Netherlands > Haags Gemeentearchief

0623-01

Nutsscholen voor GLO

1803-1973
R. Grootveld
2018
Haags Gemeentearchief
Nederlands

Physical description

10,50 m¹ waarvan 1,25 nog niet geïnventariseerd.

General remarks

Beschrijving

Inventaris van de archieven van de commissie tot beheer der Nutsscholen, de eerste twee scholen van het Nut, het Nutsscholenfonds en het Steunfonds der Nutsscholen

Laatste wijziging

09-01-2018

Geplaatst op internet

07-05-2013

Other descriptive information

Inleiding

Geschiedenis van de archiefvormende instellingen

De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen werd in 1784 te Edam gesticht door de doopsgezinde predikant J. Nieuwenhuizen uit Monnickendam met het doel "mede te werken tot verbetering van de verstandelijke, zedelijke en maatschappelijke toestand van het Nederlandse volk". [NOTE Inventaris Departementsarchief, inleiding] . De Maatschappij stichtte in de loop der jaren vele plaatselijke departementen, zoals het Haagse dat in 1796 werd opgericht. [NOTE Inventaris Departementsarchief, inleiding] .; in Scheveningen richtte men in 1834 een departement op. Dit departement ontplooide vele activiteiten, vooral op onderwijsgebied. Naast enkele bekende, nu nog bestaande instellingen zoals de Nutsspaarbank en het Nutsziekenfonds mogen de Nutsscholen zeker niet onvermeld blijven.

In 1803 werd er een commissie in het leven geroepen onder voorzitterschap van J.H. van der Palm, oud-Agent van Nationale Opvoeding, (minister van Onderwijs) die een jaar later het bestuur van de eerste school vormde onder de naam "commissie van toezigt over de school van het Departement 's-Gravenhage der Bataafsche Mij. tot Nut van 't Algemeen". Op 1 mei 1804 werd de school voor jongens en meisjes geopend in een gebouw aan het Westeinde (het huidige nr. 19). Een opmerking uit het bericht van oprichting: "Onder de heilzame inrichtingen die aan de loffelijke Maatschappij ... haren oorsprong verschuldigd zijn, verdienen de zoogenaamde Departementsscholen in den eersten rang gesteld te worden". [NOTE Inv. nr. 230] .

De school was erg in trek, vooral bij het gegoede publiek: toen Koning Lodewijk Napoleon in 1808 met zijn hofhouding uit Den Haag vertrok, verloor de school maar liefst 120 van de 300 leerlingen. De opengevallen plaatsen werden echter direct weer opgevuld. [NOTE G. Bruning, Description de la Haye; Rotterdam 1816] .De "eerste onderwijzer" oftewel directeur was H.J. Beekman, die al snel bijgestaan moest worden door ettelijke hulponderwijzers en kwekelingen. Het toenemende ruimtegebrek van de school werd in 1809 opgelost door de schenking van een gedeelte van de "Besoignekamer" op de hoek van het Buitenhof (huidig nr. 37) door de koning aan het Departement. De school werd nu naar dit gebouw verplaatst. [NOTE Inv. nr. 1 blz. 370; dit 17e eeuwse gebouw was vóór 1795 in gebruik als "naturaliënkabinet" van stadhouder prins Willem V. Van 1795 tot 1808 werd het gehuurd door de sociëteit "De Besognekamer", vandaar deze naam. (Mr. C. van der Zweep in: Jaarboek Die Haghe 1925/7 blz. 40 e.v.)]

De commissie, bestaande uit leden van het Departement en benoemd door het Departementsbestuur begon echter allengs minder interesse voor de school te tonen. [NOTE Inv. nr. 2 blz. 261. ] Daarbij verminderde het leerlingenbestand aanzienlijk door de toename van het aantal "goede" scholen in de stad. In 1831 besloot het Departement dan ook de school in beheer over te doen aan de eerste onderwijzer Beekman. Een jaar later werd de commissie opgeheven en nam Beekman haar bezittingen en schulden over. Voortaan huurde hij het schoolgebouw van het Departement. Het Departementsbestuur benoemde een nieuwe commissie van 3 leden om toe te zien op de naleving van het huurcontract en om toch nog enig contact te houden tussen school en Departement door middel van het "visiteren" van de school en het bijwonen van de gebruikelijke halfjaarlijkse examens. [NOTE Inv. nr. 26 nrs. 4 en 5.]

Na het overlijden van Beekman in 1843 besloot het Departement om de school dan toch maar weer in eigen beheer te nemen. [NOTE Gedenkschrift blz. 8. ] Een nieuwe "commissie van toezicht over de school en het schoolgebouw" startte op 26 april 1844. [NOTE Inv. nr. 4 blz. 1.] In deze commissie zou voortaan altijd een afgevaardigde van het Departementsbestuur zitting hebben. De naam van de commissie wijst reeds haar bijkomende taak aan: het toezicht over en het beheer van het gebouw. In de notulen is dan ook zeer veel te vinden over de geschiedenis van dit pand in de jaren 1844-1877. De nieuwe school, onder leiding van de heer W. J. de Vries was alleen toegankelijk voor jongens terwijl er, net als vóór 1832, de mogelijkheid tot het volgen van avondonderwijs bestond. De school is waarschijnlijk in of ná 1832 overgegaan van gemengd op jongensonderwijs.

In september 1844 werd, zéér vooruitstrevend, de mogelijkheid tot deelname aan gymnastieklessen onder militaire leiding geopend en een maand later liet men het schoolgebouw aansluiten op "loopend gaz". [NOTE Inv. nr. 4 blz. 42, 56.] In dezelfde maand opende de commissie de zgn. "lagere herhalings- en preparatoire industrieschool" voor bijlessen aan reeds werkende jongens tussen de 16 en de 20 jaar. Deze school was geen lang leven beschoren: al in 1851 hief de commissie haar op wegens gebrek aan belangstelling "hetgeen een treurig bewijs oplevert voor de onverschilligheid van de handwerksman voor beschaving en kennis" aldus het jaarverslag over 1850/1851. [NOTE Zie inv. nr. 27 nr. 16.]

Het leerlingenaantal nam inmiddels door het goede onderwijs weer gestadig toe en evenals vroeger was het vooral de gegoede burgerij die de leerlingen voor de school leverde. Enkele bekende leerlingen van toen waren bijv. Louis Couperus en Isaak Israëls. In 1876 besloot het Departement om een nieuwe school aan de De Ruyterstraat (nr. 36) te laten bouwen. [NOTE Gedenkschrift blz. 11.] Deze werd een jaar later geopend en startte onder leiding van de heer W.B. Reeser, die in 1873 De Vries was opgevolgd, met 350 leerlingen.

In 1891 hief de commissie zichzelf op wegens een geschil met het Departement over haar bevoegdheden. Eén maand later werd er echter gewoon een nieuwe commissie geïnstalleerd die blijkbaar niet over dit punt viel. [NOTE Inv. nr. 9 blz. 127 e.v.]

Na het overlijden van Reeser in 1902 werd wederom een nieuwe directeur benoemd. Zijn naam is samen met die van zijn opvolgers en die van de directeuren der overige scholen te vinden in bijlage 8.

Reeds enkele malen was een voorstel gedaan om een tweede school op te richten die ook voor meisjes toegankelijk zou zijn, toen het Departement in 1918 op advies van de commissie besloot om de meisjesschool van mevrouw M.M. Boldingh aan de Hollanderstraat 21 over te nemen. [NOTE Gedenkschrift blz. 14.] Dit werd echter geen gemengde school maar bleef alleen voor meisjes toegankelijk. De eerste vijf jaren voerde de commissie een apart beheer over deze school; sinds 1923, het jaar waarin ook de derde Nutsschool aan de Willem Lodewijklaan 5 werd geopend, wordt de administratie van de scholen gezamenlijk gevoerd. Deze derde school - voor jongens én meisjes - had tot 1943 tevens een (M)ULO afdeling.

Om een steuntje in de rug te hebben werd in 1921 de Vereeniging Nutsscholenfonds opgericht. Deze vereniging was bedoeld als een appeltje voor de dorst bij eventuele financiële problemen van de scholen in de toekomst. [NOTE Inv. nr. 387.] Het fonds werd gevoed door de contributies van de leden c.q. de ouders van de leerlingen. Bijna alle ouders werden lid. [NOTE Inv. nr. 55, 1921.]

De invoering van de Lager Onderwijswet in 1922 plaatste de commissie voor vele ingewikkelde problemen. Voortaan zouden veel meer zaken door het Rijk en de gemeente geregeld worden dan men gewend was - vooral op financieel gebied. [NOTE Inv. nr. 55, 1922. ] De commissie kreeg dan ook in 1923 een aanzienlijk uitgebreidere financiële armslag van het Departement. [NOTE Inv. nr. 12, blz. 89]

Voortaan zou zij volledige zeggenschap hebben over alle inkomsten en uitgaven de school betreffende. In uiterste noodzaak kon men terugvallen op de Departementskas. De commissie hief het Nutsscholenfonds op in verband met te verwachten problemen met de gemeente (men zou kunnen denken dat de scholen winst maakten) en verving de contributie door een hoofdelijke bijdrage per leerling bóven het wettelijk vastgestelde schoolgeld. [NOTE Inv. nr. 386. ] Wegens de toegenomen werkzaamheden werd de commissie met enkele leden uitgebreid en stelde men een boekhouder-administrateur aan. [NOTE Inv. nr. 12 blz. 88, 91] .In 1924 kreeg de commissie van het Departements-bestuur een volledige volmacht van handelen in zaken betreffende de scholen. [NOTE Inv. nr. 40 nrs. 71 en 76. ] Twee Jaar later - de LO wet was inmiddels verscheidene malen gewijzigd - werd de Stichting Steunfonds der Nutsscholen opgericht waarin men de extra schoolgelden onderbracht. Het bestuur van deze stichting bestond, evenals vroeger dat van de Vereeniging, uit leden van de commissie. [NOTE Inv. nr. 12, 1 apr. 1926 e.v.]

Het Nutsonderwijs bleef erg in trek; in 1929 werd een vierde, gemengde school aan de Merkusstraat 19 geopend. De bouwvalligheid van de school aan de De Ruyterstraat was er de oorzaak van dat de Jongensschool in 1932/1933 verhuisde naar het huidige gebouw aan de Laan van Poot 355. [NOTE Gedenkschrift blz. 17] .Sinds 1933 kent de school gemengd onderwijs; op de meisjesschool was dit in 1931 reeds ingevoerd, weliswaar eerst in de laagste klassen maar in 1935 op de gehele school. In 1936 nam de school aan de Hollanderstraat een gedeelte van de leerlingen van een lagere school aan de Sweelinckstraat over. [NOTE Inv. nr. 235.]

Na de moeilijkheden die de oorlog met zich meebracht bloeide het Nutsonderwijs in de jaren vijftig weer op. De school aan de Willem Lodewijklaan, die in 1943 door de bezetters gesloopt was werd in 1950 heropend, in een verbouwde villa aan de Adriaan Goekooplaan 13 en in 1955 respectievelijk 1959 werden nieuwe scholen geopend aan de Exlostraat 12 en de Woonstede 94-96. Naast de bestaande MULO aan de Merkusstraat (die deze in 1943 van de Willem Lodewijklaan had overgenomen) werd nu ook een MULO-afdeling aan de school aan de Exlostraat verbonden. Deze MULO's zijn bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 overgegaan in MAVO's en in 1970 opgeheven. De leerlingen gingen over naar het Nederlands Lyceum en het Eerste Vrijzinnig Christelijk Lyceum. [NOTE Inv. nr. 17.] Naast de MULO's waren en zijn er nog steeds verschillende Nutskleuterscholen. [NOTE Zie inv. nrs. 264, 265 en 272.] De school aan de Laan van Poot vierde in 1979 haar 175-jarig bestaan. Zij kan zich de oudste nog bestaande school voor lager onderwijs in Den Haag noemen.

Geschiedenis van de archieven

De eerste vermelding van het commissiearchief dateert van 1832. Toen werden namelijk de bescheiden van de opgeheven commissie overgedragen aan het Departementsbestuur. [NOTE Inv. nr. 34.] Het archief bestond uit een alfabetisch leerlingenregister, notulenboeken met indices en bijlagen, een brievenboek en een register van contribuanten van de school. Behalve het laatste register zijn al deze stukken bewaard gebleven. De bijlagen bij de notulen waren toen al, waarschijnlijk omstreeks 1829 door de secretaris Van der Burgh, grotendeels vernietigd. Het overgebleven gedeelte werd opnieuw genummerd. [NOTE Inv. nr. 25.]

Uit de periode 1832-1843 is vrijwel niets bewaard gebleven. De commissie was in die jaren niet erg actief en voor wat de school betreft: de eerste onderwijzer Beekman heeft er waarschijnlijk een eigen administratie op na gehouden, waarvan de stukken na zijn overlijden verdwenen zijn. Uit die jaren zijn zelfs de namen der leerlingen niet bekend; dit in tegenstelling tot de overige jaren: de registers zijn van 1804 tot 1973 m.u.v. de periode 1925-1931 practisch compleet!

De nieuwe commissie uit 1844 besloot enkele maanden na haar installatie het archief van de oude commissie terug te vragen aan het Departementsbestuur. [NOTE Inv. nr. 4 blz. 13.]

Het oudste gedeelte van het commissiearchief heeft waarschijnlijk altijd samen met dat van de school in het schoolgebouw berust. Dit was ook de plaats waar de commissie haar maandelijkse vergaderingen hield. In 1898 werd "het archief" met een "vigilante" naar het huis van de secretaris vervoerd, die het bij gelegenheid zou uitzoeken. [NOTE Inv. nr. 9 blz. 300.] Twaalf jaar later is er weer een vermelding van het archief in de notulen: in 1909 had de commissie een pand in de De Ruyterstraat naast de school gekocht, waar later de administratie gevestigd zou worden. [NOTE Inv. nr. 11 blz. 16. ] De in 1910 nieuw benoemde penningmeester zou het archief bij zijn voorganger ophalen en het in de archiefkast in dat gebouw bergen. [NOTE Inv. nr. 11 blz. 66. ] Het betrof hier waarschijnlijk alleen de financiele stukken; de overige zullen al wel in de kast gelegen hebben. De penningmeesters zijn namelijk sinds 1910 erg actief: zij voeren zelfs een eigen correspondentie. [NOTE Zie inv. nrs. 115-128.]

Na de aanstelling van een boekhouder-administrateur in 1923 beheert deze het archief in plaats van de secretaris. In 1934, toen de school 130 jaar bestond, werd er een gedenkschrift uitgegeven waarvoor, blijkens het voorwoord, de archieven van commissie en school geraadpleegd zijn. Uit deze tijd dateren de vele potloodaantekeningen in de notulenboeken en de leerlingenregisters. Bij het bombardement op het Bezuidenhout op 3 maart 1945 ging het notulenboek 1937-1945 verloren. [NOTE Zie inv. nr. 15 blz. 1.]

Het archief van de jongensschool en het voornamelijk 19e-eeuwse gedeelte van het commissiearchief blijken later weer samen opgeslagen te zijn in het schoolgebouw aan de Laan van Poot. In 1980 werd dit gedeelte aan het gemeentearchief in bewaring gegeven. Een jaar later werd nog een belangrijke aanvulling verkregen: uit de kelders van het schoolgebouw aan de Adriaan Goekooplaan kwam een groot gedeelte van het commissiearchief over de jaren 1900-1972. De archiefbescheiden van na 1972 berusten bij de secretaris van de commissie en bij een administratiekantoor in Rijswijk dat sinds dat jaar de administratie over de scholen voert.

De archiefstukken van de beide fondsen hebben zich vanwege het feit dat het commissiebestuur tevens fondsbestuur was, altijd bij het commissiearchief bevonden.

Verantwoording van de inventarisatie

Een van de (grotere) problemen bij deze inventarisatie was het feit dat er aanvankelijk twee en, zoals later bleek, vier archieven geheel door elkaar waren geraakt. Zoals reeds gezegd waren de archieven van school en commissie lange tijd tijd gezamenlijk bewaard en waren de archieven van de beide fondsen bijna geheel verweven met het commissiearchief. Het was dus allereerst zaak het in de Handleiding reeds genoemde "respect des fonds" en daarna het bestemmingsbeginsel toe te passen.

Gelukkig waren er in het commissiearchief twee grote series te ontdekken: de notulen en de correspondentie. Tot 1873 rangschikte de secretaris de ingekomen stukken volgens het notulenstelsel en sinds 1923 volgens het agendastelsel (tot 1951). In de periode 1873-1923 was geen duidelijk stelsel te herkennen; deze stukken waren/zijn chronologisch gerangschikt. Tussen de correspondentie van 1923 tot 1930 zaten verschillende dossiers, samengesteld uit ingekomen en minuten van uitgaande stukken. Deze dossiers zijn gesplitst en de stukken zijn naar hun oude plaats volgens de agenda teruggebracht. Een overzicht van de samenstelling is te vinden in bijlage 2 bij deze inventaris. De correspondentie van ná 1950 is zeer summier; men is toen weer dossiers gaan vormen. De dossiers zijn bij de rubrieken geplaatst waarop ze betrekking hebben; de overige stukken waren chronologisch gerangschikt. Deze orde is aangehouden.

In het schoolarchief was slechts de serie stamboeken duidelijk te onderscheiden. Hierin bevinden zich enkele "dubbele" delen. Waarschijnlijk zijn deze door de commissie bijgehouden. Het viel echter niet uit te maken door wie de registers waren opgemaakt, zodat ze voor de overzichtelijkheid allemaal bij elkaar in het schoolarchief zijn geplaatst. Alleen van het oudste register (1815-1832) staat vast dat het tot het commissiearchief behoort, aangezien het voorkomt op de lijst van over te dragen stukken bij de opheffing van de commissie in 1832. Dit deel is dan ook in het commissiearchief geplaatst. De weinige stukken in de archieven van de fondsen bleven als vanzelf over na de ordening van de andere archieven. Enkele stukken afkomstig van de school Hollanderstraat die niet in één van de archieven geplaatst konden worden, omdat ze eigenlijk een apart archief vormen zijn in een aparte afdeling (C) geplaatst. Van de overige scholen zijn géén stukken aanwezig.

Een aantal stukken in de rubriek diversen in het schoolarchief zou evengoed in het commissiearchief kunnen thuishoren. Aangezien sommige stukken echter duidelijk uit het schoolarchief kwamen, zijn de andere daar ook tussen geplaatst. Binnen de rubrieken is met uitzondering van twee gevallen de chronologische volgorde aangehouden; de rubriek gebouwen is per gebouw onderverdeeld en in de rubriek financiën (commissie) is na de algemeen/ bijzonder-indeling de boekhoudkundige volgorde aangehouden; Over de volledigheid van de archieven valt niet te klagen: alleen uit de periode 1833-1844 is practisch niets aanwezig. Dit valt echter te verklaren, zoals in de geschiedenis van de archieven reeds vermeld is. Verder missen vele persoonsdossiers. Bij de acquisitie aan de Adriaan Goekooplaan werden de meeste archiefstukken aangetroffen in dozen en pakken. De dozen waren genummerd 8 (persoonsdossiers) t/m 32. De dozen 1 t/m 7 ontbreken nog. Ook zijn enkele stukken volgens het bestemmingsbeginsel uit het op het gemeentearchief aanwezige Departementsarchief gelicht en in het commissiearchief geplaatst. Zie hiervoor de concordans op oude en nieuwe inventarisnummers: bijlage 4. Evenzo zijn verschillende stukken naar het Departementsarchief teruggebracht. Deze waren blijkens een bijgaande brief uit 1979 gelicht ten behoeve van het jubileum van de school.

Tenslotte zijn de periodes waarover de archieven lopen bepaald aan de hand van de oudst aanwezige stukken en voor wat de einddatum betreft: voor commissie en school werd de administratie in 1972 op andere leest geschoeid (zie ook geschiedenis archieven); bij de fondsen is uitgegaan van de jongst aanwezige stukken.

Literatuur

G. 't Hart, Inventaris van het archief van het Departement 's-Gravenhage van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, 1796-1940; Den Haag 1967.

Gedenkschrift Nutsscholen te 's-Gravenhage, 1804-1934; Den Haag 1934.

F.L. Geldmaker, Herinneringen aan de Nutschool te 's-Gravenhage 1876-1881 door een oud-leerling, (handschrift, 's-Gravenhage 1934).

Bijlagen

Leden van de commissie 1804-1972

; +1918-1923; C.A. Abbing

; 1804-1810; C. van Alphen

; 1817-1829; ?

; 1804-1805; F.G. Alsche

; 1923-1930; H. André de la Porte

; 1935-1947; N. Arkema

; 1956-1960; A.C. Arntzenius

; 1967-1972; ?

; +1877-1891; mr. J.H. Bergsma

; 1952-1963; mr. J. Bierens de Haan

; sinds 1964; ir. R.D. Bleeker

; sinds 1971; ??? de Block

; 1888-1891; mr. Ph. van Blom

; +1898-1900; J.A. Böhringer

; 1862-1873; mr. C.H.B. Boot

; 1822-1832; mr. F.C. de Bordes

; +1872-1873; J. Bosscha jr

; 1804-1805; ??? van Brakel

; 1947-1964; jhr. mr. P.J.W. de Brauw

; 1844-1849; jhr. mr. W.M. de Brauw

; 1850-1855; ?

; 1885-1888; L. Brender à Brandis

; (1940)-1952; L. Brummel

; 1841-1844; J.J. Brutel de la Rivière

; 1829-1843; mr. A.H. van der Burgh

; 1955-1962; mr. S.L. Buruma

; sinds +1962; ?

; +1850-1851; W. Gooi

; 1851-1876; ?

; 1923-1926; mr. J.A.H. Coops

; 1935-1946; G.C. Corporaal

; (1944)-(1953); A.J.S. van Dam

; 1808-1832; ds. I.J. Dermout

; 1911-1919; jhr. mr. E.C.U. van Doorn

; 1921-1923; ?

; sinds 1967; dr. A.J. Duyvendijk

; 1880-1891; mr. S.A. d'Engelbronner

; 1891-1900; jhr. mr. W.A.R. Engelen

; 1921-1924; mr. G.F. Evelein

; +1901-1906; P.C. Evers

; 1820-1832; D. François

; sinds 1969; dr. H. Gerlach

; 1844-1846; mr. E.G.P. Gertsen

; 1873-1874; mr. J.J. van Geuns

; sinds 1962; drs. D.C. Goedhart

; sinds 1972; mw. A. van Gorkom-Pfaff

; 1914-1928; jhr. ir. G. de Graeff

; 1928-1929; jhr. D.C. Graswinckel

; 1918-1951; dr. H.E. Greve

; 1844-1847; mr. F. de Greve

; 1848-1853; ?

; 1854-1859; ?

; 1891-1918; W.R. de Greve

; +1897-1898; W.P. Groeneveldt

; 1931-1935; mr. A.E.C, de Groot van Embden

; 1877-1891; mr. A. Haakma van Royen

; +(1944)-1946; mr. ... Halbertsma

; sinds 1966; C.A. Hattinga van 't Sant

; sinds 1956; mr. H.M.H. Hemmes

; 1923-1931; mr. C.G.J.B. Henny

; +1856-1858; ds. J. Herman de Ridder

; 1858-1863; ?

; 1869-1875; ?

; 1947-1965; J. van Herwaarden

; 1855-1860; mr. A.C. van Heusde

; 1895-1901; H.W.L. Hofdijk

; 1931-1938; ir. F.W. 't Hooft

; 1840-1844; jhr. J.C.R. van Hoorn van Burch

; 1966-(1968); dr. D. Horringa

; 1940-1942; dr. W. Hoving

; +1862-1871; mr. W. Hoyer

; 1873-1888; ?

; +1893; F.M. Jaeger

; 1876-1877; jhr. mr. H.G.C.L. Janssens

; 1927-1930; dr. N. Japikse

; 1952-1965; dr. J.A.J. Jousma

; 1825-1834; mr. J. Kappeyne van de Coppello

; 1873-1875; dr. M.P.G. Kappeyne van de Coppello

; 1859-1864; mr. F.F. Karseboom

; 1868-1873; ?

; 1804-1832; mr. J.C. van de Kasteele

; 1847-1862; mr. G.N. de Kempenaer

; +1895-1896; E.B. Kielstra

; 1921-1956; mr. F.L. Kleyn

; 1804-1808; mr. J. Kops

; 1844-1851; mr. A.Q. Krayenhoff van de Leur

; +1851-1854; ?

; 1874-1891; J. Kuyper

; 1894-1899; jhr. H. Laman Trip

; 1808-1832; dr. F.J. van Maanen

; sinds 1969; mr. P.C. Maas

; 1841-1844; F.T. de Mazure jr

; 1902-1910; J.A. Mazel

; 1837-1840; J.Z. Mazel

; 1804-1808; L.C. Mazel

; 1810-1821; L.A. van Meerten

; 1844-1848; mr. L. Metman

; +1848-1849; ?

; 1849-1854; ?

; 1846-1850; A.D.J. Mioulet

; 1853-1858; ?

; 1919-1922; dr. P.C. Molhuysen

; 1912-1921; mr. dr. S.J.R. de Monchy

; 1965; drs. W.G. Noordegraaf sinds

; 1858-1860; ds. H.L. Oort

; +1849-1850; dr. C. van Osenbruggen

; +1854-1856; ?

; 1860-1865; ?

; 1804-1806; P.A.R. van Ouwenaller

; +1897; B.J. Ovink

; +1900-1901; ?

; 1804-1810; J.H. van der Palm

; 1913-1914; jhr. ir. C.E.W. van Panhuys

; 1822-1832; B.A. Perier

; 1875-1880; mr. A.N.M. Pit

; 1899-1913; G.J.C.A. Pop

; +1875-1877; dr. M. Prager Lindo

; 1956-1959; mr. J.G. van Putten

; 1891-1895; jhr. mr. H. de Ranitz

; +1860-1862; mr. B.L. Rasch

; 1891-1920; jhr. mr. J.H. van Reenen

; 1929-1934; jhr. mr. dr. O. Reuchlin

; +1911-1913; dr. K.H. Rombouts

; +1896-1897; dr. L.W.G. de Roo

; 1834-1844; ??? Roozeboom

; 1894-1916; mr. L.V. van Rossem

; 1810-1820; mr. E.J. van Royen

; 1874-1885; mr. C. Rueb

; 1931-1939; dr. A. Rutgers van der Loeff

; 1900-1922; H.C. van Ruyven

; 1922-1935; F.W. Santman

; 1804-1821; C. Scheffer

; 1916-1921; W.M. Scheurleer

; 1929-1935; dr. W. van Schothorst

; 1805-1837; ds. J. Schultz

; 1864-1869; mr. J.W. Schuurman

; 1962-1967; Th. Smeulers

; 1804-1817; B. Spoelstra

; +1844-1846; A. van der Spuy

; +1863-1868; dr. D.J. Steyn Parvé

; +1871-1872; ?

; (1904)-1959; dr. A.M. Streef

; +1893-1895; J.N.A. baron Taets van Amerongen

; +1891-1893; mr. A. Telders

; 1870-1874; mr. W. Terpstra

; sinds1959; D.J.E. Timmers

; +1846-1848; D. Veegens

; 1966-1968; W. Verhage

; 1891-1912; W.N.J. Verkerk

; 1804-1808; A.F. de Virieu

; 1922-1927; ir. J.F. de Vogel

; 1865-1870; mr. C. Vosmaer

; +1946-1962; mr. H.M. de Vries

; 1808-1825; mr. P. Vromans

; 1891-1894; L.A. Walaardt Sacré

; +1923-1944; jhr. mr. J.L.W.C. von Weiier

; 1888-1891; L. Wichers

; 1891-1894; ?

; +1913-1915; mr. N.P.C, van Wijk

; 1935-1941; dr. W. van der Wijk

; 1930-1939; L.Th. Wilhelmy van Hasselt

; 1959-1965; G.J. Willering

; 1906-1911; dr. D.H. de Zwaan; afgevaardigde van het Departement; ( ) waa

Het bestuur van de commissie 1804-1972

Voorzitters

; 1804-1806; J.H. van der Palm

; 1806-1808; mr. J. Kops

; 1808-(1818); C. Scheffer

; (1818)-1832; mr. J.C. van de Kasteele

; 1833-1837; ds. J. Schuitz

; 1837-1840; J.Z. Mazel

; 1840-1844; Jhr. J.C.R. van Hoorn van Burch

; 1844-1854; mr. L. Metman

; 1854-1859; mr. F. de Greve

; 1859-1863; ds. J. Herman de Ridder

; 1863-1864; mr. F.F. Karseboom

; 1864-1865; dr. C. van Osenbruggen

; 1865-1868; dr. D.J. Steyn Parvé

; 1868-1873; mr. F.F. Karseboom

; 1873-1875; ds. J. Herman de Ridder

; 1875-1891; J. Kuyper

; 1891-1894; L.A. Walaardt Sacré

; 1894-1920; jhr. mr. J.H. van Reenen

; 1920-1922; H.C. van Ruyven

; 1922-1928; jhr. ir. G. de Graeff

; 1928-1929; jhr. D.C. Graswinckel

; 1929-1956; mr. F.L. Kleyn

; 1956-1962; mr. H.M. de Vries

; 1962-1963; mr. J. Bierens de Haan

; 1963-1972; D.J.E. Timmers

; sinds 1972; ??? de Block

Secretarissen

; 1804-1810; C. van Alphen

; 1810-1813; ds. I.J. Dermout

; 1813-1817; mr. E.J. van Royen

; 1817-1828; C. van Alphen

; 1828-1832; mr. A.H. van der Burgh

; 1833-1843; ?

; 1844-1846; mr. E.G.P. Gertsen

; 1846-1848; A.D.J. Mioulet

; 1848-1862; mr. G.N. de Kempenaer

; 1862-1873; mr. C.H.B. Boot

; 1873-1880; mr. W. Hoyer

; 1891; mr. S.A. d'Engelbronner

; 1891-1894; jhr. mr. H. de Ranitz

; 1894-1911; mr. L.V. van Rossem

; 1911-1918; jhr. mr. E.C.U. van Doorn

; 1918-1923; dr. H.E. Greve

; 1923-1930; H. André de la Porte

; 1930-1931; L.Th. Wilhelmy van Hasselt

; 1931-1934; ir. F.W. 't Hooft

; 1935-1947; N. Arkema

; 1947-(1956); jhr. mr. P.J.W. de Brauw

; sinds (1956); mr. S.L. Buruma

Penningmeesters

; 1804-1808; L.C. Mazel

; 1808-(1816); ds. J. Schuitz

; (1816)-1820; C. Scheffer

; 1820-1822; C. van Alphen

; 1822-1832; B.A. Perier

; 1833-1844; geen penningmeester

; 1844-1851; mr. A.Q. Krayenhoff van de Leur

; 1851-1876; W. Cool

; 1876-1877; jhr. mr. H.G.C.L. Janssens

; 1877-1891; mr. A. Haakma van Royen

; 1891-1901; W.N.J. Verkerk

; 1901-1902; H.W.L. Hofdijk

; 1902-1910; J.A. Mazel

; 1910-1916; mr. L.V. van Rossem

; 1916-1921; W.M. Scheurleer

; 1921-1924; mr. F.L. Kleyn

; 1924-1931; mr. C.G.J.B. Henny

; 1931-1935; mr. A.E.C, de Groot van Embden

; 1935-1946; G.C. Corporaal

; 1947-1965; J. van Herwaarden

; 1965-1968; W. Verhage

; sinds 1969 (waarschijnlijk); mr. P.C. Maas

Directeuren/directrices der scholen 1804-1973

Jongensschool, Westeinde, Buitenhof, De Ruyterstraat, Laan van Poot

; 1804-1843; H.J. Beekman

; 1844-1873; W.J. de Vries

; 1873-1902; W.B. Reeser

; 1902-1919; H.P. van Nieuwenburg

; 1919-1923; Dr. C.S. Jolmers

; 1923-1937; H. Oldemans

; 1937-1960; F.C. Haalebos

; 1960-1973; J. Christiaanse

; sinds 1973; J.M. Heins

Meisjesschool, M.M. Boldinghschool, Hollanderstraat

; 1918-1924; mevr. M.M. Boldingh (1894)

; 1924-1935; mevr. A. Verhagen

; 1935-1959; G.J. Willering

; 1959-1967; H.C. van Dijk

; 1967; mevr. C.C. Lakke

; 1967-1969; G. Bruyn

; 1969-1970; mevr. C.C. Lakke

; sinds 1970; L.J. Vlietstra

School Willem Lodewijklaan, Adriaan Goekooplaan, Zorgvliet

; 1923-1939; Dr. C.S. Jolmers

; 1939-1949; H. Wilmink

; 1949-1973; J.D. van Klaveren

; sinds 1973; A. Luwema

School Merkusstraat, Bezuidenhout

; 1929-1943; G.S. Valk

; 1943-1949; J.D. van Klaveren

; 1949-1959; H. Wilmink

; 1959-1968; G. in 't Veld

; sinds 1968; W.G. Grotenhuis

School Exlostraat, Mr. F.L. Kleijnschool, Morgenstond

; 1955-1956; P.G. van der Waals

; 1956-1968; J. de Korte

; sinds 1968; G. van Rooyen

School Woonstede, Bouwlust

; sinds 1959; H.E.J. Rijckborst

Keywords

Subjects:

Onderwijs en Wetenschap

Records creator

Commissie tot beheer der nutsscholen

Eerste school (Laan van Poot)

School in de Hollanderstraat

Vereeniging nutsscholenfonds

Stichting steunfonds der nutsscholen