Netherlands > Hoogheemraadschap Rijnland

2.1.10

Verenigde Bloklandse en Korteraarse polder

1892 - 1978
2019
Hoogheemraadschap van Rijnland
Nederlands

Physical description

1,80 meter

General remarks

Inventaris

P.F. Schevenhoven, 2007

Rechtsvoorgangers

Bloklandsche polder (2.1.10.1), Korteraarsche polder (2.1.10.2), Concessionarissen der droogmaking van de plassen in de Korteraarsche en Bloklandsche polders (2.1.10.3)

Licentie

CC BY-SA 4.0

Openbaarheid

Volledig openbaar

Fnc_lic

CC BY-SA 4.0

Other descriptive information

Stichting, gebied en opheffing

De polder kwam tot stand op 1 april 1892 uit een fusie van de Bloklandsche polder en de Korteraarsche polder. Beide polders waren aan het eind van de 16de eeuw ontstaan. Rond de jaarwisseling 1857/1858 waren besprekingen gevoerd over vereniging van de grotendeels verveende polders, maar door bezwaren van de ingelanden van de Korteraarsche polder tegen de kosten van een gemeenschappelijke bemaling ging de fusie niet door. De polders hadden hierop hun eigen bijzonder reglement gekregen. Volgens deze reglementen heette de Bloklandsche polder voortaan 'polder Blokland' en de Korteraarse polder 'polder Korteraar'. Deze benamingen werden weinig gebruikt. Ook in de keuren van beide polders en in de meeste brieven van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland bleef meestal sprake van 'Bloklandsche polder' en van 'Korteraarsche polder'.

Nadat een viertal concessionarissen in 1883 vergunning had gekregen om de uitgeveende plassen in de oostelijke delen van beide polders droog te maken, werden de twee plassen in overleg met de beide polderbesturen door één dijk omringd en werden zowel de droogmakerij als de ten westen daarvan gelegen hogere delen onder één bemaling gebracht. Door deze wijziging in de waterstaatstoestand van beide polders was er geen reden meer om nog twee afzonderlijke polders te handhaven. Beide polders werden op 1 april 1892 samengevoegd tot de Vereenigde Bloklandsche en Korteraarsche polder. Bij de in 1954 vastgestelde herziening van het bijzonder reglement werd de naam van de polder aangepast aan de gewijzigde spellingsregels. Met ingang van 1 januari 1955 luidde de naam van de polder: Verenigde Bloklandse en Korteraarse polder. [NOTE Archief van de polder inv.nr 10; L.F. Teixeira de Mattos, De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland I ('s-Gravenhage 1906) 215-216; archief van de Bloklandsche polder inv.nr 4; archief van de Korteraarsche polder inv.nr 2.]

De polder lag in de gemeente Ter Aar en werd in het westen begrensd door de Aar, in het noorden door de Kromme of Hoekse Aar, in het oosten door de Korteraarseweg en in het zuiden door de Schoutenvaart. In het kader van de concentratie van polders binnen het hoogheemraadschap van Rijnland werd de polder op 1 januari 1979 opgeheven en opgenomen in het nieuw gevormde waterschap De Aarlanden.

Bestuur

Het bestuur bestond uit een voorzitter en vier leden. De voorzitter werd gekozen door de gezamenlijke stemgerechtigde ingelanden. De vier overige bestuursleden vertegenwoordigden ieder één van de vier afdelingen waaruit de polder bestond en werden alleen door de stemgerechtigde ingelanden van hun afdeling gekozen. De vier afdelingen in de polder waren:

afdeling I: het gedeelte ten zuiden van de Kerkweg, buiten de ringdijk van de droogmakerij
afdeling II: het gedeelte van de droogmakerij ten zuiden van de Kerkweg
afdeling III: het gedeelte van de droogmakerij ten noorden van de Kerkweg
afdeling IV: het gedeelte ten noorden van de Kerkweg buiten de ringdijk van de droogmakerij

De afdelingen I en II omvatten de voormalige Korteraarsche polder, de afdelingen III en IV de voormalige Bloklandsche polder. De polder kende drie beheren. Het eerste beheer betrof de zorg voor de waterkeringen ten zuiden van de Kerkweg, de Kerkweg zelf en de watertoevoer van afdeling I naar en door de ringsloot van de droogmakerij en de in de ringdijk van de droogmakerij gelegen afvoerduiker tussen de afdelingen I en II. Het tweede beheer betrof de zorg voor de waterkeringen ten noorden van de Kerkweg, de schutsluis en de watertoevoer in afdeling IV naar de ringsloot van de droogmakerij. Het derde beheer betrof de zorg voor het gemaal, de omringdijk van de droogmakerij, de daarin gelegen wegen en bruggen (met uitzondering van de Kerkweg), de afvoerduikers uit afdeling IV in afdeling III, de wateraanvoer naar het stoomgemaal, de waterstand in de sloot langs de huiserven ten oosten van de droogmakerij en alle verplichtingen die de droogmakers in verband met de droogmaking op zich genomen hadden. Deze drie beheren betekenden dat er jaarlijks vier rekeningen en begrotingen moesten worden opgemaakt. De algemene begroting had betrekking op de bestuurskosten, waarvoor alle landen in de polder omslagplichtig waren. De eerste bijzondere begroting betrof het eerste beheer, waarvoor de in de afdelingen I en II gelegen landen omslagplichtig waren. De tweede bijzondere begroting betrof het tweede beheer (omslagplichtig: de afdelingen III en IV) en de derde bijzondere begroting had betrekking op het derde beheer. Voor het derde beheer betaalden de landen in de afdelingen I en IV een vaste omslag per hectare, terwijl de landen in de afdelingen II en III voor het ontbrekende omslagplichtig waren. [NOTE Archief van de polder inv.nr 10.]

In 1951 verzochten de bestuursleden namens de afdelingen II en III aan dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland om herziening van de regeling van omslag van bemalingskosten, die steeds verder stegen terwijl de afdelingen I en IV ingevolge het bijzonder reglement jaarlijks een vast bedrag per hectare betaalden. In 1953 schreven Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan het bestuur dat de bestaande regeling van kosten niet billijk was en dat de inrichting van de polder niet meer doelmatig was. Het polderbestuur ging met de door GS voorgestelde reglementswijziging akkoord en op 1 januari 1955 trad een nieuw bijzonder reglement in werking. De indeling van de polder in vier afdelingen en de samenstelling van het bestuur bleven gehandhaafd. Het aantal beheren werd teruggebracht naar drie; een algemeen beheer en twee bijzondere beheren. Het algemeen beheer betrof alles wat niet uitdrukkelijk tot de bijzondere beheren behoorde. Omslagplichtig aan het algemeen beheer waren eigenaars, erfpachters of vruchtgebruikers van omslagplichtig land of water in de gehele polder. Het eerste bijzondere beheer betrof de omringdijk van de droogmakerij, met uitzondering van de daarin gelegen werken die dienden voor waterlozing of waterinlaat. Omslagplichtig aan dit beheer waren eigenaars, erfpachters of vruchtgebruikers van omslagplichtig land of water in de afdelingen II en III. Het tweede bijzondere beheer betrof de bemaling van de gehele polder. Omslagplichtig waren eigenaars, erfpachters of vruchtgebruikers van omslagplichtig land of water in de gehele polder, met dien verstande dat de omslag per hectare in de afdelingen I en IV een derde deel bedroeg van de omslag per hectare in de afdelingen II en III. [NOTE Archief van de polder inv.nr 10.]

Bemaling

De polder werd bemalen door het stoomgemaal De Horden, dat zijn water uitsloeg op de Kromme Aar. Dit stoomgemaal was in 1884 gebouwd ten behoeve van de droogmaling van de uitgeveende plassen in het oosten van de Bloklandsche- en de Korteraarsche polder en bemaalde sinds 1887 ook de niet tot de droogmakerij behorende gedeelten van beide polders. In 1897 werd het gemaal vernieuwd. In 1924 werd het vervangen door een elektrisch gemaal. [NOTE Archief van de concessionarissen der droogmaking van de plassen in de Korteraarsche en Bloklandsche polders inv.nr 1; archief van de polder inv.nr 122.]

Archief

In 1952 werd het archief van de polder tot 1930 en de archieven van zijn rechtsvoorgangers overgebracht naar de bewaarplaats van het hoogheemraadschap van Rijnland en door J.A. Schimmel geïnventariseerd. In 1957 maakte W.F. van der Burgh een supplement-inventaris van stukken uit de jaren 1924-1950 en een notulenboek van de Bloklandsche polder. [NOTE Archief van de polder inv.nr 23.] Na de opheffing van de polder werd ook het archief van na 1950 overgebracht naar Leiden. Bij deze inventarisatie is naast de archieven van de Bloklandsche polder en de Korteraarsche polder ook archiefmateriaal van een derde rechtsvoorganger van de Verenigde Bloklandse en Korteraarse polder onderscheiden, namelijk dat van de Concessionarissen der droogmaking van de plassen in de Korteraarsche en Bloklandsche polders. Deze concessionarissen beheerden tot 1892 de werken van de droogmakerij, waaronder het gemaal dat ook voor de bemaling van de overige gronden in de beide polders zorgde. Door deze definitieve inventaris komen de inventarissen van Schimmel en Van der Burgh uit 1952 en 1957 te vervallen.

Keywords

Subjects:

Verkeer en Waterstaat

Ter Aar

Records creator

Verenigde Bloklandse en Korteraarse polder

1 - 2 / 2
  • 1
Algemeen
Bijzonder