Netherlands > Regionaal Archief Dordrecht

757

Waterschap 'De Dijkring Hoeksche Waard'

1895 - 1974
G. Timmerman (2001)
2021
Regionaal Archief Dordrecht
Nederlands

General remarks

#guid

CDB10BC499BB444BB885B7F2FBF4CCBB

Titel inventaris

Waterschap 'De Dijkring Hoeksche Waard'

Other descriptive information

Openbaarheidsbeperkingen

Het gehele archief is openbaar

Beperkingen aan het gebruik

Het archief kent geen beperkingen op het raadplegen van stukken als gevolg van de materiële staat of het digitaliseren van de originelen.

Andere toegangen

Op dit archief bestaan geen nadere toegangen.

Aanvraaginstructie

Archiefstukken kunnen worden aangevraagd of gereserveerd per inventarisnummer door dit open te klikken en vervolgens het uiterst rechtse icoontje aan te klikken. U moet de volgende gegevens invullen:

1. uw bezoekersnummer
2. uw naam
3. uw e-mailadres
4. uw bezoekdatum

Vraagt u meerdere inventarisnummers aan, dan kunt u volstaan met te klikken op ‘verder zoeken’. Wanneer u alles wat u wilt inzien hebt aangevraagd, dan klikt u op de knop ‘versturen’. Het maximumaantal aanvragen per dag is 16.

Citeerinstructie

Bij het citeren in annotatie en verantwoording wordt het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen vermeld. Daarna kan worden volstaan met een verkorte aanhaling.

Volledig:
Regionaal Archief Dordrecht, Archief Waterschap 'De Dijkring Hoeksche Waard', nummer toegang 757, inventarisnummer ...

Verkort:
NL-DdtRAD, Dijkring Hoeksche Waard, 757, inv.nr. ...

Kil- en Wachtdijken en later de Oosthoeksche Dijken

Bestaande situaties zijn aan wijzigingen onderhevig, zeker wanneer de omstandigheden daartoe leiden, of sterker, wanneer de omstandigheden is vereisen. Zo ook, waren de omstandigheden aanleiding tot oprichting van het waterschap voor de Kil- en Wachtdijken, en later het waterschap de Oosthoeksche dijken.

In de nacht van 20 op 21 december 1894 ontstond, tengevolge van een stormvloed, een grote doorbraak in de dijk van de Kilpolder, welke polder eigendom was van de heer Volker.

Deze doorbraak vond plaats ten noorden van de buurtschap "de Wacht" onder de gemeente 's-Gravendeel, en werd gevolgd door nog een doorbraak van de achtergelegen dijk van de Strijensche Polder op 25 januari 1895. Deze doorbraak veroorzaakte dat de gehele buurtschap "Schenkeldijk", benevens alle boerderijen in de Strijensche Polder door overstroming werden getroffen.

Het water kwam zelfs tot de "Kaai" in Strijen. Door het onmiddellijke treffen van noodvoorzieningen kon worden voorkomen dat de polder het Oudeland van Strijen, evenals andere belendende gebieden onder liepen. Nog ernstiger werd de situatie toen de ebdeuren van de schutsluis van Strijensas het begaven waardoor het gebied getroffen werd door getijdestromingen.

Dat er verder geen ongelukken gebeurden, was te danken aan het feit dat het water gedurende de strenge winterperiode onder de 2m + N.A.P. bleef.

Op 29 januari 1895 werd door de besturen van de direct en indirect bij de inundatie betrokken polders een spoedeisende vergadering gehouden. Men kwam tijdens deze bijeenkomst alras overeen dat er meteen iets moest gebeuren.

Onder voorbehoud van goedkeuring van de stemgerechtigde ingelanden werd besloten dat de doorbraak van de dijk van de Kilpolder, door de eigenaar ten spoedigste gedicht en in orde gebracht zou worden. De kosten zullen hectaresgewijs worden verrekend door de polders die deel uit maken van de uitwatering door Strijensas, alsmede door de polders Mookhoek en Trekdam, de Kilpolder en Nieuw-Beversoord.

Men had een dermate haast met de werkzaamheden dat vooraf van de heer Volker, als eigenaar van de Kilpolder, geen begroting werd verlangd. Hij zou de werken op zijn kosten doen uitvoeren en achteraf deze in rekening brengen.

In de ingelandenvergadering van 5 april 1895 werd door een voorlopig ingestelde commissie een ontwerp-voorstel ter behandeling ingebracht, regelende het verbeteren, nieuw aanleggen en onderhouden van de Wacht- en Kildijken, de Trekdamsedijk en de Strijenschedijk. De Strijensche Polder had te zorgen voor het verhelpen van hun eigen doorbraak.

Eerdergenoemde overeenkomst was in feite het begin van een concentratie van dijkbeheer in het oostelijk gedeelte van de Hoeksche Waard. Hierna werd voorlopig het waterschap gereglementeerd en in 1898 werd het waterschap de Oosthoeksche dijken opgericht.

Voor dat dit echter zover was, waren de verschillende dijkswerken tot een goed einde gebracht. In 1895 tijdens de augustus-vergadering van de stemgerechtigde ingelanden, werd mededeling gedaan dat aan de dijkswerken fl. 134.000,-- is besteed. Voor het dichten van de dijk van de Kilpolder fl. 40.000,-- en fl. 94.000,-- aan het doen van verschillende verbeterings- en onderhoudswerken.

Hoewel bovengenoemde bedragen, zeker voor die tijd, zeer hoog zijn te noemen, temeer dat deze gelden opgebracht dienden te worden door de eigenaren van in totaal 5597 ha grond, vermelden artikelen uit die tijd dat ondanks de bemoeienissen, de toestand van de dijken "allerbedroevenst" was.

Gesproken werd van een staalkaart van de meest onmogelijke toestanden. Niet dat deze toestand verweten moet worden aan de besturen van de betrokken polders, doch aan de financiële draagkracht van diegenen die de kosten moesten opbrengen en de hoogte van de kosten als zodanig.

Na oprichting van het waterschap voor de Kil- en Wachtdijken, en later de Oosthoeksche dijken ontstond een breder draagvlak. Dit draagvlak werd in 1918 nog groter door het toetreden van de polders de Oost- en West Zomerlanden en Oud-Heinenoord.

Het heeft niet direct zin om een opsomming te geven van de werken die gedurende het bestaan van het waterschap hebben plaatsgevonden. Daartoe raadplege men de inventaris, doch gedurende de periode 1898-1935 werd voor fl. 788.000,-- uitgegeven aan het instandhouden en verbeteren van de waterkeringen.

De Bosschendijk

De stormvloed van 13 op 14 januari 1916 is uiteindelijk de oorzaak van de oprichting van het waterschap de Bosschendijk.

Na deze stormvloed rezen er problemen in de verhouding tussen de besturen van de polders Westmaas-Nieuwland en die van Oud-Beijerland, Moerkerken, Cromstrijen en de Group met betrekking tot de financiering van het herstel en onderhoud van de dijk van de Bosschen.

Uit de notulen van de eerste bijeenkomst, welke werd voorgezeten door G. Schelling als voorzitter van de polder Oud-Beijerland ca., blijkt dat er meningsverschil bestond over de hoogte van de bijdragen aan de polder het Westmaas-Nieuwland.

In de volgende vergadering, voorgezeten door de heer G. de Jong, reeds benoemd tot dijkgraaf van het waterschap en voorzitter van de polder het Westmaas-Nieuwland, werd door hem gesteld dat het des polders goed recht was "er zo voordelig mogelijk van af te komen". Duidelijk verschil van interpretatie en inzicht, wellicht het gevolg van soms tegenstrijdige belangen.

Bovenstaande had echter tot gevolg dat ambtenaren van de provinciale waterstaat in Zuid-Holland vaststelden dat er nu eindelijk eens iets moest gebeuren. Wanneer er geen maatregelen zouden worden getroffen, zouden de vrijstellingen, verleend in de dijktafel voor de Beijerlandsche en Westmaas-Nieuwlandsche dijk, ophouden te bestaan.

Hierna is door de respectievelijke besturen voorgesteld de dijktafel te wijzigen. Het provinciaal bestuur heeft hiermee ingestemd en dit gereglementeerd in het provinciale blad van 4 augustus 1919 no. 704, waarbij tevens het waterschap de Bosschendijk werd opgericht.

Dit waterschap had overigens uitsluitend het beheer over de dijken gelegen binnen het 2e dijkvak binnen de Hoeksche Waard.

Waterschap De Hoeksche Waard resp. De Dijkring Hoekse Waard

Algemeen

Het waterschap "De Hoeksche Waard" en per 1 april 1954 het waterschap De Dijkring Hoekse Waard, dankt de instelling per 1 januari 1936 aan het besluit van provinciale staten van Zuid-Holland van 12 december 1934, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 24 juni 1935. Deze naamswijziging is overigens een gevolg van het oprichten van de zgn. dijkringen. De instelling van dit waterschap in 1936 is gepaard gegaan met de opheffing van de rechtsvoorgangers, teweten het waterschap De Oosthoeksche Dijken en het waterschap De Bosschendijk, terwijl tevens het Reglement op het Gemeenwaterstaatsbelang van het eiland de Hoeksche Waard werd ingetrokken.

De taakstelling van het waterschap is in het reglement als volgt omschreven:
"a. De zorg voor den voortdurende zee- en rivierwaterkeerenden toestand van de hoofdwaterkeering van het eiland De Hoeksche Waard;
Hiertoe behoort mede de zorg, dat derden hun verplichtingen tot onderhoud in een voortdurend zee- en rivierwaterkeerenden toestand nakomen;
"b. De zorg voor de binnendijken;
Hiertoe behoort mede zorg, dat derden hun verplichtingen tot onderhoud nakomen;
"c. De zorg voor de verwijdering, ongeveer tot aan het polderpeil, van het inundatiewater uit de streek, gelegen binnen de onder a. bedoelde hoofdwaterkeering.

In 1967 ontstond bij het provinciaal bestuur van Zuid-Holland de gedachte om het beheer van de polderwegen, tot nu toe in onderhoud bij de diverse polders in de Hoeksche Waard, als gevolg van de uitvoering van de werken van de ruilverkaveling Hoeksche Waard Noord en de waarschijnlijke nog te volgen ruilverkavelingen, te centraliseren en bij het waterschap onder te brengen.

Bij besluit van 21 mei 1970 is door de staten besloten tot het in beheer en onderhoud nemen, het verbeteren en aanleggen van wegen en het bijdragen in de kosten van onderhoud, verbetering en aanleg van wegen.

Het betreft hier de openbare wegen, op of binnen de hoofdwaterkering gelegen, welke tot nu toe in beheer en onderhoud van de polders zijn.

Tot deze taakstelling dient tevens het onderhoud van de bedoelde wegen van de langs de wegen gelegen bermsloten gerekend te worden, voorzover deze in onderhoud zijn bij de polders en geen hoofdwatergangen zijn. De kunstwerken die behoren tot deze wegen, voorzover deze geen waterkerende of waterregelende werking hebben worden eveneens overgedragen.

De overdracht is geëffectueerd per 1 januari 1971.

Indeling in dijkvakken

De hoofdwaterkering rond het eiland de Hoeksche Waard, in z'n geheel omgeven door rivierwater, is verdeeld over 33 dijkvakken, afzonderlijk in het reglement benoemd.

Tevens zijn de binnendijken zoals bedoeld onder b. in de hierboven omschrijving met name benoemd. Dat het waterschap ook het toezicht heeft op het onderhoud door anderen te verrichten, dan wel het toezicht uit dient te oefenen op door anderen uit te voeren werken, heeft in zich dat handhaving hiervan plaats vindt via bepalingen in de Keur op de dijken. Een middel om gebods- en verbodsbepalingen uit te vaardigen, aan de hand hiervan ontheffingen te verlenen, en controle op de naleving uit te oefenen. Voor de bewaking van de dijken is een Keur op het dijkleger ingesteld.

Bestuurscolleges van de dijkring en de samenstelling hiervan

Het bestuur van het waterschap bestaat uit een drietal bestuurscolleges.
a. de Verenigde Vergadering;
b. het College van Dijkgraaf en Dijkraden;
c. de Dijkgraaf.

De samenstelling van de Verenigde Vergadering is als volgt:
1. de Dijkgraaf en de Dijkraden van het waterschap;

2.1 de voorzitter en twee leden van de besturen van de polders:
- Den Hitsert;
- Cromstrijen;
- Nieuw-Bonaventura, Mookhoek en Trekdam.

2.2 de voorzitter en één lid van de besturen van de polders:
- Nieuw-Beijerland en Nieuw-Piershil;
- Oud-Beijerland, Moerkerken, Cromstrijen en de Group;
- Het Westmaas-Nieuwland;
- Moerkerken;
- Het Oudeland van Strijen en Oud-Bonaventura.

2.3 de voorzitter, vertegenwoordiger of de eigenaar van de polders:
- De Oude Korendijk, Oude Nieuwland en Oost- en Molenpolder;
- De Oost- en West-Zomerlanden;
- Het Land van Essche, Uiterdijk en Nieuw-Strijen;
- De Hoogezandsche polder.

2.4 de voorzitter, de vertegenwoordiger of de eigenaar van één van de polders van elk van de volgende groepen:
- Klein Piershil en Oud-Piershil;
- Het Nieuweland van Heinenoord, genaamd De Bosschen en Oud-Heinenoord;
- Het Nieuweland van Puttershoek en De Mijl;
- Het Munnikenland van Westmaas en de St. Anthonypolder;
- Het Kooiland en de Strijensche Polder;
- De Kilpolder, Beversoord, Meeuwenoord en Oud-Beversoord;
- De Oude Klem, De Nieuwe Klem, De Bekade Gorzen van de Nieuwe Klem en de Gorzen en Aanwassen van den Lande van Essche;
- De Torensteepolder, Nieuw-Oosterschepolder en Schuringsche Polder

Vanaf 1952 zijn de gemeenten in de Hoeksche Waard, al of niet in combinatie met andere gemeenten afhankelijk van het inwonersaantal, vertegenwoordigd in de Verenigde Vergadering van het waterschap. De reden hiervan vindt zijn oorsprong in de betaling over de gebouwde eigendommen. Men was overigens niet vertegenwoordigd in het college van Dijkgraaf en Dijkraden.

Pas in 1972 werden een tweetal vertegenwoordigers van de gemeenten toegelaten tot de vergaderingen van het college van Dijkgraaf en Dijkraden als waarnemers.

Uitvoering van de werken

De uitvoering van de werken is zeer bepaald door de omstandigheid dat op 1 februari 1953 de stormvloed ook over de Hoeksche Waard heeft gewoed en de dijken op ca. 35 plaatsen heeft doen doorbreken. Deze stormvloed heeft de aanleiding gegeven om de Deltawet in te stellen, met alle gevolgen voor de uitvoering van werken van dien. Met name 's-Gravendeel, Numansdorp, Strijen, Puttershoek en Zuid-Beijerland zijn zwaar getroffen. Als gevolg van deze vloed dienden daar enorme werken uitgevoerd te worden. Het meest ingrijpende werk was wel de dijkverbetering in Puttershoek, waar als gevolg hiervan een complete bewoonde streek, het Weverseinde, moest verdwijnen. Alle aldaar bestaande woningen zijn als gevolg van deze werken aangekocht en geamoveerd.

De afwikkeling van dit uitermate omvangrijke project is pas in de jaren zeventig tot een afronding gekomen.

Zie overigens voor de eerste actuele verslaglegging na de vloed de inventarisno.'s 971 en 972.

Waterkwaliteitsbeheer

Bij de invoering van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in 1970, is door provinciale staten van Zuid-Holland besloten de uitvoering van deze taak toe te kennen aan de waterschappen.

In verband met het zeer versnipperde kwantiteitsbeheer in de Hoeksche Waard, thuis horend bij de diverse polders, is besloten om het actieve beheer op te dragen aan het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Archief

Het archief van het waterschap was in hoofdzaak geordend volgens het registratuurstelsel van de Unie van waterschapsbonden, voorzover het geen series betrof. Aansluiting bij het gelijknamige bureau heeft plaatsgevonden per 1 januari 1937.

De conditie van de bescheiden is overwegend goed te noemen. Vernietiging van de te vernietigen bescheiden heeft plaatsgevonden aan de hand van de vigerende "selectielijst".

Daar waar nodig zullen restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Met betrekking tot de omvang kan gesteld worden dat mede als gevolg van het voeren van een technisch-archief naast het "beleids-archief", het totaal tot 1/4 gedeelte is teruggebracht hetwelk ca. 8 strekkende meter omvat.

Verantwoording inventarisatie

Hoewel de archieven van de afzonderlijke waterschappen aan een inventarisatie onderworpen zijn geweest, zijn thans de archieven in één inventaris ondergebracht. De kenmerken van de waterschappen waren dezelfde namelijk de zorg en het beheer over de waterkeringen in kleiner dan wel groter verband. Alle dijkbeherende activiteiten zijn hierdoor chornologisch en in hun samenhang bijeengebracht.

Deze inventarisatie doet alle eerdere betreffende deze archieven vervallen.

Opheffing

Het waterschap is per 1 april 1974 opgeheven, als gevolg van de polderconcentratie in de Hoeksche Waard, waarbij het gelijknamige waterschap De Hoeksche Waard per datum werd opgericht en naast de dijk- en wegenzorg tevens belast werd met de waterhuishouding en het kwaliteitsbeheer in het kader van de W.V.O.

Keywords

Subjects:

Verkeer en Waterstaat