Netherlands > Atria

IIAV00000375

Archief Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB)

Finding aid
1938-1999
Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis
(Vijzelstraat 20, 1017 HK Amsterdam, Nederland)
Finding aid is in Dutch
Overzicht collectie

Scope and content

Inhoud

Notulen ledenvergaderingen 1938-1993; notulen bestuur 1938-1999; bestuurscorrespondentie 1932-1996; correspondentie met de gewestelijke afdelingen 1938-1998, jaarverslagen 1937-1997; tijdschrift Ons Plattelandsleven 1950-1993, stukken betreffende de activiteiten van de landelijke werkgroepen: kadertrainingen, creativiteit, emancipatie, agrarisch werk, ontwikkelingssamenwerking en Rond om het Boek vanaf begin jaren zeventig; audiovisueel materiaal.

Records creator's history

Geschiedenis

Opgericht in 1933 als Commissie voor het Ontwikkelingswerk onder Vrouwen en Meisjes op het Platteland van de Christelijke Boeren en Tuinders Bond (CBTB), vanaf 1938 als zelfstandige Vereniging onder de naam Bond van Christen Boerinnen, Boerendochters, Plattelandsvrouwen en -meisjes in Nederland (CBPB), vanaf 1959 bekend als Christelijke Plattelandsvrouwen en -meisjes Bond (CPB) en vanaf 1993 als Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB), fuseerde per 1 januari 1999 met de Nederlandse Christen Vrouwenbond (NCVB) tot Passage, christelijk maatschappelijke vrouwenbeweging; doel van de CPB en haar voorgangers was de positie van de vrouw op het platteland en in het boerenbedrijf te verbeteren door scholing op christelijke grondslag; daarbij kwamen onderwerpen als boerenvrouwen en loonarbeid, opvoeding, huishoudkunde en hygiëne, landbouwpolitiek en literaire vorming aan bod, vanaf de jaren zeventig ook de organisatie van hulp aan boerinnen in ontwikkelingslanden.

Processing information

Bewerking

Inventaris gemaakt door Yolande Hentenaar in 2000

Aanvulling verwerkt door Susanne Neugebauer in 2002

Conditions governing access

Raadpleging

Vrij

Preferred citation

Aanbevolen citeerwijze

Archief Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB), inv.nr …, collectie Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) in Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

Extent

14.8 m. meter

Other descriptive information

INLEIDING

De oprichting

De oprichting van de voorloper van de Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB) was te danken aan initiatives afkomstig uit het landbouwhuishoudonderwijs een uit de gelederen van de Christelijke Boeren en Tuinders Bond (C.B.T.B.). De C.B.T.B. had zich vanaf het begin van zijn oprichting in de jaren dertig tot doel gesteld landbouwhuishoudonderwijs te bevorderen, in eerste instantie het onderwijs van christelijke landbouwscholen voor jongens.

In het voorjaar van 1930 ontving de secretaresse van deFederatie van Christelijke Verenigingen van en voor Vrouwen en Meisjes, later de Christen Jonge Vrouwenfederatie (in het vervolg de Federatie genoemd), mejuffrouw M.W. Barger, een brief van professor Diepenhorst uit Amsterdam. Deze professor was betrokken bij het werk van deC.B.T.B. Zijn vraag aan het federatiebestuur: “Doen jullie nu ook eens iets voor onze boerendochters van Protestants Christelijke huize?” markeerde het begin van het ontwikkelingswerk onder vrouwelijke boeren en tuinders. In 1930 was deBond van Christelijke Jonge Boeren en Tuindersorganisaties (CJBTO) opgericht en nu moest een vakvereniging van en voor boerendochters volgen. De Federatie boog zich over de mogelijkheden scholing voor boerenmeisjes te organiseren. Onder medewerking van de leraressen in de landbouwhuishouding in dienst van de C.B.T.B. resulteerde dit in een eerste bijeenkomst in Leusden in het jaar 1932, genoemd de Ontwikkelingsweek. Hiervoor waren boerendochters en plattelandsmeisjes, veelal oud-leerlingen van christelijke landbouwhuishoudscholen, uitgenodigd. In juni 1933 benoemde de Federatie een aparte commissie voor het ontwikkelingswerk onder deze nieuwe doelgroep. Naast het organiseren van ontwikkelingsweken en –kampen werden ook plaatselijke studiegroepen opgericht en lezingen georganiseerd. Deze groepen organiseerden zich per provincie in een vereniging van christelijke boeren- en plattelandsvrouwen en -meisjes. Hierbij sloten zich dan ook verenigingen van oud-leerlingen van het christelijke landbouwhuishoudonderwijs en andere plaatselijke verenigingen met een soortgelijk doel aan (Zie voor de oprichtingsgeschiedenis onder de rubrieken Correspondentie commissie Ontwikkelingswerk, statuten van oprichting en Ontwikkelingswerk onder Vrouwen en Meisjes op het Platteland). Uiteindelijk werd de commissie van de Federatie op 5 oktober 1938 verzelfstandigd tot de vereniging Bond van Christen Boerinnen, Boerendochters, Plattelandsvrouwen en –meisjes in Nederland (C.B.P.B). De Bond zal nog twee keer een naamswijziging ondergaan: vanaf 1959 Christelijk Plattelandsvrouwen en –meisjes Bond (C.P.B.) en vanaf 1993 Christelijke Plattelandsvrouwen Bond (CPB). In het vervolg wordt gesproken over de bond.

Leden en groei van de bond

Bij de oprichting in 1938 begon de bond al direct met 46 afdelingen en 1100 leden. Na een rustige periode in de oorlogsjaren groeide de bond na 1945 explosief. In 1948 waren er 111 afdelingen met 3000 leden, in 1958, de bond bestond 20 jaar, was een voorlopig hoogtepunt bereikt met 277 afdelingen en 9900 leden. Daarna daalde het ledental weer. De oorzaak daarvoor lag bij de oprichting van meisjesafdelingen binnen de bond, die zich gingen afscheiden en zelfstandig werden en later weer samengingen met de jongerenafdelingen van de CBTB in de Christelijke Plattelands Jongerenbond (CPJ). In 1961 steeg het aantal leden dan weer tot 15.000, in de jaren zeventig zelfs tot ruim 22.500. Lid van de bond mocht elke vrouw worden die lid was van een provinciale of gewestelijke organisatie van christelijke plattelandsvrouwen en of –meisjes. Was zij dat niet kon zij toch buitengewoon lid van de CPB worden (statuut 1959). Vanaf 1993 mochten verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid lid worden van de CPB, wier grondslag niet in strijd was met die van de bond, en die “ten doel hebben werkzaam te zijn in het belang van bewustwording, vorming, ontwikkeling en welzijn van de plattelandsvrouwen op het terrein van gezin, arbeidssituatie en samenleving. Een lid wordt vertegenwoordigd door een of meer aangewezen bestuurder of andere natuurlijke persoon.” (statuten 1993)

Grondslag en doelstellingen

De statuten van 1939 vermelden de grondslag en doelstelling van de bond als volgt: Wij gaan uit van de overtuiging dat Gods Woord op elk levensterrein en voor elke levensuiting toetssteen en richtsnoer moet zijn. Doelstelling is, elke vrouw van het platteland bewust te maken van haar roeping en te werken aan de vorming van leden ten aanzien van haar plaats en taak in gezin, bedrijf en maatschappij (statuten 1939). Doel van alle activiteiten van de bond was dus, vanuit een christelijke overtuiging de positie en het welzijn van vrouwen op het platteland door scholing te verbeteren. Door middel van cursussen, ontwikkelingsweken, vormingsdagen en werkdagen voor kaderleden werden verschillende onderwerpen behandeld: algemene maatschappelijke ontwikkelingen, in het bijzonder landbouwpolitiek, omgang tussen de verschillende sekses, taalbevordering, voorlichting op het gebied van landbouw, agrarisch-sociale voorlichting, huishoudelijke voorlichting, bijvoorbeeld voeding of verwerking van producten van de boerderij. Ook het vraagstuk van de loonarbeid van de boerin kwam uitgebreid aan de orde. Maar behalve scholing en voorlichting voor Nederlandse boerinnen in de jaren vijftig en zestig werd later ook gestreefd naar verbetering van de positie van en het verlenen van hulp aan agrarische en plattelandsvrouwen elders in de wereld. In 1993 werden de statuten voor de laatste keer gewijzigd en met hen de doelstelling aan de veranderde tijdsgeest aangepast: ‘werkzaam zijn in het belang van bewustwording, vorming, ontwikkeling en welzijn van de plattelandsvrouwen, aangesloten bij de afdelingen van haar leden, de gewestelijke verenigingen, op het terrein van gezin, arbeidssituatie en samenleving dichtbij en veraf. Waar mogelijk te komen tot gezamenlijke belangenformulering en belangenbehartiging ten behoeve van de vereniging, de gewestelijke verenigingen en de afdelingen met de aangesloten plattelandsvrouwen’.

Samenstelling van het bestuur

De bond groeide van een vrijwillligersorganisatie tot een professionele instelling met een bureau en betaalde krachten ter ondersteuning van de vele vrijwilligsters werkzaam in het landelijk beleid, de gewesten en afdelingen. In 1938 bestond het bondsbestuur, tevens dagelijks bestuur, uit 5-9 leden. De algemene bestuursleden werden door de provincies gekozen en vertegenwoordigden deze in het bestuur (statuten 1938, zie voor statuten inv.nr. 129-131). Vanaf 1959 werd het bestuur samengesteld uit een presidente en de vertegenwoordigsters uit de deelnemende provincies. Het dagelijks bestuur bestond toen uit de presidente en twee leden gekozen door de algemene ledenvergadering (statuten 1959). In 1977 werd het bondsbestuur gevormd door 10 gewestelijke presidentes en 10 plaatsvervangsters en 9 dagelijks bestuursleden. De leden van het dagelijks bestuur werden uit het midden van het bondsbestuur gekozen (conceptbeleidsnota inv.nr. 134). Volgende commissies werden ingesteld: redactie Ons Plattelandsleven, propaganda, agrarische commissie, creatieve vorming, Rond om het boek (RHB). Tevens was het mogelijk ad hoc commissies of werkgroepen in het leven te roepen. De ondersteuning vond plaats in het landelijke bureau en werd verricht door betaald personeel, de consulentes. In deze periode was het mogelijk geworden voor het verenigingswerk subsidies van de overheid aan te vragen. Daarvoor was het nodig beleidsnota’s te schrijven en behaalde resultaten te verantwoorden tegenover de subsidiegevers. In een structuurvoorstel geformuleerd in 1981 (inv.nr. 135) worden de werkzaamheden van BB, DB en werkgroepen als volgt omschreven: het bondsbestuur is eindverantwoordelijk voor beleid en beslissingen. Het dagelijks bestuur behandelt plannen en voorstellen voor en adviseert BB. Het DB coördineert het beleidsmatigeCPB-werk en is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, bijvoorbeeld het onderhouden van contacten met personeel en het maken van het personeelsbeleid. Een werkgroep formuleert haar eigen taak, maakt een werkplan plus begroting en brengt verslag uit aan het bestuur. In een werkgroep moet minstens één DB-lid zitten.

Communicatiemiddelen

Het contact met de leden werd na de oorlog in eerste instantie door middel van losse stencils onderhouden. Daarnaast werd vanaf 1946 de samenwerking met de CJBTO (Christelijke Jonge Boeren en Tuinders Organisatie) weer hervat wat tot uitdrukking komt in de gezamelijke uitgave van het blad Ons Jonge Platteland. Vanaf 1949 geeft de CPB haar eigen bondsorgaan uit: Ons Plattelandsleven (OP). Het lidmaatschap van de bond was automatisch verbonden met een abonnement op dit blad. Het blad diende o.a. als communicatie tussen bondsbestuur en provinciale besturen plus leden en de communicatie tussen de leden onderling. Een ander forum voor de ontmoeting van de leden van de CPB vormde de Bondsdag, die elk jaar georganiseerd werd. In het begin werden deze contactdagen samen met deCJBTO georganiseerd, na de oorlog vonden deze alleen voor leden van deCPB plaats. Op deze dagen werd een huishoudelijke vergadering gehouden, de algemene ledenvergadering, en een actueel probleem of thema centraal gesteld. Een ander forum voor de ontmoeting van de leden van de CPB vormde de Bondsdag, die elk jaar georganiseerd werd. In het begin werden deze contactdagen samen met deCJBTO georganiseerd, na de oorlog vonden deze alleen voor leden van deCPB plaats. Op deze dagen werd een huishoudelijke vergadering gehouden, de algemene ledenvergadering, en een actueel probleem of thema centraal gesteld. In de jaren tachtig was het werk van de Bond zo uitgebreid en veelzijdig geworden dat besloten werd met jaarthema’s te gaan werken. Leden werden op deze wijze ook steeds meer betrokken bij het landelijk beleid van de bond. Vanaf het begin had de Bond vertegenwoordigingen in andere christelijke en maatschappelijke organisaties zoals bij de Stichting Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande, het Nederlands Vrouwen Comité en deNederlandse Federatie van Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening. Hiermee streefde de Bond naar het doorgeven van haar “christelijk-sociale roeping”.

Geschiedenis van het archief

Het archief werd in de beginjaren door de secretaresse van de Bond en verschillende bestuursleden gevormd. In feite zijn in deze correspondenties alle stukken van de Bond terug te vinden op de notulen na. Deze vormen, samen met de agenda, een aparte serie vanaf 1938. De oudste stukken van het archief dateren uit de jaren 1930-1932. Tot 1943 lijkt het archief compleet, alhoewel het geen aparte financiële boekhouding bevat. Informatie hierover is in de notulen uit deze tijd te vinden die tot 1938 onderdeel uitmaken van de alomvattende serie correspondentie. Pas in 1952 begon men met een aparte serie financiële verslagen. Tussen 1943 en 1945 heeft het werk van de CPB in verband met de bezettingsjaren officieel stilgelegen. Er zijn uit deze periode geen notulen van bestuursvergaderingen of andere stukken overgeleverd. Tot op deze lacune na zijn de vergaderstukken van het bestuur compleet aanwezig. Correspondentie uit de jaren vijftig tot de jaren zeventig ontbreekt vrijwel. Er zijn bijlagen bij de bestuursvergaderingen, maar hierin zit nauwelijks correspondentie. Wel vind je daar stukken als financiële jaaroverzichten of jaarrekeningen, ledenoverzichten, en in de jaren 1975-1977 stukken over agrarisch werk, lithurgieën, stukken met betrekking tot het project Rondom het Boek, Ontwikkelingssamenwerking en andere kortlopende projecten. Van het project Agrarisch werk is vanaf het begin van de jaren zeventig apart archief bijgehouden. Pas vanaf het begin van de jaren tachtig werd een ordeningsplan ingevoerd die codes toekende aan de verschillende taakuitoefeningen van de Bond. Dit plan werd na de reorganisatie in 1993 nog eens aangepast en uitgebreid, maar in feite werd de hoofdindeling in zes hoofdgroepen (bestuur, commissies, personeel, interne zaken, vertegenwoordigingen en andere organisaties) gehandhaafd. Voor het raadplegen van het archief van 1932 tot en met 1943 is het van belang de namen en functies van de eerste bestuursleden te kennen. Tevens wordt een overzicht van de presidentes tot aan de fusie met de NCPB toegevoegd:

Presidentes:

Tot A.G Brants (tevens coördinator kampcommissie), J. Bogers-Visch(adjunct) ca. 1941.
W.J. Roelofsen-Tegler 1945 .
H.R.H. Huizing-Knol 1948.
A. Vermet-de Ruiter 1958.
H. van Leeuwen 1963.
G.E.J. Boegborn-Lentink 1973.
H. Nauta-Abma, H. Marskamp-Tesselink 1978.
U. Boonstra-Stellingwerf 1981.
L. Hiemstra-van Dijk 1983.
A.M. van den Bosch-Rietveld 1988.

Secretaressen:

J.G. Kolenbrander-Sondern 1938.
baronesse E.B. Sloet van Marxveld (Ellen) ca. 1938-1949.
T. Heeres (Tine)

Penningmeester

Monnink-de Waal Malefijt

Leden

W.J. Roelofson-Tegeler (tevens redactrice van OP)
A. Hamming-Bakker
F. Witterhold-Heidanus
Hamming-Slabbekorn
Jochemsen
A. van de Burght
E. de Feyter
F. de Vos
M.W. Barger (adviserend lid in AB en DB)

Keywords

Onderwerpen

Geographic names:

Netherlands
Corporate names: Christelijke Boeren en Tuinders Bond (CBTB) Bond van Christen Boerinnen, Boerendochters, Plattelandsvrouwen en -meisjes in Nederland (CBPB) (CPB Nederlandse Christen Vrouwenbond
Corporate names: Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB) Christelijke Boeren en Tuinders Bond (C.B.T.B.) C.B.T.B
Personal names:M.W. Barger
Corporate names: Federatie van Christelijke Verenigingen van en voor Vrouwen en Meisjes Christen Jonge Vrouwenfederatie C.B.T.B Bond van Christelijke Jonge Boeren en Tuindersorganisaties (CJBTO) C.B.T.B. Bond van Christen Boerinnen, Boerendochters, Plattelandsvrouwen en –meisjes in Nederland (C.B.P.B). Christelijk Plattelandsvrouwen en –meisjes Bond (C.P.B.) Christelijke Plattelandsvrouwen Bond (CPB)
Corporate names: CBTB Christelijke Plattelands Jongerenbond (CPJ) CPB CPB
Corporate names: CPB
Corporate names: CJBTO (Christelijke Jonge Boeren en Tuinders Organisatie) CPB CPB CJBTO CPB CPB CJBTO CPB Stichting Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande Nederlands Vrouwen Comité Nederlandse Federatie van Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening
Titles of related works:

Ons Jonge Platteland

Ons Plattelandsleven (OP)
Corporate names: CPB NCPB
Personal names:A.G Brants J. Bogers-Visch W.J. Roelofsen-Tegler A. Vermet-de Ruiter H. van Leeuwen G.E.J. Boegborn-Lentink H. Nauta-Abma H. Marskamp-Tesselink U. Boonstra-Stellingwerf L. Hiemstra-van Dijk A.M. van den Bosch-Rietveld
Corporate names: H.R.H. Huizing-Knol
Personal names:J.G. Kolenbrander-Sondern E.B. Sloet van Marxveld (Ellen) T. Heeres (Tine)
Personal names:Monnink-de Waal Malefijt
Personal names:W.J. Roelofson-Tegeler A. Hamming-Bakker F. Witterhold-Heidanus Hamming-Slabbekorn Jochemsen A. van de Burght E. de Feyter F. de Vos M.W. Barger

Language of the material

Dutch

Records creator


Creator:

Christelijke Plattelandsvrouwenbond (CPB)


Other Creator:

Commissie Ontwikkelingswerk onder Vrouwen en Meisjes op het Platteland van de CBTB ; Bond van Christen Boerinnen, Boerendochters, Plattelandsvrouwen en –meisjes CBPB ; Christelijke Plattelandsvrouwen en –meisjesbond CPB

Content provider

Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

(Vijzelstraat 20, 1017 HK Amsterdam, Nederland)