Netherlands > Regionaal Archief Alkmaar

0085.-1

Archief van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Alkmaar

Evangelisch-Lutherse gemeente Alkmaar

1641-1950
Mr. E.D. Eijken, Mr. J.H. Rombach
Regionaal Archief Alkmaar
Deze toegang is geschreven in het Dutch; Flemish
Beschrijving van het archief

Scope and content

Bereik en inhoud

Oorspronkelijke inleidingen en bijlagen

Samenvatting van de inhoud van het archief

Het archief bevat o.a. stukken betreffende de kerkeraad, zoals resoluties en notulen van de kerkeraadsvergaderingen, statuten en reglementen. Verder o.a. registers der dopelingen en van gehuwden, stukken betreffende vervulling van vacatures voor een predikant en stukken betreffende de diaconie en kerkrentmeesters.

Archiefvorming

De Evangelisch-Lutherse gemeente te Alkmaar

(litt.: Mr. J. Loosjes, Geschiedenis der Lutherse kerk in de Nederlanden, 's-Gravenhage 1921, en de daar genoemde werken).

Historisch overzicht

Hoewel in 1617 een aantal te Alkmaar wonende Duitsers en Noren aan de Amsterdamse lutherse gemeente om hulp vroegen bij het vormen van een eigen gemeente en in 1623 de gereformeerde kerkeraad besloot er bij de overheid op aan te dringen om de Lutheranen, die toen een eigen voorganger hadden, het houden van bijeenkomsten te verbieden, zijn er geen gegevens over een Alkmaarse lutherse gemeente vóór 1638. Toen trachtten de Luthersen tevergeefs Petrus van Aengelen als predikant aan zich te verbinden. Deze was nog niet als predikant geordend, doch wel reeds als zodanig werkzaam onder de Luthersen te Monnikendam, Edam en Purmerend en wilde deze geloofsgenoten niet verlaten. In 1640 is hij te Aurich geprdend en nam hij het beroep naar Alkmaar wel aan. De gemeente bestond toen uit slechts 16 communicanten, die vergaderden in een huis (vroeger branderij) achter de Vest op het einde van de Heul. Dank zij giften uit Zweden en Denemarken konden kort daarop enige huizen aangekocht worden aan de Zandsloot aan de zuidzijde van de Oude Vest, waar thans nog de lutherse kerk staat. De achterste van deze huizen zijn toen tot vergaderplaats ingericht. De stedelijke regering verbood aanvankelijk de bijeenkomsten en liet zelfs op 16 april 1641 de kerk omverhalen. Na 25 augustus van dat jaar zijn er echter geen berichten meer over moeilijkheden met de stadsregering, zodat de Luthersen sindsdien blijkbaar zonder verhindering hun diensten konden houden. Tussen 1642 en 1644 is vervolgens het kerkgebouw hersteld, doch het houten gebouw was reeds in 1690 bouwvallig, zodat men besloot een nieuwe kerk te bouwen. Deze, versierd met vele geschenken van milddadige gemeenteleden, is 14 september 1692 ingewijd. Helaas is het bij die gelegenheid geschonken mooie eikenhouten doophek in 1874 verkocht (thans in het Victoria en Albert Museum te Londen) 1). In 1691 werd de Alkmaarse gemeente na het beroepen van Ds. Lange, die in Leiden door de overheid verbannen was, door de oppermachtige Amsterdamse gemeente uit de fraterniteit gestoten. Deze fraterniteit was gesticht tijdens de synode van 1614 en omvatte alle lutherse gemeenten in de Republiek. De gemeenten Gouda, Hoorn, Monnikendam, en Zaandam deelden om dikwijls gezochte redenen al spoedig het Alkmaarse lot en deze uitgesloten gemeenten trachtten zich nu te verenigen.

Zo ontstond in 1698 de Christ.-broederlijke of Haagse Unie, waarbij zich nog de gemeenten van 's-Gravenhage, Rotterdam, Enkhuizen, Bodegraven, Kampen, Bergen op Zoom en Medemblik voegden. De Unie heeft tot 1713 regelmatig vergaderd, doch is daarna tenietgegaan, doordat successievelijk de meeste gemeenten zich aan haar onttrokken.

1) Zie: Dr. J.W. Pont: het doophek uit de kerk der Evangelisch-Lutherse gemeente van Alkmaar, in Londen, in: Jaarboek der Vereniging voor Nederlandsch-Lutherse Kerkgeschiedenis, Amsterdam. 1915.

Alkmaar heeft tot het laatst getracht aan de Unie vast te houden en heeft zich niet opnieuw onder de fraterniteit begeven, die reeds sinds het ontstaan van de Unie weinig meer te betekenen had. Banden van onderlinge broederschap en steun onderhield op Alkmaarse gemeente voornamelijk met de gemeenten in het Noorderkwartier van Holland. De scheuring van 1791 ging haar zonder grote moeilijkheden voorbij. Een hersteld lutherse gemeente heeft te Alkmaar niet bestaan. Omtrent de godsdienstige ideeën van althans een der predikanten uit de 18e eeuw worden we ingelicht door de roman "Das Leben und die Meinung des Herrn Magister Sebaldus Nothanker" door F. Nicolai 1), waarin de, niet met name genoemde, Lutherse predikant van Alkmaar een verdraagzame rol speelt 2).

Sinds 1818 behoort de Alkmaarse gemeente tot het toen opgerichte kerkgenootschap de Evangelisch-lutherse kerk in Nederland. Het leven in de gemeente volgt daarna de ontwikkeling van het kerkelijk leven in Nederland zonder daarvan belangrijk af te wijken.

Interne organisatie

In de interne organisatie brachten deze verbindingen met andere gemeenten geen wijziging. De ietding van de gemeente berustte bij de consistoriale vergadering, later als kerkeraad aangeduid, die in uitgebreider samenstelling (met de oud-leden) grote vergadering genoemd werd. In deze beide colleges hadden zitting: de predikant, ouderlingen, diakenen en kerkeraden. Wanneer over een predikantsberoep gestemd moest worden werd de vergadering uitgebreid met de contribuerende lidmaten.

Tussen 1792 en 1823 werden de huishoudelijke vergaderingen (vergaderingen over financiële aangelegenheden) van de kerkeraad buiten aanwezigheid van de predikant gehouden en ook afzonderlijk genotuleerd. Van de gewone vergaderingen hield de predikant de notulen; een splitsing die na de instelling van het college van kerkrentmeesteren in 1823 (zie hieronder) geen zin meer had. Van de kerkeraadsvergaderingen werden aanvankelijk, vóór 1749, slechts de resoluties genoteerd in het protocol. In 1765 werd begonnen met het houden van notulen, die men voorlopig opschreef in het notulenboek, van waaruit ze na goedkeuring werden overgeschreven in het protocol. Daar alleen wat in het protocol stond als authentiek gold, is het niet verrassend dat de oudste notulenboeken verloren gingen 3). Het overschrijven van de

1) Verschenen in 3 delen: 1773, 1775 en 1776, opnieuw uitgegeven door Dr. F. Brüggemann in de serie Deutsche Literatur, Reine Aufklärung, Band 15, Leipzig 1938. Zie over deze roman: Th. van Stockum, die Kirchlichrelogiöse Lage in den Niederlanden um 1700 im Spiegel eines Deutschen Aufkläres des 18 Jahrhunderts, in: Deutsche Viertaljahrsschrift für Literatur wissenschaft und Geistesgeschichte, 29 Jhrg. Band XXIX, p. 215.

2) a.w. uitg. Brüggemann, p. 232-235, 249-250.

3) In de Collectie Eikelenberg (deel N.fol. 3805-3810), een in het Alkmaarse gemeentearchief berustende verzameling originele stukken en af schriften, bijeengebracht door S. Eikelenberg, bevindt zich een "kerkelijk memoriaal der Lutherse gemeente te Alkmaar, getrokken uit de protocollen en geschriften derselver gemeente, alsmede uit het leeven van P. van Aengelen door hem selv. geschreeven", lopend van 1638-1728.

notulen in het protocol werd op den duur als een overbodige formaliteit beschouwd en zo zien we dat vanaf 1827 slechts een uittreksel uit de notulen wordt overgenomen en dat sedert 1864 het overschrijven geheel achterwege blijft. Hieruit volgt, dat we in het archief aantreffen:

voor 1765 protocollen: inv. nrs. 1-2

tussen 1765-1792 protocol notulen inv. nr. 3

(tot 1780 verloren) inv. nr. 7

tussen 1792-1823 protocollen huishoudelijke vergaderingen inv. nrs. 3-4

protocollen gewone vergaderingen

notulen huishoudelijke vergaderingen inv. nrs. 7-9

notulen gewone vergaderingen inv. nrs. 10-11

tussen 1824-1864 protocol inv. nr. 5

notulen inv. nr. 11-12

sinds 1864 notulen inv. nrs. 12-15

In verband met verschillen in de tekst is het raadzaam steeds protocol en notulenboek te raadplegen. Wel bracht de opneming van de Alkmaarse in de Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland een verandering teweeg in het financiële beheer van de gemeente, dat tot dusver gevoerd was door de boekhoudend ouderling. De synodale wet van 14 mei 1823 bepaalde dat er voortaan in de gemeenten een college van 3 kerkrentmeesteren zou zijn voor het beheer der financiën van de kerk. De eerste vergadering van kerkrentmeesteren van de Alkmaarse gemeente vond plaats op 24 januari 1824.

Het archief

Het archief van de Evangelisch-Lutherse gemeente is bij gedeelten naar het Alkmaarse gemeentearchief overgebracht. Reeds in 1811 en in 1865 werden aan de gemeente Alkmaar enige doop- en trouwboeken overgedragen, de eerste maal op vordering en de volgende op verzoek van de burgelijke overheid. Deze delen worden door de gemeente Alkmaar in bewaring gehouden en werden reeds door N.J.M. Dresch beschreven in zijn "Inventaris van de oude kerkelijke doop-, trouw- en doden (begraaf) boeken", maar daar zij archivistisch gezien niet van de rest van het archief los gedacht kunnen worden zijn zij in de hier volgende inventaris opnieuw vermeld onder de nummers 46, 47, 48, 52, onder vermelding van het nummer volgens de inventaris van Dresch. Niet opgenomen werd het door Dresch onder nummer 139 geplaatste deeltje, dat een modern uittreksel is van het hieronder onder nummer 53 vermelde register en wel alleen voor zover betreft de huwelijken gesloten tussen 1769 en 1811.

In 1925 ontving de gemeente Alkmaar het grootste gedeelte van het bij de kerkelijke gemeente bewaarde deel van het archief in bruikleen, aan hetwelk in de volgende jaren tot 1936 door toedoen van de toenmalige adjunct-gemeentearchivaris, de evangelisch-lutherse predikant ds. H. Makkink, een aanmerkelijk aantal stukken en verschillende delen werden toegevoegd. In 1961 werden ten slotte nog twee delen in bruikleen ontvangen. Over het algemeen is het archief voor zover betreft de kerkelijke registers en protocollen goed bewaard gebleven. Het oudste doopboek vangt aan in 1641, het oudste register, waarin de gehuwden, nieuw aangekomen lidmaten, leden der kerkeraad enz. werden ingeschreven, in 1658, terwijl de resoluties zijn bewaard vanaf 1688 en de rekeningen van de boekhoudende ouderling vanaf 1696. Datzelfde kan helaas niet worden gezegd van de ingekomen stukken. Op een enkel stuk na, waarvan alleen de tekst bewaard bleef, omdat deze werd overgenomen in een protocol, bleef hiervan uit de 17e en 18e eeuw niets bewaard en ook het overgrote deel van de stukken uit de 19e eeuw is verloren gegaan. Ditzelfde geldt in verhoogde maten voor de minuten en afschriften van uitgegane stukken, waarvan zeer weinig bewaard bleef.

De inventarisatie

De ordening en beschrijving van het archief werd in 1962 door ondergetekende, toendertijd adjunct-gemeentearchivaris voltooid. Andere problemen dan die, welke reeds boven zijn aangeduid, deden zich daarbij niet voor. De inleiding, aanvankelijk kort gehouden, werd in verband met de vermenigvuldiging van deze inventaris na mijn vertrek naar Zwolle door mijn opvolger mr. J.H. Rombach uitgebreid met een overzicht wan de historie en interne organisatie van de Evangelisch-Lutherse gemeente. Ook voegde mr. Rombach de bijlagen toe en verzorgde de uitgave.

E.D. Eijken, Zwolle, 1963.

BIJLAGE 1

Lijst van predikanten

Zie: F.J. Domela Nieuwenhuis, de Lutherse gemeente te Alkmaar, in: Bijdragen tot de geschiedenis der Evangelisch-Lutherse kerk in de Nederlanden, 5e stuk, Utrecht, 1844, p. 159-165, en Mr. J. Loosjes, Naamlijst van predikaten, hoogleraren en proponenten der Lutherse kerk in Nederland 's-Gravenhage, 1925.

Thomas Fugenius 1636 1639 naar Enkhuizen

Georgius Nicolai 1639 van Haarlem 1640 naar Hoorn

Petrus van Aengelen 1640 zie Inleiding 1648 naar Zaandam

Johannes Grimmeus 1649 prop. 1654 naar Enkhuizen

Johannes (Hermannus)

Remigius de Violet 1655 van Bonn 1657 overleden

Henricus van Born 1658 prop. 1662 naar Amsterdam

Thomas Hopffer 1662 prop. 1688 overleden

Adrianus Waaker 1688 prop. 1689 naar Leiden

Regnerus Verweij 1690 van Rotterdam 1691 overleden

Laurens Lange 1691 van Leiden 1695 naar Gouda

Jacobus Weehard 1695 van Bodegraven 1697 naar Enkhuizen

Fredericus Kesselius 1698 prop. 1702 overleden

Wilhelmus Phaenix 1702 van Monnikendam 1726 overleden

Johannes Determeijer 1726 van Enkhuizeh 1727 naar Leiden

Fransciscus Smit 1728 prop. 1738 naar Haarlem

Jan Daniel Dezius 1738 van Purmerend 1739 ambt. neergelegd

Christianus Carolus

Henricus van der Aa 1739 prop. 1742 naar Haarlem

Everhardus Schuttrup 1742 prop 1765 overleden

Jan Hendrik Vorstius 1765 van Monnikendam 1769 naar 's-Gravenhage

Johan Frederik Scheffer (1) 1769 van Woerden 1780 naar Rotterdam

Nicolaas de Reus 1780 van Middelburg 1792 naar 's-Gravenhage

Frederik Hendrik Rhenius 1792 prop. 1793 naar Hoorn

Johan Wilhelm Statius Muller 1794 van Gouda 1795 naar Haarlem

Johannes Nicolaas Damen 1795 van Middelburg 1803 naar 's-Gravenhage

Frederik Daniel Jospeh van Wiebel 1803 van Kampen 1816 ambt. neergelegd

Carel Anton Hollinghausen 1816 van Beverwijk 1823 naar Rotterdam

Hermanus Gerhardus Koentze 1823 van Beverwijk 1864 emeritus

Hendrik Frederik W. Grottendieck 1865 van Harlingen 1878 naar Groningen

Paulus van der Veen 1878 van Zierikzee 1886 naar Leiden

Matthijs van Kleeff 1887 van Stolwijk (N.H.) 1892 naar Leiden

Anton Dietrich Wempe 1893 van Monnikendam 1897 naar Haarlem

(1): In de bibliotheek en de handschriftenverzameling van het gemeentearchief bevinden zich enige bruiloftszangen ter gelegenheid van zijn huwelijk met Aletta Lont, 1787.

Jan Frans Ternooy Apèl 1898 van Harlingen 1910 overleden

Herman Makkink 1912 van Breda 1936 overleden

S. van der Woude 1938 van Edam naar Dordrecht

K.J.F. Keuning 1942 van Woerden 1943 n. Donkersbroek

P.C. Roodenburg 1944 prop. 1948 naar Breda

H.J.A. Haan 1949 prop. (In combinatie met Purmerend) 1952 naar Leiden

J.J.F. Herrmann 1952 van Bodegraven heden

BIJLAGE 2

Opgave van in de gemeentelijke prentverzameling aanwezige afbeeldingen van de Evangelisch-Lutherse kerk en predikanten:

De kerk: tekening door C. Pronk (eind 18e eeuw).

tekening door J.A. Crescent 1790. foto, 1865.

Het voormalige doophek: 5 foto's (1 overzicht, 4 details).

Portretten van de volgende predikanten:

H. van Born, zwartekunst en gravure.

F. Smit, foto naar litho.

C.C.H. van der Aa, 2 gravures.

J.H. Vorstius, gravure.

J.F. Scheffer, foto naar gravure.

J.W. Statius Muller, gravure.

J.N. Damen, zwarte kunst.

C.A. Hollinghausen, gravure.

H.G. Koentze, silhouet en foto.

H.F.W. Grottendieck, foto.

M. van Kleeff, foto.

A.D. Wempe, foto.

J.F. Ternooy Apèl, foto.

Records creator's history

Archiefvormers

Evangelisch-Lutherse gemeente Alkmaar

    Plaatsen

  • Alkmaar

Conditions governing access

Voorwaarden voor raadpleging

Het archief is beperkt openbaar voor wat betreft stukken jonger dan 50 jaar.

Physical characteristics and technical requirements

Fysieke kenmerken en technische vereisten

Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat

Existence and location of copies

Bestaan en bewaarplaats van kopieën

Beschikbaarheid van kopieën

De inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar.

Extent

4,90 meter, 156 inventarisnummers

Other descriptive information

Aanvraaginstructie

Reserveren van archiefstukken
Als u in het archievenoverzicht een inventarisnummer heeft gevonden dat u wilt inzien, drukt u op de bij het nummer zichtbare reserveringsknop. Bij het reserveren kunt u zelf de datum kiezen waarop u de stukken in wilt zien (let daarbij op de openingstijden van de studiezaal; op maandagen is de zaal gesloten).

Keywords

Subjects:

Kerkarchieven en religieuze organisaties

evangelisch-lutherse kerk
Geographic names:

Alkmaar

Records creator


Archiefvormers:

Evangelisch-Lutherse gemeente Alkmaar ,

Content provider

Regionaal Archief Alkmaar

1 - 3 / 3
  • 1
0085.-1 - I Archief van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Alkmaar
0085.-1 - II Gedeponeerde archieven
0085.-1 - III Aanhang