432 Tm Ja Ja Nee
MTB 433 Tm Ja Ja Nee
MTB 436 Tm Ja Ja Nee
MTB 437 Tm Ja Ja Nee
MTB 453 Tm Ja Ja Nee
Mug Br Nee Ja Nee
Mulan Ja Nee
Naaldwijk Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Naaldwijk Ja Nee
Naarden Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Nassau (eerst: Charlemagne) Ls Nee Ja Ja 34
Nautilus Ml Nee Ja Ja 2957-2985
Nautilus Dz Nee Ja Nee
Nautilus (brik) Ja Nee
Nautilus (kotter) Ja Nee
Nehalennia Kv Nee Ja Ja 230
Nelly Ja Nee
Neptunus S1 Nee Ja Nee
Neptunus Ds Nee Ja Nee
Neptunus (eerst: linieschip Neptunus, later: Koning der Nederlanden) Db Nee Ja Ja 382-393
Neptunus (eerst: Tilsit) Ls Nee Ja Ja 35
Neptunus (I) (1810) Ls Nee Ja Nee
Neptunus (II) (1821) Ls Nee Ja Nee
Neptunus (later: Koning der Nederlanden, daarna: drijvende batterij Neptunus) Ls Nee Ja Ja 36-43
Nestor Ja Nee
Netpoortschip Ds Nee Ja Ja 4617-4618
Nias S4 Ja Ja Ja 839-840
Nias Ja Nee
Nickerie Dz Nee Ja Nee
Nimrod Kb Nee Ja Nee
Niobe Ja Nee
Njord Kb Ja Ja Ja 1337-1340
No. 1 Rs Nee Ja Nee
No. 1 Kb Nee Ja Nee
No. 3 Kb Nee Ja Nee
Nobo Tb Ja Ja Ja 1759-1767
Noord-Brabant Pds Ja Ja Ja 1252-1282
Noord-Brabant Oj Ja Ja Ja 3632-3792
Noord-Holland Ja Nee
Noordsvaarder Ja Nee
Noordwijk Ja Nee
Noordzee (BV 34) Ja Nee
Notre Dame de France Ja Nee
O 01 Ob Nee Ja Ja 2370-2389
O 02 Ob Ja Ja Ja 2390-2392
O 03 Ob Ja Ja Nee
O 04 Ob Ja Ja Ja 2393-2403
O 05 Ob Ja Ja Nee
O 06 Ob Nee Ja Ja 2404-2420
O 07 Ob Nee Ja Ja 2421-2436
O 08 Ob Nee Ja Ja 2437-2446
O 09 Ob Ja Ja Ja 2447-2466, 2467-2502
O 10 Ob Ja Ja Ja 2503-2517
O 11 Ob Ja Ja Ja 2467-2502
O 12 Ob Ja Ja Ja 2518-2585
O 13 Ob Ja Ja Ja 2520-2588
O 14 Ob Ja Ja Ja 2520-2596
O 15 Ob Ja Ja Ja 2597-2645
O 16 Ob Nee Ja Ja 2646-2704
O 19 Ob Ja Ja Ja 2705-2740
O 20 Ob Ja Ja Ja 2719-2747
O 21 Ob Ja Ja Nee
O 22 Ob Ja Ja Nee
O 23 Ob Ja Ja Nee
O 24 Ob Ja Ja Ja 2748
O 25 Ob Ja Ja Nee
O 26 Ob Ja Ja Nee
O 27 (eerst: UD 5) Ob Ja Ja Ja 2749-2753
Oceaan (BV 4) Ja Nee
Oenarang Rs Nee Ja Nee
OJR 1 Oj Ja Ja Nee
OJR 2 Oj Ja Ja Nee
OJR 3 Oj Ja Ja Nee
OJR 4 Oj Ja Ja Nee
OJR 5 Oj Ja Ja Nee
OJR 6 Oj Ja Ja Nee
Oldenbarnevelt Ls Nee Nee Ja 44
Olietankboot Ds Nee Nee Ja 4619-4624
Olifant (eerst: fregat Prins Hendrik der Nederlanden) Db Nee Ja Ja 394-396
Olifant, olielichter Ds Nee Nee Ja 4625-4626
Ommen Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Onbevreesd Omv Ja Ja Nee
Onderdelen, benodigd voor de bouw van linieschepen, fregatten, korvetten, schoeners, Ds Nee Nee Ja 488-489
Onderzeeboot I Ob Nee Ja Nee
Onderzeeboot II Ob Nee Ja Nee
Onderzeeboot III Ob Nee Ja Nee
Onderzeeboot IV Ob Nee Ja Nee
Onderzeeboot V Ob Nee Ja Nee
Onderzeebootjagers I t/m VI Oj Nee Ja Nee
Onrust (1860) Rs Nee Ja Nee
Onrust (I) Rs Nee Ja Ja 578-581
Ontwerp-project torpedovaartuig Tb Nee Nee Ja
Ontwerpen Ls Nee Nee Ja
Ontwerpen Fr Nee Nee Ja
Ontwerpen Kv Nee Nee Ja
Ontwerpen Br Nee Nee Ja
Ontwerpen S1 Nee Nee Ja
Ontwerpen 1937-1938 (later: O 21 - O 27) Ob Ja Ja Ja 2754-2865
Ontwerpen 1959 Lv Nee Ja Ja
Ontwerpen, niet gebouwd Pv Nee Ja Ja
Ontwerpen, (vermoedelijk de Onrust II) Rs Nee Nee Ja 524-525
Onverdroten Omv Ja Ja Nee
Onvermoeid Omv Ja Ja Nee
Onversaagd Omv Ja Ja Nee
Onverschrokken (zie Mercuur (II)) Omv Ja Ja Ja
Onvervaard Omv Ja Ja Nee
Oosterschelde Mm Ja Ja Nee
Oosterschelde Ja Nee
Oostzee (BV 40) Ja Nee
Op ten Noort Ja Nee
Ophir Tb Ja Ja Nee
Opnemingssloep Nee Ja 5695-5699
Oranje Ja Nee
Oranje Nassau Ja Nee
Ordonnans Ja Nee
Orestes Rs Nee Ja Nee
Orion Ja Nee
Orkaan Sb Nee Ja Ja 4428-4437
Orkaan (eerst: fregat Prinses Sophia) Db Nee Ja Ja 397-403
OS I (Italië) Ja Nee
OS II (Spitsbergen) Ja Nee
Osiris Ja Nee
Otter (RP 108) Pv Ja Ja Nee
Oude droogdok voor onderzeeboten Nee Ja 6011
Overflakkee Mm Ja Ja Nee
Overijssel Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Overijssel Ja Nee
Overzicht (Geldt voor K I - K XVIII, O 1 - O 15 en M 1) Ob Ja Ja 2866-2867
P 01 Pv Ja Ja Nee
P 02 Pv Ja Ja Nee
P 03 Pv Ja Ja Nee
P 04 Pv Ja Ja Nee
P 05 Pv Ja Ja Ja
P 06 Pv Ja Ja Ja
P 07 Pv Ja Ja Ja
P 08 Pv Ja Ja Ja
P 09 Pv Ja Ja Ja
P 10 Pv Ja Ja Ja
P 11 Pv Ja Ja Ja
P 12 Pv Ja Ja Ja
P 13 Pv Ja Ja Ja
P 14 Pv Ja Ja Ja
P 15 Pv Ja Ja Ja
P 16 Pv Ja Ja Ja
P 17 Pv Ja Ja Ja
P 18 Pv Ja Ja Ja
P 19 Pv Ja Ja Ja
P 20 Pv Ja Ja Ja
P 21 Pv Ja Ja Ja
P 22 Pv Ja Ja Ja 4223-4225
P 23 Pv Ja Ja Nee
P 37 Ja Nee
P 38 Ja Nee
P 39 Ja Nee
P 40 Ja Nee
P 821 Pv Ja Ja Nee
P 822 Pv Ja Ja Nee
P 823 Pv Ja Ja Nee
P 824 Pv Ja Ja Nee
P 825 Pv Ja Ja Nee
P 851 Pv Ja Ja Nee
P 852 Pv Ja Ja Nee
P 853 Pv Ja Ja Nee
P 854 Pv Ja Ja Nee
P 861 (zie RI 1) Pv Ja Ja Ja
P 862 (zie RI 2) Pv Ja Ja Ja
P 884 Pv Nee Ja Nee
Padang S4 Ja Ja Ja 841
Padang Br Nee Ja Nee
Paets van Troostwijk Ds Nee Ja Ja 4627-4630
Palembang Fr Nee Ja Ja 128-133
Palembang S4 Ja Ja Ja 842
Pallas (I) Kv Nee Ja Ja 231-233
Pallas (II) Kv Nee Ja Ja 234
Pandora Br Nee Ja Nee
Pangrango Tb Ja Ja Nee
Panter Tj Ja Ja Ja 2024-2025
Panter Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Panter Br Nee Ja Nee
Panter Mo Ja Ja Nee
Panter (ex) Mo Nee Ja Nee
Panter (MGB 46) Km Nee Ja Nee
Panter (RP 105) Pv Ja Ja Nee
Panter (zie Mastgat) Mm Ja Ja Ja
Paravane's, type B IV, C IV en M V Nee Ja 5951-5955
Paula (Tan 1) Ja Nee
Paviljoensjachten Ds Nee Nee Ja 490-491
Pegasus Sr Nee Nee Ja 356-357
Pegasus Br Nee Ja Nee
Pehe Ja Nee
Pekschouw Ds Nee Nee Ja 492-493
Pelikaan Br Nee Ja Nee
Pelikaan (1891) Ja ja 5090-5097
Pelikaan (1944) (LST II) Ja Nee
Pelikaan (I) Ds Nee Ja Ja 4631-4658
Pelikaan (II) Ds Nee Ja Ja 4659-4681
Pendopo (Tan 4) Ja Nee
Peta Ja Nee
Peter Caland Ja Nee
Petronella (Tan 8) Ja Nee
Petrus Ds Nee Ja Nee
Petrus Ja Nee
Pharus Ja Ja 5175-5183
Pharus Ja Nee
Philips van Almonde Tj Ja Ja Ja 1919-1972
Philips van Marnix Ja Nee
Phoenix Rs Nee Ja Ja 582-588
Phoenix (Engels) Rs Nee Ja Ja 589
Pief Ja Nee
Piet Ja Nee
Piet Hein Ps Ja Ja Ja 1188-1207
Piet Hein Ls Nee Ja Nee
Piet Hein S1 Nee Ja Nee
Piet Hein (I) Tj Ja Ja Ja 1882-1883
Piet Hein (II) Tj Ja Ja Ja 2026-2031
Pieter Constant (zie G 6) Tb Ja Ja Ja
Pieter de Bitter Mv Ja Ja Nee
Pieter Florisz Mv Ja Ja Ja 3164-3168
Pieter Floriszoon (Schout bij Nacht) Sr Nee Ja Nee
Pijl Ds Nee Ja Ja 973-975
Pijl Br Nee Ja Nee
Pijl (I) Br Nee Nee Ja 321
Pijl (II) Br Nee Ja Ja 322
Pionier Ja Nee
Plancius Ja Nee
Plannen Op Nee Ja Ja 4284-4292
Platbodemvaartuig Ds Nee Nee Ja 494
Pluto Rs Nee Ja Nee
Poema (RP 117) Pv Ja Ja Nee
Pollux Kv Nee Ja Ja 235
Pollux Ja Ja 5184-5199
Pollux Vd Nee Ja Nee
Pollux Br Nee Ja Nee
Pollux Ja Nee
Polyester loodsjol, klein Nee Ja 5445-5446
Polyester motorloodsjol Nee Ja 5447-5448
Polyester motorschouw Nee Ja 5516-5533
Polyester motorsloep Nee Ja 5700-5724
Polyesterboot voor aanhangmotor Nee Ja 5911-5912
Pompen Nee Ja 5960-5965
Pontianak S4 Ja Ja Nee
Pontons voor de buitenhaven van Vlissingen Nee Ja 6012-6020
Poolster Ds Nee Ja Ja 4682-4684
Poolster Ja Nee
Poolzee Ja Nee
Postiljon Br Nee Ja Nee
Potvis (O 34) Ob Ja Ja Ja 2049-2127
Prins Alexander der Nederlanden Fr Nee Ja Nee
Prins Alexander der Nederlanden Ja Nee
Prins Bluecher Ja Nee
Prins, (eerst: Wreker, Koninklijke Hollander, Kroonprins) Ls Nee Ja Ja 51-55
Prins Frederik der Nederlanden, (later: drijvende batterij Salamander) Fr Nee Ja Ja 134-145
Prins Frederik (eerst: Cesar) Ls Nee Ja Ja 34
Prins Hendrik Ja Nee
Prins Hendrik der Nederlanden Fr Nee Ja Ja 146-152
Prins Hendrik der Nederlanden Ps Nee Ja Ja 1208-1210
Prins Maurits der Nederlanden (eerst: Atalante) Kv Nee Ja Ja 236-239
Prins Maurits (later: de Dappere) Ls Nee Nee Ja 45
Prins van Oranje Ml Ja Ja Ja 2883-2899
Prins van Oranje, (eerst: Auguste) Ls Nee Ja Ja 50
Prins van Oranje (zie Waal) Fr Nee Ja Ja
Prins Willem Ls Nee Nee Ja 46
Prins Willem De Eerste (eerst: La Couronne) Ls Nee Ja Ja 47-49
Prins Willem Frederik Hendrik Tr Nee Ja Nee
Prins Willem I (Hulpmijnenlegger I) Ja Nee
Prinses Amelia Db Nee Nee Ja 404
Prinses Amelia Ds Nee Ja Ja 976-977
Prinses Beatrix Ja Nee
Prinses Juliana (1920) Ja Nee
Prinses Juliana (1932) Ja Nee
Prinses Maria S3 Ja Ja Ja 764-770
Prinses Sophia (later: drijvende batterij Orkaan) Fr Nee Ja Ja 153-157
Prinses Wilhelmina der Nederlanden Pds Nee Ja Nee
Pro Patria Vd Nee Ja Ja 362-365
Pro Patria Ml Nee Ja Nee
Proeftekening, behorende bij de sollicitatie van P. Holmes Ds Nee Ja Ja 495
Propgatafsluiting lichte vaartuigen Nee Ja 5913
Proserpina Kv Nee Ja Ja 240-242
Provintie Utrecht Ls Nee Nee Ja 56
Putten Mm Ja Ja Nee
Pylades Rs Nee Ja Ja 590
Pylades Br Nee Ja Nee
Python Tb Ja Ja Ja 1749-1758
Queen Wilhelmina Oj Nee Ja Ja 3880-3893
R. van Hasselt Ja Nee
Raaf Kb Ja Ja Ja 1380-1382
Raaf Ja Ja 5200-5205
Raaf Ja Nee
Raderstoomschip 3e klasse, ontwerp Rs Nee Ja Ja 529-531
Raderstoomschip 3e klasse, type Sumatra, ontwerp Rs Nee Ja Ja 532-535
Raderstoomschip met vijf masten, ontwerp Rs Nee Nee Ja 519
Radja Basa Ja Nee
Ram Ja Nee
Rayah Ja Nee
RC 57 Ds Nee Ja Nee
RC 58 Ds Nee Ja Nee
RC II Ds Nee Ja Nee
Reddingboot Nee Ja 5482-5484
Reddingboot C Nee Ja 5485-5486
Reddingboot C 1 Nee Ja 5487-5492
Reddingboot C 2 Nee Ja 5493-5496
Reddingboot der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij op Terschelling Nee Ja 5497
Reddingboot klein model voor Dolfijn Nee Ja 5498
Regulus Ja Nee
Reiger (I) (1888) Ja Nee
Reiger (II) (1930) Ja Nee
Reinier Claeszen Mo Nee Ja Ja 1331-1332
Reinier Claeszen S3 Ja Ja Nee
Rembang Br Nee Ja Nee
Reteh S3 Ja Ja Ja 771-777
Reynst (Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Rhenen Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Rhenus Rv Ja Ja Nee
Rhijn Fr Nee Nee Ja 158-160
RI 001, (eerst: P 861) Ds Nee Ja Ja 4685
RI 002, (eerst: P 862) Ds Nee Ja Ja 4686
RI 150 Ds Nee Ja Nee
RI 151 Ds Nee Ja Nee
RI 152 (Irene) Ds Nee Ja Nee
RI 153 (Venus) Ds Nee Ja Nee
RI 154 (Dolfijn) Ds Nee Ja Nee
RI 155 (Taurus) Ds Nee Ja Nee
RI 156 (Schorpioen) Ds Nee Ja Nee
Rigel Ja Ja 5206-5229
Rigel Ja Nee
Rijn Fr Nee Ja Nee
Rindjani Tb Ja Ja Nee
Rindjani Ja Nee
Rinkelaar voor de hydrografie, ontwerp Ds Nee Ja Ja 496-499
Riouw S4 Ja Ja Nee
Riviermonitor, niet gebouwd Ds Nee Nee Ja 4688
RJ 2 Ds Nee Ja Nee
RK 7 (Y 833), duiksloep Nee Ja 5725-5726
Rob Sr Nee Ja Nee
Roei-jol van 4 riemen Nee Ja 5449-5452
Roei-jol van 5 riemen Nee Ja 5453
Roei-jol van 6 riemen Nee Ja 5454
Roeisloep B I Nee Ja 5727-5729
Roeisloep B II Nee Ja 5730-5732
Roeisloep B III Nee Ja 5733-5736
Roeisloep B IV Nee Ja 5737-5739
Roeisloep B V Nee Ja 5740-5741
Roeivlet, 4,80 m Nee Ja 5881
Roeivlet, 5, 80 m Nee Ja 5884
Roeivlet, 5 m Nee Ja 5882-5883
Roemer Vlack Sr Nee Ja Nee
Roemer Vlacq (zie G 5) Tb Ja Ja Ja
Roer voor sloep BI-BIV Nee Ja 5742-5743
Roermond Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Roggeveen Ja Nee
Rolf Ja Nee
Roode Zee Ja Nee
Roompot Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Rotterdam Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Rotterdam Fr Nee Ja Nee
Rotterdam (1903) (Stoomloodsvaartuig no. 3) Ja Nee
Rotterdam (1916) Ja Nee
Rotterdam (zie Hersteller) Ls Nee Ja Ja
Rozenburg Mm Ja Ja Nee
RP 101 (Vos) Pv Ja Ja Nee
RP 102 (Lynx) Pv Ja Ja Nee
RP 103 (Jaguar) Pv Ja Ja Nee
RP 104 (Jakhals) Pv Ja Ja Nee
RP 104 (Keeten) Mm Ja Ja Nee
RP 105 (Mastgat) Mm Ja Ja Nee
RP 105 (Panter) Pv Ja Ja Nee
RP 106 (Hermelijn) Pv Ja Ja Nee
RP 106 (Zijpe) Mm Ja Ja Nee
RP 107 (Fret) Pv Ja Ja Nee
RP 108 (Otter) Pv Ja Ja Nee
RP 109 (Wolf) Pv Ja Ja Nee
RP 110 (Bever) Pv Ja Ja Nee
RP 111 (Marter) Pv Ja Ja Nee
RP 112 (Wezel) Pv Ja Ja Nee
RP 113 (Dingo) Pv Ja Ja Nee
RP 114 (Luipaard) Pv Ja Ja Nee
RP 115 (Bizon) Pv Ja Ja Nee
RP 116 (Leeuw) Pv Ja Ja Nee
RP 117 (Poema) Pv Ja Ja Nee
RP 118 (Tijger) Pv Ja Ja Nee
RP 119 Pv Ja Ja Nee
RP 120 Pv Ja Ja Nee
RP 121 Pv Ja Ja Nee
RP 122 Pv Ja Ja Nee
RP 123 Pv Ja Ja Nee
RP 124 Pv Ja Ja Nee
RP 125 Pv Ja Ja Nee
RP 126 Pv Ja Ja Nee
RP 127 Pv Ja Ja Nee
RP 128 Pv Ja Ja Nee
RP 129 Pv Ja Ja Nee
RP 130 Pv Ja Ja Nee
RP 131 Pv Ja Ja Nee
RP 132 Pv Ja Ja Nee
RP 133 Pv Ja Ja Nee
RP 134 Pv Ja Ja Nee
RP 135 Pv Ja Ja Nee
RP 136 Pv Ja Ja Nee
RP 138 Pv Ja Ja Nee
RP 139 Pv Ja Ja Nee
RP 141 Pv Ja Ja Nee
RP 142 Pv Ja Ja Nee
RP 144 Pv Ja Ja Nee
RP 145 Pv Ja Ja Nee
RP 146 Pv Ja Ja Nee
RP 147 Pv Ja Ja Nee
RP 153 Pv Ja Ja Nee
RP 201 Pv Ja Ja Nee
RP 202 Pv Ja Ja Nee
RP 203 Pv Ja Ja Nee
RP 204 Pv Ja Ja Nee
RP IX Ja Nee
RP XI Ja Nee
RS 21 Sb Nee Ja Nee
RS 23 Sb Nee Ja Nee
RS 28 Sb Nee Ja Nee
RS 7 Sb Nee Ja Nee
RS 8 Sb Nee Ja Nee
RS 9 (zie Y 8031) Sb Nee Ja Ja
Rupel Fr Nee Ja Nee
RY 1 Ds Nee Ja Nee
RY 2 Ds Nee Ja Ja 4687
S 1 Pv Ja Ja Nee
S 2 Pv Ja Ja Nee
S 3 Pv Ja Ja Nee
S 4 Pv Ja Ja Nee
S 5 Pv Ja Ja Nee
S 6 Pv Ja Ja Nee
S 7 Pv Nee Ja Nee
S 8 Pv Nee Ja Nee
's-Jacob Ja Nee
Sailoos Ja Nee
Salak Ja Nee
Salak (1850) Rs Nee Ja Nee
Salak (1874) Rs Nee Ja Nee
Salamander (zie Prins Hendrik der Nederlanden Db Nee Ja Ja
Samarang (1845) S4 Ja Ja Nee
Samarang (I) S4 Ja Ja Ja 843
Sambas S4 Ja Ja Ja 842
Sambre (1818) Fr Nee Ja Nee
Sambre (1821) Fr Nee Ja Nee
Sampit Ja Nee
Saparoea Br Nee Ja Ja 323-324
Satelliet Dz Nee Ja Nee
Schelde Fr Nee Ja Nee
Schelde (1877) Ja Nee
Schelde (1926) (Eerst BV 1, later BV 37) Ja Nee
Schiermonnikoog Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Schiermonnikoog Dz Nee Ja Nee
Schietschijf Nee Ja 6021-6029
Schildpad Ja Nee
Schokland Mm Ja Ja Nee
Schorpioen Ps Nee Ja Ja 1211-1224
Schorpioen Sr Nee Ja Nee
Schorpioen (RI 156) Ds Nee Ja Nee
Schouten Ja Nee
Schouw gebouwd voor "Slenk", 3.620 m Nee Ja 5534-5535
Schouwen Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Schouwen S4 Ja Ja Nee
Schouwen Ja Nee
Schram (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Schrijver (Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Schuiling Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Schuit met scheprad Ds Nee Nee Ja 500-502
Schulpengat Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Scotland Ja Nee
Scylla Tb Ja Ja Ja 1723-1726
Seahorse Ja Nee
Seine Ja Nee
Semaramis Ja Nee
Semarang Ja Nee
Serdang S4 Ja Ja Ja 844-854
Siak Ja Nee
Siboga S4 Ja Ja Ja 855
Siewa Ja Nee
Sija Ja Nee
Simson Ja Nee
Sindoro Rs Nee Nee Ja 591-592
Sindoro Ja Nee
Sindoro (I) Rs Nee Ja Ja 593-601
Sindoro (II) Rs Ja Ja Ja 602-605
Singkawang Ja Nee
Sint Philipsland Ja Nee
Sirene Br Nee Ja Nee
Sirius Ja Ja 5230-5248
Sirius Ja Nee
Sittard Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Slamat Ds Nee Ja Nee
Slamat Ja Nee
Slamat (1893) Ja Nee
Slamat (1942) Ja Nee
Sleepschijf Nee Ja 6030-6031
Sloep B I, 10 M Nee Ja 5744-5751
Sloep B II, 9 M Nee Ja 5752-5757
Sloep B III, 8 M Nee Ja 5758-5761
Sloep B IV, 7.40 M Nee Ja 5762-5766
Sloep D, 8.50 M Nee Ja 5767-5768
Sloep, lengte 12.192 m Nee Ja 5771-5772
Sloep voor torpedoboten (dingi) Nee Ja 5769-5770
Sloepstrijktoestel Nee Ja 5914-5915
Smak Ds Nee Nee Ja 503
Smederijen Nee Ja 5966-5967
Smeroe Tb Ja Ja Nee
Smeroe Ja Nee
Smeroe (1873) Ja Nee
Smeroe (1941) Ja Nee
Sneek Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Snelheid Br Nee Ja Nee
Snellius Op Ja Ja Ja 4341-4374
Snip Ja Ja 5249-5256
Snip Ja Nee
Soemba Kb Ja Ja Ja 1516-1526
Soembing S3 Nee Ja Ja 778-784
Soembing (I) Rs Nee Ja Ja 593-601
Soembing (II) Rs Ja Ja Ja 602-605
Soemenep Sb Nee Ja Nee
Soemenep Ja Nee
Soengei Rawa Ja Nee
Soerabaja Rs Nee Ja Ja 606-608
Soerabaja S1 Ja Ja Nee
Soerabaja Ds Nee Ja Nee
Soerabaja Ja Nee
Soestdijk S4 Ja Ja Nee
Sommelsdijk S4 Ja Ja Ja 856-857
Sophia Ds Nee Ja Nee
Sophia Ja Nee
Sorido Sb Nee Ja Nee
Sperwer Br Nee Ja Nee
Sperwer Kb Ja Ja Nee
Sperwer Ja Nee
Sperwer I (MTB 222) Tm Ja Ja Nee
Sperwer II (MTB 235) Tm Ja Ja Nee
Speurder Ja Nee
Sphinx Ja Nee
Sphynx Tb Ja Ja Nee
Spion (eerst: Sappeur) Br Nee Ja Ja 325
Spits Ja Ja 5257-5265
Spits Ja Nee
Spitsbergen (OS II) Ja Nee
Sportsloep Nee Ja 5773-5776
Sprinkhaan S3 Nee Ja Nee
Spurt 33, opnemingssloep Nee Ja 5777-5778
St. Eustatius S4 Nee Ja Nee
St. George Ja Nee
Staat van lichte vaartuigen Nee Ja 6044-6045
Stad Antwerpen Ja Nee
Staghouwer (Schout bij Nacht) Sr Nee Ja Nee
Stalen kiellichter Ds Nee Nee Ja 4689-4690
Stalen motorschouw, dwarsspantensysteem, 11.20 m Nee Ja 5536-5546
Staphorst Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Staverman Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Stavoren S4 Ja Ja Nee
Steenkolenvaartuig Ds Nee Nee Ja 4691-4698
Steenwijk Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Stentor (BV 4) Ja Nee
Stern, loodskotter Ds Nee Nee Ja 4987-4993
Steven van der Hagen Ja Nee
Stier Ps Nee Ja Ja 1225-1230
Stoom- en motorsloepen Nee Ja 5779
Stoombarkas Nee Ja 5411-5416
Stoombarkas nr. 6 Nee Ja 5417
Stoombarkas nr. 8 Nee Ja 5418
Stoomjacht voor koning Willem III, niet gebouwd Ds Nee Nee Ja 978-981
Stoomloodsvaartuig no. 01 (Inspecteur Generaal Twent) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 03 (Rotterdam) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 04 (Hellevoetsluis) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 05 (BV 17) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 06 Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 07 (BV 31) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 08 (BV 30) Ja Ja 4925-4929
Stoomloodsvaartuig no. 09 (BV 33) Ja Ja 4925-4929
Stoomloodsvaartuig no. 12 (BV 32) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 14 Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 14 (BV 18) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 16 (BV 19) Ja Nee
Stoomloodsvaartuig no. 19 (BV 19A) Ja Nee
Stoomschip Prins van Oranje Ds Nee Nee Ja 982-985
Stoomschip Willem III Ds Nee Nee Ja 982-985
Stoomschouwbrandspuit Nee Ja 5547-5548
Stoomsloep, 15 M Nee Ja 5801-5802
Stoomsloep, 17 M Nee Ja 5803-5804
Stoomsloep 28' Nee Ja 5780-5781
Stoomsloep 30' Nee Ja 5782-5795
Stoomsloep, 7,62 M Nee Ja 5805-5808
Stoomsloep no. 52 en no. 53, 11.88 M Nee Ja 5796-5800
Stoomvaartuig, ontwerp Rs Nee Nee Ja 521-523
Stormmeeuw (Y 8078), jacht Ds Nee Nee Ja 4699
Stormvogel Ja Nee
Stormvogel (MTB 231) Tm Ja Ja Nee
Stortemelk Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Stortemelk II (BV 6) Ja Nee
Stuyvesant Ja Nee
Sumatra Kv Nee Ja Ja 243-249
Sumatra Rs Ja Ja Ja 609-611
Sumatra Ds Nee Ja Ja 4700-4701
Sumatra Kr Ja Ja Ja 3527-3565
Sumatra Fr Nee Ja Nee
Sumatra Pds Nee Ja Nee
Sumatra Ja Nee
Sumbawa S4 Ja Ja Nee
Sumbawa Ja Nee
Suriname (1876) S4 Ja Ja Nee
Suriname (ex.) (1876) S4 Ja Ja Nee
Suriname (I) Rs Nee Ja Ja 612-613
Suriname (II) Rs Nee Ja Nee
Suus Ja Nee
Sylph Br Nee Ja Nee
Syreen/Sireen Ja Nee
Tabanan Ja Nee
Tagal Ja Nee
Tamako Ja Nee
Tamiang Rs Nee Ja Nee
Tamiang Ja Nee
Tan 1 (Paula) Ja Nee
Tan 2 (Juno) Ja Nee
Tan 3 (Djirak) Ja Nee
Tan 4 (Pendopo) Ja Nee
Tan 5 (Aldegonda) Ja Nee
Tan 6 (Josefina) Ja Nee
Tan 7 (Benakat) Ja Nee
Tan 8 (Petronella) Ja Nee
Tanggamoes Ja Nee
Tangka Tb Ja Ja Nee
Taroena Ja Nee
Tata Ja Nee
Taurus (RI 155) Ds Nee Ja Nee
Tegal Ja Nee
Telegraaf (1861) Ja Nee
Telegraaf (1899) Ja Nee
Tema Ja Nee
Ternate Mv Ja Ja Ja 3169-3171
Ternate Rs Nee Ja Nee
Ternate Br Nee Ja Nee
Ternate Ja Nee
Terschelling I Mm Ja Ja Nee
Terschelling II Mm Ja Ja Nee
Texel Dz Nee Ja Nee
Texel Mm Nee Ja Nee
Texel Ja Nee
Texelstroom Mm Ja Ja Nee
Thames Ja Nee
Tholen Mm Ja Ja Nee
Thor Kb Ja Ja Ja 1362-1363
Thor Vd Nee Ja Nee
Tidore Mv Ja Ja Nee
Tijger Mo Ja Ja Ja 1333-1335
Tijger Br Nee Ja Nee
Tijger (RP 118) Pv Ja Ja Nee
Tijgerhaai Ob Ja Ja Ja 2868-2869
Timor Rs Ja Ja Ja 614-616
Tjantik II Ja Nee
Tjerimai Ja Nee
Tjerk Hiddes Fr Nee Ja Nee
Tjerk Hiddes de Vries (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Tjerk Hiddes I Tj Ja Ja Ja 1919-1972
Tjerk Hiddes (II) Tj Ja Ja Ja 2032-2033
Tjibadak Ja Nee
Tjikarang Ja Nee
Tjinrana Ja Nee
Tjipanas Rs Nee Ja Nee
Tjipanas Ja Nee
TM 04 t/m TM 15 Tm Ja Ja Nee
TM 16 t/m TM 21 Tm Ja Ja Nee
TM 22 t/m TM 33 Tm Ja Ja Nee
TM 51 Tm Ja Ja Nee
TM 52 Tm Ja Ja Ja 1841-1850
TM 53 Tm Ja Ja Ja
TM 54 Tm Ja Ja Ja
TM 55 Tm Ja Ja Ja
TM 56 Tm Ja Ja Ja
TM 57 Tm Ja Ja Ja
TM 58 Tm Ja Ja Ja
TM 59 Tm Ja Ja Ja
TM 60 Tm Ja Ja Ja
TM 61 Tm Ja Ja Ja 1841-1850
TM 62 t/m TM 70 Tm Nee Ja Nee
Toendjoek Ja Nee
Toern Ja Nee
Tonijn (O 35) Ob Ja Ja Ja 2049-2127
Torpedo-opsporingsvaartuig Ds Nee Ja Nee
Torpedowerkvaartuig, (eerst: gaffelkannoneerboot nieuw groot model) Ds Nee Ja Ja 504-507
Torpedowerkvaartuig, raderschip Ds Nee Nee Ja 986-988
Transportprauw voor torpedo's Ds Nee Nee Ja 4702-4708
Transportvaartuig voor Suriname Ds Nee Nee Ja 4709-4733
Triton Kv Nee Ja Ja 250
Triton Sr Nee Ja Nee
Triton Ml Nee Ja Nee
Triton Sb Nee Ja Nee
Triton Ja Nee
Tromp Db Nee Ja Ja 405
Tromp Kr Ja Ja Ja 3566-3631
Tromp Ls Nee Ja Nee
Tromp S1 Ja Ja Nee
Tromp (Admiraal Cornelis) Sr Nee Ja Nee
Tromp (Harpertsz.) Ps Nee Ja Nee
Tropenvogel Ja Nee
Tuigen Nee Ja
Tuigtekeningen sloepen (B) Nee Ja 5809-5810
Tuigtekeningen van sloepen B I - B V en barkassen A I - A V Nee Ja 5811-5813
Twee Gebroeders Ja Nee
Tweemaster Ds Nee Nee Ja 508
Tweemastkof Ds Nee Nee Ja 509
Tydeman Op Nee Ja Nee
Tydeman Ja Nee
Tyr Kb Ja Ja Ja 1337-1340
Udur Kb Ja Ja Ja 1343-1349
Uitlegger, gebouwd door Christiaan de Groot Ds Nee Nee Ja 510
Uiver Ja Nee
Ulfr Kb Ja Ja Ja 1383-1384
Urania (I) (1913) Dz Nee Ja Nee
Urania (I) (later: Astrea) Kv Nee Ja Ja 251-256
Urania (II) (1865) Kv Nee Ja Nee
Urania (II) (1928) Dz Nee Ja Nee
Urania (III) (1941) Dz Nee Ja Nee
Urk Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Utrecht Pds Ja Ja Ja 1283-1284
Utrecht Oj Ja Ja Ja 3793-3857
Utrecht Ja Nee
Utrecht (eerst: Pieter Paulus) Ls Nee Ja Ja 57-58
V Tb Ja Ja Nee
Vaartuig tot vervoer van buskruit en amunitie Ds Nee Nee Ja 4734-4737
Vahalis Rv Nee Ja Nee
Vali Kb Ja Ja Ja 1385-1387
Valk Br Nee Ja Nee
Valk Rs Nee Ja Nee
Valk (I) Ja Ja 5034-5041
Valk (I) (1880) Ja Nee
Valk (II) Ja Ja 5266-5286
Valk (II) (1903) Ja Nee
Valk (III) Ja Ja 5287-5289
Valk (III) (1929) Ja Nee
Valk, later koninklijk jacht Rs Nee Ja Ja 617-629
Valk (MTB 204) Tm Ja Ja Nee
Van Amstel Fr Ja Ja Ja 3961-3989
Van Bochove Ds Nee Ja Ja 4738-4739
Van der Capellen Ja Nee
Van der Does (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Van der Wel Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van der Werff Fr Nee Ja Nee
Van der Zwan, motorlogger Ds Nee Nee Ja 4740-4742
Van Diemen Ja Nee
Van Doorn Op Ja Ja Ja 4375-4386
Van Doorn Ja Nee
Van Ewijck Fr Ja Ja Ja 3990-4000
Van Galen S1 Ja Ja Ja 735-739
Van Galen Fr Ja Ja Nee
Van Galen (Commandeur) Sr Nee Ja Nee
Van Galen (I) Tj Ja Ja Ja 2034-2035
Van Galen (II) Tj Ja Ja Ja 2036-2044
Van Gendt Tj Nee Ja Nee
Van Gendt (Schout bij Nacht) Sr Nee Ja Nee
Van Ghent (eerst: De Ruyter) Tj Ja Ja Ja 2045-2046
Van Goens Dz Nee Ja Nee
Van Gogh Op Ja Ja Ja 4387-4389
Van Hamel Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van Kinsbergen Kb Nee Ja Ja 1527-1569
Van Meerlant Ml Ja Ja Ja 2986-3007
Van Moppes Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van Neck Ja Nee
Van Nes Tj Ja Ja Ja 1851-1881
Van Nes Fr Nee Ja Nee
Van Nes (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Van Speyk S1 Ja Ja Ja 740-746
Van Speyk Kb Nee Ja Ja 1570-1615
Van Speyk Ds Nee Ja Nee
Van Speyk Fr Ja Ja Nee
Van Speyk (I) (1827) Kv Nee Ja Nee
Van Speyk (II) (eerst: Medusa) Kv Nee Ja Ja 257
Van Straelen Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van 't Hoff Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van Versendaal Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van Waerwijck Ja Nee
Van Well Groeneveld Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Van Zijll Fr Ja Ja Ja 3900-3904, 4001-4003
Vecht S4 Ja Ja Nee
Veere Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Venlo Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Venus Br Nee Ja Ja 326
Venus Kv Nee Ja Ja 258-259
Venus (RI 153) Ds Nee Ja Nee
Verlengde jol van 6 m voor flottieljeleider Tromp Nee Ja 5455-5456
Vesuvius Rs Nee Ja Ja 630-631
Vesuvius S4 Ja Ja Ja 858-859
VI Tb Ja Ja Nee
Vice-Admiraal Koopman S2 Nee Ja Ja 750-759
Vidar Kb Ja Ja Ja 1385-1387
VII Tb Ja Ja Nee
VIII Tb Ja Ja Nee
Vikingbank Ja Nee
Vlaming Ls Nee Ja Nee
Vlet E van 6.05 M Nee Ja 5885-5891
Vlet voor de Vidar Nee Ja 5892
Vliegende Visch Br Nee Ja Nee
Vliegkamp I, motorcommunicatievaartuig Ds Nee Ja Ja 4743-4756
Vliegtuigdoelschip Ds Nee Nee Ja 4757-4766
Vlieland Mm Ja Ja Ja 3187-3189
Vlieland Dz Nee Ja Nee
Vliereede (Batterijschip) Ds Nee Ja Nee
Vliestroom Mm Ja Ja Nee
Vliestroom, motorbetonningsvaartuig Ds Nee Nee Ja 4994-4996
Vlieter Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Vlinder, kotter, werkvaartuig Ds Nee Nee Ja 4767
Vlotschuit bestemd voor vervoer van touwwerk van 's Rijks lijnbaan te Amsterdam Ds Nee Nee Ja 4768
Vlug Sr Nee Ja Nee
Volendammer visschuit Ds Nee Nee Ja 511
Volharding Ja Nee
Volharding I Ja Nee
Volharding III Ja Nee
Volkerak Mm Ja Ja Ja 3173-3174
Voorne Mm Ja Ja Nee
Vooruit Dz Nee Ja Nee
Voorwaarts Sb Nee Ja Nee
Voorwaarts Ja Nee
Voorwaarts, politievaartuig Ds Nee Nee Ja 4780-4792
Voorwaarts (Y 8114) Ds Nee Ja Ja 4769-4779
Vos Tj Ja Ja Ja 2047-2048
Vos Sr Nee Ja Ja 358-361
Vos Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Vos Dz Nee Ja Nee
Vos Kb Ja Ja Nee
Vos (RP 101) Pv Ja Ja Nee
Vriesland (eerst: Aurora) Fr Nee Ja Ja 161
Vulcanus Ml Nee Ja Ja 3008-3019
Vulkaan S4 Nee Ja Ja 860-870
Vulkaan Ds Nee Ja Ja 4793-4797
Vulkaan, reparatieschip Ds Nee Ja Ja 4997-5001
Vuurpijl Ds Nee Ja Nee
W.F. van der Wijck Ja Nee
Waal (later: Prins van Oranje) Fr Nee Ja Ja 162-171
Waalwijk Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Wachter Ja Nee
Wajang Tb Ja Ja Ja 1768-1777
Walcheren (I) Mm Ja Ja Nee
Walcheren (II) Mm Ja Ja Ja 3175-3184
Walrus Ob Ja Ja Ja 2870
Walrus Ja Nee
Wamandai Sb Nee Ja Ja 4438-4441
Wambrau Sb Nee Ja Ja 4442
Warmond (Vice-Admiraal) Sr Nee Ja Nee
Washington Ls Nee Nee Ja 59
Wassenaar Sr Nee Ja Nee
Wassenaar (eerst: Audacieux, daarna: Coalitie) Ls Nee Ja Ja 60
Watergeus S2 Nee Ja Ja 760-761
Waterloo Ls Nee Ja Ja 61
Waterloo I (1807) Ls Nee Ja Nee
Waterloo II (1818) Ls Nee Ja Nee
Waterschip Ds Nee Nee Ja 512
Watertankboot (gebouwd in 1952, nr. Y 8480) Ds Nee Nee Ja 4798-4805
Watertanker Ds Nee Nee Ja 4806-4809
Wega Ja Ja 5230-5248
Wega Ja Nee
Werfvaartuig voor de directie der marine te Amsterdam Ds Nee Nee Ja 513
Werfvaartuig voor Hellevoetsluis Ds Nee Nee Ja 4810
Werkvaartuig bestemd voor het vervoer van buskruit Ds Nee Nee Ja 514
Werkvaartuig voor droge dokken Ds Nee Nee Ja 4811
Werkvaartuigen Ds Nee Nee Ja 4812-4820
Wesp Sr Nee Ja Ja 358-361
Wesp Br Nee Ja Nee
Wesp Mo Ja Ja Nee
Westerdijkshorn Fr Nee Nee Ja 172
Westernland Ja Nee
Westerschelde Mm Ja Ja Nee
Wezel (RP 112) Pv Ja Ja Nee
Whaleboat, 27' Nee Ja 5904-5908
Whaleboat, 28' Nee Ja 5909
Whaleboat D I Nee Ja 5898-5901
Whaleboat D II Nee Ja 5902-5903
Whangpu Ja Nee
Wieringen Mm Ja Ja Nee
Wildervank Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Wilhelmina Fr Nee Ja Nee
Wilhelmina Ja Nee
Wilhelmina (1872) Ja Nee
Wilhelmina (1876) Ja Nee
Willebrord Snellius Op Nee Ja Ja 4390-4408
Willebrord Snellius Ja Nee
Willem S1 Ja Ja Nee
Willem Cornelisz. Schouten Ds Nee Ja Nee
Willem I Ja Nee
Willem, Kroonprins der Nederlanden Ja Nee
Willem van der Zaan Ml Nee Ja Ja 3020-3048
Willem van Ewijck (I) Mv Ja Ja Nee
Willem van Ewijck (II) Mv Ja Ja Nee
Willem Warmont (K 3) Tb Ja Ja Ja 1778-1785
Willem Willemsze (G 4) Tb Ja Ja Nee
Willemsoord Sr Nee Ja Nee
Willemsoord, R.S. 1, Y 8004 Sb Nee Nee Ja 4443-4445
William Br Nee Nee Ja 327-328
Windhond Fr Nee Nee Ja 173
Windhond Br Nee Ja Nee
Witte Cornelisz. Sr Nee Ja Nee
Witte de With Tj Ja Ja Ja 2034-2035
Witte Zee (1914) Ja Nee
Witte Zee (1920) Ja Nee
Wodan Kb Ja Ja Ja 1362-1363
Wodan Vd Nee Ja Nee
Wodan, (Y 8532), olietankschip Ds Nee Ja Ja 4821-4824
Woendi Ds Nee Ja Ja 4825-4831
Woendi Ja Nee
Woerden Kmv Ja Ja Ja 4035-4093
Wolf Fr Ja Ja Ja 4004-4019
Wolf Tj Ja Ja Nee
Wolf (RP 109) Pv Ja Ja Nee
X Tb Ja Ja Ja 1623-1633
XI Tb Ja Ja Ja
XII Tb Ja Ja Ja
XIII Tb Ja Ja Ja
XIV Tb Ja Ja Ja
XIX Tb Ja Ja Ja
XV Tb Ja Ja Ja
XVI Tb Ja Ja Ja
XVII Tb Ja Ja Ja
XVIII Tb Ja Ja Ja
XX Tb Ja Ja Ja 1623-1633
XXI (1) Tb Nee Ja Nee
XXI (2) (zie Jasper Leijnsen) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
XXII (1) Tb Nee Ja Nee
XXII (2) (zie Jacob Hobein) Tb Ja Ja Ja 1732-1739
Y 0807 Ds Nee Ja Nee
Y 0861 Ds Nee Ja Nee
Y 0862 Ds Nee Ja Nee
Y 0863 Ds Nee Ja Nee
Y 0864 Ds Nee Ja Nee
Y 8005, (eerst: R.S. 2) Sb Nee Nee Ja 4446
Y 8009, (eerst: R.S. 11) Sb Nee Nee Ja 4447-4448
Y 8010, (eerst: R.S. 12, A 852) Sb Nee Nee Ja 4449-4454
Y 8011, (eerst: Coehoorn) Sb Nee Nee Ja 4455-4457
Y 8012, (eerst: R.S. 14) Sb Nee Nee Ja 4458
Y 8014 Sb Nee Nee Ja 4459-4460
Y 8015 Sb Nee Nee Ja 4461-4463
Y 8017, werfsleepboot Sb Nee Nee Ja 4464-4465
Y 8021, (eerst: R.S. 26, A 866) Sb Nee Nee Ja 4466-4469
Y 8022, motorsleepboot Sb Nee Nee Ja 4470
Y 8024, (eerst: R.S. 30, A 870) Sb Nee Nee Ja 4471-4476
Y 8027 Sb Nee Nee Ja 4477
Y 8027 Sb Nee Ja Nee
Y 8028 Sb Nee Ja Nee
Y 8031 Sb Nee Ja Nee
Y 8031, (eerst: R.S. 9, A 849) Sb Nee Nee Ja 4478-4482
Y 8032, (eerst: R.S. 10) Sb Nee Nee Ja 4483
Y 8128 Ds Nee Ja Nee
Y 8129 Ds Nee Ja Nee
Y 8130 Ds Nee Ja Nee
Y 8211 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8212 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8213 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8214 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8215 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8216 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8217 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8218 Ds Nee Ja Ja
Y 8219 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8220 Ds Nee Ja Ja 4832
Y 8226 Ds Nee Ja Nee
Y 8240 Ds Nee Ja Nee
Y 8245 Ds Nee Ja Ja 4833-4834
Y 8262, tank- en wasboot Ds Nee Nee Ja 4835-4837
Y 8284 Nee Ja 5814-5815
Y 8285 Nee Ja 5814-5815
Y 8299, waterprauw Ds Nee Nee Ja 4838
Y 8305, (eerst: R.S. 5) Sb Nee Nee Ja 4484-4486
Y 8480, waterboot Ds Nee Nee Ja 4839-4842
Y 8483 (eerst: R.W. 14) Ds Nee Nee Ja 4843-4846
Y 8501, Y 8502, munitievaartuigen Ds Nee Nee Ja 4847-4860
Y 8505 (eerst: R.A III) Ds Nee Nee Ja 4861
Y 8508 Ds Nee Nee Ja 515
Y 8512, transportprauw Ds Nee Nee Ja 4862-4863
Y 8534, olielichter Ds Nee Ja Ja 4864
Y 8535, riviertankboot Ds Nee Nee Ja 4865
Y 8536 Ds Nee Nee Ja 4866-4867
Y 8537 Ds Nee Nee Ja 4866-4867
Y 8676, drijvende elektrische centrale Nee Ja 6032-6036
Y 8751 Ds Nee Nee Ja 4868-4870
Y 8752 Ds Nee Nee Ja 4871
Y 8753 Ds Nee Nee Ja 4872
Z 1 (I) Tb Nee Ja Nee
Z 1 (II) Tb Ja Ja Ja 1786-180
Z 2 (I) Tb Nee Ja Nee
Z 2 (II) Tb Ja Ja Ja
Z 3 (I) Tb Nee Ja Nee
Z 3 (II) Tb Ja Ja Ja 1801-1805
Z 4 (I) Tb Nee Ja Nee
Z 4 (II) Tb Ja Ja Ja 1786-1800
Z 5 Tb Ja Ja Ja 1806-1820
Z 6 Tb Ja Ja Ja 1821-1826
Z 7 Tb Ja Ja Ja 1827-1839
Z 8 Tb Ja Ja Ja 1827-1839
z.g. "B" kruisers Oj Nee Ja Nee
z.g. "C" kruisers Oj Nee Ja Nee
Zaan Fr Nee Ja Nee
Zeearend Ds Nee Ja Ja 4873-4877
Zeearend Ja Nee
Zeeduif Ja Ja 5290-5297
Zeeduif Ja Nee
Zeeduivel, galei Ds Nee Nee Ja 516
Zeefakkel Ds Nee Ja Nee
Zeefakkel Op Nee Ja Nee
Zeehond Br Nee Ja Ja 329-338
Zeehond Ds Nee Ja Ja 989-999
Zeehond Ja Nee
Zeehond (I) Ob Ja Ja Nee
Zeehond (II) Ob Ja Ja Nee
Zeehond (III) Ob Ja Ja Ja 2049-2127
Zeekoe Dz Nee Ja Nee
Zeeland Pds Ja Ja Ja 1285-1303
Zeeland Oj Ja Ja Ja 3632-3792
Zeeland S1 Ja Ja Nee
Zeeland (zie Doggersbank) Ls Nee Ja Ja
Zeelandia (BV 43) Ja Nee
Zeeleeuw Ob Ja Ja Ja 2871
Zeemanshoop Ja Nee
Zeemeeuw Ja Ja 5129-5136
Zeemeeuw Br Nee Ja Nee
Zeemeeuw Tr Nee Ja Nee
Zeemeeuw (1832) Ja Nee
Zeemeeuw (1891) Ja Nee
Zeemeeuw (1906) Ja Nee
Zeemeeuw (1942) Ja Nee
Zeemeeuw (I) (1878) Ja Nee
Zeemeeuw (II) (1926) Ja Nee
Zeemeeuw (slbt.) Ja Nee
Zeepaard Kv Nee Ja Ja 260
Zeepaard Br Nee Ja Ja 339
Zeeslang Tb Ja Ja Nee
Zeeuw (later: drijvende batterij Jupiter) Ls Nee Ja Ja
Zeeuws jacht Ds Nee Nee Ja 517
Zeezwaluw, loodsafhaalvaartuig Ds Nee Nee Ja 5002-5006
Zeilen Nee Ja 5978-5982
Zeiljol, amerikaans Nee Ja 5458-5461
Zeiljol voor Sociaal-medische dienst te Leiden Nee Ja 5457
Zeilkanonneerboten Dz Nee Ja Nee
Zeilsloep B I Nee Ja 5817-5829
Zeilsloep B II Nee Ja 5830-5838
Zeilsloep B III Nee Ja 5839-5848
Zeilsloep B IV Nee Ja 5849-5861
Zeilsloep (barkas) van 9.61 m (Y 8301) Nee Ja 5816
Zeilsloepen voor de Borneo Nee Ja 5862-5864
Zeilvlet, 6 m Nee Ja 5894
Zeilvlet E Nee Ja 5893
Zephir Ja Nee
Zephyr Br Nee Ja Nee
Zierikzee, betonningsvaartuig Ds Nee Nee Ja 5007-5015
Zijpe Mm Ja Ja Ja 3185-3186
Zilveren Kruis S1 Ja Ja Nee
Zomer Odm Ja Ja Ja 4096-4189
Zoom Ja Nee
Zoutman S1 Nee Ja Nee
Zuiderdiep Mm Ja Ja Ja 3173-3174
Zuiderkruis Tr Nee Ja Ja 4930-4933
Zuiderkruis Ja Ja 5298-5352
Zuiderkruis Ja Nee
Zuiderkruis Ja Nee
Zwaan Ja Ja 5353-5359
Zwaan Ja Nee
Zwaardvis Ob Ja Ja Ja 2872-2875
Zwaluw (1832) Ja Nee
Zwaluw (I) Ja Ja 5360-5361
Zwaluw (I) (1816) Br Nee Ja Nee
Zwaluw (I) (1882) Ja Nee
Zwaluw (II) Br Nee Ja Ja 340-341
Zwaluw (II) Ja Ja 5362
Zwaluw (II) (1911) Ja Nee
Zwarte zee (1899) Ja Nee
Zwarte zee (1906) Ja Nee
Zwarte zee (1933) Ja Nee
Zweden Ja Nee
Zwols veerschip Ds Nee Nee Ja 518

Bijlage 4: Zusterschepen der Koninklijke Marine vanaf 1860

(uit het boek van A.J. Vermeulen)

  • Raderschepen
  • Fregatten
  • Schroefstoomschepen 3e klasse
  • Schroefstoomschepen 4e klasse
  • Pantserschepen
  • Pantserdekschepen
  • Monitors
  • Rammonitors
  • Riviervaartuigen
  • Stoomkanonneerboten
  • Pantserboten
  • Kanonneerboten
  • Torpedovaartuigen
  • Torpedomotorboten
  • Motortorpedoboten
  • Torpedobootjagers
  • Onderzeeboten
  • Mijnenleggers
  • Mijnenvegers
  • Motormijnenvegers
  • Mijnenveegboten
  • Kruisers
  • Onderzeebootjagers
  • Fregatten (na WO II)
  • Oceaanmijnenvegers
  • Kustmijnenvegers
  • Ondiepwatermijnenvegers
  • Patrouille- en bewakingsvaartuigen
  • Harbour Defense Motor Launches (HDML's)
  • Landingsvaartuigen
  • Opnemingsvaartuigen
  • Sleepboten

Bijlage 6. Concordans van het nummer van de concept-plaatsingslijst van scheepsbouwtekeningen en ontwerptekeningen van havens, behorende tot het archief van het ministerie van Marine 18e-19e eeuw (bestand ARA 4.MTSH) naar het nieuwe inventarisnummer

Oud nr. Nieuw inv.nr.
001 46
002 4
003 5
004 6
005 56
006 18
007 19
008 22
009 33
010 45
011 59
012 20
013 44
014 53
015 51
016 52
017 54
018 55
019 21
020 23
021 57
022 16
023 14
024 13
025 7
026 49
027 47
028 48
029 62
030 63
031 64
032 67
033 65
034 1
035 3
036 2
037 31
038 26
039 27
040 28
041 29
042 30
043 24
044 25
045 674
046 669
047 667
048 676
049 668
050 665
051 666
052 673
053 640
054 643
055 644
056 39
057 36
058 37
059 38
060 8
061 9
062 10
063 11
064 76
065 172
066 108
067 123
068 89
069 88
070 173
071 70
072 71
073 105
074 104
075 103
076 106
077 107
078 85
079 122
080 94
081 120
082 121
083 92
084 87
085 86
087 84
089 128
090 129
091 130
092 131
093 132
096 133
097 127
098 126
099 117
100 118
101 115
102 116
103 90
104 91
106 72
107 406
108 75
109 165
110 162
111 163
112 164
113 167
114 166
115 168
116 169
117 170
118 139
119 135
120 136
121 142
122 143
123 138
124 134
125 137
126 144
127 140
128 141
129 95
130 96
132 98
133 97
134 100
135 101
136 102
137 99
139 74
140 68
141 69
142 407
143 109
144 158
145 159
146 73
147 148
148 146
149 147
151 151
152 149
153 150
154 152
156 155
157 153
158 154
159 156
160 157
161 670
162 671
163 672
164 110
165 111
166 112
167 113
168 114
169 649
170 650
171 651
172 652
174 641
175 645
176 646
177 642
178 647
179 648
180 177
181 258
182 259
183 227
184 225
185 241
186 240
187 250
188 232
189 231
190 234
191 230
192 196
193 195
194 194
195 192
196 193
197 199
198 197
199 198
200 204
201 202
202 203
203 206
204 205
205 254
206 251
207 252
208 253
209 255
209 256
211 189
212 190
213 218
214 213
215 216
216 219
217 220
218 221
219 223
220 214
221 217
222 222
224 82
225 83
226 178
227 181
228 179
229 175
230 182
231 183
232 236
233 237
234 212
235 245
236 246
237 243
238 244
239 247
240 249
241 248
242 174
243 176
244 184
245 185
246 953
247 954
248 955
249 950
250 951
251 952
253 956
254 958
255 957
256 960
257 959
258 961
259 180
260 201
261 977
262 262
263 321
264 290
265 297
266 298
267 299
268 295
269 296
270 292
271 291
272 300
273 301
274 302
275 303
276 289
277 326
278 322
279 266
280 267
281 268
282 269
283 270
284 271
286 263
287 264
288 261
289 339
290 336
291 330
292 332
293 338
294 329
295 331
296 334
297 333
298 335
299 337
300 286
301 287
302 285
303 304
304 327
305 328
306 310
307 311
308 341
309 340
310 293
311 294
312 312
313 313
314 314
315 315
317 307
318 306
319 305
322 308
323 309
324 276
325 277
326 278
327 279
330 281
331 284
332 283
333 282
334 280
335 360
336 358
337 359
340 361
341 275
343 274
344 273
345 347
346 348
347 323
348 324
351 778
352 316
353 317
356 318
357 319
358 349
359 351
360 969
361 970
362 971
364 389
365 384
366 382
367 385
368 387
369 391
371 390
372 392
373 393
374 383
375 386
376 388
377 377
378 378
379 379
380 380
381 381
383 394
384 395
385 396
386 405
387 404
388 366
389 401
390 397
391 398
392 399
393 400
394 402
395 403
396 372
397 367
398 369
399 368
400 371
401 370
403 374
404 373
405 375
406 376
407 465
408 445
409 444
410 356
411 357
412 457
413 353
414 355
415 462
416 463
417 466
418 461
419 443
420 442
421 354
422 441
423 460
424 459
425 458
426 447
427 448
428 446
429 454
430 455
431 449
432 456
433 464
434 450
435 467
436 468
437 365
438 504
439 506
440 507
441 505
442 58
443 17
444 161
445 211
446 15
447 125
448 93
449 34
450 124
451 35
452 50
453 160
454 60
455 325
456 228
457 495
458 260
459 226
460 207
461 61
462 200
463 242
464 66
465 40
466 235
467 233
468 119
469 229
470 208
471 320
472 171
473 191
474 145
475 224
476 408
477 257
478 41
479 32
480 734
481 782
482 779
483 780
484 784
485 783
488 362
489 859
490 858
492 755
493 756
495 759
496 750
497 751
498 752
499 754
500 757
505 209
506 210
507 823
508 824
509 825
510 826
512 827
513 861
514 863
517 862
518 866
519 867
520 868
521 870
522 688
523 683
524 684
525 685
526 690
527 691
528 692
529 693
530 694
531 695
532 696
533 638
534 698
535 699
539 771
540 772
541 773
542 775
543 776
544 777
546 765
547 767
548 770
549 769
551 822
552 820
553 821
554 789
555 786
556 788
557 790
558 935
559 932
560 933
561 934
562 939
563 940
564 941
565 942
566 943
567 938
568 936
569 945
570 946
571 947
572 948
573 937
574 944
576 949
577 657
578 654
579 655
580 656
581 659
582 658
583 661
584 660
585 662
587 663
588 664
589 519
590 590
591 557
592 555
593 556
594 558
595 584
596 583
597 582
598 585
599 586
600 587
602 588
603 589
604 571
605 569
606 570
607 573
608 574
609 575
610 576
611 520
612 550
613 548
614 551
615 552
616 554
617 547
618 549
620 553
623 563
624 561
625 562
626 567
627 564
628 566
629 565
630 630
631 631
632 521
633 522
634 523
635 579
636 578
637 580
638 581
639 560
640 559
641 541
642 543
643 545
644 546
645 544
649 594
650A 596
650B 600
650C 601
650D 595
650E 597
650F 599
651 598
652 536
653 537
657 527
658 528
659 526
660 620
661 617
662 619
663 622
664 623
665 624
666 626
667 524
668 525
669 616
670 614
671 615
672 606
673 607
674 608
675 987
676 986
677 988
680 534
681 532
682 533
683 531
684 529
685 530
686 535
687 591
688 592
689 613
690 612
691 488
692 416
693 469
694 470
695 5584
696 490
697 511
698 434
699 503
700 418
701 518
702 471
703 472
704 414
705 415
706 423
707 424
708 425
709 426
710 411
711 412
712 517
713 491
714 409
715 440
716 410
717 508
718 428
719 429
720 435
721 422
722 421
723 489
724 419
725 420
726 510
727 5987
728 5988
729 516
730 430
731 512
732 494
733 500
734 501
735 502
736 437
737 436
738 475
739 6042
740 6043
741 433
742 6006
743 509
744 427
745 288
746 476
747 487
748 483
749 484
750 485
751 265
752 413
753 473
754 474
755 431
756 432
757 5497
758 5583
759 5582
760 5916
761 5917
762 5918
763 5919
764 77
765 5920
766 572
767 5921
768 5922
769 5923
770 5928
771 5929
772 5934
773 5935
774 5936
775 5937
776 5938
777 5939
778 5940
779 5932
780 5933
781 5930
782 5931
783 5941
784 5942
785 5943
786 5944
787 5945
788 272
789 5946
790 5947
791 5950
792 42
793 43
794 972
795 962
796 677
797 678
798 679
799 5948
800 639
801 5949
802 5969
803 78
804 5978
805 5970
806 5971
807 79
808 5972
809 186
810 187
811 188
812 5979
813 5980
814 5981
815 5982
816 5973
817 80
818 675
819 238
820 5974
821 5975
822 5976
823 5961
824 5962
825 5963
826 5964
827 81
828 5965
829 12
830 5960
831 5956
832 5957
833 5958
834 5959
835 5547
836 5548
837 5966
838 5967
839 6038
840 6039
841 5977
842 6041
843 239
844 6037
845 5968
846 6040

Keywords

Titles of related works:

De schepen van de Koninklijke Marine

De schepen van de Koninklijke Marine

Language of the material

Het merendeel der stukken is in het Nederlands .

Records creator


Archiefvormers: :

College ter Admiraliteit te Amsterdam , 1579-1795



College ter Admiraliteit in Friesland, 1579-1795

College ter Admiraliteit op de Maze, 1579-1795

College ter Admiraliteit in West-Friesland en het Noorderkwartier, 1579-1795

College ter Admiraliteit in Zeeland, 1579-1795

Comité tot de zaken van de Marine, 1795-1798

Agentschap van Marine, 1798-1801

Raad van Marine, 1801-1805

Secretariaat voor de Marine, 1805-1806

Ministerie van Marine, 1806-1808

Ministerie van Marine en Koloniën, Generaal secretariaat en divisies voor het personeel en materieel voor de marine, 1808-1810

Zeeprefect van het Marine-arrondissement der Hollandse departementen, 1811-1813

Commissariaat van Marine, 1813-1814

Secretariaat van Marine, 1814-1815

Ministerie van Marine, 1815-1825

Ministerie van Marine en Koloniën, 1825-1829

Generale Directie van Marine, 1830-1840

Generale Directie van Marine en Koloniën, 1840-1841

Generale Directie van Marine, 1842-1843

Ministerie van Marine, 1843-1928

Ministerie van Defensie, 1928-heden

Content provider

Nationaal Archief, Den Haag

Material-specific details

Het archief bevat tekeningen, gedrukt en in manuscript.