Raadpleegbaarheid
Raadpleegbaar op de studiezaal
Openbaarheid
Het archief is volledig openbaar
Openbaarheid
Het archief is volledig openbaar.
(Materiele) Beperkingen aan het gebruik
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte
materiële staat.
Aanvraag instructie
Wilt u archiefstukken inzien op de studiezaal van het NIMH in Den Haag? Stuur dan
een e-mail naar [email protected] en vermeld daarbij de volgende gegevens:
1. Het nummer en de naam van de toegang van het archief en -
2. De inventarisnummer(s) van de stukken die u wilt inzien
Vermeld ook:
3. De gewenste datum voor uw bezoek aan de studiezaal
(Let op! Vraag de stukken die u wilt inzien tenminste 5 werkdagen van tevoren op.)
Citeer instructie
Bij het citeren van stukken in publicaties dient men de vindplaats ten minste eenmaal
volledig en zonder afkorting te vermelden, vervolgens kan volstaan worden met een
verkorte titel.
Volledig: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Militaire Luchtvaart
Koninklijke Nederlandsch-Indisch Leger (ML-KNIL), Toegang 806, inventarisnummer ...
Verkort: NIMH, ML-KNIL, 806, inv.nr. ...
Militaire Luchtvaart Koninklijke Nederlandsch-Indisch Leger (ML-KNIL)
De Militaire Luchtvaart deed in Nederlands-Indië haar intrede op 30 mei 1914 met de
oprichting van de Proefvliegafdeeling van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger
(PVA-KNIL). Vanaf 1922 kwam deze afdeling ook wel bekend te staan als de Luchtvaartafdeling
(LA-KNIL). Tot 1931 waren de vliegtuigen van de LA-KNIL gestationeerd op de Vliegbases
Andir en Kalidjati te West-Java. Na 1931 was de LA-KNIL alleen nog op Vliegbasis Andir
gevestigd. In 1939 werd de LA-KNIL omgevormd tot een zelfstandig wapen-de Militaire
Luchtvaart van het KNIL (ML-KNIL).
Met de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 brak ook in Nederlands-Indië
de Tweede Wereldoorlog uit. In de daarop volgende strijd werd in bondgenootschappelijke
samenwerking door de ML-KNIL, de Koninklijke Marine (KM) en haar luchtmachtcomponenten,
de Royal Air Force (RAF), Royal Australian Air Force (RAAF) en United States Army
Air Force (USAAF) getracht de Japanse opmars in de Pacific te stuiten. De geallieerde
luchtstrijdkrachten hadden onder het gezamenlijke American-British-Dutch-Australian
(ABDA)-commando de taak om de landingspogingen van de Japanse luchtmacht en invasievloot
af te slaan.
Ondanks de geallieerde luchtoperaties boven Borneo, Ambon, Malakka, Singapore, Sumatra
en Java landde de Japanse troepen op zowel Oost- Midden- als West-Java in maart 1942.
Een deel van het ML-KNIL personeel belandde na de capitulatie van Nederlands-Indië
in Japans krijgsgevangenschap. Een deel wist echter tijdig naar Australië uit te wijken.
Het ML-KNIL personeel in Australië werd geplaatst onder het geallieerde opperbevel
van de Amerikaanse generaal D. MacArthur-het zogenaamde South West Pacific Area (SWPA)-gebied.
In Australië waren vanaf 1942 tot aan de Japanse capitulatie in augustus 1945 in totaal
vier Nederlandse Squadrons van het ML-KNIL actief.
Allereerst werd op 4 april 1942 het 18th Netherlands East Indies (NEI)-Squadron opgericht.
Dit Squadron was uitgerust met B-25 Mitchell-bommenwerpers. Naast het 18de NEI-Squadron
werd eind 1943 het 120ste NEI-Squadron opgericht. Dit Squadron bestond uit Curtiss
P-40N Kitty Hawk jachtvliegtuigen. Verder waren ook het 19de NEI Transport Squadron
en het NEI Personnel & Equipment Pool (NEI-PEP) van het ML-KNIL operationeel in Australië.
Voor de opleiding van Nederlandse vliegers van de ML-KNIL en de Marine Luchtvaart
Dienst (MLD) werd daarnaast in 1942 de Royal Netherlands Military Flying School (RNFMS)
opgericht te Jackson, Mississippi in de Verenigde Staten (VS).
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 kwam Nederlands-Indië onder het Britse
South East Asia Command (SEAC) te staan. Nederlandse grondtroepen werden door Groot
Britannië in eerste instantie niet toegelaten in Nederlands-Indië. De ML-KNIL werd
daarentegen wel ingezet voor operaties in Recovery of Allied Prisoners of War and
Internees (RAPWI)-verband in de Indische archipel. Tijdens deze RAPWI-vluchten probeerde
de ML-KNIL de acute nood te ledigen van de ca. achtduizend krijgsgevangenen en geïnterneerde
burgers in Nederlands-Indië door middel van evacuaties en het afwerpen van voedsel
en medicijnen.
Met het uitbreken vas de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië na de capitulatie
van Japan werden de Squadrons van de ML-KNIL hoofdzakelijk ingezet ter ondersteuning
van de grondtroepen. In november 1945 vestigde het 18de Squadron zich op Vliegbasis
Tjililitan te Batavia. In april werd het 120ste Squadron gestationeerd te Soerabaja
in Oost-Java. In mei 1946 werd het 121ste Squadron opgericht dat werd uitgerust met
P-51 Mustang- jachtvliegtuigen. Hierna volgde geleidelijk de oprichting van meerdere
squadrons-waaronder het 17de Verkennings en Artillerie- Waarnemings Afdeling (VARWA)-Squadron
met Piper Cub L-4J verkenningsvliegtuigen, het 16de Squadron met B-25 Mitchell-bommenwerpers,
het 122ste Squadron met P-51 Mustang- jachtvliegtuigen en het 20ste Squadron met tot
transportvliegtuigen omgebouwde B-25 Mitchell-bommenwerpers. Tot slot werden gedurende
de dekolonisatieperiode het 6 Artillerie Verkennings Afdeling) ARVA Squadron, het
322 Spitfire Squadron en vier compagnieen van het Commando Luchtvaarttroepen vanuit
Nederland bij de ML-KNIL gedetacheerd.
Na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië in december 1949 werd de ML-KNIL
in juli 1950 opgeheven en ging het materieel over naar de luchtmacht van de Tentara
Nasional Indonesia (TNI), de Ankatan Udara Republik Indonesia Serikat (AURIS). Een
deel van het Indonesische ML,-KNILpersoneel ging eveneens over naar de AURIS. Het
overige personeel van het ML-KNIL repatrieerde naar Nederland, ging in dienst bij
de Koninklijke Luchtmacht (KLu) of demobiliseerde en emigreerde naar andere landen.
Geschiedenis van het archief en verantwoording van de bewerking
De collectie ML-KNIL, is tot stand gekomen dankzij militair-historicus luitenant-kolonel
O.G. Ward die bij verschillende defensieonderdelen bronnen verzamelde over de ML-KNIL
en andere relevante archieven van de toenmalige Sectie Luchtmacht Historie. Luitenant-kolonel
O.G. Ward publiceerde aan de hand van het verzamelde materiaal twee boeken betreffende
het ML-KNIL getiteld 'De Militaire Luchtvaart van het KNIL1942-1945' en 'De Militaire
Luchtvaart van het KNIL 1945-1950'. Na de werkzaamheden van luitenant-kolonel O.G.
Ward hebben o.a. luitenant-kolonel-vlieger-waarnemer K. Merkelbach, eerste-luitenant-vlieger
R.E. van Wijngaarden, G.J. Casius, Drs. H. Hazewinkel, G.F. van Oorschot aan de inventaris
van de collectie ML-KNIL gewerkt om deze toegankelijk te maken. Uiteindelijk werd
in 2014 door J. Lizé de inventaris bewerkt en de collectie definitief ontsloten.
De collectie is ingedeeld aan de hand van drie tijdsperiodes; het interbellum, de
Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatieperiode in Nederlands-Indië. De kern van de
collectie bestaat uit stukken van militaire aard betreffende de verrichtingen van
het ML-KNIL in de Tweede Wereldoorlog (zowel in Nederlands-Indië als in Australië)
en de dekolonisatieperiode in Nederlands-Indië. Tevens bevat de collectie ML-KNIL
persoonlijke archieven van bekende ML-KNIL vliegers als kapitein vlieger-waarnemer
J. Staal, generaal-majoor D.L. Asjes RMWO, kapitein-vlieger H.J.A.C. Arens en kapitein-vlieger
W.F.A. Winckel. Daarnaast bevat de collectie ML-KNIL een omvangrijk onderzoeksarchief
met een grote hoeveelheid publicaties, aantekeningen en onderzoekscorrespondentie.
Subjects:
APEX
NOB
PIED
Defensie
Koloniën en Overzeese gebiedsdelen