Netherlands > Drents Archief

0150.03

Rustende Schutterij in Drenthe

1847-1906
2015
Drents Archief
Nederlands

General remarks

Beschrijving

Rustende Schutterij in Drenthe

Other descriptive information

Inleiding

Organisatie

Op 11 april 1827 vaardigde koning Willem I een wet uit, "houdende oprichting van schutterijen over de geheele uitgestrektheid der Rijks" [NOTE Staatsblad no 17.] . Deze wet voerde twee soorten schutterijen in, de dienstdoende en de rustende. De dienstdoende schutterijen waren bestemd voor gemeenten met meer dan 2500 inwoners, de rustende voor alle overige [NOTE Overwegingen bij de wet. Het geraadpleegde werk hierbij is: L.F.G.P. Schreuder en C.J. van Maanen,. Utrecht 1886.] . De schutterijen waren ingesteld tot behoud van de inwendige rust en in tijden van oorlog en gevaar tegen de aanvallen van de vijand. De dienstverrichtingen van de dienstdoende schutterijen bestonden vooral uit het oefenen in het schieten op schijven [NOTE Art. 42 e.v.] . De rustende schutterijen mochten in vredestijd slechts diensten verrichten "tot derzelver instandhouding" [NOTE Art. 73 e.v.] .

Bij elke schutterij bestond een schuttersraad, die was samengesteld uit tenminste een officier, een onderofficier, een korporaal en een schutter [NOTE Art. 63 e.v. ] . Tot de taak van de schuttersraad behoorde de financiële administratie, het opzicht over de schutterij en de rechtspraak. Voor dit laatste was aan de schuttersraad een auditeur toegevoegd, die benoemd werd door de Koning [NOTE Art. 66 e.v.] . Zaken van verzuim en overtreding dienden voor de raad.

De bataljons van de rustende schutterijen waren onderverdeeld in compagnieën [NOTE Art. 28.] .

Bij dreigend oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden voorzag de wet in een vereniging van de dienstdoende en rustende schutterijen in een landstorm [NOTE Art. 78.] .

De schutterijen in Drenthe

In Drenthe werd in 1828 begonnen met de oprichting van schutterijen [NOTE Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe over 1828, p. 10.] . In Meppel kwam een dienstdoende schutterij tot stand, terwijl in andere gemeenten rustende schutterijen werden opgericht. Assen en Hoogeveen kregen pas in 1868 dienstdoende schutterijen [NOTE Idem over 1868, hoofdstuk VI, p. 13] .

De rustende schutterijen in Drenthe waren verdeeld in drie bataljons; het eerste omvatte de plaatsen rond Assen, het tweede die rond Coevorden en het derde die rond Meppel.

Op 11 oktober 1830 verklaarde de Koning de eerste ban (ongehuwden) van de landelijke schutterijen mobiel [NOTE Idem over 1830, p. 24.] . Gemeentelijke en gouvernementele besturen beijverden zich nu een Drentse schutterij op te zetten, samengesteld uit de dienstdoende en rustende schutterijen en uit een klein gedeelte van de militie [NOTE Zie de stukken betreffende de schutterij in het archief van de Gouverneur over 1830-1839.] . De afdeling Drentse Mobiele Schutterij bestond tenslotte uit 1200 manschappen. Bij Koninklijk Besluit van 12 juli 1834 werd aan alle mobiele schutterijen een onbepaald verlof toegekend, totdat zij bij Koninklijk Besluit van 4 augustus 1839 ontbonden werden.

De archieven

In 1947 schonk mevrouw A. Bijl-Van Slooten uit Assen de archieven van de dienstdoende schutterij Assen (zie toegang nr. 0150.01) en van de 2e en 3e bataljons rustende schutterij aan het Rijksarchief in Drenthe [NOTE Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven over 1947, p. 103, 105.] . Hoe de registers van de Mobiele Drentse Schutterij over de jaren 1830-1839 in het Rijksarchief terecht zijn gekomen, is onbekend.

Keywords

Subjects:

Zonder categorie
1 - 2 / 2
  • 1
0150.03 - 2.1. Tweede bataljon
0150.03 - 2.2. Derde bataljon